3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Jonge Indo in de Muziek: Maya Mertens

Aanstaande maandag staat ze op het podium in De Melkweg, tijdens het vierde Indomania-festival: Maya Mertens (Amsterdam, 1992). Eerder stond ze op Lowlands, bij de Kunstbende, Stofpop en Onderstroom. In deze aflevering van Jonge Indo in de Muziek presenteren we jullie daarom deze getalenteerde Indische selfmade muzikante.

Maya steekt meteen van wal, als ik vraag wat Indisch voor haar betekent.“Ik heb een Indische moeder. Daardoor voel ik me niet 100% Nederlands, maar ook niet per sé Indisch, eerder nog een Amsterdammer. Ik heb er wel positieve gevoelens bij hoor! Op straat bijvoorbeeld, dan herken je andere Indo’s, of als mensen vragen waar ik vandaan kom, omdat ik een kleurtje heb, dan vertel ik trots dat ik Indisch ben.”

Oma
De jonge muzikante vervolgt: “Ik word er eigenlijk niet veel mee geconfronteerd, met mijn Indische roots. Behalve als ik bij mijn familie in Gelderland ben. Daar woont mijn oma, mijn moeders moeder. Ik duik dan een beetje onder, in het Indische cultuurtje, dat is echt zo gezellig. Mijn familie, de sfeer, weet je, daar ben ik even helemaal Indisch. Bij mijn oma ben ik de enige die over haar schouder mee mag kijken als ze aan het koken is. Ik ben de enige die naar binnen mag, dat is echt een voorrecht hoor. Zij vindt dat, omdat ik als kind al interesse toonde in Indisch koken, ik er aanleg voor heb. Ja, dat is wel een eer!”

iPod
Maya is in 2002 voor het eerst in Indonesië geweest. “ Ja, dat vond ik echt supervet. Ik ben daar een hele tijd geleden geweest. Maar ik vond het ook wel moeilijk. Ik was 10 jaar en voelde me net zo Indisch als ik me Nederlands voelde. Ik weet nog goed hoe ik schrok van de kinderen van mijn leeftijd. Ik herinner me een specifiek moment. We reden in zo’n tourbus, met een georganiseerde reis. Ik zat voorin met mijn iPod. Langs de weg zag ik kinderen staan die even oud waren als ik, jonge kinderen die van alles aan het verkopen waren. Zij moesten werken, terwijl ik rustig in die bus zat, te chillen met mijn iPod. Dat vond ik moeilijk. Ooit ga ik weer terug. Dan wil ik langer blijven en neem ik mijn gitaar mee.”

Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl
Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl

Videomateriaal
Haar Indische roots hebben weinig invloed op haar werk als muzikante. Wat is dan haar inspiratiebron, vraag ik haar. “Poeh. Zoveel! Weet je, ik heb nooit een muziekinstrument leren te bespelen. Ik heb gewoon extreem goed gelet op andere muzikanten. Amy Winehouse, die ik heb ik echt bestudeerd, Janis Joplin, Prince, ik ben een grote fan van Prince. Ik heb uren naar videomateriaal gekeken. Ik heb ook veel nieuwe artiesten bestudeerd hoor, zoals M.I.A. en Little Dragon. Die artiesten zijn echt persoonlijkheden, dat vind ik machtig, daarmee maken ze muziek groter.”

Minimale gitaarakkoorden
Gewoon gitaar geleerd te spelen door ernaar te kijken? Grinnikend legt Maya uit: “Ja. Toen ik heel jong was, schreef ik teksten. Daar wilde ik het podium mee op, dat leek me gewoon leuk. Ik heb mezelf toen minimale gitaarakkoorden aangeleerd, genoeg om het podium mee op te kunnen. Zo is het gegroeid. Het is nog steeds geweldig, dat andere mensen leuk vinden wat ik doe. Waar ik echt energie van kan krijgen, is als mensen me na afloop inhoudelijk feedback geven. Dat ze echt iets hebben begrepen van wat ik op het podium sta te doen, en er iets uithalen.”

Meer zien van deze eigenzinnige singer/songwriter? Ga dan op 9 april a.s. naar Indomania, waar Maya een speciale show voor samengesteld heeft. Op 14 april is ze te horen in de OT301 op festival Drift. Of bezoek haar online portfolio op www.mayaforsale.com. Daar is ze 24/7 op te horen.

TTF 2011: Gitaarheld Makana in Bengkel

De afgeladen Bengkel-zaal verraadt de populariteit van de jonge man op het podium, de schelpenketting om zijn nek verraadt een tropische afkomst. Ik ken hem nog niet, de Hawaiiaanse gitaarvirtuoos Makana. Na de masterclass ben ik, gitaar-newbee, om en snap ik waarom slack key gitaar zo bij Indo’s past.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Makana, ik gok dat hij een jaar of 30 is, legt in het Engels uit wat slack-key gitaar is. ‘Slack-key gitaar is net zoiets als de Spaanse flamenco en de blues uit New Orleans. Het is een typisch Hawaiaanse, volkse muzieksoort. Het verhaal gaat dat het begonnen is met de komst van ‘cowboys’. Die brachten gitaars mee en maakten Hawaianen bekend met het instrument. Toen de cowboys vertrokken, hebben de Hawaianen hun eigen draai gegeven aan gitaarmuziek.’

Slack key gitaar betekent, als ik het goed begrijp, dat je de toetsen, waarmee je de klanken van de gitaarsnoeren instelt, meer ‘ruimte’ (=slack) geeft, waardoor je een – in mijn eigen woorden – galmend, resonerend geluid krijgt. Grappig, ik heb daar niet eerder bij stilgestaan, maar dat is inderdaad hoe ik de klank van Hawaiiaanse muziek zou omschrijven. Is dat ook de parallel met krontjong muziek, trouwens?

Makana vervolgt: ‘Met de komst van missionarissen is veel wat typisch Hawaiiaans was, verboden. Slack key gitaar incluis, dus ging het underground. Het werd een erg persoonlijke bezigheid; vaders wilden het niet eens aan hun kinderen leren. Pas halverwege de vorige eeuw traden slack key gitaristen in de openbaarheid.’

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Het typische Hawaiiaanse van deze gitaarstijl zit hem niet alleen in de klank, het drukt ook de Hawaiaanse levensvisie uit. Makana: ‘Bij slack key gaat het meer om het instrument dan om de gitarist. Met weinig aanraking krijg je al veel klank. Dat zie je aan mijn handen. Deze hand (waarmee hij de akkoorden aanslaat) doet het meeste werk, de hand waarmee ik de klanken vervorm het minst. Bij rockmuziek is dat juist andersom: daar zit de meeste actie juist bovenin (bij de hals).’ De gitarist concludeert: ‘So, not much is going on, but a beautiful sound is coming out’.

Tussendoor geeft de virtuoos een paar demonstraties, zoals hoe je een Portugees fadostuk kan spelen met slack key, en hoe een slack key stuk kan klinken als je de rock-techniek gebruikt. Dankzij de enthousiaste TTF-gastheer, geeft het – vreemd genoeg – chagerijnig kijkende publiek Makana af en toe een hartelijk applaus. Ik observeer Makana met bewondering. Volledig geconcentreerd sluit hij zijn ogen en laat zijn handen soepel over de gitaar glijden. Soms zie ik een minuscule glimlach om zijn lippen verschijnen, alsof hij tevreden is met de klanken die de gitaar hem wil geven. Mooi vak, gitarist.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011