De Indië-herdenking, 15 augustus 2013

DEN HAAG - De Indie-herdenking in Den Haag, 2013. Copyright Ilvy Njiokiktjien

Foto’s, gedichten en speeches

Nederland heeft gisteren waardig stil kunnen staan bij het einde van de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië en daarbuiten. In Den Haag zijn 4000 bezoekers bij het Indisch monument geweest, Breda ontving meer dan 300 man en in Wageningen waren circa 150 bewoners en familieleden samengekomen.

Kijk en lees met ons mee naar de herdenkingen in Den Haag, Breda, Wageningen en Thailand (Bangkok), lees de gedichten en speeches, kortom: herdenk deze 25e keer nog eens rustig in je eigen tijd.

Den Haag

Foto’s: Gilbert Pothoff en Ilvy Njiokiktjien

Breda

Foto’s: Charlene Vodegel

Kanchanaburi (Thailand)

Foto’s: Nederlandse ambassade Thailand

Wageningen

Foto’s: Randy Tutuarima en Tabitha Lemon

 

Speeches en gedichten

ERFENIS – TED VAN LIESHOUT

Gedicht uitgesproken door Charlie Heystek op de ceremonie van de Nederlandse ambassade in Thailand, 15 augustus 2013

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

SAMENVATTING VAN DE SPEECH VAN JOAN BOER, AMBASSADEUR VOOR NEDERLAND IN THAILAND

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie op Kanchanaburi, Thailand, 15 augustus 2013

Geachte aanwezigen,

Hartelijke dank voor uw aanwezigheid bij deze bijzondere dag. Ver van Nederland, herdenken we vandaag de gevallenen op hun laatste rustplaats. Vandaag, 15 augustus is, net als 4 mei, Bevrijdingsdag. Vandaag herdenken we de gevallenen van een deel van de oorlog dat in Nederland minder bekend is. Een deel van de oorlog dat minder aandacht ontvangt. Maar niet minder aandacht verdiend. Vandaag staan we stil bij het einde van de oorlog in Zuidoost-Azië.  We herdenken de capitulatie van Japan en de bevrijding van Zuidoost-Azië, van Nederlands-Indië. Vandaag staan we stil bij de verschrikkingen en de wreedheid van oorlog. We staan stil bij wat mensen andere mensen aandoen. We herdenken de bevrijding van mensen die de gruwelijkheden van oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld.

We staan stil bij onverdraagzaamheid. Onverschilligheid. Onbegrip.

Beste Ari, grafnummer 7.A.42. Je bent een van de 6982 mannen die hier op Don Rak hun laatste rustplaats hebben gekregen. Voor jou begon de oorlog op 8 december 1941 toen Nederland Japan de oorlog verklaarde. De oorlog begon op datzelfde moment voor jouw zoon Joris. In oktober 1989 bezocht een oud-kampslachtoffer jouw graf. Hij liep uren over deze begraafplaats, op zoek naar jouw laatste rustplaats die hij tot zijn spijt niet kon vinden. Tot hij het opgaf en zijn oog op je naam viel. Hij maakte foto’s, liet deze ontwikkelen en stuurde ze op naar je zoon. In april dit jaar bezocht de kleindochter van het oud-kampslachtoffer samen met haar vader jouw graf. Ze maakte foto’s, haalde een uittreksel uit het grafregister en stuurde dit op naar jouw zoon.

Beste Ari, helaas is 15 augustus voor jou nooit Bevrijdingsdag geworden. Gelukkig werd 15 augustus wel Bevrijdingsdag voor jouw zoon. En hoewel je zoon het einde van de oorlog heeft gezien, is ook zijn vrijheid maar relatief. Want jouw zoon liet bij het ontvangen van de foto’s weten, dat 68 jaar na dato ‘het zelfs nu nog niet makkelijk is de gebeurtenissen van toen te verwerken.’ En zoals je misschien wel weet, heeft hij zelf nooit je graf kunnen bezoeken. De oorlog leeft voort in je zoon Joris. De oorlog leeft ook in de kleindochter van het oud-kampslachtoffer voort. Al kent ze geen oorlog. De verhalen in haar hoofd. De tekeningen op haar netvlies.

Grafnummer 7.A.42 heeft een naam, een verhaal. Alle gevallenen die hier worden geëerd verdienen een naam, een verhaal en een gezicht.  En hoewel dat niet mogelijk is, staan we vandaag stil bij al deze gevallenen die zijn omgekomen in de oorlog. We herdenken een oorlog die sporen heeft nagelaten in mensen. Een oorlog die doorleeft en hen die de oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld. En in hen die de oorlog alleen van horen zeggen kennen. Oorlog die ontstaat door onbegrip en onverdraagzaamheid. Door onverschilligheid en intolerantie. Helaas ligt dit niet achter ons. Het is van alle tijden. Ook als er geen oorlog is. Daarom staan we er vandaag ook bij stil dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat vrijheid inspanning vereist.

Tolerantie. Betrokkenheid. Begrip. We staan er bij stil dat vrijheid verantwoordelijkheid vereist. Het vereist vastberadenheid. En moed. Van iedereen.  Daar staan we vandaag bij stil. Vooral tijdens de stilte in onszelf.

SPEECH CHARLENE VODEGEL, INDISCH 3.0

 Zij waren toen nog zo jong

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie in Breda, 15 augustus 2013

‘Zij waren toen nog zo jong’ Een gewone Indische Nederlandse militie matroos die in dienst was van de Koninklijke marine. Mijn opa Henry Victor Vodegel deed zijn zware plicht en is helaas alleen een onderdeel geworden van een historische gebeurtenis: De Slag in de Javazee. Mijn opa was één van de 1000 slachtoffers die is omgekomen. Dit blijft een verhaal in onze familiegeschiedenis.

Jaren van opleiding en oefening moesten gaan resulteren in een gerichte aanval tegen de Japanners in 1941/1942. Nederland moest zorgen dat de Japanners werden gestopt. Stel je voor, dat mijn opa na deze aanval in Surabaya terugkwam als de man die een mooi succes had geboekt. Wie wilde dat niet?  Het land verwachtte dat zij op dat moment hun plicht deden.

De gebeurtenis. De Slag in de Javazee vormde het sluitstuk van drie maanden maritieme actie waarbij, op vier Amerikaanse torpedobootjagertjes na, alle schepen ten onder gingen. De slag kwam hard neer op Nederlands-Indië en op Nederland. Op 27 februari 1942, om 23.45 uur werden de kruisers De Ruyter en Java getorpedeerd en brak  het imperium.  Duizenden Nederlandse  en Indische mannen waaronder mijn opa hebben zich doodgevochten in een strijd tegen overmacht. Ter nagedachtenis heeft de Ministerie van Marine een oorkonde uitgegeven met de gegevens van mijn opa. (de oorkonde laten zien)

Iedereen die vocht voor de Nederlandse regering had een held kunnen worden als ze deze slag hadden overleefd. Maar uiteindelijk een held voor wie? Voor de koningin en zijn vaderland misschien? Maar mijn eigen vader heeft mijn opa nooit als held kunnen voelen en leren kennen. Held door een vader te zijn voor je kind, die opkomt voor de belangen van je kinderen. Nee, mijn vader heeft dat helaas nooit kunnen ervaren wat de betekenis is van een vader in het leven van een kind.

Als 3-jarige peuter werd hij aan zijn lot overgelaten samen met zijn broer en moeder.  En  een paar jaar later je moeder verliezen, dat is eigenlijk het ergste wat een kind kan meemaken. Ouderloos, machteloos, geplaatst worden in een weeshuis en niet wetende hoe je toekomst eruit gaat zien. Maar toch is mijn vader als Indische Nederlander uiteindelijk naar het Vaderland gegaan om verder te gaan aan een nieuwe toekomst.

In 2006 was ik aanwezig  bij een plechtigheid omtrent een uitbreiding van het Karel Doormanmonument op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya. De Oorlogsgravenstichting had het initiatief genomen om na 64 jaar het Karel Doormanmonument compleet te maken met bronzen platen met daarop de namen van alle oorlogsslachtoffers van de Slag in de Javazee. Mijn opa’s naam staat daar tussen. Dit geschiedenisverhaal wordt monumentaal in ere gehouden in Surabaya. De officiële ceremonie  vond precies  in mijn tweede week plaats toen ik voor studie in Surabaya zat. Het kan toeval zijn of niet, maar ik stelde mezelf de vraag: ‘Waarom vond deze officiële plechtigheid pas plaats na 64 jaar op het moment dat ik in Surabaya was?’ Het voelde voor mij als een soort van bescherming van een opa die ik nooit heb gekend, dit gevoel is lastig te verwoorden.”

Mijn vader is 72 jaar geworden, en is 2 jaar geleden overleden. Als ik en mijn broertje terugkijken naar onze vader hoe ver hij het geschopt heeft in zijn leven. Hoe hij het vaderschap goed heeft kunnen doen. Iemand die voor je zorgt, die er altijd voor je is. Wij zijn trots op hoe onze vader ondanks zijn jeugdgeschiedenis zich staande heeft kunnen houden.

Net als misschien vele andere Indische vaders, is mijn vader ook nooit echt een prater geweest over wat voor invloed zijn jeugd heeft gehad op hem. Stil, teruggetrokken maar toch heel sterk in hoe hij zijn kinderen heeft opgevoed.  Dus ja als ik denk aan het thema: Zij waren toen nog zo jong.  Ja mijn vader was inderdaad jong om zijn vader te verliezen in de oorlog maar hij heeft nu kinderen achtergelaten die hij een sterke opvoeding heeft gegeven samen met mijn moeder.

Zij waren toen nog zo jong om te sterven, maar ik voel mij ook nog zo jong om een vader te verliezen.  Dus wat betekent nog jong in een mensenleven?

Ik wil graag afsluiten met enkele coupletten van het lied “Laatste groet” die door tante Lien, Wieteke van Dort is gezongen.

De zon, in het Oosten gerezen
daalt in het Westen neer
Er valt geen scheiding te vrezen
De zon keert altijd weer

Wij willen dit warme herdenken
Uit veler vrienden naam
Als een groet aan allen schenken
Die ons zijn voorgegaan

Kies je geschiedenis

Zo makkelijk gaat het

Volgende week is het alweer zover. Dan herdenkt Indisch Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Op 15 augustus 2013 vinden door het hele land herdenkingen plaats. Ook wij doen mee. Drie keer maar liefst, dit jaar, leggen we een bloemstuk: Charlie Heystek legt namens Indisch 3.0 in Bangkok (ja, in Thailand) een bloemstuk, Charlene Vodegel in Breda en Tabitha Lemon en ik in Wageningen. Daarover meer volgende week.

Mijn ideale herdenking
Als ik mijn ideale herdenkingsbijeenkomst zou mogen samenstellen, zou ik de tekeningen van Charles Burki willen exposeren, de film Arigato vertonen en een overlevende willen laten vertellen over hoe ze samen het Wilhelmus inzetten. Het is een bekende anekdote die me nog altijd kippenvel geeft.

Wilhelmus
In mijn verbeelding zie ik het voor me. Met uitgemergelde lichamen, in de brandende zon, zien de geïnterneerden vliegtuigen overkomen. Met hier en daar een lap die ooit kleding is geweest, voeren ze hun dagelijkse besognes in het kamp uit. Ze weten nog niets. Dan horen ze via via het nieuws. De Jap heeft gecapituleerd. Er valt een stilte, niemand weet wat te doen. Juichen? Een van hen legt zijn spullen neer. Brengt zijn rechterhand naar zijn hart. En zingt het, zachtjes.

‘Wilhelmus van Nassau.’ Hij schraapt zijn keel, zet zijn stem kracht bij en zingt verder.

‘..ben ik van Duitse bloed.’ Her en der vallen mensen hem bij. Voor hij het weet, zingt het hele kamp.

Ja, deze anecdote hoort beslist thuis op mijn ideale herdenking.

Tijdbom
Op 15 augustus zendt de NOS 
Arigato uit. Daar ben ik ontzettend blij om. Arigato is treffend en pijnlijk raak, omdat er niets in uitgelegd wordt. Als je de kampverhalen kent, komt Arigato binnen als een tijdbom. Heb je die kennis niet, dan zou je nog wel eens met vragen kunnen zitten na het zien van de film. Wat alleen maar goed is; hoe meer vragen over de Japanse bezetting, hoe beter.

Arigato op tv op 15 augustus
Volgende week krijg je, als je niet bekend bent met de kampverhalen, antwoorden van de maakster en hoofdrolspeelster. De live-uitzending van de herdenking op tv begint om 12.15 uur, met een korte introductie van Mug Elias (de actrice die Oma speelt), Sandra Beerends en de film. Vervolgens kan je de korte film zien en daarna het live gesprek met Mug en Sandra Beerends, die geïnterviewd worden door Rob Trip. Aansluitend kan je kijken naar de herdenkingsbijeenkomst in Den Haag. Hieronder nog een keer de trailer.

Herdenken als bewuste keus
Toch vond ik herdenken op 15 augustus niet altijd een vanzelfsprekendheid, daar schreef ik zes jaar geleden al over. Hoewel Indië bevrijd was op 15 augustus, eindigde de kamptijd voor heel veel Indische Nederlanders pas maanden later. Ik heb in 2007 een bewuste keuze gemaakt om toch 15 augustus aan te houden als “bevrijdingsdag” voor Nederlands-Indië; ik had behoefte aan een moment waarop ik stilstond bij het leed van de slachtoffers en de – tijdelijke – opluchting van het einde van de oorlog.

Zwarte bladzijden
Regelmatig hoor en lees ik mensen die schamper vertellen dat Japanners niets weten over wat hun voorouders hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ze 
alleen maar vertellen over het leed van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Hoe weinig Indonesiërs onwetend zijn over de kamptijd. Die mensen vergeten dat Nederland ook nogal kieskeurig is als het gaat om het doorgeven van de eigen “zwarte bladzijden”, om het luisteren naar leed van anderen. 

Met de beste intenties
Want ook wij veranderen als Indische gemeenschap in Nederland, met de beste intenties, het verhaal over de Japanse bezetting. Door te blijven herdenken op 15 augustus weet over 50 jaar niemand meer dat op het nog maanden zou duren voordat alle geïnterneerden vrij waren. Is niet erg, vind ik. Maar het intrigeert me wel. Zo makkelijk is geschiedenis dus te veranderen.

"Ik vertel het verhaal van mijn oma. En daarna de rest."

In gesprek over herdenken

Hoe belangrijk vind jij herdenken, vroegen wij op Facebook, vanwege de conferentie over herdenken op 21 juni jl in Den Haag. Is dat ‘Soeda, al?’ Nee, vonden jullie massaal. Uit de geïnteresseerden nodigde Indisch 3.0 enkele jongeren uit om hun zegje te doen in het slotforum. Een van deze jongeren, Dewi van Beek, doet verslag van de middag. 

Op uitnodiging van Indisch 3.0, het Vfonds, het Indisch Herinneringscentrum en Stichting Herdenking 15 augustus mocht ik op 21 juni  samen met een aantal anderen komen praten over herdenken bij de conferentie in het Museon in Den Haag. Hoewel ik tot nu toe wel elk jaar stilstond bij het einde van de oorlog in Indië ben ik nog niet nooit bij de officiële herdenking geweest. Dit jaar neem ik mijn oma mee naar de herdenking in Den Haag en ik ben benieuwd hoe andere jongeren herdenken. In de slotdiscussie zal ik daar mijn mening over mogen geven.

“Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.”

Opgroeien als repatriantenkind
Maar eerst luisteren we voor het eerste programma-onderdeel “Een ander land in beeld” naar Peter Bouman, Indisch en opgegroeid in Losser, bij Oldenzaal in Twente en naar Nona en Paul Salakory, Moluks en opgegroeid in het Molukse woonoord Vossenbos in Wierden bij Almelo. Ze schetsen hun persoonlijke beeld van het dagelijkse leven in het Nederland van de jaren ’50. Waarom hun families naar Nederland waren gekomen wisten ze vroeger alledrie niet. Peter: ‘Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.’ 

Geschiedenis opnieuw vertellen

Historicus Ron Habibie schuift aan. Is het beeld van de Nederlanders over de Molukkers in de loop der jaren bijgesteld, wil Rocky weten. Nee, zeggen ze. Alle drie voelen dat ze de hele Indische en Molukse geschiedenis juist opnieuw moeten vertellen. Nona: ‘Onze generatie weet het nog, maar nieuwe generaties weten het niet meer.’ Ron benadrukt dat er bovendien nog “cold cases” opgelost moeten worden: de Indische Kwestie en de nog altijd niet erkende RMS.

Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.
v.l.n.r. Paul en Nona  Salakory, Peter Bouman, Rocky Tuhuteru. Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.

Chaos!
“Ze schrijven over ons, we schrijven over onszelf”, het tweede gesprek, is bedoeld als discussie over het effect van literatuur over Nederlands-Indië op het collectief geheugen. Hoewel de insteek veelbelovend is, verzandt het gesprek in een abstracte discussie met ingewikkelde termen en chaos. Aan tafel worden ze het niet eens over het feit of de Molukse geschiedenis bij de Nederlanders is beklijfd en wat hier nou precies voor gezorgd heeft. Het gesprek wordt een extreem chaotische en moeilijk te volgen discussie. De pauze die volgt is voor veel mensen, waaronder mijzelf een noodzaak om alles even te laten bezinken.

Jongeren en herdenken
Na de pauze bek
ent Rocky dat we ‘een beetje djam karet hebben’ en dat we meteen doorgaan met het laatste tafelgesprek: “Verhalen van vroeger…..Lekker belangrijk?” Een beetje zenuwachtig ga ik samen met Ricci Scheldwacht en Bo Tarenskeen, een mede 3.0-er, aan tafel. We gaan het hebben over hoe jongeren herdenken en hoe we dit in de toekomst willen doen. Rocky opent het gesprek door eerst Bo te vragen naar zijn herdenkingservaringen.

Ricci Scheldwacht, Bo Tareskeen, Dewi van Beek en Rocky Tuhuteru over herdenken. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013

Herdenken op 4 mei
Theatermaker Bo herdenkt “gewoon”: op 4 mei. Bo: ‘Als je op 15 augustus herdenkt, laat je zien dat je geen onderdeel van de Nederlandse geschiedenis uitmaakt, dat je daar niet bij wilt horen.’ Als initiatiefnemer en organisator van Theater na de Dam, heeft hij een nieuwe vorm van herdenken voor de toekomst geïntroduceerd. Met zijn theaterprogramma organiseert Bo Tarenskeen voorstellingen over oorlogsverhalen na de herdenking op 4 mei in Amsterdam. Hij zou graag zien dat iedereen herdenkt op 4 mei, omdat dit zou zorgen voor veel meer saamhorigheid.

Erkenning voor ervaringen
Rocky vraagt hoe ik dat zie. Ik zeg dat ik me kan vinden in zijn idee van saamhorigheid, maar dat 15 augustus voor veel mensen ook een stuk erkenning is voor wat zij meegemaakt hebben. Voor mijn oma is het heel belangrijk is en daarom dus ook voor mij. Bo kijkt daar anders tegenaan.  Erkenning voor wat er gebeurd is, verwacht hij niet meer. Althans, nooit op die manier dat je er gelukkig van wordt.

“15 augustus is voor veel mensen erkenning voor wat zij meegemaakt hebben.”

Verhalen doorgeven
Journalist Ricci Scheldwacht vindt ook dat 15 augustus in ere gehouden moet worden, maar dat dit in de toekomst best op een andere manier kan. Daarna komt hij terug op een eerder discussiepunt van die dag, hij vindt het vooral belangrijk dat de geschiedenis verteld wordt, in welke vorm dan ook. ‘Van initiatieven zoals die van Bo, word ik alleen maar heel blij,’ glimlacht Ricci. Hij benadrukt dat er al heel veel gedaan wordt door de tweede en derde generatie Indische  Nederlanders, om de verhalen te verkondigen en door te geven.

Onbekend onderwerp
De in een eerder gesprek gemaakte opmerking dat het onderwerp Nederlands-Indië niet bij geschiedenis behandeld wordt, kunnen Bo en ik allebei van tafel vegen. Wel vertel ik dat ik merk dat het onderwerp onder mijn Nederlandse vrienden nog vrij onbekend is, ondanks dat wij Nederlands-Indië als eindexamenonderwerp hadden.

Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.
Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.

Kleinkinderen
Rocky vraagt wat ik in de toekomst zou vertellen aan mijn kinderen en kleinkinderen. ‘Het verhaal van mijn oma in eerste instantie,’ zeg ik, omdat dit ook hun familiegeschiedenis zal zijn. Daaromheen zal ik uiteraard ook over de algemene geschiedenis vertellen, omdat dat erbij hoort. ‘Het is wat ik nu ook al aan mijn vrienden vertel,’ vul ik aan.

Theaterprogramma over herdenken
De discussie vervolgt: in welke vorm zou dit moeten? Bo is – uiteraard – al bezig in het theater en we denken alledrie dat dit een uitstekende vorm is om de verhalen door te vertellen. Ricci maakt het eigenlijk niet zoveel uit of het nou een boek, een film of een theatervoorstelling is. Als het maar verteld wordt. Wel is hij benieuwd naar wat Bo op 15 augustus aan programma zou kunnen bedenken, zoals hij nu op 4 mei doet.

“Theater is een uitstekende vorm om verhalen door te vertellen.”

Einde, schluss, al!
Uiteindelijk staat er een vrouw op uit het publiek, die stelt dat we maar allemaal moeten herdenken op de 15e augustus. ‘Dat is het einde van de  Tweede Wereldoorlog,’ legt ze uit. Ze krijgt een groot applaus en ons tafelgesprek is voorbij.

Kennistest
Als afsluiting van de dag doen we een kennistest over de Nederlands-Indische geschiedenis waarbij de paar winnaars een paar mooie prijzen krijgen. Daarna speelt de groep van Julya Lo’ko nog één maal op verzoek ‘Een beetje’ en een Moluks lied. Wij borrelen nog wat na en tegen zessen ga ik met een hoofd vol nieuwe informatie en indrukken weer richting huis. De kennistest was een geslaagde afsluiting van een gezellige middag, met discussies die de ene keer beter uit de verf kwamen dan de andere.

Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy
Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy

Verslag van 15 augustus 2008: een eerbetoon aan Indische helden

Den Haag, 17 augustus 2008
door Kirsten Vos

Afgelopen vrijdag was ik met vele anderen zoals ‘Paatje’ Phefferkorn, minister-president Balkenende en Marscha Holman, bij de Waterpartij in Den Haag om te herdenken dat 63 jaar geleden de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië eindigde. De herdenking was dit jaar integer, persoonlijk en indringend, dankzij de voordracht van Kick Stockhuyzen en een korte declamatie van Sanne van der Velde. Uit een aantal korte reacties van aanwezigen op de herdenking bleek echter dat Indische overlevenden de bersiap, de Indonesische vrijheidsstrijd, onlosmakelijk blijven verbinden met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945.

Het monument
Het monument

Indische generaties herdenken
Ferry van Dam, tweede generatie Indo, is er met zijn moeder en twee dochters: “Ik ben er elk jaar. Ik vind het belangrijk om te herdenken.” Op zijn arm heeft Ferry een tatoeage. “Ik heb twee familiewapens gecombineerd en de namen van mijn dochters erin laten zetten, Faya en Dewi. Ik kwam voor het eerst op dat idee toen ik in 2006 in Indonesië was.” Harry van Kleef, tweede generatie, en Jeffrey Rozema, derde generatie, staan naast ‘Paatje’ Phefferkorn en laten tijdens de herdenking de Indo-Melati vlag wapperen. Paatje zelf vlagt alleen met de Indo-Melati vlag: “De Nederlandse vlag is nationalistisch en nationalisme leidt alleen maar tot oorlog.” Van Kleef: “Wij steunen Paatje in zijn streven. Daarnaast ben ik hier voor mijn vader. Hij zat in kamp Maumere. De oorlog brak uit toen ik drie jaar was. Ik heb mijn vader nooit gezien.” Rozema: “De herdenking is terecht. Zo veel mensen hebben zo veel goeds gedaan, het is goed dat ze vandaag aandacht krijgen. Ik ben hier voor mijn opa. Hij is mijn held. Hij zat in Japan als krijgsgevangene. Als we samen gaan wandelen, vertelt hij me wel eens verhalen. Hij vertelt natuurlijk niet alles. Dat begrijp ik wel.”

Saluut
Saluut

De stille helden van Kick Stockhuyzen
In een krachtige uiteenzetting vertelt voormalig acteur Kick Stockhuyzen over zijn stille helden. Stockhuyzen: “In het jongenskamp van het 15e bataljon was het verboden om een potlood of papier te hebben, beschreven of onbeschreven. Kennisoverdracht was verboden. Op elke bijeenkomst stond een straf en die was dat je gevangene werd van de Kempei Tai, de Japanse militaire politie. Daar, wist je, zouden marteling en onthoofding je lot zijn. Toch waren er in het kamp mannen die hun leven riskeerden om ons jongens te onderwijzen. Ik noem hen de stille helden, want hun namen heb ik nooit gekend.” Elk van hen is hij uit het oog verloren, ze verdwenen uit de kampen en hij heeft ze nooit meer gezien: de wiskundeleraar die les gaf door in het zand wiskundige figuren te tekenen. De dominee die prachtige verhalen vertelde over de Russische revolutie en de Boerenopstand in Zuid-Afrika. En de ongelukkige tolk, die Japans taal- en letterkunde gestudeerd had en dagelijks een aframmeling kreeg omdat zijn vertalingen onder de maat zouden zijn. De gehele speech van Stockhuyzen is online te lezen.

Ken je geschiedenis
“De geschiedenis over wat er in al die kampen gebeurd is moet verteld worden,” besluit Stockhuyzen, “want het ‘Uitverkoren Volk’, Japan, weigert structureel zijn oorlogsmisdaden toe te geven: zelfverheerlijking gaat niet samen met boetedoening. Daarom is het belangrijk dat wij blijven herdenken.” Die mening hoor ik terug als ik enkele aanwezigen om reactie vraag, zoals ‘Paatje’ Phefferkorn: “Leven zonder geschiedenis is als leven zonder een geheugen. Ken je je geschiedenis niet, dan zal die zich herhalen. Ik was uitgemergeld toen ik bevrijd werd, ik woog 21 kilo. En toch, hoe vreselijk die Japanse bezetting ook was, de oorlog die daarop volgde was véél erger.”

Bescheiden vlaggenvertoon in de Haagsche Bomenbuurt
Bescheiden vlaggenvertoon in de Haagsche Bomenbuurt

Treintransporten
Ook Ton Hens, die opeenvolgend in de kampen Tjihapit, Adek en Tjideng gezeten heeft, benadrukt het belang van geschiedenis en legt direct verbinding met de bersiap. “Mensen weten dat niet, maar treintransporten waren er ook in Indië. Ik durf nog steeds de trein niet in. Daarin werden we vervoerd door de Japanners toen we naar de Indische kampen moesten, waar we beschermd zouden worden tegen de peloppers. Eén transport van Semarang naar Jakarta is volledig uitgemoord door de peloppers. Mijn kinderen hebben geen interesse in dit soort verhalen. Toch zou het overgedragen moeten worden.”

Meer zien?
Het NOS Journaal heeft een mooie samenvatting gemaakt van de herdenking, met daarin aandacht voor Kick Stockhuyzen en Diederik van Vleuten. Deze is online te bekijken. Op Indisch4ever vind je een beeldverslag van de herdenking en de voordracht van Kick Stockhuyzen.

Herdenken ja – maar wanneer?

Dit jaar ben ik voor het eerst bij de herdenking van de capitulatie van Japan geweest, op 15 augustus 1945. Die datum was de Tweede Wereldoorlog in Indonesië officieel afgelopen. De setting, de Waterpartij in Den Haag, was prachtig en het was indrukwekkend om het mee te maken. Ik vroeg me alleen af waarom ik er niet eerder was geweest, terwijl ik al mijn hele leven in Den Haag woon.

De spreker die mij het meest aansprak was Willem Nijholt. Temidden van veteranen, oorlogsslachtoffers en nabestaanden sprak hij over de verschrikkingen die hij en zijn familie hadden meegemaakt. Hij sprak uit dat hij de Jap nooit zou kunnen vergeven, al was het maar omdat het Japanse volk nog steeds niet om vergeving had gevraagd.

Op de fiets naar huis verbaasde ik me erover dat ik er nooit eerder bij was geweest. Ik woon in Den Haag, al bijna mijn hele leven. Ik ben Indisch, al mijn hele leven. Mijn grootouders, die de oorlog zelf hebben meegemaakt, woonden ook in Den Haag. Maar nooit nooit nooit ben ik met hen daar geweest. En opeens herinnerde ik me waarom.

Ik herinnerde me dat, toen mijn opa nog in leven was, ik hem wel eens gevraagd had waarom hij niet naar de herdenking ging. Hij vertelde me dat hij tot december ’45 in het kamp had gezeten en dat 15 augustus voor hem helemaal niet het einde van de oorlog was geweest. Daarom ging hij niet.

Al fietsende zette dat me aan het denken. De ellende in Indonesië hield niet op na de Tweede Wereldoorlog. Daarna begon namelijk de bersiap, de vrijheidsstrijd, waardoor veel geïnterneerden in de kampen moesten blijven. Voor hen werd het alleen maar erger. Waarom? Omdat de Jap, die hen drie jaar lang het leven tot een hel had gemaakt, na de ‘bevrijding’ opeens hun beschermheer werd en hun vertrouwde Indië hen niet langer welkom heette.

Ter vergelijking – moet je je voorstellen dat je (groot-)ouders na de Duitse capitulatie in Auschwitz hadden moeten blijven en bescherming hadden moeten krijgen van de Duitsers. Dat is een verschrikking. De mensen die je vreesde, werden je beschermheren. Het moet de wereld op zijn kop zijn geweest. En het moet een intens gevoel van onveiligheid hebben gegeven. Want als je martelende, afslachtende, wrede, verkrachtende bezetter opeens je beschermer werd, wat moest er dan in vredesnaam wel niet gebeuren aan de andere kant van de kampmuren?

Thuis aangekomen vroeg ik me af wanneer al die ellende dan wel over was. Wat was de dag waarop mijn opa – en vele andere Indische Nederlanders – zijn bevrijding vierde? Welke dag moet ik nou eigenlijk herdenken?

Ik zette het journaal aan en tot mijn verrassing zag ik mezelf op het NOS Journaal bloemen in het monument neerleggen. Het waren witte bloemetjes. Rood leek me niet gepast, oranje ook niet (gezien de afwezigheid van het Koningshuis een juiste keuze), maar wit, de kleur van reinheid, wedergeboorte, een nieuw begin, dat was de enige kleur die bij vandaag paste.

Een nieuw begin. Is dan het moment waarop mijn familie een nieuw begin kon maken de dag van hun bevrijding? Was dat hun aankomst in Nederland, in 1958, toen zij door Indonesië het land uitgezet waren? Ik weet het niet. Maar ik hoop het wel.

————————————————————————————–

Deze blog verscheen eerder op www.kirstenvos.nl