Het einde van Puasa

Ticket naar de hemel

Puasa is voorbij. Als het vasten voor de laatste maal gebroken is, zie ik mijn oom met 2 grote zakken rijst in zijn handen staan. “Deze rijst is voor mensen die het hard nodig hebben,” zegt hij. “Zakat Fitrah heet dat. Het is een verplichting voor elke moslim om na het einde van Puasa 2,5 kilo rijst af te staan,” voegt hij er aan toe.

We lopen naar een tafel die als administratiekantoor is ingericht. De rijst wordt gewogen en in de opslag gelegd. Wie geen rijst in de aanbieding heeft, kan het equivalent in Rupiahs voldoen. “22.500Rp (€1,63) per persoon is de huidige koers,” vertelt een van de administrateurs. Mijn oom brengt 5 kilo rijst (voor hem en mijn tante). Als hij zijn kwitantie voor de ingeleverde rijst krijgt, grapt hij: “Yes, ik heb mijn ticket naar de hemel binnen.”Aan het einde van de avond is er in de wijk zo’n 6 ton aan rijst opgehaald en zijn er vele toegangsbewijzen tot de hemel uitgedeeld.

Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah
Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah. Foto: Eric Kampherbeek

Oefenen voor takbiran

In mijn eerste blog schreef ik dat ik ‘s ochtends regelmatig wakker schrok door het geluid van de Azan (die oproept tot gebed). Daar ben ik inmiddels wel aan gewend. De laatste week werd ik wakker gehouden door tromgeroffel dat tot laat in de avond doorging. De drums leken een wedstrijd met elkaar aan te gaan, wie het hardste geluid  kon produceren. “We oefenen voor takbiran,” vertelde één van de drummers.

Takbiran is een ritueel op de avond na het einde van Puasa. Jongeren lopen in een lange stoet door de straten van de kampung. Ze laten aan God zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa en ze zijn op hun best gekleed. “Allahu akbar! La ilaha illa-llah!” schreeuwen ze. Rond 1 uur ‘s nachts is het ritueel afgelopen, maar nog tot vroeg in de ochtend rijden pickup-trucks door de straten van de kampung, onder luid geschreeuw dat Allah de grootste is en dat er geen godheid is, anders dan Allah.

Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek
Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek

Sholat Idul Fitri

De volgende ochtend is het weer vroeg dag. Het is 5:00 ‘s ochtends als iedereen in huis wakker wordt. Het is vandaag Idul Fitri (suikerfeest). Zowel voor moslims als voor niet-moslims is dit één van de belangrijkste dagen in het jaar. Iedereen is vrij, er mag niet meer gevast worden (ook een regel uit de Islam) en: het is feest. Op straat hangen grote spandoeken met daarop “Selamat Idul Fitri. Mohon maaf lahir dan batin,” wat zoiets betekent als “Fijn suikerfeest. Vergeef met je lichaam en ziel.”

Zo vroeg in de ochtend is het al druk op straat. Mensen in hun mooiste kledij zijn op weg naar het Alun-Alun Utara, een immens plein voor de Kraton. Rond 7 uur begint een speciale sholat (gebed) waar duizenden moslims aan meedoen. Iedereen neemt een krantje mee om op de zanderige ondergrond te leggen. Niet alleen het plein is afgeladen met mensen die met de sholat meedoen, maar ook de omliggende straten.

Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek
Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek

Aan de imam de nobele taak de sholat voor de duizenden toegestroomde moslims te leiden. Als een ware choreografie wordt de sholat uitgevoerd. Alleen is het gebed verdacht snel voorbij, valt me op. Later hoor ik dat de imam niet goed geteld heeft tijdens het gebed. Waar na het einde van het gebed 7 maal “Allahu akbar” uitgesproken dient te worden, heeft de imam dat slechts 2 maal gedaan.

Gunungan

Yogyakarta heeft een sultan die tegelijkertijd ook de gouverneur van DIY (Speciaal District Yogyakarta) is. Hij woont, samen met familie en staf, in de Kraton. De sultan kan gezien worden als een soort koning, net als Willem-Alexander, maar dan met macht. En rijk is hij ook. Van het vele land dat hij in het district Yogyakarta bezit, ontvangt hij veel belasting.

130808_156_Puasa_1000px
Tijdens gunungan brengen medewerkers van de Kraton een berg van groenten naar de bevolking. Foto: Eric Kampherbeek

 

Elk jaar, aan het einde van Puasa, doet de sultan wat voor het volk. Het leger van de Kraton brengt groenten en vruchten naar het plein voor de grote moskee. De etenswaren zijn samengebonden in de vorm van een piramide of berg (gunung). Vandaar de naam gunungan. Als het leger met de etenswaren aangekomen is op het plein bespringen de bezoekers massaal de “bergen van groenten” om maar zo veel mogelijk eten mee te kunnen nemen naar huis.

Als eerste de "berg van groenten" beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek
Als eerste de “berg van groenten” beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek

 

Als gunungan voorbij is, keert de stilte terug in de straten. Mensen gaan op familiebezoek of pakken een paar uur slaap. Waar ‘s ochtends duizenden mensen op straat te vinden waren, is het nu uitgestorven.

Puasa is ten einde

Puasa is voorbij en het normale leven in Yogyakarta kan weer beginnen. Ik heb het geluk gehad de islamitische vastenmaand van dichtbij mee te mogen maken. Waar mensen in eerste instantie wat terughoudend waren tegenover de Indo die een fotodocumentaire wilde maken, bleek toenadering tot de geloofsgemeenschap uiteindelijk makkelijker dan gedacht. Wel ben ik elke dag meerdere malen uitgenodigd om ook moslim te worden, maar niemand die een gesprek met deze niet-moslim weigerde.

In mijn blogs van afgelopen maand heb ik geprobeerd een inkijk te geven in de maatschappij van Yogyakarta tijdens Puasa. Er zijn nog vele verhalen te vertellen en nog meer fotomateriaal om te laten zien. De fotodocumentaire die ik gemaakt heb, komt hopelijk snel in boekvorm uit, en gaat dieper in op de leefwereld tijdens Puasa in Yogayakarta. Je kunt de ontwikkelingen van de fotodocumentaire op mijn website volgen.

Terima kasih banyak dan sampai jumpa lagi! – Veel dank en tot ziens!

Niet-moslims tijdens Puasa in Yogya

Een lucratieve maand

“Tambah lagi! Tambah lagi!” Regelmatig word ik met dit zinnetje op vriendelijke, doch indringende toon gemaand nog meer eten op te scheppen. Meestal zit ik al vol van het eten van vijf minuten geleden, maar dat mag niet baten. Eten aanbieden is een manier om aan te geven dat je blij bent dat iemand er is. Althans, dat denk ik. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat ze hun gasten zo snel mogelijk met buikkrampen weer naar huis willen hebben.

In dat opzicht is de vastenmaand Puasa een hele verandering binnen de Indonesische cultuur. Als ik nu mensen bezoek, krijg ik meestal geen eten of drinken aangeboden. Niet dat mensen verwachten dat ik ook mee doe met vasten, maar een beetje solidariteit met diegenen die vasten wordt er wel gevraagd.

Veel eetstalletjes zijn of helemaal of half gesloten overdag. Foto: Eric Kampherbeek

Verkoop kelapa muda

Bij niet-moslims heerst er een heel andere sfeer. In tegenstelling tot mijn oom en tante, bij wie ik verblijf, is een andere tak van mijn familie protestant. Zij doen niet mee met de vastenmaand. In huis verandert er daar niet veel tijdens deze periode. Wel is voor hen Puasa een lucratieve maand. Elke namiddag verkopen ze verse kelapa muda langs de kant van de weg. Moslims kopen bij hen het verse kokossap om het vasten mee te breken.

Verse kelapa muda voor 7000Rp – €0,52. Foto: Eric Kampherbeek

Vasten met Pasen

Pak Daniel, dominee. Foto: Eric Kamperbeek.

Op de christelijke universiteit ontmoet ik Pak Daniël. Hij is dominee van een protestantse kerk in Yogyakarta. Afgelopen zondag zag ik hem preken. Als een ware cabaretier schudde de dominee de ene grap na de andere uit zijn mouw. Uiteindelijk natuurlijk met een serieuze, aan de bijbel gerelateerde, boodschap. Maar, ondanks dat, best vermakelijk om naar te luisteren.

Pak Daniël vertelt dat zo’n 25% van de bevolking in Yogyakarta christelijk is. Sommige christenen vasten ook. Niet nu, tijdens Puasa, maar rond de periode van Pasen. Anders dan voor moslims, is het vasten voor christenen niet verplicht. Velen kiezen ervoor om niet mee te doen. Een ander verschil is dat het straatbeeld niet verandert als christenen vasten. De rituelen rond Pasen vinden in de kerk plaats, niet erbuiten.

Een bouwvergunning voor een kerk wordt nauwelijks verstrekt.

Als ik weer naar buiten loop zie ik een groot bord voor de christelijke universiteit hangen: “Selamat menunaikan ibadah puasa.” Vrij vertaald staat er: “Fijne vervulling van de maand puasa.” Zouden de islamitische universiteiten ook zo’n spandoek ophangen als christenen aan het vasten zijn?

Spanningen

Zo op het eerste gezicht lijken er geen noemenswaardige spanningen te zijn tussen verschillende geloven. Maar dat schijn kan bedriegen, blijkt als ik een lid van de kerk spreek. Hij doet zijn beklag over de vele moskeeën in Yogyakarta. “Iedereen kan een moskee bouwen hier,” vertelt hij. “Maar een vergunning voor het bouwen van een kerk krijgen is onbegonnen werk. Die wordt zelden tot nooit afgegeven.”

Hier in Yogyakarta is het nog niet tot grote confrontaties gekomen tussen verschillende geloven. De Yogyakartaanse overheid heeft ook verboden zogenaamde ‘sweepings’ te houden. Een groep van hardliners wil tijdens Puasa nog wel eens orde op zaken stellen, door winkels en cafés waar sterke drank verkocht wordt, in brand te steken. In cafés is dan ook geen druppel alcohol te krijgen (en geloof me, ik heb gezocht). Voor alcohol zul je je toevlucht moeten zoeken tot toeristencafés.

‘Sweepings’ zijn verboden in Yogyakarta.

Kejawen en de Islam

Eerder schreef ik over de verschillende geloofsopties die een Indonesiër heeft. Dat mensen uit een lijst moeten kiezen, geeft al aan dat niet elke religie geaccepteerd wordt. Als ik mijn oom en tante vertel dat ik ga fotograferen bij het ritueel kungkum, kijken ze me verschrikt aan. Kungkum is een ritueel waarbij mensen midden in de nacht mediteren in een rivier. Naakt. Om tot zichzelf of tot een hogere macht te komen. Het ritueel kungkum maakt onderdeel uit van kejawen – Javaanse spiritualiteit. Er zijn moslims die hier aan meedoen, maar door de traditionele islam wordt het verboden. Er wordt zelfs een beetje neergekeken op kejawen, omdat het geen echte religie zou zijn.

 

Mijn oom en tante zijn bang dat ik een link tussen hun Muhammadiyah-islam en kungkum ga leggen. Zij willen niet geassocieerd worden met mensen die een eigen islam gemaakt hebben. Ik probeer hen gerust te stellen door uit te leggen dat ik heus de link met de Muhammadiah-gemeenschap niet zal leggen. “Kungkum is niet toegestaan voor moslims,” vertelt mijn oom. “Het ritueel is dat mensen in de rivier mediteren. Sommigen bidden er zelfs bij. Maar bidden doe je tijdens de sholat en niet ‘s nachts in een rivier.” Nog enigszins beduusd vertrekken ze naar de moskee voor de sholat (het gebed).

Altijd eten in huis

Moslim of niet-moslim, je kunt deze maand niet om Puasa heen. Ondanks een paar hardliners in de stad, levert het vasten door moslims niet of nauwelijks problemen op voor mensen die niet vasten. Zo is er hier in huis altijd eten. Mijn tante, die zelf een fervent vastster is, roept me als het middageten klaar staat. Zelf eet ze pas na het openbreken van het vasten.

Puasa voor kinderen

Meedoen is de normaalste zaak van de wereld

In Nederland zien mensen eigenlijk meteen dat ik een Indische achtergrond heb. Hier in Yogyakarta is dat precies andersom. Mensen lijken meteen te zien dat ik uit Nederland kom.  Alsof ze hun nekspieren aan het oprekken zijn, verdraaien ze hun hoofd om maar zo lang mogelijk te kunnen blijven kijken. Vaak volgt er een goed bedoeld ‘Landa!’ – ‘Hollander!’

De kinderen zijn helemaal erg. Ik wil weten hoe Puasa voor schoolgaande kinderen uitpakt, en bezocht daarom een middelbare school in Yogyakarta. Het binnenlopen van de jongensschool Mu’Allimin gaat zoals verwacht. Alsof de kinderen ruiken dat er een buitenlander aankomt, hangen ze uit de ramen om het inmiddels bekende ‘Landa’ naar me te roepen.

Klas 3 SMP. Foto: Eric Kampherbeek 2013.
Klas 3 SMP. Foto: Eric Kampherbeek.

De kinderen in het klasje zien er aardig vermoeid uit. Sommigen hangen over de bankjes en proberen wat rust te vinden, terwijl anderen de vermoeidheid proberen te overwinnen door veel lawaai te maken. Zonder uitzondering hebben ze hun laatste maaltijd voor Subuh gehad, het ochtendgebed om 4:45 uur.

Sommige kinderen hangen over de bankjes om te rusten.

Vijf religies of ‘overig’
De scheiding van kerk en staat zoals wij die in Nederland kennen, gaat hier niet op. Zo is er een ministerie voor religieuze zaken en hebben mensen in hun KTP (identiteitsbewijs) staan wat voor geloof ze hebben. Wat overigens niet altijd wil zeggen dat ze ook fanatiek belijdend zijn.  Met de term ‘agama KTP’ wordt dan ook bedoeld dat sommige mensen weliswaar in hun paspoort een geloof hebben staan, maar daar in de praktijk niets mee doen. Officieel geen geloof hebben is niet toegestaan. Je mag kiezen uit vijf religies: Islam, Christendom, Animisme, Hindoeïsme en Boeddhisme. Recent is er een zesde optie bijgekomen: kepercayaan – wat zoiets betekent als ‘erkenning van een god’, eigenlijk een soort optie ‘overig’.

“Of nog niet?”
Omdat geloof zo belangrijk is in Indonesië willen mensen, en vooral kinderen, wel eens vragen of ik ook moslim ben. Volwassenen voegen er nog weleens het suggestieve “of nog niet?” aan toe. Meestal leg ik uit dat het in Nederland allemaal anders gaat dan hier. Vaak blijkt mijn uitleg niet echt te landen en nemen mensen het feit dat ik geen moslim ben maar voor lief.  Van “agnostisch” hebben ze hier nog nooit van gehoord. Wel probeer ik te vermijden dan mensen denken dat ik atheïstisch ben. Ontkenning van god is namelijk niet toegestaan. Op de een of andere manier linken mensen atheïsme aan communisme (ook goddeloos), waar mensen in Indonesië een hekel aan hebben.

Geen geloof hebben is niet toegestaan in Indonesië.

Gehalveerde lesuren tijdens Puasa
Op de meisjesafdeling van de Muhammadiyah middelbare school ontmoet ik Fida. Ze is 16 jaar en op haar 5e al begonnen met het vasten tijdens Puasa. Alhoewel het op die leeftijd nog niet verplicht is om mee te doen met de vastenmaand, wilde ze er zelf graag mee beginnen.

Fida. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013.
Fida. Foto: Eric Kampherbeek.

Fida zit in de derde klas SMA, wat overeenkomt met de laatste klas op de middelbare school in Nederland. In tegenstelling tot de jongens van Mu’allimin zit zij op Mu’allimaat: de meisjesafdeling van dezelfde Muhammadiyah school. Soms is ze wel hongerig, zegt ze, maar gelukkig heeft dat weinig effect op haar leerprestaties. De lesuren zijn tijdens de maand Puasa gehalveerd, wat de leerlingen moet helpen tijdens de vastenmaand.

De honger heeft weinig invloed op haar leerprestaties.

Maandelijkse periode
Het valt me op dat het in de kantine van de meisjesschool druk is tijdens de lunchpauze. Hier lijkt niet aan het vasten gedaan te worden. Eén van de meisjes legt me uit dat, tijdens de maandelijkse periode van vrouwen, er niet gevast hoeft te worden. Evenals mensen die ziek zijn, een zwaar beroep hebben of zwanger zijn, mogen vrouwen tijdens hun periode wel eten en drinken. “Jammer voor de jongens dat ze een maandelijkse periode niet als excuus kunnen gebruiken,” hoor ik mezelf denken.

Meiden van Mu'allimaat kopen hun lunch. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013
Meiden van Mu’allimaat kopen hun lunch. Foto: Eric Kampherbeek.

Snel eten voordat het gebed begint
De kinderen op Mu’allimin en Mu’allimaat wonen bijna allemaal op de campus van de school. ‘s Avonds breken ze ook samen het vasten. Het is een drukte van jewelste bij de catering als ze eten mogen pakken. Als rond 17:30 uur de verlossende Azan (die oproept tot gebed) uit de speakers van de moskee klinkt, mogen ze beginnen met eten. Na een paar minuten is het eten op en begint Maghrib – het vierde van de vijf dagelijkse gebeden.

Het avondgebed op de campus van Mu'allimin. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013.
Het avondgebed op de campus van Mu’allimin. Foto: Eric Kampherbeek.

De kinderen op de middelbare lijken niet erg gebukt te gaan onder het vasten. Ze zijn wat vermoeider en hongeriger dan normaal maar ze lijken nog even vrolijk en energiek. Ikzelf vind het al moeilijk als ik een uur geen water kan drinken in dit warme land. Voor de kinderen lijkt het de normaalste zaak van de wereld om mee te doen aan Puasa.

Documentair fotojournalist Eric Kampherbeek blogt deze maand over het vasten in Yogyakarta, de stad van zijn teruggevonden familie.

 

Het ritme van Puasa

Vastenmaand in Yogyakarta

Het is rond 4:45 ‘s ochtends als ik weer eens wakker schrik door een oorverdovend ‘Allahu akbar. Ash-hadu an-la ilaha illa llah’ ( ‘Allah is de grootse. Ik getuig dat er geen God is dan Allah’). Het lijkt alsof het geluid uit de speaker van de moskee precies in mijn richting gestuurd wordt. De Azan, die oproept tot gebed, houdt meestal na een paar minuten wel weer op, zodat ik verder kan slapen. Maar deze maand is anders. Het is Ramadan en tijdens deze maand volgt er op de Azan meestal nog een preek van de Imam. Inmiddels heb ik geleerd ook hier doorheen te slapen.

Ik ben in Yogyakarta. Ook deze stad staat deze maand in het teken van Puasa, zoals de Ramadan hier heet. Deze maand mogen moslims tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten, drinken of consumeren in de breedste zin van het woord. Tijdens deze maand volg ik voor een fotodocumentaire mensen uit verschillende groepen en probeer door hun ogen te laten zien wat Puasa voor hen betekent. Is voor alle mensen Puasa een maand van bezinning? Of zien bijvoorbeeld Christenen in Yogyakarta dat toch anders?

Yogyakarta

130705_008

De Sholat (het gebed) kan zowel thuis als in de moskee plaatsvinden. Foto: Eric Kampherbeek

Punten scoren
In Indonesië verblijf ik meestal in het huis van mijn oom, waar hij samen met mijn tante woont. Een klein huisje midden in één van de kampongs in Yogyakarta. Vlak bij het huisje staat de Masjid Gede (Grote Moskee). Vijf keer per dag gaan mijn oom en tante daar naartoe om te bidden. Mijn oom heeft wel eens uitgelegd dat het bidden in de moskee de meeste punten oplevert, namelijk 27. In huis bidden daarentegen levert maar één punt op. Hoe meer er dus in de moskee gebeden wordt hoe meer punten er aan het einde van het leven gespaard zijn en hoe beter het hiernamaals er uit komt te zien. Tijdens Puasa is het helemaal verdienstelijk om in de moskee te bidden, vertelt mijn oom. De 27 punten die je normaal krijgt worden in de vastenmaand met 700 vermenigvuldigd!

‘In huis bidden levert maar één punt op.’

Zoveel mogelijk slapen
Vandaag stonden mijn oom en tante om 3:00 ‘s ochtends op om te eten. Het is de eerste dag van Puasa en vanaf 5:00 mag er niet meer geconsumeerd worden. Als ik zelf om 7:00 wakker wordt, slaapt mijn oom alweer. Zoveel mogelijk slapen zodat het ‘niet eten’ niet zo lang lijkt te duren, is zijn motto. Als er gebeden moet worden, staat hij weer op.

130709_040

Mijn oom en tante op weg naar de moskee tijdens de eerste dag van Puasa. Een kleine 30 seconden lopen. Foto: Eric Kampherbeek

Wolk voor de maan
Veel mensen in Yogyakarta zijn afgelopen 9 juli begonnen met vasten. Net als mijn oom, is een grote groep volger van Muhammadiyah: één van de grote Islamitische stromingen in Indonesië. Een andere grote is Nahdlatul Ulama (NU). Die laatste groep bepaalt het begin van Puasa door te kijken naar de stand van de maan, in tegenstelling tot Muhammadiyah, die het begin van Puasa berekent. Wanneer de maan in een rechte lijn met de aarde en de zon staat, begint de maand Puasa. 8 Juli jl. werd op TV bekend gemaakt dat het begin van Puasa op 10 juli valt voor volgers van NU, een dag later dus dan Muhammadiyah. De presentatrice van het televisieprogramma voegde eraan toe vooral niet cynisch te doen over de meetmethode van de NU. Er wordt namelijk nogal eens lacherig gedaan over die meetmethode, omdat er soms een wolk voor de maan hangt ten tijde van het kijken.

‘Soms hangt er een wolk voor de maan tijdens het bepalen van de stand van de maan.’

“Puasa hoort er nu eenmaal bij”
Voor mijn oom is het de normaalste zaak van de wereld om te vasten tijdens Puasa. Sinds hij op de lagere school zit vast hij al tijdens deze maand. Wat het doel van de vastenmaand precies is, weet hij nu nog niet. Het is ook niet de bedoeling dat ter discussie te stellen, vertelt hij. Uiteindelijk zal het doel van het vasten wel duidelijk worden. Het vasten is één van de vijf pijlers van de Islam en dat is genoeg reden om deze maand de beproeving van het vasten aan te gaan.

Selamat berbuka puasa
Als de eerste dag van Puasa er bijna opzit komt de Muhammadiyah gemeenschap samen in de moskee om het vasten te breken. Iedereen krijgt een pakketje met eten van de moskee. Geduldig zitten zo’n 600 mensen te wachten totdat ze hun pakketje open mogen maken waarna het vasten voor deze dag echt voorbij is. ‘Selamat berbuka puasa’ – ‘Veel plezier met het breken van het vasten’, klinkt het door de speakers.

130709_156

Na het breken van het vasten zijn de pakketjes eten binnen een paar minuten leeg. Foto: Eric Kampherbeek

Elke dag een hoofdstuk
Na het laatste gebed van de dag blijven een aantal mensen in de moskee om gezamenlijk te lezen uit de Koran. Ik schrijf nu Koran, maar eigenlijk moet ik Al-Quran schrijven. Ik wil me daar nogal eens in vergissen. Mensen wijzen me er dan vriendelijk, maar hoofdschuddend, op dat de koran de krant is en Al-Quran het heilige boek. Maar goed, dat terzijde. Elke dag lezen ze dus na het laatste gebed een hoofdstuk uit de Al-Quran. Na 30 dagen is het heilige boek uit en de vastenmaand voorbij. Later die avond legt mijn oom uit de de mensen in de moskee eigenlijk niet weten wat ze lezen en alleen weten hoe ze de Arabische teksten uit moeten spreken. Als het voorlezen voorbij is, wordt er dan ook een uitleg in het Indonesisch gegeven, zodat iedereen de betekenis van de tekst meekrijgt.

‘Eigenlijk moet ik “Al-Quran” schrijven. Koran is de krant.’

Eenmaal thuis wordt er voor een tweede maal gegeten waarna mijn oom weer gaat slapen rond een uur of 23:00. Om 3:00 ‘s ochtends gaat de wekker namelijk weer.

130709_261

Vrouwen lezen, gescheiden van de mannen, het eerste hoofdstuk uit de Al-Quran. Foto: Eric Kampherbeek

Documentair fotojournalist Eric Kampherbeek blogt deze maand over het vasten in Yogyakarta, de stad van zijn teruggevonden familie.

Achtergebleven Indo's in Yogyakartaanse kampong

‘Ik dacht, ik ga gewoon eens kijken op dat adres.’

Eric Kampherbeek is 33 jaar, fotograaf en gaat in Indonesië een fotodocumentaire maken over Puasa, de vastenmaand. Daarover gaat hij bloggen op onze Ngroblog. Terwijl ik hem hierover interview, vertelt deze derde generatie Indo en passant een aangrijpend verhaal over achtergebleven Indo’s in een kampong in Yogyakarta: zijn achtergelaten ooms.

Eric en ik ontmoeten elkaar in het Kicking Horse café van Boekhandel Paagman, het officieuze meeting point in het Haagse Statenkwartier. Rechts van ons zit een oudere Indischman de krant te lezen. Tijdens het interview zal hij een keer opkijken naar Eric, als die vertelt over zijn ontmoeting met zijn tante. Achter Eric zie ik een jongere Indischman met zijn zwangere vrouw. Nog even en we zijn hier in de meerderheid.

Ansichtkaart dieEric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta - "Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957". Archief Eric Kampherbeek.
Ansichtkaart die Eric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta – “Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957”. Archief Eric Kampherbeek.

Ansichtkaart uit 1960

‘Voordat ik in Indonesië was geweest, had ik er niets mee, met mijn Indische achtergrond. Mijn oma vertelde er nooit over. Ik noemde mezelf ook geen derde generatie, ik wist niet dat dat zo heette. Op een dag vroeg ik mijn oma of ik haar archief mocht bekijken. Het was niet echt een archief hoor, het waren allerlei documenten bij elkaar, onder meer over mijn opa’s KNIL-verleden. Het mocht. Ik kwam een ansichtkaart tegen uit 1960, uit Yogyakarta, waar mijn oma vandaan kwam. Ik heb die kaart ingescand en op mijn laptop gezet. Toen ik in 2011 voor het eerst op vakantie was in Indonesië, dacht ik: ‘Ik ga gewoon eens kijken op dat adres, misschien weten die mensen wel meer over onze familie.’

Misschien weten die mensen wel meer over onze familie, dacht ik.

Nichtje van mijn opa

‘Daar stond ik dan, met aantekeningen van die kaart en mijn familienaam. Ik klopte aan en vertelde dat ik uit Nederland kwam. Eerst leidde het gesprek nergens toe. Een jongen kwam naar buiten, maar kon me niet helpen. Zij haalde iemand erbij, een vrouw. En zij zag wel wat. Ze vroeg me om mijn naam, keek naar mijn gezicht en staarde naar mijn aantekeningen. Toen zag ik dat ze begon te huilen. Zij bleek het nichtje van mijn opa te zijn en vertelde me voor het eerst het verhaal van mijn oma.’

Achtergelaten kinderen

‘Mijn oma bleek nog meer kinderen te hebben dan wij in Nederland wisten. Ze bleek twee kinderen achter te hebben gelaten toen ze naar Nederland vertrok. Daar wisten wij niets van. Wij wisten alleen dat ze nog familie in Yogyakarta had en dat mijn oma het contact had verbroken, omdat zij te vaak om geld en kleren begonnen te vragen. Deze tante vertelde me een andere versie. Dat één van de twee achtergelaten kinderen weer contact met haar wilden en dat mijn oma daarom het contact had verbroken.’

Middenin de kampong

‘Eén van die twee kinderen woonde 300 meter verder en ze gaf me het adres. Via de smalle gangen van de kampong kwam ik bij het kleine huisje. Daar zat een jongen koffie te drinken en kretek te roken. We kwamen samen al snel tot de conclusie dat we dezelfde oma hadden en dus neven waren. Mijn oom Sukardi zou later arriveren.’

Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.
Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.

“Onbekend!”

‘Terug in Nederland vertelde ik mijn moeder over mijn ontmoetingen. Ze vond dat ik de schone taak op me mocht nemen, om mijn oma erover te vertellen. Mijn oma hoorde dat ik in Yogyakarta geweest was. “Wie heb je daar allemaal ontmoet,” vroeg ze meteen, alsof ze het aanvoelde. Ik liet haar foto’s zien van haar twee zoons, kleinkinderen en van mijn tante, de nicht van mijn opa. “Onbekend! Onbekend! Onbekend!” zei ze bij elke foto. Ze ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte. Naderhand begon ze mijn oom, die dus twee volle broers in Indonesië had, maar ons daar nooit over had verteld, en mijn moeder en mijn tantes er meer over te vertellen. Ook over het huwelijk met haar eerste man, die ze in Indonesië had verlaten. Met mijn opa was ze in 1950 naar Nederland gekomen.’

Mijn oma ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte.

Dezelfde kansen

‘Sukardi en de rest van de familie daar hebben we naar Nederland laten overkomen, om mijn oma te ontmoeten. Dat was erg emotioneel. Bijzonder was de communicatie; mijn oma sprak geen Bahasa Indonesia, alleen een mondje Pasar Maleis. Toch verstonden ze elkaar prima. Op dat moment realiseerde ik me wat de impact van haar keuze was geweest. Stel je voor dat zij de twee oudste kinderen uit haar eerste huwelijk wel mee naar Nederland had gebracht. Zij hadden dan dezelfde kansen gehad als bijvoorbeeld mijn moeder en waren ze niet in de kampong terechtgekomen.’

Geen antwoord

‘En natuurlijk wilde Sukardi weten waarom ze haar kinderen daar had achtergelaten. Ze gaf er geen antwoord op. Kort na het bezoek van onze familie is mijn oma overleden. We zullen het antwoord nooit krijgen. Het enige wat we erover weten, is dat ze gevlucht is van haar eerste man en in Surabaya getrouwd is met mijn opa. De rest blijft fantaseren en speculeren.’

‘Landa, de Hollander’

‘In het contact met mijn familie daar, ben ik gefascineerd geraakt door de Indonesische cultuur. Als ik er ben, slaap ik bij ze, in de kampong. Compleet met kakkerlakken en cicaks. Ik voel me daar een enorme Hollander, terwijl ik me in Nederland echt een Indo voel. ‘Landa’ noemen ze me daar, Hollander. Mijn oom noemden ze Pak Landa, omdat hij blauwe ogen had.’

 

 

Het huis waar Eric's oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont.  Foto: Eric Kampherbeek
Het huis waar Eric’s oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont. Foto: Eric Kampherbeek

Afwijkende gebruiken tijdens Puasa

‘Puasa in Yogyakarta is anders dan in de meeste steden op Java. In Jakarta bijvoorbeeld, is het nogal modern. In Yogyakarta is het traditioneler. Bovenden zijn er gebruiken die nergens anders in Indonesië voor schijnen te komen, zoals het Padusan en het Gunungan. Padusan is een massale rituele wassing aan het strand. [lachend] De vorige keer is dat nog helemaal misgelopen, omdat er een kwallenplaag was en tientallen mensen gebeten waren.’

 Ik ben beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga.

Onafhankelijke journalistiek

‘In de ngroblog ga ik om de week portretten plaatsen van mensen uit verschillende bevolkingsgropepen. Hoe ervaren zij die weken? Het principe van onafhankelijke journalistiek kennen ze nog niet echt daar. Als ik vertel dat ik mee wil met de FPI, Front Pembela Islam (Front ter Verdediging van de Islam), dan krijg ik te horen: “Maar waarom? Je bent het niet met ze eens?”

Fascinerende beleefdheidsvormen

‘Tja, wat is het in de Indonesische cultuur dat me zo fascineert. In de eerste plaats dat ik er zelf familie heb, en dat ik dingen van ze leer die ik nooit geleerd heb. De beleefdheidsvormen daar vind ik fascinerend. Hoe begin je een gesprek, hoe maak je kennis? Ik ben minder direct geworden en beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga. Tot slot is Indonesië een jong land. Zeventig jaar na de onafhankelijkheid in 1945 – want 1949 zegt ze niets – gaat er veel niet goed en toch klagen Indonesiërs niet meer dan Nederlanders. Ze klagen niet over hun armoede. Ze schamen er vooral voor.’

Eric Kampherbeek (Enschede, 1979) is freelance fotojournalist en zet voornamelijk zijn eigen projecten op. Zijn fascinatie voor andere landen beperkt zich niet tot Indonesië  Hij is ook in Libië en Zuid-Soedan geweest, bijvoorbeeld. Op www.lacouleur kan je zijn werk bekijken. In juli publiceert Eric in de ngroblog op Indisch3.nl.

Eric Kampherbeek portret
Foto: Eric Kampherbeek

 

Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja

Santai aja (c) Rennie Roos 2011

Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja: het zijn voor Indonesiërs doodgewone begrippen maar kunnen bij Nederlanders flink wat irritaties opwekken. Hier in Nederland gaat alles zo ontzettend snel! Iedereen heeft haast en moet altijd en overal op tijd zijn zodat ze daarna weer snel doorkunnen naar de volgende afspraak. Alles moet gaan zoals gepland en niks mag daar vanaf wijken.

Santai aja (c) Rennie Roos 2011
Slapende mannen op Midden-Java. Op de muur wordt gevraagd of ze moe zijn. (c) Rennie Roos 2011

Ik kan mij nog goed herinneren dat ik er in mijn eerste collegeweek in Yogyakarta net zo over dacht: “Ik kon van te voren natuurlijk verwachten dat het studeren hier anders zou zijn dan in Leiden maar dit had ik toch echt niet verwacht. Van de 14 colleges die ik tot nu toe zou moeten hebben gehad, heb ik er daadwerkelijk 5 kunnen volgen. De oorzaak daarvan zal ik nader toelichten. Waarbij het in Nederland nog wel eens gebruikelijk is dat een student niet komt opdagen, zijn hier de docenten gewoon afwezig! Wat ook niet geheel ongebruikelijk is, is dat de docenten geen colleges willen geven als er te weinig studenten zijn omdat dat zonde van hun tijd is. Het absolute toppunt vind ik echter de wijzigingen van de colleges hier! Ik kan begrijpen dat collegetijden af en toe gewijzigd worden maar hoe dat hier gebeurd is echt bizar! I.p.v. Een college naar een later tijdstip te verplaatsen kom ik er hier regelmatig achter dat de colleges ineens een dag eerder zijn gegeven!” (21/09/2011 – renenren.waarbenjij.nu)

Als ik het bovenstaande stukje uit mijn blog over mijn eerste week op Universitas Gadjah Mada teruglees, dan lach ik om mijn irritaties. Het is natuurlijk een wereld van verschil met Leiden maar ik maakte hierdoor wel meteen kennis met het begrip santai aja. Mijn Indonesische medestudenten maakten zich niet zo druk en vertelden dat zulke dingen nou eenmaal gebeuren. De eerste week van het semester is vrijwel altijd een chaos. Vaak wordt deze week gebruikt om de roosters te maken en om te kijken of er genoeg animo is voor de colleges. Het klinkt logisch maar als je daar niet van op de hoogte bent, dan wekt het flink wat irritaties op.

Het begrip santai aja kan je vertalen als relax, chill out of simpelweg met: ontspan. Tijdens mijn verblijf in Yogya zou ik dit begrip steeds meer gaan omarmen en afstappen van het westerse snelle leven dat zo vaak irritaties oplevert. In het westen zijn we naar mijn mening zo nu en dan wel erg licht ontvlambaar en maken we ons druk om dingen die er eigenlijk niet toe doen. In Indonesië heb ik geleerd dingen wat positiever te bekijken en niet onnodig moeilijk te doen. Een mooi voorbeeld: ‘Het is vervelend dat je je trein hebt gemist maar je bent nu in elk geval wel op tijd voor de volgende.’

Een Indonesisch fenomeen waarmee ik eigenlijk nog steeds niet mee uit de voeten kan is jam karet. De Nederlandse punctualiteit die ik van mijn ouders heb meegekregen, dat ik altijd en overal op tijd moet zijn, kon ik in Indonesië vrijwel meteen in de tempat sampah gooien. Hoe vervelend ik het ook vond om soms wel een uur op iemand te moeten wachten, ik ben gaan inzien dat wij in Nederland zo nu en dan precies hetzelfde doen. Organiseer maar eens een feest om acht uur ’s avonds. Ik garandeer je dat vrijwel niemand om acht uur precies aanwezig zal zijn!

In het westen noemen wij het te laat komen op feestjes: fashionably late komen. In Indonesië dus: jam karet. Alleen, in Indonesië blijft dat niet beperkt tot feestjes maar wordt het gekoppeld aan alle dagelijkse activiteiten. Een voordeel hiervan is dat je altijd tijd hebt om af te maken waarmee je bezig was, omdat het toch niet uit maakt of je op tijd komt. Een groot nadeel hiervan is, is dat je veel tijd kwijt bent aan het domweg wachten op je afspraak. Gelukkig vinden Indonesiërs dat laatste niet zo heel erg, want met de santai aja mentaliteit maken zij zich er niet zo druk om!

Voor een programma van het Indonesisch ministerie van buitenlandse zaken moet ik uiterlijk op 2 april in Jakarta zijn. Via de Indonesische ambassade heb ik vernomen dat zij zowel mijn ticket als mijn visum zullen regelen. Het is nu 27 maart en tot op heden heb ik nog steeds geen ticket en geen visum ontvangen.Voorheen zou ik enorm gestresst zijn maar nu denk ik: santai aja, het komt allemaal wel goed.

Rivier de Brantas als zuiverend slot trilogie

rivier de Brantas Alfred Birney 2011

Na de dood komt het leven

Bij het lezen van Rivier de Brantas, de nieuwste Birney, zou je bijna vergeten dat het eerste deel van deze rivierentrilogie in 2009 gezien werd als zijn ‘rentree’ in schrijversland. Na het mysterieuze Rivier de Lossie, dat zich in Schotland afspeelde, volgde het onthullende deel twee, Rivier de IJssel, waarin de ik-figuur als bij toeval tijdens een nachtelijke ontmoeting in Deventer de eerste schillen rond zijn familiegeschiedenis kon afpellen. Met Rivier de Brantas gaat Birney door alle lagen van het noodlot heen en maakt hij de cirkel rond – of, eigenlijk, voor het eerst open.

In Brantas vertrekt de gitaarspelende ik-figuur op de valreep naar Jakarta, voor een optreden tijdens een soiree van de Nederlandse ambassade. Hij besluit, omdat hij er toch is, zijn verblijf te verlengen om eindelijk bloemen te strooien over het graf van zijn grootmoeder, in de hoop de vloek op te heffen die volgens zijn agressieve vader ooit over de familie uitgesproken is. Tijdens zijn reis van west naar oost passeert de gitarist in Indonesië tastbare schimmen en hedendaagse afdrukken van het Nederlandse koloniale verleden, om tot stilstand te komen bij het vervallen graf van zijn grootmoeder (niet oma!) Sie Swan Nio.

Van de drie rivierennovelles zal Rivier de Brantas bij Indische lezers de meeste herkenning oproepen. De repatriering, rangen en standen, de Japanse bezetting, maar ook Indonesië, muziek en de voor Indo’s maar al te bekende ‘uitgebreide’ familieverbanden vormen bijna karakters in dit taboedoorbrekende verhaal. Denk bijvoorbeeld aan de kinderen die geboren waren uit Japanse vaders en lokale moeders. Daarnaast doorweeft de schrijver deze novelle met Indische thema’s die minder aan de oppervlakte liggen, maar voor het in stand houden van taboes onontbeerlijk zijn. De goede (Indische) lezer zal ook deze thema’s herkennen als net zo Indisch als de verhalen rondom contractpensions. Want wanneer zijn wij eigenlijk wel op de juiste plek aangekomen, niet als invaller of vluchteling, maar omdat wij daar horen?

De structuur en stijl van het derde deel is meanderend als een rivier. Soms vertraagt de schrijver en neemt hij de lezer mee naar mijmeringen van de ik-figuur, om, eenmaal uitgemijmerd, weer te versnellen door het verhaal te hervatten in een rijdende bus onderweg naar Yogyakarta. De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Het betekent wel dat sommige lezers zich een beetje verloren kunnen voelen in dit ritmische boek. Dat is het risico dat de schrijver genomen heeft.

Pas als ik de drie delen naast elkaar bekijk, valt op welk minimalistisch meesterwerk Birney met deze trilogie afgeleverd heeft. Geen letter staat te veel op papier, de drie Rivieren sluiten perfect op elkaar aan. Maar ook zie ik de kleine ‘grapjes’. Kijk maar eens naar het aantal hoofdstukken van de drie delen. En tel vervolgens die cijfers bij elkaar op. Iedereen die wel eens iets met numerologie gedaan heeft, ziet daarmee benadrukt hoe minutieus de drie novellen in elkaar gezet zijn. Hier moet wel een Plan achter zitten, een Boodschap.

Rivier de Brantas is opgedragen aan Michael, de zoon van Alfred Birney. Zou het Plan, de Boodschap, er een zijn van vader aan zoon? Zou de schrijver zijn eigen vader, zichzelf en zijn zoon zien als een trilogie? Dan zou ik me kunnen voorstellen dat die boodschap zoiets is als ‘De vloek moet stoppen, want het leven gaat door.’

[box type=”shadow”]Nieuwsgierig geworden? Check dan maandag 28 februari a.s. onze website voor een unieke voorpublicatie. Indisch 3.0 mag bovendien maar liefst drie exemplaren weggeven van Rivier de Brantas![/box]