Ngroblog: Liefde in Jakarta 2.0

Op indisch3.nl loopt een interessante serie over de derde generatie Indo’s en de liefde. Hoe gaat het er nou aan toe in Jakarta? De hoofdstad van Indonesië is net als een paar andere plekken in Indonesië een uitzondering op de norm qua uitgaan, normen en waarden en wat betreft liefde is dat ook zo. Dit stuk bevat drie blogs over de liefde. Hieronder het eerste deel.

Ik heb met mijn ‘’typische’’ Indische gezicht , lange postuur (bedankt Duitse overgrootvader) veel voordeel want de meeste voorkomende vraag die ik krijg is of ik uit India, Arabië of Spanje kom. Dat ik dan zeg dat ik orang Belanda ben en vervolgens ‘’orang tuaakulahir di sini’’ , levert meestal een verbaasd gezicht op. Meestal vragen ze nog of mijn moeder Indonesische is en mijn vader Nederlander. Het is inderdaad jammer dat er zo weinig kennis is over de Indo is in Indonesië.  Je wordt een beetje moe van al die vragen. But it’s all part of the process. Dat mijn vader geboren is in Surabaya en mijn moeder uit Manado komt, maar ‘’Indo Belanda darah ketiga’’ wordt meestal begroet met een vage knik.

Doelloos chatten

“Het is al goed zo mas ganteng.” Om vervolgens naar mijn Blackberry Pin te vragen. Het is een hebbeding, hier in het land waar de smartphone rage nog niet gearriveerd is. Je moet je wel voorbereiden op eindeloos en vooral doelloos chatten op een klein apparaat , Maar de Indonesiërs zijn er allemaal dol op. Ik ken niemand die er geen heeft en let er goed op in de mall, kaki lima, bus. Iedereen staart naar dat schermpje en beweegt zijn/haar duim heen en weer. Dus, mannen, schaf er eentje aan mocht je graag hier doelloos chatten met de dame die je ontmoet hebt. Ik begin er niet aan. Is dat dan de reden dat ik nog single ben?

Datingsites

De zoektocht naar liefde vind je niet alleen in verschillende uitgaansplekken die Jakarta rijk is, maar ook op dating sites. Twee van de populairste zijn Dateinasia en indonesiancupid.com. Er zijn vele versies van cupid rond de wereld. Het  is een manier om mensen contact te maken, want je kan ook je status zetten ‘’op zoek naar vrienden’’ of – erg duidelijk – op ‘’Op zoek naar een echtgenoot’’. Het is wederom tijdrovend en ik  heb een redelijke drukke baan rennend tussen gasten, meetings, en file’s en voor de liefde moet je tijd nemen. Toch krijg ik veel e-mails, echter die bevatten niet meer dan ‘’hiii’’.

Bule Hunters

Maar voordat je als man begint aan een relatie met een Indonesisch meisje, surf  naar de website  Jakarta100bars.com, voornamelijk opgericht om recensies te schrijven over Jakarta nightlife. Er is een sectie gewijd aan hoe je als bule de betere Indonesische vrouwen kan vinden en wat zoal de problemen kunnen zijn met daten van ‘t vrouwelijk schoon. Het algehele beeld dat ze daar schetsen is: Indonesische vrouwen zijn alleen maar op zoek naar bule want = geld, status en mooi gemixt kindje. In de volksmond worden ze ook wel bule hunters genoemd. Er zijn furieuze discussies gaande want de bule’ mannen, waar zoveel vrouwen naar smachten, krijgen er ook van langs als ‘’players ‘’ en G.R.: ‘GedeRasa’, letterlijk: voelt zich te groot en te goed.

Liefde 2.0

De forum geeft een goed beeld van hoe de Jakarta scene is. Er zijn veel hoogopgeleide Indonesische vrouwen die de lokale mannen niet als hun ideale partner zien. Ze verdienen genoeg geld, rijden een auto, leven alleen in een mooi appartement. Wat ze zoeken is vooral respect; ze zijn het zat om de sokken van de mannen op te rapen.

Single in Indonesië?

“Dating sites zijn meestal bevolkt met vunzige Indonesische mannen of oude Westerse mannen op zoek naar sex,’’ zei een vriendin gedesillusioneerd  Inmiddels heeft ze haar profiel uit het bestand gehaald, die voor vrouwen toch wel gratis is en voor mannen maandelijks $20 US dollar is. Ze had al eerder een Westerse vriend. Alhoewel de relatie over is, blijft ze op zoek naar die Prins op het witte paard, want hoe dan ook: single en alleen zijn in Indonesië is nog steeds een rariteit.

Dewi in Jakarta #5: spijkers zonder koppen

Pelan pelan. Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de vijfde van acht afleveringen.

Vrijdag 20 juli

Pelan pelan Dewi

Pelan pelan. Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html
Foto: http://www.diewilikhebben.com/wedges-aria-zwart.html

Alles heeft zijn eigen tempo, pelan pelan, rustig aan, jaja. Ik wil altijd direct spijkers met koppen slaan en dat werkt hier helaas niet. Met de taal loopt het niet al te vlot. Ik weet dat het onzin is, toch verwacht ik van mijzelf dat ik binnen een maand vloeiend Indonesisch kan spreken. Ik ben geen natuurtalent met talen, die knobbel zat er niet bij toen ik geboren werd.

Ik word moe van de hoge eisen die ik aan mijzelf stel. De grammatica valt vies tegen, meng, ber, di… De Indonesische woordjes vliegen met 120 km per uur mijn hoofd binnen. Bovendien bestaat er van ieder woord 3 verschillende vertalingen of meer. Vader=Ayah, Bapak, Bapa, Ludim. En dan die ‘Jakarta slang’ – weer TOTAAL anders. Iedereen die beweert dat het ‘Bahasa Indonesia’ een makkelijke taal is om te leren beschouw ik vanaf nu als volslagen idioot. Ik probeer mijzelf gerust te stellen. ‘Rome ne c’est pas faite en un jour’ JE SAIS! roep ik boos naar mijzelf.

Op werkgebied is het niet al veel beter. Het is lastig om jezelf te introduceren in een onbekende wereld waar niemand je kent. In Nederland ben ik al een tijd aan het werk, daar weet ik bij wie ik moet zijn. Ik heb altijd veel geluk gehad met werk. Nu sta ik weer onderaan de ladder. De regisseur met wie ik een afspraak had, gaat plotseling met haar gezin op vakantie. En de presentatie-pilot wordt continu uitgesteld omdat de regisseur volgeboekt is met betaalde klussen. En ik wacht naast de telefoon.

Ik baal. Ik trakteer mijzelf op een paar nieuwe schoenen van een bekende Indonesische ontwerper. Sleehak met luipaardprint. Ik kan niet wachten om ze aan te doen. De volgende ochtend pers ik enthousiast mijn platvoetjes in de hippe schoenen. Vrolijk trippel ik de huiskamer binnen. ‘Waar ga jij naar toe?’ vraagt mijn oom. ‘Saya pergi ke Universitas, kenapa?’ antwoord ik terug. Hij werpt een blik op mijn schoenen en schudt glimlachend zijn hoofd.

Ik neem de taxi naar de Universiteit. Ik stap uit, loop twee passen naar de hoofdingang, zie het verhoogde stoeprandje niet en ga keihard onderuit. Mijn kleine teen bloedt en op mijn scheenbeen zit een enorme schaafwond. Met een rood hoofd krabbel ik overeind. Ik kijk vluchtig om mij heen en vraag mij af hoeveel mensen deze gênante actie hebben opgemerkt. Ik check of mijn laptop nog heel is in mijn tas en loop snel naar mijn klas. Slechter dan dit kan het niet worden.

Dewi in Jakarta #4: kleren maken de vrouw

Kleren maken de vrouw. Dewi Reijs.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de vierde van acht afleveringen.

Kleren maken de vrouw. Dewi Reijs.
Kleren maken de vrouw. Maar welke?

Vrijdag 6 juli

Holy Virgin Mary meets Fatima

De eerste serieuze reden waarom ik ooit actrice wilde worden, is dat ik me veel mag verkleden. Ook buiten werktijd om doe ik daar actief aan mee.

Ik heb zelfs zoveel kleren verzameld, dat mijn kast wel eens aan de achterkant opengebarsten is. Toen heb ik braaf afscheid genomen van een paar stukken en in de Unicef container gedaan – om vervolgens een week later weer met nieuwe items thuis te komen.

Wanneer het op dragen van kleding aan komt, ben ik dus fijngevoelig. Vind ik. Toen ik in Jakarta aankwam, dacht ik te begrijpen hoe de vork in de steel zat maar…tromgeroffel… NEE. Een paar waargebeurde kledingdrama’s.

SCÈNE 1

Op de dag van een familiefeest kom ik in mijn gebloemde jurkje vrolijk huppelend de trap af. Binnen één seconde zie ik aan de stand van mijn tante d’r ogen dat er iets niet in de haak is. “Waar is die lange broek die je bij aankomst aan had?” vraagt ze. Ik weer naar boven om mijn saaie lange grijze broek aan te trekken. En mijn gelen wollen truitje met lange mouwen doe ik voor de zekerheid ook maar direct aan. Zijn die aanstootgevende bovenarmen van mij eindelijk bedekt. Zo.

SCÈNE 2

Besluiteloos kijk ik in mijn koffer. Ik ben uitgenodigd om mee te gaan stappen met M, de bekende presentatrice. Ik doe mijn stijlvolle leren hakjes uit Italië aan en een wapperende roze jurk. Om mijn nek zit een grote goudkleurige ketting met rammelende blaadjes. Ik kom aan in het hippe Bluegrass. M en haar vrienden komen net van een modeshow. Ik kijk naar haar hakken. Die zijn hoog in de overtreffende trap. Ik kijk om mij heen. Alle vrouwen hier dragen dezelfde torenhoge hakken met daarboven loeistrakke mini rokjes. Ik voel mij plotseling een burgertrutje en totaal underdressed.

SCÈNE 3

Ik word gebeld. Ik mag de pilot opnemen waar ik een test voor heb gedaan. Yes! Of ik langs kan komen voor een kledingdoorpas? Natuurlijk! Het is vroeg in de ochtend wanneer ik aan kom. Mijn wallen zijn nog zichtbaar. Een meisje wijst naar het gordijn waarachter ik me kan omkleden. Verbaasd bekijk ik wat ik in mijn handen gedrukt krijg: een korte jeans, bikini topje en een blouse.’Voor welke aflevering is dit?’ vraag ik ongerust. ‘Wanneer je over het strand loopt bij Ancol,’ antwoordt ze. Even later doet ze een knoop in mijn blouse. Voor het eerst sinds 15 jaar is mijn blote buik te zien. Iemand maakt foto’s. Ik zoek  een natuurlijke pose die met de minuut ongemakkelijker wordt.

Als je het mij vraagt, zijn de kledingvoorschriften hier totaal onduidelijk. Liep ik van de winter nog nakend op Bali, in Jakarta is het tonen van de huid boven de knieën en de armen not done. Logisch in een moslimland, zou je denken. Toch zijn er zat vrouwen in Jakarta die er een sletterige stijl op na houden. Hun kledingstijl is in Nederland vooral in de zomer te vinden in Amsterdam Bijlmer of in Rotterdam op de West Kruiskade. Is de keuze in Jakarta dan Holy Virgin Mary meets Fatima?

Dewi in Jakarta #3: 'Selamat datang'

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is de derde van acht afleveringen.

Vrijdag 29 juni.
Mijn eerste 2 weken

HUIS = RUMAH
Het huis van mijn oom waar ik verblijf is het beste te omschrijven als de villa uit de jaren ‘90 hitserie; “The Fresh Prince of Bel-Air”. Met niet één maar twee bedienden. Op mijn tweede avond heb ik een etentje in de stad. Ik weet dat het netjes is om op tijd terug te zijn, maar wat is dat hier eigenlijk? Iets voor 12-en? Ik ben natuurlijk later. Voorzichtig doe ik het hek open en loop naar de zijdeur: dicht. Dan naar de deur van de bedienden: dicht. Ik loop drie keer hetzelfde rondje en begin zachtjes met kloppen, dan bons ik iets harder: geen gehoor.

Het is beter dat ik niemand in het huis wakker maak. Mijn familie hier is moslim en ze staan elke ochtend héél vroeg op om te bidden. Ik inspecteer de zijkant van het huis. Ik trap mijn hakken uit en klim in mijn maagdelijk witte jurkje naar boven, het eerste balkon op. Daar is de deur óók dicht. Ik zie een klein raampje openstaan en wurm mijzelf naar binnen. Mijn handen zijn zwart van het vuil. Even later lig ik met bonzend hart eindelijk in bed. Plotseling gaat de deur met een zwaai open. Mijn oom en tante zijn wakker geworden, ze dachten dat er ingebroken werd.

SCHOOL = SEKOLAH
Voor alle duidelijkheid: mijn basiskennis van het Indonesisch bestaat uit woordjes die met eten te maken hebben en wat Javaanse scheldwoordjes. Ik ga naar UNIVERSITAS ATMA JAYA waar ik drie keer in de week privélessen volg. Mijn guru Ima is erg leuk en knijpt mij in mijn bovenarm wanneer ik een goed antwoord geef. Jawel, de persoonlijke benadering. Ik maak braaf mijn huiswerk en probeer zoveel mogelijk woordjes te leren. Woordjes die ik niet ken, compenseer ik met halve toneelstukjes om duidelijk te maken wat ik wil – succes is niet altijd verzekerd.

VRIENDEN = TEMAN
Ik leer al snel de ideale mensen kennen. D., mijn achterneef, een moderne jongen van begin twintig met precies hetzelfde gevoel voor humor. T. is een razend vrolijke Hollander die voor het Ritz Carlton Hotel werkt, met hem ga ik naar een expatfeestje en drink ik bier – dàt mag “thuis” niet. Daar kom ik M. tegen, een bekende presentatrice te zijn. Hopelijk kan zij mij aan een paar interessante castingbureaus helpen.

WERK = BEKERJA
Ik gooi al mijn hengels uit om contacten te leggen. Ik heb contact met een bekende regisseur. Ze wil mij ontmoeten, maar haar agenda zit propvol. Afwachten dus. Na twee weken doe ik een test als presentatrice voor een pilot-programma over de geschiedenis van Indonesië met Nederland. Ik krijg een dag van tevoren mijn tekst binnen. VIER pagina’s in het “Bahasa Indonesia”. Mijn god. Ik schakel neef D. in om mij te helpen. Tot laat in de avond oefenen we samen. Onzeker vraag ik hoe ik klink.

‘Honestly, Dewi?’
‘Yes?’
‘Like a bule’ (Lees: een illegale NL-er die net een paar woordjes uit een boekje heeft geleerd.)
Ik lach.
“Just keep on smiling, that will help you.”

Dewi in Jakarta #2: Blue Bird

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze een tijdelijk dagboek bij. Dit is de tweede van acht afleveringen van deze serieblog.

Dinsdag 12 juni.

“BLUE BIRD”

Ik voel altijd een licht positieve spanning wanneer ik op reis ga. Een tintelend gevoel in mijn onderbuik, dat verhoogd wordt door het afscheidscomité van mijn familie in de vertrekhal van Schiphol.

Wat in hemelsnaam mee te nemen? Bizar dat ik altijd de avond voordat ik vertrek begin met inpakken. Het maakt niet uit of ik voor een korte of lange tijd weg ben. En mijn ervaring leert dat ik aan zoveel moet denken dat ik meestal de helft vergeet. Toch is het weer zover. Het is genetisch bepaald dat het zo moet gaan denk ik. De vloer ligt bezaaid met kledingstukken, schoenen, medicijnen en boeken.

Mijn moeder belt. Ik moet verder met pakken, daar heb ik serieus geen tijd voor. Of ik al online heb ingecheckt? Nee, omdat ik tijdelijk geen printer heb. ‘Maar dan kan je morgen niet weg?’ Ik beweer van wel. Mijn stress is na dit gesprek verdubbeld. Als ik midden in de nacht doodmoe in bed lig en nog even mijn telefoon check, zie ik dat ik nog drie oproepen van mijn moeder heb gemist. Ze maakt zich zorgen over god weet wat. En toch ben ik al bijna 30.

De volgende dag, wanneer ik aankom, zit heel de familie al een halfuur aan de koffie bij de vertrekhal. Mijn moeder tilt mijn handbagage op. ‘Deze is toch véél te zwaar? Moeten we niet wat overladen?’ Ik rits mijn tas open, maar bedenk me: het komt wel goed. Chagrijnig doe ik de rits weer dicht.

Na het inchecken werk ik een vettige kaas croissantje naar binnen. ‘Je tas staat open! Altijd dichtritsen hè?!’ gilt iemand in mijn oor. Ik krijg een klein flesje in mijn handen gedrukt met een goudkleurige Maria op de voorkant: Lourdes. Heilig water, altijd handig.‘Mag niet, geen vloeistoffen!!’ roept een andere familielid over mijn hoofd.

Mijn kleine broertje grinnikt, en zegt ‘Ik kan ook mee naar Jakarta, dan lever ik haar voor de deur af bij Oom Pierre. Is dat geen beter idee?’ Voor een seconde lijken ze dat nog te overwegen als ultieme oplossing voor al hun zorgen. Ik piep dat ik geen 16 meer ben en heus wel weet wat ik doe, maar ze luisteren totaal niet en zijn al druk aan het volgende onderwerp begonnen. Welke taximaatschappij ik het beste kan nemen.‘BLUE BIRD!’ tettert iemand. De naam wordt herhaaldelijk genoemd, alsof ik doof ben. Het afscheid breekt aan en ik word door iedereen platgedrukt. Als ik door de douane ga zwaai ik nog één keer. Heerlijk, eindelijk ben ik met niemand anders dan mezelf.

Midden in de nacht kom ik aan op het vliegveld in Jakarta. Vanuit de lucht is de stad een oceaan vol met knipperende lichtjes. Ik maak een vaste prijsafspraak met een taxi en plof tevreden neer. Alles loopt op rolletjes. Ik ben moe en ik ruik naar oude mannenzweet, maar ach… dat heurt erbij hè. Even later gaat het mis.

Ik laat het adres voor de VIJFDE keer zien. We tijden rondjes, de chauffeur stapt in en uit om de weg te vragen. Het zuiden van Jakarta is even groot als heel Amsterdam e.o. Inmiddels zijn we een uur verder. Bah. De positieve tinteling in mijn onderbuik is langzaam opgedroogd. Door een godswonder (heilig water vermoed ik) vinden we uiteindelijk het huis. Ik wordt platgedrukt door Oom Pierre. Selamat Malam! Wat voor chauffeur was dat? Welk bedrijf? Always take BLUE BIRD.’

Rivier de Brantas als zuiverend slot trilogie

rivier de Brantas Alfred Birney 2011

Na de dood komt het leven

Bij het lezen van Rivier de Brantas, de nieuwste Birney, zou je bijna vergeten dat het eerste deel van deze rivierentrilogie in 2009 gezien werd als zijn ‘rentree’ in schrijversland. Na het mysterieuze Rivier de Lossie, dat zich in Schotland afspeelde, volgde het onthullende deel twee, Rivier de IJssel, waarin de ik-figuur als bij toeval tijdens een nachtelijke ontmoeting in Deventer de eerste schillen rond zijn familiegeschiedenis kon afpellen. Met Rivier de Brantas gaat Birney door alle lagen van het noodlot heen en maakt hij de cirkel rond – of, eigenlijk, voor het eerst open.

In Brantas vertrekt de gitaarspelende ik-figuur op de valreep naar Jakarta, voor een optreden tijdens een soiree van de Nederlandse ambassade. Hij besluit, omdat hij er toch is, zijn verblijf te verlengen om eindelijk bloemen te strooien over het graf van zijn grootmoeder, in de hoop de vloek op te heffen die volgens zijn agressieve vader ooit over de familie uitgesproken is. Tijdens zijn reis van west naar oost passeert de gitarist in Indonesië tastbare schimmen en hedendaagse afdrukken van het Nederlandse koloniale verleden, om tot stilstand te komen bij het vervallen graf van zijn grootmoeder (niet oma!) Sie Swan Nio.

Van de drie rivierennovelles zal Rivier de Brantas bij Indische lezers de meeste herkenning oproepen. De repatriering, rangen en standen, de Japanse bezetting, maar ook Indonesië, muziek en de voor Indo’s maar al te bekende ‘uitgebreide’ familieverbanden vormen bijna karakters in dit taboedoorbrekende verhaal. Denk bijvoorbeeld aan de kinderen die geboren waren uit Japanse vaders en lokale moeders. Daarnaast doorweeft de schrijver deze novelle met Indische thema’s die minder aan de oppervlakte liggen, maar voor het in stand houden van taboes onontbeerlijk zijn. De goede (Indische) lezer zal ook deze thema’s herkennen als net zo Indisch als de verhalen rondom contractpensions. Want wanneer zijn wij eigenlijk wel op de juiste plek aangekomen, niet als invaller of vluchteling, maar omdat wij daar horen?

De structuur en stijl van het derde deel is meanderend als een rivier. Soms vertraagt de schrijver en neemt hij de lezer mee naar mijmeringen van de ik-figuur, om, eenmaal uitgemijmerd, weer te versnellen door het verhaal te hervatten in een rijdende bus onderweg naar Yogyakarta. De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Het betekent wel dat sommige lezers zich een beetje verloren kunnen voelen in dit ritmische boek. Dat is het risico dat de schrijver genomen heeft.

Pas als ik de drie delen naast elkaar bekijk, valt op welk minimalistisch meesterwerk Birney met deze trilogie afgeleverd heeft. Geen letter staat te veel op papier, de drie Rivieren sluiten perfect op elkaar aan. Maar ook zie ik de kleine ‘grapjes’. Kijk maar eens naar het aantal hoofdstukken van de drie delen. En tel vervolgens die cijfers bij elkaar op. Iedereen die wel eens iets met numerologie gedaan heeft, ziet daarmee benadrukt hoe minutieus de drie novellen in elkaar gezet zijn. Hier moet wel een Plan achter zitten, een Boodschap.

Rivier de Brantas is opgedragen aan Michael, de zoon van Alfred Birney. Zou het Plan, de Boodschap, er een zijn van vader aan zoon? Zou de schrijver zijn eigen vader, zichzelf en zijn zoon zien als een trilogie? Dan zou ik me kunnen voorstellen dat die boodschap zoiets is als ‘De vloek moet stoppen, want het leven gaat door.’

[box type=”shadow”]Nieuwsgierig geworden? Check dan maandag 28 februari a.s. onze website voor een unieke voorpublicatie. Indisch 3.0 mag bovendien maar liefst drie exemplaren weggeven van Rivier de Brantas![/box]