Indo or no Indo? That's the question!

Zo ongeveer eens per maand, krijg ik dezelfde vraag. Meestal van vreemden in uitgaansgelegenheden en van mensen die nog niet zo lang in mijn kennissenkring verkeren. Heel soms zelfs door mensen die ik al een hele tijd ken. ‘Ben jij indo?’

Vaak wordt deze vraag precies zo gesteld. Bam! In your face. Zonder eromheen te draaien. Dan word ik  op mijn schouder getikt, draai ik om en krijg direct die vraag op me afgevuurd. Af en toe ook  subtieler: ‘Ehm… mag ik wat vragen? Ben jij heel toevallig, misschien een klein beetje Indisch?’ Ook veel voorkomend: ‘Wat is jouw afkomst?’ of ‘Jij bent niet Nederlands, hè?’

Als ik bevestig dat ik Indisch ben, wordt er vaak goedkeurend geglimlacht. ‘Goed gemixt’, of ‘Goed gelukt hoor!’ zijn meestal de positieve opmerkingen die ik krijg. Maar ook de opmerking: ‘Ben jij Indisch? Oh, dus je komt uit India?’ zit er regelmatig tussen..

Een opmerking die ik laatst kreeg verbaasde me echter zeer, hoewel  ik later wel om kon lachen trouwens. Ik stond achter de kassa van de  kledingwinkel waar ik werk en kwam er een jongen bij me afrekenen. ‘Hoe groot is de kans dat jij Indo bent?’ Ik antwoordde dat ik inderdaad Indisch was terwijl ik de kleding van de jongen in een tasje stopte. Toen ik de aankoop aan hem overhandigde zei hij: ‘Dan had ik graag wat meer tijd met je willen doorbrengen!

Perplex bleef ik achter. Al eerder was me in dezelfde winkel overkomen dat een bijdehante heer scandeerde: ‘Indo hè? Ik heb veel Indische vriendinnen gehad! Die hebben me toch een temperament! Nou ja, volbloed Indo dan hè? Die met dat Nederlandse erin zijn wat milder.’ Tenenkrommend…

Hoe komt het toch dat wildvreemde mensen toch vaak de moeite nemen om te vragen wat mijn afkomst is? Heb ik dan toch een typisch, misschien wel standaard dertien-in-één-dozijn Indisch uiterlijk? En wat is dat dan, een Indisch uiterlijk? Donker haar? Ja dat heb ik. Bruine ogen? Ja ook. Klein dop neusje, zoals mijn moeder het liefkozend noemt? Check. En dat ik verlegen en bescheiden reageer op de complimenterende opmerkingen van wildvreemden, heeft dat dan ook te maken met mijn Indische achtergrond? Of is het simpelweg een karaktereigenschap?

Ik weet het niet. Maar ondanks mijn bescheidenheid, geef ik altijd antwoord op de vraag ‘”Ben jij Indo?” . Dan zeg ik luid: “Ja ik ben Indisch! Dat is toch ook een beetje de trots die mijn vader me al vanaf kleins af aan heeft meegegeven, denk ik. ‘Trots zijn op je Indische afkomst, hoor!” En dat zal ik altijd blijven.

Al die verschillende gezichten

image from http://isgreaterthan.net/wp-content/uploads/2008/11/e457ethnicity.gif

Schiphol. Zonder meer ‘the place to be’ om volledig in de vakantiestemming te komen. Al die verschillende mensen die vertrekken en aankomen. Heerlijk om te zien hoe iedereen bepakt en bezakt is, wie op wie staat te wachten, of afscheid neemt van wie, lachende gezichten, verdrietige gezichten, maar bovenal… al die verschillende gezichten. De sport, voor mij althans, blijft toch altijd om te raden wat voor etnische achtergrond bij welk gezicht hoort.

Waar ik echter nooit zo bij stil heb gestaan, is mijn eigen etnische achtergrond en bijbehorend uiterlijk. Als ‘halfbloedje’ heb ik dan wel de donkere ogen en haren  van mijn Indische vader geërfd, maar daar staat ook een erfenis van mijn Hollandse moeder tegenover: een zeer blank gelaat. Ik was altijd van mening dat als men al kon zien dat ik buitenlands, voor de kenner Indisch, bloed door mijn aderen heb stromen, dit alleen in de zomer mogelijk was. In de zomer kleurt dat blanke huidje van mij namelijk binnen no-time naar een donkerdere teint, helaas trekt dit in de winter ook weer net zo snel weg. Het is dan ook in de winter dat ik eerder de vraag krijg ‘Ben je wel lekker, je ziet zo bleek?’ , dan de ‘zomerse’ vraag ‘waar kom jij vandaan?’, of de meer politiek correctere vraag ‘heb jij buitenlands bloed in je?’

De realisatie dat mijn uiterlijk wel degelijk in de winter buitenlands/Indisch bloed doet vermoeden, kwam afgelopen februari.  Daar stond ik dan met een vriendin op Schiphol. Bepakt en bezakt stormden we ruim op tijd richting de check-in, startklaar om richting Praag te vertrekken. Nu was er bij de check-in nog niet zoveel aan de hand. Het is bij de douane ‘waar het allemaal begon’, althans volgens mijn vriendin dan, ik had het in eerste instantie nog niet helemaal door.

“Have a nice trip”, hoor ik de meneer zeggen die mijn ticket controleert, “thank you”, antwoord ik en loop door naar de detectiepoortjes, hopelijk zou ik er dit keer zonder piepen doorheen komen. Wat ik echter niet door heb, is dat mijn blonde, überhollandse vriendin in het Nederlands wordt aangesproken door dezelfde meneer. Als we zonder piepen door de poortjes zijn gekomen, ik letterlijk(!) in mijn hemdje, broek en op sokken, zij met al haar kleren nog aan, komt dé opmerking: “Zeg Lies? Hoe komt het dat jij in het Engels wordt aangesproken en ik niet?” Huh, wat?! Hoe bedoel je? In het Engels? Echt waar? Ja inderdaad. Ach toeval. Dacht ik…

Maar tot mijn verbazing bleef ik tot in het vliegtuig aan toe aangesproken worden in het Engels en mijn vriendin in het Nederlands! Geen enkele uitzondering, zelfs de KLM stewardessen, “Hello, welcome on board.” Vriendin achter mij, “Goedemiddag, welkom aan boord”. Terwijl ik plaatsneem realiseer ik me dat mijn vriendin gelijk heeft, stelselmatig word ik aangesproken in het Engels. Maar ik spreek toch zeker Nederlands! Dat horen ze toch? Ik zie er toch zeker óók Nederlands uit?!?! Totdat ik naar mijn spiegelbeeld kijk in het vliegtuigraampje en me ineens realiseer dat ook al ben ik een Nederlander, zoals toch duidelijk in mijn paspoort staat, ik ook een Indo ben.

Een Indo, met alle ‘mixen’ die deze term impliceert, ziet er misschien wel uit als een Nederlander, maar ook weer net niet helemaal. De donkere ogen, die tijdens het lachen veranderen in spleetoogjes, en de donkere haren: het blijft toch een indicatie van ‘vreemd bloed’ door de aderen. En hoewel ik het in eerste instantie niet kon waarderen dat er een onderscheid naar uiterlijk werd gemaakt, heeft het me ook doen stilstaan bij de meerwaarde van het ‘Indo-uiterlijk’. Indo, net niet helemaal (Nederlands) maar tegelijkertijd allemaal. Qua uiterlijk zijn ‘wij Indo’s’ behoorlijk internationaal in te schatten, het Indische/Aziatische is dan ook lang niet bij iedereen te herkennen. Met een grijns steek ik mijn tong uit naar mijn spiegelbeeld. Ach ja, al die verschillende gezichten!

Disclaimer

Laatst stond ik met een van de redacteuren van Indisch 3.0 te praten toen er ineens een stilte in het gesprek viel. Plots barstte mijn gesprekspartner in lachen uit. Het gelach ging de hele Utrechtse grachtengordel over. “Wat is dit dan nu weer?” dacht ik bij mezelf en ik keek hem vragend aan. “Hihihi! Charlie, meisje toch,” “Ja wat?!” riep ik nu hardop

 “Oh meisje, jij houdt je zo bezig met het feit dat ‘je er niet Indisch uitziet’. In mijn ogen zie je er hartstikke Indisch uit. Je hebt écht wel een Indisch uiterlijk.”  Compleet verrast door deze opmerking –ik had alles verwacht, behalve dit- stond ik met mijn mond vol tanden, en dat gebeurt niet vaak als ik eerlijk ben. ”Daar ben ik helemaal niet mee bezig,” antwoordde ik. “Jawel, dat ben je wel. Je zegt vaak ‘ik zie er dan wel niet Indisch uit’ of ‘iedereen zegt altijd dat je aan mij niet kunt zien dat ik Indisch ben’ maar je ziet het wel degelijk!” Ik realiseerde me dat ik dat inderdaad al een aantal keren heb gezegd. 

disclaimerHet punt is ook dat als ik zeg dat ik Indisch ben, ik er standaard achteraan zeg: ‘ik weet dat je het niet ziet’. Het is een soort disclaimer geworden, die je na verkooppraatjes hoort. Zoiets als ‘dit gesprek kost 40 cent per minuut, plus de kosten voor gebruik van uw mobiele telefoon’. Als mensen bij het horen over mijn Indische afkomst ineens scheef en verbaasd gaan kijken, haal ik het verleden er vaak nog even bij. Zeker als er ook nog naar mijn haar gekeken wordt. ‘Mijn Indische oma was blond,’ volgt dan als tweede disclaimer. 

Misschien stom dat ik die zinnen standaard afdraai, maar zo is het nu eenmaal ontstaan. De keren dat iemand instemmend of niet verbaasd reageerde zijn op een hand te tellen. Zoveel verbaasde en vragende blikken en opmerkingen als ‘oh, dat zou je ook niet zeggen’ of ‘dat zie je helemaal niet aan je’ veroorzaken irritatie, maar zijn intussen ook een gewoonte geworden. 

Tegenwoordig laat ik daarom vaak zitten of zeg iets als: ‘kun jij dan wel een Turk of Marokkaan uit elkaar houden? Nee? Nou, hou dan op.’ Er is echter een moment geweest waarop de discussie over mijn al dan niet Indische uiterlijk bij mij zijn kookpunt bereikte. Zoals een tijd geleden in een kroeg in het dorp waar ik vandaan kom.

Ik zit aan tafel met wat vrienden en er een andere vriend bij komt zitten, samen met een voor mij onbekend persoon, die zich voorstelt als Mike. We praten wat en na een tijdje spreekt een vriend me aan met ‘hee pinda’. Als ik daarop reageer zie ik dat Mike verbaasd naar me kijkt.  Hij zegt niets en ik negeer zijn verbaasde blik. Als ik wat later voor de tweede maal met ‘pinda’ wordt aangesproken vliegt Mike er echter bovenop. “Ben jij pinda? Ben jij een Indo?” roept hij hysterisch. Ondertussen kijkt hij me aan aan alsof hij water ziet branden. “Nee joh, dat bestaat niet. Onmogelijk,” zegt Mike stellig. 

Dit keer ben ik verbaasd. “Ja, is echt waar.” “Nee, je ziet er helemaal niet uit als een Indo, joh! ”schreeuwt hij bijna. “Dat zie je zo!” Ik weet ik niet hoe ik moet reageren op Mike, die zich zo opwindt over mijn ‘wel-Indisch-zijn-zonder-Indisch-uiterlijk’. “Het is niet raar dat je het niet ziet, weinig Nederlanders zien het, veel Indische mensen zien het echter wel,” zeg ik tenslotte. 

“Nee, absoluut niet,” begint Mike weer, “jij hebt een puur Nederlands uiterlijk.” Ik raak geïrriteerd: “Wat weet jij nou van Indo’s man?” “Nou,” gaat hij verder, “ik heb veel Indo-vrienden, en jij komt qua uiterlijk niet bij hen in de buurt! Je hebt te licht haar, bent te blank en je neus is niet plat genoeg. Ik weet zeker dat geen van mijn Indo vrienden jou herkent als Indo.”

Nu Mike kwalificaties van haar- en huidskleur er bij haalt, heb ik mijn kookpunt bereikt. Rood aangelopen sta ik kwaad op. “Spreek eens wat Bahasa dan!” roept Mike in een poging me erbij te houden. “Ja, snel weg gaan he! Zie je, je bent helemaal geen Indo. Je spreekt niet eens Maleis. Je bent ontmaskerd! Ha!” 

Ik draai me om en ga aan de bar zitten, ‘krijg de klere’ denk ik in perfect Nederlands. Wat ben ik die verbaasde blikken en rotopmerkingen over mijn uiterlijk beu. Ik verzin toch niet dat ik Indisch ben? Waarom zou ik daar over liegen? Als ik zeg dat ik Indisch ben, dan ben ik verdomme Indisch!