Koloniale oorlog 1945-1949

Dit jaar is het 65 jaar geleden dat de Republik Indonesia werd uitgeroepen. Japan had zich net overgegeven en de Tweede Wereldoorlog was ten einde. Terwijl Indonesië volledige zelfbeschikking wilde, probeerde Nederland de macht in ‘ons Indië’ te herstellen. Vier jaar en twee grootschalige militaire acties later liet Nederland de oude kolonie dan eindelijk los. Het fotoboek “Koloniale Oorlog 1945-1949” laat de onverhulde waarheid zien van het bewogen “afscheid van Indië”.

Ergens in het begin van het boek is een twee pagina’s grote foto van een kampong afgedrukt. Uit de bovenkant van de huizen schieten vlammen en donkere rook. Op de voorgrond een handvol blanke soldaten die van het vuur wegrennen. Verderop de foto waarop een jonge strijder zichtbaar is, liggend in een veld, met om hem heen vier militairen. Hun geweren zijn op hem gericht. De beelden doen denken aan de Tour of Duty serie van eind jaren tachtig: jonge jongens in den vreemde in gevecht met een vaak onzichtbare, maar altijd wrede vijand.

Dit keer alleen geen Amerikaanse maar Nederlandse jochies, vermoeid en getekend door de strijd. Geen Vietcong maar Indonesiche pemuda’s, vechtend voor onafhankelijkheid. Het ‘militaire optreden’ in de archipel kostte bijna zesduizend nederlandse soldaten het leven. Naar schatting 100.000 Indonesische strijders kwamen om. Over het aantal burgerdoden lopen de schattingen uiteen van 25.000 tot 100.000. Het zijn de koele cijfers van een bittere oorlog.

De samenstellers uit het boek doken in archieven en selecteerden vele onbekende en nooit eerder gepubliceerde foto’s. De uiteindelijke verzameling beelden brengt vier gewelddadige jaren van ‘dekolonisatie’, revolutie’ of ‘onafhankelijkheidstrijd’ vaak rauw in beeld. Zo is op een van de foto’s in het derde hoofdstuk van het boek (‘In Actie’) het bovenlichaam van een gesneuvelde Indonesische strijder zichtbaar, liggend naast een grote mitrailleur. Het oorspronkelijke bijschrift repte over “ de verschrikkelijke uitwerking van een pantserkanon dat een granaat afvuurde”.

Ook bij veel andere foto’s in het boek is weinig verbeelding nodig. Dergelijke foto’s haalden echter nooit de krant. De beelden die Nederland bereikten werden zorgvuldig geselecteerd: geen slachtoffers, geen strijd. Dat het afscheid van Indie gepaard ging met veel geweld en terreur was dan ook zo goed als onbekend bij ‘het thuisfront’.

Dankzij een strenge censuur werd al die tijd de schijn opgehouden van ‘onze jongens’ die als ‘bevrijders’ werden onthaald en die in Indië slechts te maken hadden met ‘een stel extremisten’ die onschadelijk moesten worden gemaakt. Ook toen miste de Nederlandse propaganda zijn uitwerking niet. En ook meer dan 60 jaar na dato wordt de periode 1945-1949 nog altijd niet gezien als een bloedige koloniale oorlog. Dit boek laat echter onomwonden zien dat het toch echt niets anders was dan dat.