Winnend kort verhaal: Groeten uit Java

In maart van dit jaar maakte Indisch 3.0 de winnaars bekend van de Indische schrijfwedstrijd ‘Indische bladzijde’. Baukje Zijlstra en Roanne van Voorst wonnen een mooi boekenpakket en persoonlijke feedback op hun inzending. Gustaaf Peek, prijswinnend – Indisch – auteur, en juryvoorzitter & schrijfster Eveline Stoel gaven verbeterpunten aan. De winnaars verwerkten de aandachtspunten en vandaag publiceren we hun winnende korte verhalen. 

Groeten uit Java

door Roanne van Voorst

Gemalen koffie. Foto: www.trendtree.nl
Gemalen koffie. Foto: www.trendtree.nl

Ze glundert. Een roodverbrande neus in het midden van de foto, het groen van de rijstvelden steekt fel af bij haar paars gelakte teennagels.‘Lieve opa, Indonesië is te gek!’

Ids legt de geprinte email naast zich neer zonder te hebben gelezen wat Lisa hem verder schreef. Hij ontwijkt de blikken van de anderen, schuift zijn stoel naar achteren en staat zo snel op dat het hem duizelt. ‘Iemand nog koffie?’ Het antwoord wacht hij niet af.

In de keuken leegt Ids met drie harde tikken het filter in de vuilnisbak. Zijn keel is droog, zijn tong voelt ruw aan tegen zijn verhemelte. Als hij zijn handpalmen op het aanrecht plaatst voelt hij de aderen in zijn nek kloppen.

Achttien jaar is zijn kleindochter Lisa nu. Zeven jaar ouder dan hij was, toen hij met zijn zus de tuin in rende om te zien waar het gejoel vandaan kwam. Zwaaiende blote armen, getjirp van kevers, de vochtige lucht die zijn huid klam maakt. Ze moeten op hun tenen staan om tussen de varens heen te kijken in de richting van het lawaai. Ids ziet een zwarte terreinwagen die stapvoets dichterbij rijdt, daarachter lopen tientallen mannen met groene uniformen. Ze praten en lachen, tikken elkaar op de schouders en wijzen naar de huizen waar ze langs lopen. Eén van hen draagt een brede zonnehoed die een schaduw over het bleke gezicht werpt. Hij kijkt afwisselend strak voor zich uit en naar opzij, schreeuwt onverstaanbare woorden naar een groepje bewoners die, net als Ids en zijn zus, vanuit hun tuin staan te kijken naar de vreemdelingen in de kampong.

‘De Jappen’, fluistert zijn zus. Ze trekt Ids aan zijn arm, wil hem met zich mee nemen, terug het witte huis in, maar hij weet haar af te weren en blijft staren naar de mannen die nu zo vlak bij zijn dat hij ze aan zou kunnen raken als hij zijn arm zou strekken. ‘Jappen’, herhaalt hij, en terwijl hij de stoet achter plantenbladeren voorbij ziet marcheren probeert hij zich voor de geest te halen wat dat opwindende woord ook weer betekent. Zijn vader noemde het laatst ook, dat weet hij zeker, maar wat zei hij er ook weer over? Dan is er plotseling de gebiedende stem van zijn moeder en draait hij zich met tegenzin om naar het huis met de ventilators die nooit stil staan. Voor de deur staat de zwarte auto.

De koffiekan trilt zo hevig in zijn hand dat het grootste gedeelte van de straal uit de kraan tegen de buitenkant afkaatst. Kleine druppeltjes koud water sproeien Ids in het gezicht. Hij moet de kan in de wasbak neerzetten om hem zonder morsen  te vullen. Klam zweet bedekt zijn voorhoofd als het zoetgeurende gezichtsmasker dat zijn kleindochter Lisa hem tijdens haar laatste logeerpartij bij haar grootouders op zijn wangen smeerde. ‘Dit helpt tegen puistjes, opa, maar het werkt vast ook wel tegen rimpels’. Toen hij om haar lachte – hij kan het niet helpen, hoe brutaal zij ook is, Lisa maakt hem steevast aan het lachen –kronkelden er tientallen scheurtjes over zijn gezicht.

Wat is er met hem aan de hand? Rustig ademhalen, nu. Hij zet gewoon koffie voor zijn vrouw en hun zoon, niets bijzonders, zo gaat dat elke zondag.

En toch. Sinds hij weet dat de wereldreis van Lisa haar langs Indonesië zal leiden, ziet hij de papieren vliegers die hij met zijn buurjongens oplaat, hoog boven de scheve stammen van de rubberbomen. Er is rijpe guave die langs zijn kin sijpelt. Witte bloemen, zo groot als een kinderhand. Kretek. Gember. De rode peper die de kokkin in haar vijzel vermaalt, scherpe kruidenwolken die op je longen slaan. En daardoorheen, steeds weer, hoe graag hij die geur ook voor eeuwig was vergeten: het stinkende mengsel van rotte bladeren, lauw bloed, modder.

In het jongenskamp was Ids alleen. Zijn ouders en zus waren door de zwarte auto ergens anders heen gebracht; niemand vertelde hem waarheen. Ids sliep tussen negentien magere jongens in een houten hok waar het regenwater doorheen hoosde. De meesten waren een kop groter dan hij. Om hen heen andere barakken en méér jongens met benen als lucifers. Daaromheen, aan de randen van het terrein,een schutting van gevlochten bamboe.

Twee keer per dag was er appèl. De jongens stelden zich naast elkaar op in lange rijen. Blote tenen knepen in de modder, de brutaalste jongens floten een liedje en heupwiegden op de maat, er werd gegiecheld, Ids neuriede zachtjes met het deuntje mee.

‘Ssst!’

Als de Jap kwam, moest Ids diep buigen en zijn nummer roepen. Tweeduizendvijfhonderdvierenvijftig! Steeds schalden er mindernummers over het terrein. Eerst miste er één, toen drie, op de ergste dag waren het er zeventien minder. Hij en de jongens uit zijn barak hielden de dagelijkse stand bij door met een steentje strepen in hout te krassen.

De eerste keer dat hij een kist droeg liet hij het gewicht bijna van zijn schouder vallen, toen er vocht tussen de kieren van het hout door langs zijn pols naar beneden sijpelde. Oedeemvocht, een waterige substantie dat de benen van jongens eerst deed opzwellen en daarna hun levenloze lijven in smalle stroompjes verliet. Later walgde Ids ook daar niet meer van. Hij telde alleen nog het aantal voetstappen dat hij moest zetten van de laad plek tot de begraafplaats. Vijfhonderddrieëndertig waren het er, soms één of twee meer,maar nooit minder.

‘Sinds wanneer interesseren de brieven van je kleindochter jou niet meer?’.

Paula.

Hij heeft zijn vrouw niet aan horen komen. Nu kijkt ze hem met een verwijtende blik aan vanuit de deuropening, haar kiezen op elkaar geklemd, een dienblad met lege koffiekopjes in haar handen.

Ids gebaart met zijn kin in de richting van het druppelende koffiezetapparaat. ‘Ik zet koffie voor ons, schat, ik gedraag me gewoon als een goede gastheer. Lisa’s bericht kan ik later ook nog wel lezen’.

‘Later? Je kleinkind bezoekt jouw roots, en jij leest daar láter wel over?’

Ids neemt het blad van haar over en plaatst het op het aanrecht.

‘Zodra ik klaar ben in de keuken, ja’. Zijn antwoord klinkt bozer dan hij wil. Hoe kan hij het haar uitleggen? De vanzelfsprekendheid waarmee zijn kleindochter de wereld overvliegt verbaast hem, maakt hem zelfs enigszins jaloers. Lisa bezit een hem onbekend talent om zich overal thuis te voelen. Vroeger, toen ze met een roze knuffelmuis bij haar grootouders logeerde, had ze ook al nooit heimwee. Ze eigende zich de ruimtes in hun huis vanzelfsprekend toe, markeerde haar nieuwe territorium eerst met pluche dieren, later met haarelastiekjes en roze potjes lippenbalsem.

Ids opent een keukenkastje, speurt met zijn ogen tussen de pakken meel en blikken tomatenblokjes en laat het deurtje met een harde tik dichtvallen. ‘Waar staat de suiker? Waarom kan ik in dit huis toch nooit de suiker vinden?’

Paula knijpt haar ogen samen en haalt haar schouders op. Ze zucht, laat hem achter met het gepruttel van het koffiezetapparaat.

Ids kijkt zoekend om zich heen in de keuken en ontdekt het potje suiker op een plank aan de muur. In de kopjes van hemzelf en zijn zoon schept hij twee hoge bergjes witte korrels; Paula drinkt de hare bitter. Tijdens het roeren voelt Ids zich rustiger worden. De keuken is zijn favoriete ruimte in huis, vooral door het uitzicht op de uitgestrekte poldervelden. Ids kijkt er vaak naar tijdens het koken. In zijn woning geen bamboe, geen wajangpoppen, geen schilderijen van rijstvelden, geen herinneringen. Indië is thuis niet meer. Nederland, dit huis, deze keuken, hier is waar hij hoort.

Ooit wilde hij terug. Nadat hij met zijn ouders en zus in Nederland kwam wonen, voelde Ids nog jaren een hevig terugverlangen naar dáár. Hij miste het geluid van klaterend water uit het riviertje waar hij met zijn buurjongens vissen ving met zijn blote handen. Hij dacht weemoedig aan de felle zon, aan hoe die ’s middags brandde op je huid tot je er slaperig van werd. Aan de zwarte kraaloogjes van de cicaks die ’s nachts over de muren van zijn slaapkamer kropen. Maandenlang zeurde Ids zijn moeder gek om de gepureerde drank van avocado en gecondenseerde melk die in de Boskoopse supermarkt niet verkrijgbaar bleek.

De donkerte die hier al aan het eind van de middag intrad! De schoenveters die je tenen afknelden, de saaie avonden in het kleine rijtjeshuis, de kille regendruppels die langs je nek je trui in gleden. Maar het ergste was de school.

Ze geloofden hem er niet. Zeiden dat Ids nooit honger kon hebben geleden op een vruchtbaar eiland als Java. Dat ze hier bloembollen aten, of hij dat soms wel wist, dat er Nederlanders waren dóódgevroren. Als Ids vertelde dat het ook erg was geweest in Indië, draaiden zijn klasgenoten zich gapend van hem weg.

Niemand van hen wilde horen hoe buburatji aan je tong plakte. Hoe de Jappen tegen hem schreeuwden. En toen hij in opstand kwam tegen de harde liniaal van de docent op zijn vingers (“Het is hier geen jappenkamp!”, had hij geroepen, toen de man met opgeheven hand naar zijn lessenaar toe snelde) werd hij van school gestuurd. Vijftien was hij, en overdag zwierf hij over benauwend smalle straten. Praten met voorbijgangers deed hij niet. Hij voelde intuïtief aan dat hij het van hun verhalen nooit zou kunnen winnen. Ids hield zich voortaan stil. Tegen de tijd dat hij trouwde met Paula kon hij zich al niet meer herinneren hoe de woonwijk uit zijn jeugd in Indië eruit had gezien.

Tot Lisa haar rugzak inpakte.

Ids recht zijn rug, draait met de koppen van zijn schouders om ze te ontspannen. Uit een trommel neemt hij drie stroopwafels en legt ze op een schoteltje op het dienblad. Hij tilt het blad op, werpt nog een blik op de poldervelden terwijl hij de keuken uitloopt. Dan duwt hij met de hak van zijn schoen de deur met een harde klap achter zich dicht.

Winnend kort verhaal: Grenadine

In maart van dit jaar maakte Indisch 3.0 de winnaars bekend van de Indische schrijfwedstrijd ‘Indische bladzijde’. Baukje Zijlstra en Roanne van Voorst wonnen een mooi boekenpakket en persoonlijke feedback op hun inzending. Gustaaf Peek, prijswinnend – Indisch – auteur, en juryvoorzitter & schrijfster Eveline Stoel gaven verbeterpunten aan. De winnaars verwerkten de aandachtspunten en vandaag publiceren we hun winnende korte verhalen. 

Grenadine

door Baukje Zijlstra

Grenadine. Foto van http://jeugdsentimenten.net/persoonlijk/eten-en-drinken/exota/
Grenadine. Foto van http://jeugdsentimenten.net/persoonlijk/eten-en-drinken/exota/

‘Desi, Desi, ga buurman Vonk halen, snel, het begint!’Zodra deze woorden uit het huis aan de overkant schallen, weet ik hoe laat het is: voetbal kijken bij de buren Meulman, in onze straat de eerste familie met een televisietoestel. Om precies te zijn betekent het dat mijn vaderen buurman Meulman voor de televisie zitten en dat wij, de kinderen, buiten een potje voetballen. Eigenlijk ben ik te jong om mee te doen, en een meisje bovendien. Desi en Patty Meulman zijn ook meisjes, maar zij zijn stoer: Desi klimt in bomen en Patty kan sneller en strakker dan wie dan ook pijltjes draaien van stroken krantenpapier. Ook alkanik dat allemaal niet, Nol Meulman, boezemvriend van mijn broer Benno, neemt me in beschermingen van hem mag ik altijd meedoen. Nol is de mooiste jongen die ik ooit heb gezien, behalve dan misschien zijn broer Roy, maar die zit al bij de marine.

Wist ik veel dat mijn ouders de buren Meulman destijds, ongeveer een week nadat ze tegenover ons waren komen wonen, voor de koffie hadden uitgenodigd. Dat het gesprek het eerste halfuur keurig over koetjes en kalfjes ging, over het gedoe van zo’n verhuizing en op welke school de kinderen zaten, totdat mijn vader vroeg waar in Indië ze vandaan kwamen. Dat buurman Meulman toen zei dat ze uit Garoet kwamen en dat mijn vader antwoordde dat hij ook op Java was geweest en dat hij Garoet toevallig heel goed kende. Dat het toen verder voornamelijk over de prachtige natuur ging, over de regenwouden en de sawa’s, de rijstvogels en de honingzuigers, de kantinekaketoe en de pelotonsaap. Dat buurman Meulman vanaf dat moment mijn vader liet roepen als er voetbal op tv was.

Helemaal bezweet liggen we met ons vijven in het gras bij de konijnenhokken. Dat is nog iets wat de Meulmans hebben en wij niet: konijnen, drie hele dikke. Uit verveling duwen we zo nu en dan wat plukken gras en paardenbloembladeren tussen de spijlen door. De grote gele konijnentanden happen toe. ’s Nachts droom ik soms van bebloede vingers die los in het stro in de hokken liggen. Omdat we ons zo warm gespeeld hebben en omdat er voetbal op televisie is, mogen we binnenkomen. Binnen is het prachtig.Er staan palmen in grote stenen potten, er zijn bamboe kooitjes met kanaries erin, er hangen grote olieverfschilderijen aan de muren, van smeulende vulkanen aan verre horizonten en van vrouwen met grote rieten hoeden op die in de rijstvelden werken.Maar het mooisteen spannendste van alles staat op het glanzend gelakte dressoir onder het schilderij met de vulkaan: een levensechte, geschubde kaaiman met gemene gele ogen en een doodstillezwiepstaart.

Wist ik veel dat buurman Meulman bij het KNIL had gediend en in Garoet gelegerd was geweest. Dat hij tijdens de Japanse invasie krijgsgevangen was gemaakt en tot enkele maanden na de capitulatie van de Japanners in verschillende kampen had gezeten. Dat hij, nauwelijks hersteld van deze aanslag op zijn gezondheid en kracht, vanaf 1945 weer werd ingezet als KNIL-militair in de koloniale oorlog tussen Nederland en de in augustus uitgeroepen republiek Indonesië. Dat hij na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië en het opheffen van het KNIL als dank voor de bewezen diensten werd gedemobiliseerd en over de jaren waarin hij krijgsgevangen was geweest geen salaris kreeg uitbetaald. Dat hij bij het inleveren van zijn uniform tegen de dienstdoende soldaat opmerkte dat de stof waarvan die uniformen werden gemaakt ook wel ‘garoetstof’ werd genoemd. Dat hij met zijn als door een wonder tijdens de Bersiap gespaard geblevenjonge gezin de overtocht naar Nederland maakte, waar op de kade niemand op hen stond te wachten.

Mijn broer is kind aan huis bij de Meulmans, maar voor mij blijft het huis aan de overkant van een toverachtige geheimzinnigheid, omdat er niemand van mijn leeftijd is om mee te spelen. Een van de weinige andere gelegenheden, naast de voetbalmiddagen, waarbij ikditmysterie mag betreden, is op oudejaarsavond. Dat is de enige avond dat Roy ook thuis is, die zit verder het hele jaar op zee. Op de middag van oudejaarsdag komt hij aanlopen over het grindpad, in zijn gesteven marine-uniform met de gouden knopen en de grote pet, de plunjezakstoer over een schouder. Daarin zit, zo weet ik, een lading siervuurwerken als klap op de vuurpijltientallen lichtkogelsdie voor mijn gevoel urenlang in de nachtlucht boven ons blijven hangen: SOS. Als eindelijk de laatste vuurrode bol is uitgedoofd, wordt de wereld weer ondoordringbaar donker, op één klein lampje na: in de vensterbank van de familie Meulman brandt elke nacht een zachtgroen licht. Ik kijk ernaar tussen de vitrages door terwijl ik mijn pyjama met het hertje erop aantrek, die op de gaskachel met de micaruitjes is voorverwarmd. Ik kan gerust gaan slapen, de boze geesten zullen aan onze straat voorbijgaan.

Wist ik veel dat mijn vader in 1946 als oorlogsvrijwilliger naar Indië was vertrokken. Dat hij na bijna een jaar god weet wat meegemaakt te hebben, in elk geval de eerste politionele actie, onenigheid kreeg met een meerdere die hem niet lag.Dat hij op een dag,na een volgens hem onverstandig en onredelijk bevel,gewoon had gezegd: ‘Ik verdom het.’ Dat hij in Garoet voor de Krijgsraad moest verschijnen, waar niemand echt luisterde toen hij zijn kant van het verhaal vertelde, zodat hij binnen tien minuten was veroordeeld tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar. Dat het toen nog een jaar heeft geduurd voordat hij in het ruim van de Groote Beer terugging naar Nederland, waar hij gevangen werd gezet in Fort Spijkerboor.Dat bij zijn thuiskomst mijn opa de vlag had uitgehangen, omdat voor alle andere jongens uit het dorp ook de vlag was uitgegaan toen ze terugkwamen. Dat mijn vader deed alsof hij dat niet zag terwijl hij zijn gezicht verborg in het haar van zijn moeder, mijn oma Froukje.

Aan het eind van de middag wacht ons nog het hoogtepunt. Dan verschijnt buurvrouw Meulman met een blad met vijf stukken groen-bruin gelaagde spekkoek en vijf hoge glazen met daarin een heel bijzonder drankje: groene ranja. Mijn broer en ik drinken alleen maar oranje ranja: thuis op zondag met een rood-gestreept rietje, op schoolreisje uit een melkbus waardoor het naar metaalsmaakt, en voordat we lang op reis gaan in de zomervakantie moeten we vieze gele pilletjes tegen reisziekte slikken, gecamoufleerd door de mierzoete sinaasappellimonade. Dat gaat nooit in één keer goed, zodat de bittere tabletjes half oplossen op je tong. In al die gevallen is de ranja oranje.

Wist ik veel dat sommige woorden niet precies betekenen wat ze in het dagelijks gebruik aanduiden. Dat echte mysteries over heel andere dingen gaan dan smeulende vulkanen en opgezette kaaimannen. Dat limonade van granaatappel per definitie rood is.

Groene ranja krijgen we alleen op die bijzondere middagen bij de familie Meulman, met zomaar erbij de alles goedmakende glimlach van buurvrouw Meulman, en het prachtige, oerwoudkleurige woord dat ze ervoor gebruikt: grenadine.

 

Deadline Schrijfwedstrijd verstreken

Meer dan 80 verhalen verteld

Vannacht om 00.01 uur is de deadline verstreken om jullie verhalen voor de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde in te sturen. Mede door de aandacht die Trouw aan onze schrijfwedstrijd besteedde in het artikel De verzwegen verhalen van ‘ons’ Indië (20/2/13), hebben wij de afgelopen dagen nog eens extra veel inzendingen ontvangen.

In totaal zijn er meer dan 80 verhalen boven komen drijven. We hebben begrepen dat veel mensen door deze schrijfwedstrijd voor het eerst hun Indische verhaal aan het ‘papier’ hebben toevertrouwd. Die doelstelling is alvast geslaagd.

De jury en de redactie zullen zich nu de ruim 80 inzendingen buigen en drie verhalen selecteren die kans maken op de juryprijs, de publieksprijs en de extra prijs. De top 3 verhalen zijn vanaf 4 maart 2013 op deze website te lezen. Vanaf dan bepalen jullie welke van deze drie verhalen de publieksprijs verdient.

Hou de website op 4 maart a.s. dus goed in de gaten en laat je lezersstem klinken! Alle inzenders: bedankt voor het insturen van jullie prachtige verhalen.

Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012
Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012

Interview met Eveline Stoel

‘Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen?’

Eveline Stoel (1971) is journalist en schrijfster van Asta’s ogen, het waargebeurde verhaal van haar Indische schoonfamilie. Asta’s ogen ging tot nog toe 50.000 keer over de toonbank en de filmrechten zijn inmiddels verkocht. In maart verschijnt een luxe, gebonden editie van het boek, aangevuld met stamboom en register. Exemplaren van deze luxe-editie zijn opgenomen in de prijzenpakketten van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde, waarvan Eveline tevens de juryvoorzitter is. Met de wedstrijd volop in gang, stel ik Eveline enkele vragen over haar motivatie om plaats te nemen als juryvoorzitter en over haar schrijverschap.

Waarom heb je toegestemd om plaats te nemen als juryvoorzitter van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde?
‘Eigenlijk houd ik niet van oordelen over het werk van anderen, maar dit initiatief steun ik graag. Hoe meer Indische verhalen worden vastgelegd, hoe beter, want het aantal mensen dat uit eigen ervaring kan vertellen, wordt natuurlijk steeds kleiner. Voor mijzelf was schrijven het perfecte excuus om de ooms en tantes van mijn Indische vriend het hemd van het lijf te vragen – wat ik daarvoor nooit durfde. Het zou mooi zijn als deze wedstrijd hetzelfde effect heeft. Ik hoop dat mensen worden aangemoedigd om hun eigen Indische geschiedenis op te schrijven, of om vragen te stellen aan familieleden van wie zij vermoeden dat ze boeiende, grappige of mooie verhalen hebben.’

Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk
Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk

Wat is voor jou het de meerwaarde van de schrijfwedstrijd?
‘Bijzonder aan deze wedstrijd is dat hij niet alleen is opengesteld voor Indische jongeren, maar ook voor oudere generaties en voor Hollanders met Indische verhalen. Dat kan een interessante kruisbestuiving opleveren. Toen ik over mijn Indische schoonfamilie schreef, begon mijn Hollandse vader opeens te vertellen over de Indische kinderen die in de jaren vijftig bij hem in de klas werden gezet, en hoe daar tegenaan werd gekeken door de ‘Hollanders’. Zulke insider-verhalen wekken geschiedenis tot leven. Ook tijdens lezingen vertellen mensen mij de bijzonderste dingen. Zoals de soldaat die werd uitgezonden tijdens de politionele acties en daar zestig jaar niet over sprak. Indische omaatjes die kokkies gewend waren, vertelden hoe ze in Nederland ineens zelf moesten koken – met Hollandse ingrediënten. En ik ontmoette keurige Hollandse vrouwen die in de jaren zestig smoorverliefd waren op Indische nozems. Geweldig. Ik denk dat het delen van álle Indische verhalen meer toekomst heeft dan alsmaar onderscheid blijven maken tussen Indo- en Belandaverhalen. Alleen door ze allemáál te vertellen, ontstaat een volledig beeld van de Nederlands-Indische geschiedenis.’

‘Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet.’

Voor Asta’s ogen heb je veel mensen geïnterviewd, hierdoor had je veel ruw materiaal om uit te putten. Hoe maakte je hierna een begin met het schrijven van het verhaal?
‘Ik vind het spannend om te schrijven zonder vastomlijnd plan, maar in je achterhoofd moet je natuurlijk ongeveer weten waar het verhaal heen gaat. Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet. Zelf ben ik begonnen met het lezen van geschiedenisboeken, zodat ik van te voren wist welke historische feiten ik wilde laten samenvallen met Asta’s verhaal. Daardoor kon ik tijdens de interviews gericht vragen stellen, wat een hoop overbodige informatie scheelt. Toen duidelijk was wat de krenten in de pap waren en waar de omslagpunten in de familiegeschiedenis zaten, heb ik die gebruikt als ‘boeien’ waar ik het verhaal omheen schreef.’

Asta's Ogen - Eveline StoelWat deed je als je vastliep tijdens het schrijven? Heb je tips om weer op gang te komen als het schrijven even niet wilt vlotten?
‘Tja, dat is een beetje een raar verhaal. Ik had tijdens het schrijven een foto van Asta op mijn bureau staan en als ik vastliep of informatie niet kon vinden, vroeg ik haar om hulp. Het begon als grapje, maar het wérkte. Zo heb ik eens urenlang gezocht naar een anekdote over de sultan van Solo die ik ergens had gelezen en in mijn boek wilde verwerken. Uiteindelijk keek ik zuchtend naar Asta, waarna ik sterk voelde dat ik een bepaald boek moest pakken. Ik sloeg het open en zag precies de pagina die ik nodig had. Sindsdien durf ik niet meer zo stellig te beweren dat goena-goena onzin is. Voor de minder bijgelovigen: ga een blokje om en laat het verhaal even los, of ga verder bij een gedeelte waarvoor je wél inspiratie hebt. Zo ben ik met Asta’s ogen begonnen bij hoofdstuk zes, als de familie aankomt in Nederland. Toen dat af was, werd direct duidelijk wat ik daarvóór en daarna moest vertellen.’

Heb je tips voor de mensen die graag een verhaal in willen sturen voor de schrijfwedstrijd, maar nog geen onderwerp hebben?
‘Kijk in familiefotoboeken, vraag naar de herkomst van Indische snuisterijen of ga samen Indisch koken met een ouder of grootouder. De kans is groot dat ze dan vanzelf beginnen te vertellen. Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen? De antwoorden op die vragen zullen je naar jouw verhaal leiden. Dan hoef je het alleen nog maar op te schrijven.’

Meer weten over de schrijfwedstrijd? Bekijk dan hier de aankondiging van Indische Bladzijde.

Indisch 3.0 Schrijfwedstrijd 'Indische Bladzijde'

Voortbordurend op het thema van de Boekenweek 2013

Het thema van de Boekenweek 2013 draait om de zon- en schaduwzijde van het verleden van Nederland, om de nuances en de dilemma’s. Nederlands-Indië speelt zondermeer een grote rol in dit roemrijke verleden van gouden tijden en zwarte bladzijden. Natuurlijk zijn er prachtige romans te vinden waarin het verleden van Nederlands-Indië een belangrijke hoofdrol speelt. Maar waar zijn al die kleine en persoonlijke gouden verhalen, inclusief en exclusief een zwart randje?

Indisch 3.0 heeft de zoektocht geopend naar deze verhalen.

Bladzijdes om de Indische hoofdstukken van de Nederlandse geschiedenis mee op te vullen en te doen herleven.

Verhalen om bruggen te slaan tussen generaties, Indisch en Hollands, jong en oud.

Neem een duik in het verleden, stel vragen, laat je verbeelding de vrije loop en schrijf een bladzijde vol!

.

.

Voor wie?

  • Iedereen!

Voorwaarden?

  • Maximaal 1500 woorden
  • Lettertype: Arial
  • Lettergrootte: 12
  • Regelafstand: 1.5

Opnemen onderaan het verhaal

  • Voor- en achternaam
  • Geboortedatum
  • Adresgegevens
  • E-mailadres en telefoonnummer

Stuur je verhaal via e-mail in vóór 25 februari 2013 00.01 uur naar redactie@indisch3.nl o.v.v.: Schrijfwedstrijd Indische Bladzijde

Inspiratie nodig?
Denk aan Indische familieverhalen, verhalen over tempo doeloe, over Nederlandse soldaten en mariniers die uitgezonden werden naar Nederlands-Indië ten tijde van de politionele acties, verhalen van Indische buren, vrienden, kennissen en collega’s enz. enz.

De prijzen?
1x Juryprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van bestsellerauteur, tevens juryvoorzitter, Eveline Stoel (Asta’s ogen, Boekoe Bangsa) en prijswinnende auteur Gustaaf Peek (Armin, Dover, Ik was Amerika).
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd Indisch boekenpakket bestaande uit boeken van diverse auteurs, o.a.: Eveline Stoel, Adriaan van Dis en Alfred Birney.

1x Publieksprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van Eveline Stoel en Gustaaf Peek.
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een schrijverspakket, aangeboden door WritersPlaza.

Extra prijs

  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een proefabonnement (van 2 nummers) op Schrijven Magazine, aangeboden door Schrijven Online.

De winnaars worden bekend gemaakt op 15 maart 2013, aan de vooravond van de Boekenweek 2013.

Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012

Aankondiging Indische Bladzijde in PDF