Voor zij die er niet meer zijn: salam manis.

Lichtjesavond op Indisch 3.0

Met de Kerstdagen voor de deur, is het in verschillende steden en dorpen in Nederland vandaag lichtjesavond. Indisch 3.0 staat dit jaar stil bij de mensen van wie we in 2013 afscheid hebben moeten nemen.

Voor al die mooie zielen, dappere vechters en creatieve geesten die deze wereld hebben verlaten: voor jullie branden we vanavond een kaarsje.

We weten dat jullie dichtbij zijn. Salam manis.

Mooie feestdagen, bezoekers van Indisch3.nl, en tot in het nieuwe jaar.

Een warme Kerstgroet van het team van Indisch 3.0

Ngroblog: De weg van licht en schaduw

Vandaag 11 juni
Een bijzondere dag in het leven. Net als alle andere 364 dagen. Maar vandaag net even iets specialer.
Mijn zoon is vandaag jarig! Een mijlpaal.
Ik word dan nog even meer herinnerd aan de taak die ik als vader heb.
Door Erich Fromm zo mooi beschreven in zijn boekje Liefhebben, een kunst, een kunde. Vaderlijke liefde, het bijbrengen van de verantwoordelijkheden, de weg van de leider en hoe om te gaan met anderen in het leven. Licht.

Vandaag 11 juni
Een bijzondere dag in het leven. Net als alle andere 364 dagen.
Maar vandaag net even iets anders. De herdenking van de gevallenen bij de Punt.
Stilstaan bij een donkere plek in de geschiedenis. Schaduw.
Het universum maakt me vandaag eens te meer bewust van het feit, dat ik onderdeel ben van een groter geheel. Licht en schaduw horen bij elkaar.
Ga op weg en neem ze allebei mee.

Hoe gebruik jij licht en schaduw?

Oud verdriet, ons verdriet?

Het is altijd heerlijk als een zomerse dag en een weekenddag samenvallen. Om dit te vieren gaan Jeffrey en ik een terrasje pikken bij een café op kruipafstand van zowel zijn als mijn huis. Na de eerste slok van ons koude biertje staat zonder aankondiging een oudere, Indische man naast Jeffrey. Een paar biertjes later nemen we met een brok in onze keel afscheid van hem.

De oudere man herkent Jeffrey als Indische jongen aan zijn donkere kleur en Indonesische gelaatstrekken. Mijn uiterlijk –dat het best als Ierse camouflage kan worden omschreven- doet niets Indisch vermoeden. De man stelt zich voor als Johan en is direct zeer enthousiast om “eens een ander Indisch persoon te ontmoeten”. Ondanks dat dat ons verbaast, in Noord-Brabant wonen immers vrij veel Indische mensen, bieden we hem volledig in overeenstemming met onze Indische beleefdheid direct een stoel aan onze tafel aan.

Als zijn verbazing dat ik ook Indisch ben is gezakt, begint Johan ons de oren van het hoofd te vragen: waar komen jullie dan vandaan, waar zijn jullie geboren, en jullie ouders? Als een langspeelplaat die blijft hangen, blijft hij herhalen dat hij het zo enorm leuk en fijn vindt met echte Indische jongens een borrel te kunnen drinken. Ik apprecieer dat, maar kan zijn inmenging nog steeds niet echt goed verklaren.

Vanwaar de hunkering om contact te hebben met andere Indische mensen? Johan voelt zich, zoals waarschijnlijk vele andere ouderen, ongetwijfeld alleen. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn ‘ thuis’ mist. Thuis als de plaats waar je je ‘senang’ voelt. En dat was Nederlands-Indië, dat was alles dat Indisch was, dat was zijn Indische familie. Gewoonweg alles dat ooit was, maar verdwenen is. Nederlands-Indië bestaat immers niet meer, het Indische is zoek en zijn familie is overleden of wil geen contact meer. Familie, is dat niet het fundament van alles dat Indisch is? Wij voelen met Johan mee, maar kunnen niet meer dan aanhoren en begrijpen, herkennen en meepraten.

Drank vloeit en verhalen komen los, en wij hangen aan zijn lippen. Onverwacht plotseling snijdt Johan het onderwerp van de Japanse bezetting aan. Hij vertelt dat hij als klein kind met zijn moeder in het kamp zat; zijn vader was als krijgsgevangene weggevoerd. De allereerste keer dat hij zijn dood gewaande vader ontmoette, was na de capitulatie. De man stond ineens in levende lijve voor zijn neus. “Ben jij mijn zoon Johan? Ik ben je vader.” Johan stopt met vertellen. Zijn hoofd zakt naar beneden en zijn handen vouwen zich als een gebaar van schaamte in een scherm voor zijn voorhoofd. Zijn kin bibbert, zijn woorden zijn piepende geluiden. Johan lijkt het moment van bijna 65 jaar geleden levendig voor zijn ogen te zien en hij huilt.

Ik probeer te beseffen wat er hier op een mooie zaterdag in de zon op dit terras gebeurt. Een bejaarde Indischman zit huilend tegenover me, getergd door een ontsloten oorlogstrauma. Wat moet ik doen? Troosten en zeggen ‘Ah, het komt wel goed’, of zo? Deze man herleeft voor mijn ogen een situatie waar ik geen benul van heb. Ik ken alleen welvaart, vrede, voorspoed, geld, vreten, gezuip en gezeik over triviale onderwerpen. Ik ben strontverwend. Ondertussen merk ik dat ik met hem mee begin te voelen. Ik ken namelijk wel de geschiedenis van het Indische volk en het verhaal van mijn bloedeigen familie. Het verhaal dat zich in dezelfde tijd, omstandigheden en plaats afspeelde. Hebben mijn familieleden ook niet de gruweldaden en excessen van de Japanse bezetting, de bersiap en onafhankelijkheidsstrijd beleefd en overleefd? Voel ik nu medelijden of is dit verdriet?

Mijn familieleden, die hetzelfde hebben meegemaakt als Johan, zijn geen verre voorouders uit een vergeten tijdperk. Het betreft familieleden die ik ken of heb gekend. Mensen van wie het bloed onverdund door mijn aderen stroomt, bij wie ik op schoot heb gezeten. Van wie ik opvoeding, liefde en zorg heb gekregen en met wie ik vereeuwigd ben op familiefoto’s. Dit is dus ook mijn geschiedenis. Maar is dit daarmee dan ook mijn verdriet?

Johan excuseert zich ondertussen al voor de zoveelste maal voor zijn emotionele uitbarsting. Zijn tranen blijven echter stromen. Ik weet nog steeds niet wat ik moet zeggen. Door mijn besef dat dit ook mijn achtergrond betreft, zijn zijn emoties aanstekelijk geworden. Mijn hart klopt wild, mijn ogen knipperen en mijn lippen klemmen op elkander. Jeffrey en ik kijken elkaar ongemakkelijk aan. Ik weet dat ook hij de verhalen van zijn grootouders hoort.

Uiteindelijk durf ik Johan te vertellen dat wij zijn verhaal herkennen en begrip hebben voor zijn gevoel. Het zijn dooddoeners. Johan komt pas weer bij zijn positieven wanneer hij zelf zijn emoties meester heeft kunnen worden. Wij spreken vervolgens afwisselend in het Nederlands en Maleis over allerlei lichtere onderwerpen. Op z’n Indisch doen we alsof er niets is gebeurd. We worden zelfs jolig en spreken alsof we elkaar al jaren kennen. En wanneer de tijd is gekomen om te gaan, moeten wij Johan verzekeren een keer bij hem te komen ‘mampir’. Dan omhelst hij ons en vertelt dat hij altijd al zonen had willen hebben.

Op weg naar huis blijft in mijn hoofd de vraag rondspoken of Johan’s verdriet en het verdriet van zijn lotgenoten zoals mijn familie, op een of andere manier ook aan mij als latere generatie toebehoort. Ik geloof van wel.

Verslag van 15 augustus 2008: een eerbetoon aan Indische helden

Den Haag, 17 augustus 2008
door Kirsten Vos

Afgelopen vrijdag was ik met vele anderen zoals ‘Paatje’ Phefferkorn, minister-president Balkenende en Marscha Holman, bij de Waterpartij in Den Haag om te herdenken dat 63 jaar geleden de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië eindigde. De herdenking was dit jaar integer, persoonlijk en indringend, dankzij de voordracht van Kick Stockhuyzen en een korte declamatie van Sanne van der Velde. Uit een aantal korte reacties van aanwezigen op de herdenking bleek echter dat Indische overlevenden de bersiap, de Indonesische vrijheidsstrijd, onlosmakelijk blijven verbinden met de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945.

Het monument
Het monument

Indische generaties herdenken
Ferry van Dam, tweede generatie Indo, is er met zijn moeder en twee dochters: “Ik ben er elk jaar. Ik vind het belangrijk om te herdenken.” Op zijn arm heeft Ferry een tatoeage. “Ik heb twee familiewapens gecombineerd en de namen van mijn dochters erin laten zetten, Faya en Dewi. Ik kwam voor het eerst op dat idee toen ik in 2006 in Indonesië was.” Harry van Kleef, tweede generatie, en Jeffrey Rozema, derde generatie, staan naast ‘Paatje’ Phefferkorn en laten tijdens de herdenking de Indo-Melati vlag wapperen. Paatje zelf vlagt alleen met de Indo-Melati vlag: “De Nederlandse vlag is nationalistisch en nationalisme leidt alleen maar tot oorlog.” Van Kleef: “Wij steunen Paatje in zijn streven. Daarnaast ben ik hier voor mijn vader. Hij zat in kamp Maumere. De oorlog brak uit toen ik drie jaar was. Ik heb mijn vader nooit gezien.” Rozema: “De herdenking is terecht. Zo veel mensen hebben zo veel goeds gedaan, het is goed dat ze vandaag aandacht krijgen. Ik ben hier voor mijn opa. Hij is mijn held. Hij zat in Japan als krijgsgevangene. Als we samen gaan wandelen, vertelt hij me wel eens verhalen. Hij vertelt natuurlijk niet alles. Dat begrijp ik wel.”

Saluut
Saluut

De stille helden van Kick Stockhuyzen
In een krachtige uiteenzetting vertelt voormalig acteur Kick Stockhuyzen over zijn stille helden. Stockhuyzen: “In het jongenskamp van het 15e bataljon was het verboden om een potlood of papier te hebben, beschreven of onbeschreven. Kennisoverdracht was verboden. Op elke bijeenkomst stond een straf en die was dat je gevangene werd van de Kempei Tai, de Japanse militaire politie. Daar, wist je, zouden marteling en onthoofding je lot zijn. Toch waren er in het kamp mannen die hun leven riskeerden om ons jongens te onderwijzen. Ik noem hen de stille helden, want hun namen heb ik nooit gekend.” Elk van hen is hij uit het oog verloren, ze verdwenen uit de kampen en hij heeft ze nooit meer gezien: de wiskundeleraar die les gaf door in het zand wiskundige figuren te tekenen. De dominee die prachtige verhalen vertelde over de Russische revolutie en de Boerenopstand in Zuid-Afrika. En de ongelukkige tolk, die Japans taal- en letterkunde gestudeerd had en dagelijks een aframmeling kreeg omdat zijn vertalingen onder de maat zouden zijn. De gehele speech van Stockhuyzen is online te lezen.

Ken je geschiedenis
“De geschiedenis over wat er in al die kampen gebeurd is moet verteld worden,” besluit Stockhuyzen, “want het ‘Uitverkoren Volk’, Japan, weigert structureel zijn oorlogsmisdaden toe te geven: zelfverheerlijking gaat niet samen met boetedoening. Daarom is het belangrijk dat wij blijven herdenken.” Die mening hoor ik terug als ik enkele aanwezigen om reactie vraag, zoals ‘Paatje’ Phefferkorn: “Leven zonder geschiedenis is als leven zonder een geheugen. Ken je je geschiedenis niet, dan zal die zich herhalen. Ik was uitgemergeld toen ik bevrijd werd, ik woog 21 kilo. En toch, hoe vreselijk die Japanse bezetting ook was, de oorlog die daarop volgde was véél erger.”

Bescheiden vlaggenvertoon in de Haagsche Bomenbuurt
Bescheiden vlaggenvertoon in de Haagsche Bomenbuurt

Treintransporten
Ook Ton Hens, die opeenvolgend in de kampen Tjihapit, Adek en Tjideng gezeten heeft, benadrukt het belang van geschiedenis en legt direct verbinding met de bersiap. “Mensen weten dat niet, maar treintransporten waren er ook in Indië. Ik durf nog steeds de trein niet in. Daarin werden we vervoerd door de Japanners toen we naar de Indische kampen moesten, waar we beschermd zouden worden tegen de peloppers. Eén transport van Semarang naar Jakarta is volledig uitgemoord door de peloppers. Mijn kinderen hebben geen interesse in dit soort verhalen. Toch zou het overgedragen moeten worden.”

Meer zien?
Het NOS Journaal heeft een mooie samenvatting gemaakt van de herdenking, met daarin aandacht voor Kick Stockhuyzen en Diederik van Vleuten. Deze is online te bekijken. Op Indisch4ever vind je een beeldverslag van de herdenking en de voordracht van Kick Stockhuyzen.