Zwarte Sinterklaas 1957

Sinterklaas op de Montessorischool te Malang, Java, in 1935. Bron: innl.nl

Alleen vanwege Nieuw-Guinea of..?

Sinterklaas op de Montessorischool te Malang, Java, in 1935. Bron: innl.nl
Sinterklaas op de Montessorischool te Malang, Java, in 1935. Bron: innl.nl

Onze grootouders en ouders in Indië vierden elk jaar Sinterklaas.  Die arme man. Helemaal uit Spanje naar Indië afreizen om zijn verjaardag te vieren in de tropen, compleet met mijter, lange baard en jurk – ik geef het je te doen. Toch heeft de Sint de Indische kindjes in Indonesië een keer links laten liggen: op Zwarte Sinterklaas, 5 december 1957.

Die dag verklaarde Soekarno, de toenmalige president van Indonesië, alle Nederlanders staatsgevaarlijk en nationaliseerde zijn regering de nog overgebleven Nederlandse bedrijven in Indonesië. De officiële aanleiding hiervoor waren de politieke spanningen tussen Nederland en Indonesië over Nieuw-Guinea. Bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 had Nederland dit landsdeel nog in handen.

Nederland wilde Nieuw-Guinea niet opgeven, om uiteenlopende redenen. In 1957 stonden de verhoudingen tussen Nederland en Indonesië daardoor op scherp. Jarenlange onderhandelingen over teruggave van Nieuw-Guinea tussen Nederland en Indonesië waren telkens vastgelopen.

Krantenkop uit Het Nieuwsblad voor Sumatra. 23-11-1957. Bron: www.kb.nl
Krantenkop uit Het Nieuwsblad voor Sumatra. 23-11-1957. Bron: www.kb.nl

In maart 1957 kondigde president Soekarno de staat van beleg af en in oktober van dat jaar startte de Indonesische regering een ‘Nieuw-Guinea campagne’. Deze campagne mondde uit in openlijk geweld tegen Nederlanders en hun bezittingen, en in boycots van Nederlanders in winkels en markten. Bij benadering 50.000 Indische Nederlanders lieten – alsnog – Indonesië achter zich en vertrokken naar Nederland. Onder Amerikaanse druk droeg Nederland op 1 oktober 1962 Nieuw- Guinea over aan de Verenigde Naties, nog geen jaar later gevolgd door de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië.

Krantenkop uit Algemeen Indisch dagblad de Preangerbode, 29-11-1957. Bron: www.kb.nl
Krantenkop uit Algemeen Indisch dagblad de Preangerbode, 29-11-1957. Bron: www.kb.nl

Het is bijna standaard dat “de geschiedenis” Zwarte Sinterklaas uitsluitend aan de onenigheid over Nieuw-Guinea toeschrijft. Maar een aflevering van het tv-programma Andere Tijden uit 2007 voerde een extra motief op voor de plotselinge nationaliseringsgolf: de economische macht in Indonesië lag nog steeds in Nederlandse handen, tot grote woede van de Indonesische regering.

Andere Tijden-presentator Hans Goedkoop benadrukte in de inleiding van die aflevering: ‘Het mocht dan waar zijn had Nederland in 1949 de politieke macht overgedragen had, de leiding van de grote bedrijven in de landbouw, handel, industrie bleef onverkort in onze handen. Het vervoer tussen de eilanden was midden jaren ’50 nog voor 90% in handen van de KPM, onze Koninklijke Pakketvaart Maatschappij. Het openbaar vervoer in handen van de oude, koloniale onderdrukker. Hoe kon een land dat blijven toestaan?’

 

Weet jij meer? Is de laatste grote nationaliseringsgolf op Zwarte Sinterklaas in Indonesië ‘wraak’ van Soekarno geweest voor de aanhoudende onenigheid over Nieuw-Guinea? Of is de kwestie Nieuw-Guinea aangewend om de economische macht in Indonesië in Indonesische handen te krijgen?

Nederlands Nieuw-Guinea, laatste thuisland van de Indo

Nederlands Nieuw-Guinea was onderdeel van Nederlands-Indië en bleef na de onafhankelijkheid van Indonesië nog tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Totdat Nederland ook dit laatste deel van haar voormalige kolonie opgaf, woonde er een vrij grote Indische gemeenschap. Na 1949 zou het nog onontwikkelde gebied ten oosten van Java de plek worden voor, onder andere, Indo-Europeanen.

Nederlands Nieuw-Guinea
Nederlands Nieuw-Guinea

door Willem-Jan Brederode en Charlie Heystek

Steden als Hollandia, Sorong, Manokwari en Biak werden de nieuwe thuishavens waar het Indische leven haar toekomst moest vinden. De gemeenschap leefde er in andere omstandigheden dan de meesten gewend waren, maar was niettemin -of misschien juist daardoor- hecht.
Toen de eersten na de onafhankelijkheid voet aan wal zetten op Nederlands Nieuw-Guinea, was het complete eiland zo goed als onherbergzaam. Voor de primaire levensbehoeften begonnen mensen met het ontwikkelen van landbouw en veeteelt. Ook moesten er wegen worden aangelegd en huizen gebouwd. Handel kwam pas op gang nadat Chinezen in Nieuw-Guinea waren aangekomen en her en der toko’s openden.

Over de begintijd vertelt de moeder van Willem-Jan: “Het eerste half jaar hebben we alleen sardines uit blik gegeten. Mijn vader joeg soms op herten, tjeleng en wilde kippen waarvan de grote eieren uitstekend waren voor het maken van struif (omelet). Ons huis was zeer primitief gebouwd; dunne houten muren, steunend op palen en afgedekt met golfplaat. Het gerieflijk bestaan in Soerabaja veranderde in werken om te kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften.”

Wat Charlie’s moeder zich herinnert uit de tijd in Nieuw-Guinea is ‘vlinders’. “Er waren enorme vlinders! We moesten altijd oppassen voor insecten, in je bed en in je schoenen. Er was fruit in overvloed. We hadden veel pisangbomen en mangabomen. De pisangs werden niet meer door ons gegeten, de Papoea’s kapten uiteindelijk de trossen. En we hadden ook papaja. Papaja in overvloed! Altijd papaja, elke dag papaja. Op een gegeven moment konden we het niet meer zien.”

Net als vele andere Indische Nederlanders die in Nieuw-Guinea gewoond hebben, zijn de herinneringen van Charlie’s moeder die van een kind. Ze vertrok toen ze acht was naar Nederland, tienduizenden anderen volgden of waren haar al voorgegaan. Het was het gevolg van het hoog opgelaaide conflict tussen Indonesië en Nederland. Al in de jaren ’50 van de vorige eeuw verslechterden de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië.

In 1959 verbrak Indonesië alle banden met Nederland en nam de geschiedenis van Nieuw-Guinea en van de Indo-Europeanen in Indonesië en Nederlands Nieuw-Guinea een laatste radicale wending. Er dreigde oorlog: terwijl Nederland zijn laatste territorium in de voormalige kolonie probeerde te behouden, wilde Indonesië het gebied inlijven in de Republiek. In 1962 stond Nederland uiteindelijk onder grote internationale druk Nieuw-Guinea af.

Het is het definitieve einde van het zogenaamde nieuwe thuisland van de Indische Nederlanders. De hechte gemeenschap vormde, met de spijtoptanten uit Indonesië, de laatste groep Indische immigranten die hun weg vonden naar Nederland en hier wederom vanuit het niets een bestaan hebben opgebouwd.

Wat onze ouders nu nog rest zijn hun verhalen, die zich laten typeren door die enorme drang naar overleven, en de hechte band met de ander mensen die op Nieuw-Guinea hebben geprobeerd een nieuw thuis te creëren in de zoektocht naar een eigen plek binnen de grenzen van de voormalige kolonie Nederlands-Indië.