Jonge Indo aan de Studie: Charlene Vodegel (introductie)

University Surabaya (c) Charlene Vodegel 2006

Wat is de invloed van je Indische roots op je studie en op je studiekeuze? Charlene Vodegel gaat vanaf deze maand (oud-)studenten hierover bevragen. Elke student mag vervolgens zelf bepalen welke (oud-)student na hem of haar aan het woord komt. Charlene geeft de aftrap door zelf als eerste haar verhaal te vertellen. 

In 2008 ben ik afgestudeerd in HBO-Bachelor Bussiness Administration voor Trade Management gericht op Azië (TMA) op de Rotterdam Business School. Tijdens mijn eerste vakantie naar Indonesië ben ik gelijk “verliefd” geworden op het land, dat is inmiddels twaalf jaar geleden. Ik was altijd nieuwsgierig geweest naar mijn roots en hoe het zou zijn om daar te wonen, alleen wist ik nooit hoe ik dit kon ontdekken. Op de bassis- en middelbare school probeerde ik altijd over Indonesië te vertellen tijdens spreekbeurten of verslagen.

interview uitwerken voor Indisch3 - Charlene Vodegel
Mijn eigen interview uitwerken voor Indisch3.0 (c) Charlene Vodegel

Na het behalen van mijn MBO-opleiding was ik er nog niet klaar voor om te gaan werken. Bij toeval zag ik een advertentie in de krant staan over een meeloopdag voor een studie Trade Management gericht op Azië (TMA). Ik twijfelde geen seconde en meldde me aan voor een meeloopdag. Ik wist meteen dat ik deze opleiding wilde gaan doen. Ik zag eindelijk een mogelijkheid om mij te gaan verdiepen in Indonesië. Het was puur toeval dat ik een advertentie zag staan, maar op deze manier kon ik het antwoord op mijn vraag over Indonesië zelf gaan ontdekken.

Belangrijke omgangsvormen die het “Indisch zijn” kenmerken, zag ik terug in de omgang tussen docenten en medestudenten. Ik was bescheiden, op de achtergrond en beleefd tegen ouderen. Ik sprak docenten altijd met u aan. Het “Indisch zijn” beïnvloedde mij niet sterk in de omgang met anderen – of juist wel: mede door de verschillende Aziatische studenten voelde ik een makkelijke omgang. Er heerste een gezellige, sociale sfeer op de opleiding tussen docenten en studenten, iets wat ik niet snel zag bij andere opleidingen. Dit had vooral te maken met de Aziatische achtergrond van de meeste studenten, de saamhorigheid kwam sterk naar voren.

University Surabaya (c) Charlene Vodegel 2006
University Surabaya (c) Charlene Vodegel 2006

Met de Indische en Indonesische studenten die ik tegenkwam op TMA, merkte ik al gauw dat er gewoontes waren die je niet eens meer hoeft uit te leggen en dus vanzelfsprekend waren.“Eet jij Bamisoep als middageten?”  “Lust jij geen brood?” “O ja is dat een Indische gewoonte?” Blijkbaar wel dus. Tijdens schoolkamp op de basis- en middelbare school kwam een andere Indische gewoonte tevoorschijn: de botol cebok. Dat was even iets onwennigs. Hoe moest ik dat uitleggen? Uiteindelijk heb ik het nooit uitgelegd en bracht onopvallend een fles  mee.

De vriendenkring van mijn ouders bestaat voornamelijk uit Indische mensen. Hierdoor ben ik vaak omringd door Indische families. Op de middelbare school en andere vooropleiding ben ik weinig Indische studenten tegengekomen, dat heb ik vaak jammer gevonden. Ik voelde nooit een bepaalde herkenning met medestudenten, totdat ik op TMA kwam. Ik voelde mij vrijwel direct thuis tussen de Indische, Indonesische en andere Aziatische studenten. In het dagelijks leven sluit ik mij automatisch aan bij mensen van wie hun roots in Indonesië ligt. Dat is iets wat ik niet precies kan uit leggen, het gaat gewoon automatisch.

Tamara Juliënne is de volgende oud-studente die ons gaat vertellen hoe haar Indische roots haar studie beïnvloed hebben – of niet.

Indisch in een studentenhuis deel 2: volle flessen

Tot het moment dat ik op kamers ging, twee jaar geleden, had ik me nooit gerealiseerd hoe zichtbaar het Indische in mijn leven kan zijn. Ik had dan ook nooit gedacht dat sommige mensen stijl achterover zouden slaan van mijn dagelijkse gewoonten en gebruiken. Totdat ik mijn huisgenoten ontmoette. En zij mij… In deze miniserie een greep uit de confrontaties tussen Indisch en Nederlands in een studentenhuis.

Ik grijp. Mis. Ik grijp nog een keer. Weer mis. Ik ben in het kleinste kamertje van het huis. Vertwijfeld kijk ik om mij heen. Ik vind een oude Playboy, wat Volkskrant Magazines en een voorraad toiletrollen. Mijn botol cebok is echter nergens te bekennen.

Van pure verbazing weet ik even niet wat ik moet doen. WC-papier dan? Nee, alsjeblieft! Woedend storm ik het toilet af en speur rond naar “mijn botol”. Niet op de gang, niet in de keuken. Uiteindelijk vind ik hem onder een laag drek van peuken en modder op het balkon. Ik sta perplex. Waarom zomaar spullen van een ander bij het oud vuil zetten?

Op dat moment komt een van mijn huisgenoten thuis. Hij loopt de keuken binnen. Net als ik hem onder vuur wil nemen vraagt hij aan mij: “”Hee, had jij die fles op het toilet gezet?” Ik knik, op de fles in mijn hand wijzend. “Dat is mijn botol cebok, oen!” , zeg ik kortaf. Niet begrijpend kijkt hij me aan. “Ben je bang om dorst te krijgen op het toilet, ofzo?”

Ik zucht. Mijn Indische gebruiken worden weer eens onbegrepen. Hoofdschuddend wil ik de keuken uitlopen als ik me bedenk dat zijn vriendin Moluks is. De kans is aanwezig dat zij wel bekend is met het fenomeen. Ik waag de gok. “Is het jou nooit opgevallen dat die fles ook bij jouw schoonouders op het toilet staat?”

Zijn gezichtsuitdrukking verandert. Voor hij weer iets kan zeggen vraag ik hem of hij het normaal zou vinden als ik zijn tandenborstel zou weggooien. “Ja, maar dat is anders,’ vindt hij. Ik vind van niet. “Je zal het wel niet begrijpen, maar die fles wordt in ieder geval niet gebruikt om uit te drinken”, besluit ik de discussie verontwaardigd.

Zwijgend was ik de fles af en vul hem met water. Ik zet hem terug in de hoek van de toilet. Het stickertje met mijn naam en de korte toelichting ziet er wat knullig uit, maar het is blijkbaar nodig. Als ik even later mijn huisgenoot weer hoor, praat hij met iemand aan de telefoon. Nu is hij degene die verontwaardigd klinkt. “Weet ik dat!” roept hij. ”Had je dat  dan niet even kunnen zeggen?” Ik kan alleen maar grinniken.