MIX – Jongeren in Nederland

Herkenning en ‘Aha!’

MIX gaat verder dan Indisch. Het boek kwam in juni van dit jaar al uit. Met spijt plaats ik nu pas een recensie over deze indrukwekkende publicatie. Sterker nog, ik had gewild dat ik dit boek drie jaar geleden had gevonden. Want ik herken zó veel: over mezelf, uit discussies over de multicultisamenleving én uit gesprekken met Indische jongeren.

Claudia van Oortmerssen (foto: Venus Veldhoen). Bron: uitg. de jonge hond

MIX is de publicatie van het project Beyond the mix, van Forum (een instituut voor multiculti Nederland). In dit project staat de vraag centraal hoe mensen zelf, maar ook hun omgeving, omgaan met meerdere etnische identiteiten.

Wat is, na het lezen en bekijken van MIX voor mij de grootste les? Iedereen met een dubbele identiteit doet daar iets mee. Ga maar na: zelfs als je je tweede identiteit afwijst of ontkent (of dat nou de Indische is of de Nederlandse), je maakt een keuze om iets te doen.

Wat vond ik het meest verrassende inzicht? Dat is dat je uiterlijk die keuze beïnvloedt. Heb je een zichtbaar tweede identiteit, dan heb je het drukker dan iemand met één identiteit. Ben je een blonde Indo, of een kind van een Zweedse en een Nederlandse, dan zal je minder snel de vraag krijgen ‘Waar kom jij vandaan?’ dan een kind van een Afro-Amerikaanse en Nederlandse ouder.

Fascinerend is hoe Captain en Stam, maar ook Guno Jones later in het boek, de veranderingen in het concept gemengdheid bespreken. Tot de komst van de Indische repatrianten bijvoorbeeld, betekende gemengd zijn in Nederland een huwelijk tussen een protestant en een katholiek. Guno Jones gaat dieper in op zulke maatschappelijke ontwikkelingen en bespreekt ook “ongelijkwaardig seksueel burgerschap”, voor mij een eye-opener: alleen witte, heteroseksuele mannen hebben altijd de vrijheid van eigen partnerkeuze gehad.

Calvin Voll (foto: Morad Bouchakour). Bron: uitg. de jonge hond

Ik haal een voorbeeld van Jones aan. In Nederlands-Indië kon een Hollander met een inlandse trouwen, zijn kinderen konden het Nederlands  staatsburgerschap krijgen (als hij ze erkende). Maar andersom? Een blanke Hollandse vrouw die met een kampung Indo trouwde? Die kreeg het zwaar voor haar kiezen.

En, vooruit, een tweede voorbeeld: tot in de jaren ’80 was het in Nederland zo geregeld dat een kind, in Nederland geboren, bij een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader, niet de Nederlandse nationaliteit kon krijgen. Was de moeder echter buitenlands en de vader Nederlands, dan kon het wel.

Het boek heeft maar een paar artikelen die mij minder aanspreken, zoals dat van Novaire (mij te voorspelbaar) en het overwegend politiek-correcte geneuzel van Maayke Botman (‘..elk lichaamsdeel krijgt een raciale betekenis. Dat noem ik raciale fragmentatie.”).

Jongeren, Indisch of niet, kunnen uit MIX niet alleen beter begrijpen wat ze met al hun identiteiten kunnen doen, maar ook wat het betekent om een ‘multiraciale’ relatie te hebben. Daardoor is MIX relevant voor het begrijpen van jezelf in de context van vroeger en nu, je ouders en grootouders in de context van toen, en jezelf en je partner in de context van morgen.

Mijn favoriete opmerking uit het hele boek? Goed, daar sluit ik dan mee af. Ik ben benieuwd wat jullie daarvan vinden. “In mijn klas zijn ze wel eens jaloers op me, omdat mijn ouders uit twee verschillende landen komen” – Jonas Mouzouni ( 7 jaar).

Integratiedebat en identiteit bij Indische jongeren

Als jongen met een Indische moeder en Nederlandse vader heb ik wat je zou kunnen noemen een “lichtgetint uiterlijk”. Zoals dat wel vaker gebeurt bij 3e generatie Indo’s leidt mijn uiterlijk vaak tot vragen over mijn afkomst. Deze vragen en het feit dat “het Indische” een weinig besproken onderwerp was bij ons thuis, zorgde ervoor dat ik me als puber ging afvragen wat mijn afkomst precies inhield en wat het voor me betekende. Tijdens mijn studies Culturele Antropologie en Sociologie deed ik verschillende projecten met een Indisch getint onderwerp en ook in mijn master thesis stond het Indische centraal.

Aanleiding voor het onderzoek

In het onderzoek dat tot deze thesis moest leiden wilde ik twee voor mij relevante onderwerpen combineren: de Indische identeit van jongeren en de verharde toon in het politieke en publieke debat omtrent integratie en multiculturaliteit. Een van de redenen hiervoor was dat mijn eigen vragen over mijn Indische identiteit vaak in relatie stonden tot de toon van dat debat. Steeds vaker realiseerde ik me dat culturele verschillen voor sommigen blijkbaar een probleem zijn. Wat betekent dit dan voor mij en mijn eigen gemengde achtergrond? Versterkt dit mijn culturele identiteit? Ik besloot mijn onderzoek te richten op de vraag Wat is de invloed van het integratiedebat op de manier waarop Indische jongeren betekenis geven aan hun culturele achtergrond?

Diepte-interviews

Bij mijn onderzoek betrok ik 21 jongeren behorend tot de derde generatie Indische Nederlanders. Om met hen in contact te komen begon ik in mijn eigen netwerk en paste zogenaamde snowball-sampling toe. Simpel gezegd hield dat in dat ik de mensen die ik interviewde vroeg om andere geïnteresseerden aan te dragen. Bij het benaderen van respondenten probeerde ik voor zo veel mogelijk variatie te zorgen in opleidingsniveau, uiterlijk en de mate waarin er interesse is in de Indische achtergrond.

Van iedere respondent nam ik vervolgens een face-to-face diepte interview af. Hierbij lette ik op de manier waarop de respondent over diens Indische achtergrond sprak nadat het integratiedebat ter sprake was gekomen. Daarnaast probeerde ik er achter te komen of het  niveau van interesse in “het Indische”,  het verschil in opleidingsniveau en en het wel of niet hebben van een “Indisch uiterlijk” (dit laatste baseerde ik op hoe mensen aangaven door anderen te worden gezien) invloed heeft op de posities die de geïnterviewde inneemt in het  integratiedebat.

Aan de hand hiervan kon ik de respondenten opdelen in drie categorieën die aangeven in welke mate zij beinvloed worden door het integratiedebat in de manier waarop zij zich verbonden voelen met hun Indische achtergrond: 1) niet beïnvloed (10 respondenten), 2) subtiel beïnvloed (5 respondenten) en 3) bewust beïnvloed (6 respondenten). Binnen elk van deze drie categorieën zijn vervolgens ook nog  3 profielen te onderscheiden. De verschillende profielen zijn gebaseerd op verschillen in interesse in de Indische achtergrond en manier van beïnvloeding door het integratiedebat. In totaal kwam ik op 9 profielen. Dit geeft aan dat de groep geïnterviewden zeer heterogeen was.

Opvallende resultaten

De resultaten laten een aantal opvallende dingen zien. Allereerst is het zo dat mensen die door het integratiedebat niet beïnvloed worden in de manier waarop zij betekenis geven aan hun Indische achtergrond, sterk van elkaar verschillen in de mate waarin zij met die achtergrond bezig zijn. Sommigen zijn hier niet mee bezig, anderen het ene moment wel en op andere momenten minder en voor weer anderen heeft een Indisch-zijn juist een sterke betekenis. De respondenten die niet worden beinvloed, lopen wat hun indische identiteitsbeleving betreft dus zeer uiteen.

Ditzelfde geldt voor de subtiel en bewust beïnvloede categorieën, die samen ongeveer de helft van mijn sample vormen. Opvallend is wel dat zij over het geheel genomen wel meer interesse in hun Indische achtergrond hebben. Opvallend is verder dat veel jongeren uit deze groep opgegroeid zijn met vragen over wat hun Indische achtergrond precies voor hen betekent. Een ander interessant punt is dat de mate waarin iemand wel of niet als Indo, allochtoon of buitenlander wordt bestempeld door anderen, samenhangt met de mate van interesse in de eigen Indische achtergrond en de mate waarin diegene wordt beïnvloed door het integratiedebat. Kort gezegd: hoe meer iemand als anders gezien wordt, hoe meer diegene interesse heeft in zijn/haar achtergrond en hoe eerder diegene beïnvloed wordt door het huidige integratiedebat.

Tot slot bleek dat er sprake is van een zogenaamde ruimere identificatie. Het blijkt dat bij het grootste deel van de jongeren die subtiel of bewust beïnvloed worden door het integratiedebat, de identificatie met de Indische achtergrond als het ware voorbij de grens van het Indische reikt. Deze jongeren voelen zich niet alleen verbonden met andere Indische mensen maar ook met andere mensen met een migrantenachtergrond en niet-westerse allochtonen. Sommigen van hen voelen zich zelfs deel uitmaken van een soort groter allochtoon geheel. In die zin is het misschien ook niet vreemd dat de manier waarop zij betekenis geven aan hun Indisch-zijn beïnvloed wordt door de harde toon van het integratiedebat, ook al zijn Indische Nederlanders hierin geen onderwerp van discussie.

Belangrijkste conclusies

Er zijn naar mijn idee twee hoofdbevindingen die uit mijn onderzoek naar voren komen. Allereerst is dat de bevinding dat de helft van de respondenten zich meer met het Indische (en minder met het Nederlandse) identificeert naarmate de toon van het integratiedebat verhard. In de tweede plaats is dit de ruimere identificatie van veel Indische jongeren met andere migrantengroepen en niet-westerse allochtonen.

Beide bevindingen hebben niet alleen betrekking op Indische jongeren, maar ook op het integratiedebat in zijn geheel. Gezien het feit dat een deel van de respondenten zich gedeeltelijk “afkeren” van het Nederlands-zijn, is het wellicht zo dat de toon van het huidige integratiedebat een negatieve rol speelt bij de integratieproblematiek van verschillende migrantengroepen. Juist doordat de toon verhard, voelen migranten zich wellicht eerder aangetrokken tot hun migrantenachtergrond en meer uitgesloten van de Nederlandse maatschappij. Eens te meer blijkt dat inzicht in de positie van de Indo binnen de nederlandse samenleving een belangrijke rol zou kunnen spelen in het integratiedebat en de toekomst van multicultureel Nederland.

Het volledige onderzoek, geschreven in het engels, is hieronder te downloaden in PDF-formaat:

Affected Ethnic Identities (ctrl-klik/rechtermuisklik op de link om te downloaden)