Het einde van Rawagede

Na jaren procederen kregen zeven weduwen uit Rawagede afgelopen september eindelijk goed nieuws: de Haagse rechtbank stelt de Nederlandse staat aansprakelijk voor de dood van hun mannen in 1947. Er moet een schadevergoeding worden betaald. Ook komen er, precies 64 jaar na dato, officiële excuses voor de massamoord in het Javaanse dorp. Het verhaal Rawagede lijkt daarmee eindelijk ten einde. Een einde waarmee een bloedrode schandvlek in de geschiedenis is opgedroogd.

Vandaag, tijdens de jaarlijkse herdenking van de executie in Balongsari, zoals Rawagede al jaren heet, zal de Nederlandse ambassadeur de excuses overbrengen in een speech bij het monument ter nagedachtenis aan de honderden slachtoffers. Met zorgvuldig gekozen en gewogen woorden. Woorden met veel betekenis, vooral voor de handvol toehoorders in het publiek die het drama zelf meemaakten. Oude mensen nu.

Met deze excuses kan het boek voor hen eindelijk dicht. Daar hadden ze al heel lang behoefte aan. Een schadevergoeding hoefde niet per se, hoewel dat de laatste jaren van hun leven ongetwijfeld wat aangenamer zal maken. Waar zij vooral al heel lang behoefte aan hebben, is excuses en verzoening. Daar moesten ze zelf voor strijden, want vanuit Nederland kwam al die tijd geen bericht.

En dat is helaas geen nieuws, want als het om zwarte passages uit het eigen verleden gaat, houdt Nederland immers altijd de boot af. Toen de nabestaanden vorig jaar met steun van het Comité Nederlandse Ereschulden naar de Nederlandse rechter stapten, verweerde de Nederlandse Staat zich door de misdaden verjaard te verklaren. Volgens de landsadvocaat was er daarom geen aansprakelijkheid mogelijk. Punt.

Nu de Haagse rechter anders heeft besloten en de claim op verjaring onredelijk acht, gloort er eindelijk hoop op enige genoegdoening. Hoewel er vandaag excuses worden uitgesproken, is in juridische zin de erkenning van verantwoordelijkheid pas definitief als Nederland niet in hoger beroep gaat. Laten we hopen dat dat inderdaad niet gebeurt, daarmee zou de polderhypocrisie het kookpunt immers overstijgen.

Dat Nederland zijn ereschulden pas inlost als comités of nabestaanden naar de rechter stappen, geeft te denken. Te lang bleef erkenning van misdaden, fouten en nalatigheden uit, vooral als het om het koloniale verleden gaat. Desondanks zal de gemeenschap van Balongsari de excuses van vandaag accepteren. Maar het heeft te lang geduurd. Bijna langer dan een mensenleven.

Voor Pak Saih Bin Sakam, de enige overlevende van de massamoord komen ze in ieder geval te laat. Hij overleed begin dit jaar op 88-jarige leeftijd in het dorp waar hij zijn leven lang woonde. Precies drie jaar geleden ontmoette ik hem op de plek waar ooit zijn leven opnieuw begon. Hij stond tegenover me, omringd door kinderen en lachte. Nooit zal ik vergeten hoe hij sprak, zonder wrok en met een aanstekelijk optimisme. Volgens hem zou deze dag ooit komen. Hij had gelijk. Eindelijk dan. Eindelijk is het zover.

Toppunt polderhypocrisie: “Rawagede verjaard”

Als het om het verleden gaat, blijkt eens te meer dat Nederland met twee maten meet. De landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigt in de zaak Rawagede, wijst aansprakelijkheid voor de massamoord die het Nederlandse leger in 1947 in het Indonesische dorp beging namelijk van de hand.

Wat Nederland bij monde van de landsadvocaat wel erkent is dat de executies, die tot nu toe altijd als “excessen” werden aangemerkt, oorlogsmisdrijven zijn. Maar die misdrijven zijn inmiddels, 63 jaar later, verjaard, aldus de advocaat, en dus kan de Nederlandse staat niet aansprakelijk worden gesteld. En dat is dat.

Verjaard? Hoezo verjaard? Zeggen we dat ook over misdaden gepleegd in de Tweede Wereldoorlog? En: er zijn nota bene nog enkele overlevenden en velen nabestaanden. Sommige van hen zijn misschien bejaard, maar zeker niet verjaard.

Het met droge ogen beweren dat het zonder proces executeren van honderden onschuldige mannen kan verjaren, lijkt het toppunt van polderhypocrisie. Zeker voor een land dat het moraal (om over normen en waarden maar te zwijgen) hoog in het vaandel heeft staan en thuis is voor het Internationaal Gerechtshof.

Terwijl Nederland vooraan staat wanneer het gaat om het terechtwijzen van schendingen van mensenrechten door andere landen of om het vervolgen van personen voor internationale oorlogsmisdaden, heeft het de grootste moeite dit te doen met eigen ‘misstappen’.Eens te meer blinkt Nederland uit in ‘wel het vingertje wijzen maar zelf de andere kant opkijken’. Nederland weigert (nog altijd) goed in de spiegel te kijken en boete te doen voor misdaden die zijn gepleegd in de eigen (koloniale) geschiedenis.

De wrange verklaring van de landsadvocaat dat de bejaarde nabestaanden van Rawagede in Indonesië inmiddels moet hebben bereikt luidt zo ongeveer: “Sorry hoor, het was inderdaad fout dat we honderden onschuldige mannen zonder proces hebben geëxecuteerd, maar het is nu eenmaal te lang geleden en we zijn er niet meer verantwoordelijk voor.” Voor een aantal van hen kwam zelfs dat antwoord te laat. Zij stierven in de anderhalf jaar dat het proces nu al duurt – misschien maar goed dat ze het antwoord niet hoefden te horen.

Strijdbaar en op zoek naar gerechtigheid, zet de groep overgebleven nabestaanden door. De advocaat van de nabestaanden hoopt dat de rechter voor het einde van dit jaar met een gunstige uitspraak komt. Zouden onze polderende hypocrieten dan wel in de spiegel durven kijken?