3.0 in de sport: Sandy Kasifa

‘Er zijn ook genoeg impulsieve Indo’s!’

In het dagelijks leven is Sandy Kasifa (34 jaar) werkzaam als adviseur vergunningen omgevingsrecht bij de provincie Noord-Holland. In haar vrije tijd richt ze zich op totaal iets anders: vechtsportbewegingen op muziek .

Dertien jaar geleden nam Sandy’s moeder haar mee naar een Les Mills Body Combatles op de sportschool. Nu staat ze zelf als instructrice op de voorgrond. Sandy, een vriendelijk, geduldig Indisch sportief meisje legt mij uit wat Combat is en wat voor uitwerking deze sport heeft, op haar zelf  en op anderen.

 

Sandy in actie / Foto: Sandy Kasifa
Sandy in actie / Foto: Sandy Kasifa

 

Oosterse rust

Vlak voor het interview heeft Sandy toevallig gereageerd op een status van Indisch 3.0 wat Indisch voor haar betekent. ‘Het is the best of East and West. Ondanks dat mijn ouders zich hebben aangepast in de Nederlandse maatschappij, kreeg ik Oosterse dingen mee in mijn opvoeding.’ Indisch zijn betekent voor Sandy vooral de mentaliteit en respect naar anderen toe. ‘Ik zeg nog steeds ‘u’ tegen mijn ouders. Dit heeft niks te maken met hiërarchie,’ vertelt Sandy,’het is een uiting van respect.’ Sandy is niet iemand die snel op de voorgrond zal treden, maar ze noemt dit niet als een typisch kenmerk van Indisch-zijn. ‘Dit heeft ook met je karakter te maken en tóch ook misschien wel de ‘Oosterse rust’ legt ze uit. ‘Indische mensen zijn over het algemeen “gedempt”, ze gaan bewust rustig met dingen om. Maar er zijn ook genoeg impulsieve Indo’s’, lacht Sandy.

“Ik ben opgegroeid met films van Bruce Lee en Jacky Chan.”

Body Combat
Dertien jaar geleden nam Sandy’s moeder haar mee naar een Body Combat-les. Vervolgens is deze sportieve meid trouw gebleven aan de lessen. Sandy vertelt wat de sport inhoudt: ‘Body Combat (BC) bestaat uit vechtsportbewegingen op muziek die zijn geïnspireerd op de Oosterse vechtkust zoals Kung-Fu, boksen, Muay Thai, Taekwondo en Jiu Jitsu. Deze technieken worden zodanig aangepast dat het in een intensieve cardio-training resulteert. De vechtsportbewegingen uiten zich met een bepaalde choreografie op muziek, dat zowel gericht is op cardio als op kracht.’ ‘Ik ben eigenlijk net als vele Indische mensen opgegroeid met films van Bruce Lee, Jacky Chan enzovoort. Die Oosterse vechtsporten hebben mij altijd aangetrokken, maar ik heb eigenlijk nooit een vechtsport beoefend. Ik vind Body Combat heel leuk om te doen, het fungeert als een uitlaatklep.’ Sandy sport graag om haar spanning hierin kwijt te kunnen. ‘Het is beter dan opkroppen. En het geeft mij ook veel energie,’ geeft ze toe.

 

Sandy geeft les in Body combat / Foto: Sandy Kasifa
Sandy geeft les in Body combat / Foto: Sandy Kasifa

Stereotype Indonesiër
Dit rustige Indische meisje dat moeite had om op de voorgrond te treden, staat nu zonder moeite op het podium  voor een  grote groep. Sandy heeft veel geleerd van haar maatje met wie ze op het podium staat. Haar maatje is Indonesisch en kan zichzelf heel goed profileren op het podium. Sandy moet lachen en zegt: ‘Zij behoort helemaal niet tot de stereotype Indonesiër, die over het algemeen timide zijn.’ Sandy heeft niet vanaf het begin de rol als Body combat- instructrice geambieërd. ‘Ik was eerst heel bedeesd. In het begin was dat ook een beetje een belemmering maar ik ben in deze rol gegroeid. Ik benader de combatters in mijn les altijd met een open blik.’

Drie-daagse opleiding
‘Er gaat heel wat vooraf om een Body Combat instructrice te worden. Het is een drie-daagse opleiding die ik heb gevolgd. Als examenopdracht heb ik één les van ongeveer een uur vastgelegd op dvd, waarin ik moet laten zien hoe ik Body Combat geef . Aan de hand van deze opname werd ik beoordeeld.’ In januari 2013 is Sandy geslaagd, ze bezit nu de licentie voor Body combat-instructrice. ‘Voordat ik geslaagd was, heb ik af en toe een lesje mogen geven om te oefenen en om ervaring op te doen.’ zegt Sandy. ‘Om de kwaliteit van de technieken goed in peil te houden ben je verplicht om aanwezig te zijn bij de kwartaalworkshops waarin de nieuwe BC-releases worden getoond.’

“Met deze sport help ik mensen hun eigen grenzen te verleggen.”

Sandy’s succes

Als er nieuwe en enthousiaste deelnemers naar haar les komen en blijven komen, ervaart Sandy dit als haar grootste succes in de sport. ‘Ik behaal geen successen zoals bij een wedstrijdsport. Ik sport enkel en alleen voor mijzelf. Door middel van deze sport bouw ik een goede conditie op om zo fitter en sterker te worden. Het is heel leuk om mijn enthousiasme en energie over te brengen aan de deelnemers in mijn lessen.’ Sandy ontvangt leuke reacties en babbelt graag met de combatters na de les.

Ambitie

Momenteel is Sandy’s ambitie om zichzelf meer te ontplooien in het coachen en om mensen nog enthousiaster te maken voor Body Combat. ‘Met deze sport help ik mensen om hun eigen grenzen te verleggen door ze te motiveren om hoger te springen, harder te schoppen, krachtiger te stoten en intensiever te bewegen.’

 

Krachtigende stoot van Sandy / Foto: Sandy Kasifa
Krachtigende stoot van Sandy / Foto: Sandy Kasifa

 

Indische snacks
‘Over het algemeen sporten mensen om een goed figuur te krijgen. Ik sport juist om lekker te kunnen blijven eten. Ik wil lekkere taartjes, Indonesische hartige en zoete snacks en heerlijke maaltijden blijven eten.’

Een Indo en taekwondo

Richard Lans is geboren in Hoogeveen op 21 april 1971. Hij woont samen met Eveline van de Bunt, moeder van zijn dochtertjes Jade (5) en Liv (2). Richard is woonachtig in Nijkerk en werkzaam als Logistiek manager bij het sport lifestyle merk Brunotti.

Richard heeft tot zijn 19e in Hoogeveen gewoond en is daar in aanraking gekomen met taekwondo (Si Do Kwan). Na zijn dienstperiode bij de Marine, is hij naar Amersfoort verhuisd en aangesloten bij Boersma Sport (nu Achmea Health Center).

Timpeh vraagt aan….. Richard Lans

Timpeh: Welke martial art doe je?

Richard: Ik beoefen taekwondo (tkd) sinds 1984, mijn vader vond dat, gezien mijn toen geringe lichaamsbouw en lengte, een goede sport voor mij. Ik moest me immers indien nodig kunnen verdedigen, die Hollandse jongens (belanda’s) waren veel groter en dan is het handig als je jezelf kunt verdedigen, vond hij. Eerst als recreant maar al snel als fanatiek wedstrijdsporter. Na mijn wedstrijdperiode ben ik doorgegaan als tkd leraar. Inmiddels ben ik alweer bijna 20 jaar actief als tkd leraar.

Richard: Naast het sportieve aspect vind ik het sociale aspect en daarbij behorende normen en waarden zeer belangrijk. De tkd training moet mensen naast sportieve vorming ook maatschappelijk vormen. M.a.w pak de positieve aspecten uit de training en gebruik dit om je te vormen als mens. Mijn focus ligt nu voornamelijk op het wedstrijdtaekwondo onderdeel sparring. Ik geef nu extra wedstrijdtraining aan enkele talenten,  zij zijn tevens nationale selectieleden van Nederland en Aruba. Om zelf in vorm en bezig te blijven beoefen ik kickboksen. Het fysieke aspect van deze sport ervaar ik als een goede uitdaging voor mij om als 42 jarige sportief bezig te blijven. Ik merk dat mijn tkd ervaring goed van pas komt op het gebied van voetenwerk en traptechnieken. Echter het puur boksen en combineren is een nieuwe ervaring op zich en dus een mooie uitdaging: bij tkd wordt voor het grootste gedeelte been technieken gebruikt, het bokselement ontbreek in de tkd.

Pak de positieve aspecten uit de training en gebruik ze om je te vormen als mens

Timpeh: Waarom heb je besloten om deze martial arts te doen?

Foto: Richard Lans
Foto: Richard Lans

Richard: Zoals eerder aangegeven is het van huis uit gestimuleerd, echter mijn interesse in vechtsport is er altijd al geweest. Tijdens mijn eerste (proef-) les werd ik enthousiast gemaakt door de mooie traptechnieken die ik zag. Mijn leraar Larry Meyer was en is naast fanatiek ook een zeer sociaal persoon, die mij een goed gevoel gaf.

Timpeh: Wat is tot dusver je grootste succes?

Richard: Mijn grootste succes is niet het behalen van dangraden of  nationale titels en ook niet de prijzen op internationale tournooien. Ik heb op een gegeven moment de mogelijkheid gekregen om hoofdtrainer te worden bij Boersma Sport. Eigenlijk was dit noodgedwongen, omdat ik bij Boersma Sport niemand had die mij kon trainen als wedstrijdsporter. Ik heb toen besloten om de nodige lerarenopleidingen te volgen waardoor ik officieel bevoegd werd. Eerst als clubtrainer en later als hoofdtrainer. Tijdens deze periode heb ik de tkd afdeling kunnen opzetten en de lijnen kunnen uitzetten. Na een opstartperiode van bijna een jaar, kwam tkd goed van de grond. Veel leerlingen, volle lessen, leerlingen die vanuit Den Haag of Almere de weg vonden naar Amersfoort.

Richard: Ik was trots dat het zo goed liep, zowel recreatief als op wedstrijdniveau. Dit was mede succesvol door de training die ik zelf heb mogen ervaren in Hoogeveen. Ik heb gedurende die periode ook geregeld contact gehad met mijn oude trainer en dikwijls zijn mening of advies gevraagd. Op sportief gebied heb ik diverse mensen kunnen opleiden voor hun danexamen en het behalen van nationale titels. Op maatschappelijk gebied vind ik het mooi dat zoveel oud-leerlingen goed terecht zijn gekomen en de taekwondo lessen als zeer leuk en leerzaam hebben ervaren. Ook het mogen lesgeven aan kinderen van oud-leerlingen ervaar ik als een privilege.  Het vertrouwen en daarbij behorende respect dat ik van de mensen heb gekregen is eigenlijk het grootste succes.

Het vertrouwen en daarbij behorende respect is eigenlijk mijn grootste succes.

 Timpeh: Welke prijzen heb je gewonnen?

Richard: 2 x Nederlands kampioen teams met Si Do Kwan, 2 x nationaal kampioen. 1 x Open Nederlands kampioen semi contact individueel. Zilver en brons op respectievelijk Open Duitse Kampioenschappen en Open Deens Kampioenschappen. Diverse prijzen gehaald op regio-toernooien.

Timpeh: Wat zijn je ambities?

Richard: Mijn ambitie is om in 2016 een leerling te kunnen afvaardigen cq laten kwalificeren voor het Olympisch taekwondo toernooi in Rio. Als de tijd het toelaat ook de lerarenopleiding Kickboksleraar te volgen en voltooien. Weet niet of ik dan hierin wil les geven maar zou voor mijn eigen vaardigheden een goede aanvulling zijn.

Timpeh: Wat is je mooiste ervaring in het leven?

Richard: Het vaderschap, dat is iets wat ik al heel lang wilde en nu ook heb mogen ervaren.

Timpeh: Wat is voor jou Indisch zijn?

Richard: Indisch zijn is voor mij trots zijn op mijn ouders en afkomst en tradities. Hoe zij zichzelf hebben weggecijferd voor mij en mijn broertje vind ik heel speciaal. Ook de ouderwetse normen en waarden, en strenge opvoeding, die enkelen ook wel als KNIL-opvoeding hebben bestempeld, hebben mij gevormd tot de persoon die ik ben. Opgegroeid en geïntegreerd in Nederland, maar altijd trots en respectvol naar mijn Indische roots.

Timpeh: Welke Indo tik heb jij? (B.v. lekker kunnen pitjitten of overal sambal erbij)

Richard: Grappig deze vraag, pitjit gaat goed en pittig eten is ook echt iets voor mij.

Timpeh: En als laatste vraag, deze moet gewoon gesteld worden…..
Wat is je favoriete eten? ( Mag één, maar kèn meer)

Richard: Ouderwetse nasi goreng, voorkeur de Indische maar Hollandse is ook prima….als maar rijst is hahaha!

Terima kasih Richard voor het interview.

Martial arts bij 3.0 #3: Taekwondo

Wat is nou de beste martial art? Dat is een goede vraag. Ik weet het niet. Sommige zeggen: “Mijn martial art is de beste!!” Maar is dat zo? Ik vind het moeilijk te zeggen welke martial arts de beste is. Elke martial art heeft  zijn goede dingen. 

Je kan natuurlijk verschillende martial arts op een rijtje zetten en dan kijken welke martial art effectief is tijdens een bargevecht of straatgevecht. Voor mij is dat overbodig. Een martial art doe je voor de martial art en niet voor hoe ik iemand in elkaar kan slaan in de bar- maar het is wel handig om te weten wat je kan doen in dit soort situaties.

Regels
Je ziet dat met de jaren de martial art evolueert: hij wordt completer. Neem bijvoorbeeld het MMA, mixed martial arts. Hier wordt staand en op de grond gevochten. De meeste martial arts hebben spelregels. Als ik als kyokushin karate vecht met een judoka en we vechten op de regels van Judo, dan zal ik het moeilijk krijgen. Zijn het de regels van kyokushin, dan weet een judoka ook niet wat hij moet doen.  Of je moet een judoka hebben die kyokushin ook beoefend. Tja… dan wordt het wel interessant.

 

Ik geef een ushiro jodan mawashi geri ( een ronde hoge achterwaartse draaitrap) Foto: Fred Kater
Ik geef een ushiro jodan mawashi geri ( een ronde hoge achterwaartse draaitrap) Foto: Fred Kater

Draaitrap
Mijn favoriete techniek is de ushiro jodan mawashi geri of, in het Nederlands: een ronde hoge achterwaartse draaitrap. Deze trap ziet er spectaculair uit en is erg effectief. Het is een ingewikkelde trap, maar als je hem eenmaal beheerst dan is het gemakkelijk te maken. Zelfs als je helemaal aan het eind van je latijn bent tijdens een gevecht. Het geheim is: laat de zwaartekracht, rotatiekracht, hefboom effect hun werk doen en je lichaam is het gereedschap.

Ik heb vroeger veel gekeken naar taekwondo, een Koreaanse martial arts.

Beentechnieken
‘WAT??? Lijkt wel natuurkunde!’ Klopt, waarom niet de krachten van de natuur gebruiken? Alleen je moet wel weten hoe. En dat is trainen en zelf ondervinden. Ik heb vroeger veel gekeken – en nog steeds –  naar taekwondo, een Koreaanse martial arts. Die vechters beschikken over hele goede been technieken. Dus kijken, analyseren, uitproberen en dan kijken of het in mijn spel kan gebruiken. En ja, ik heb mijn ushiro jodan mawashi geri verbeterd.

Taekwondoïn
Ik hak even taekwondo in stukken. Tae betekent voet, kwon is hand en do is de weg. De beoefenaar is een taekwondoïn en niet een taekwondo ka. Ka is namelijk een Japans woord;  je hebt een karateka of een judoka, omdat dit japanse martial arts zijn. Maar, zoals ik al eerder vertelde, taekwondo komt uit Korea, vandaar: een taekwondoïn. Taekwondo lijkt in eerste instantie op shotokan karate (een van de meerdere stijlen binnen de karate). Maar met de tijd kreeg taekwondo zijn eigen unieke stijl. Een stijl met met veel traptechnieken, beweeglijkheid en aaneenschakelingen van diverse technieken.

Grandmaster Adolf Lichtenstein Tang Soo Do ( in het zwart) Foto: John Bruininga
Grandmaster Adolf Lichtenstein Tang Soo Do ( in het zwart) Foto: John Bruininga

Zelfverdediging
Taekwondo is vrij recent onstaan. Het is afgeleid van Taekgyeon, een vorm van zelfverdediging. De enige overeenkomst nu nog is dat in beide vormen veel traptechnieken zijn. Korea werd door Japan bezet van 1910 tot 1945. In deze periode gingen Koreaanse studenten naar China en  Japan. In Japan kwamen ze in aanmerking met karate en in China met de Chinese vechtkunsten. Bij terugkomst in Korea, gingen ze karateles geven onder Koreaanse namen, zoals Tang Soo Do (de kunst van Chinese hand) en Kong So Do (weg van de lege hand). De Koreanen die terug kwamen van China gaven les in Chineze vechtkunsten en noemden het Kwon Bup (Vuist vechten methode).

Tae Soo Doo was de eerste benaming, in 1955 werd het Taekwondo.

Kwans, de scholen
Kwans is de benaming voor de scholen. Enkele Kwans zijn: Chung Do Kwan, Moo Duk Kwan,  Kang Duk Won. In de jaren 50 besloten 5 oorspronkelijke kwans om samen te werken binnen 1 stijl. Dit was het begin van Taekwondo. Tae Soo Doo was de eerste benaming en in 1955 werd het taekwondo. Deze naam is bedacht door de Koreaanse generaal Choi Hong Hi.

Doelstellingen
Binnen het taekwondo zijn er zes doelstellingen: hoffelijkheid, integriteit, doorzetting, zelfbeheersing  geestkracht en concentratie. Deze doelstellingen vind je terug in bijna alle martial arts.  In 1988 en 1992 was het een demonstratiesport tijdens de Olympische Spelen. Tijdens de Olympische Spelen van Sydney in 2000 werd het een officiële discipline.

Taekwondo gevecht op de Olympische Spelen Foto: www.sa-mo.nl
Taekwondo gevecht op de Olympische Spelen
Foto: www.sa-mo.nl