Reportage I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden)

Een zoektocht naar de ziel van de Indo

Een groep Indische en Nederlandse mensen wacht vol spanning in de theaterzaal van de Rotterdamse Schouwburg tot de voorstelling I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden) begint. Ik kijk om me heen en behoor tot één van de jongsten, de eerste en tweede generatie is duidelijk in de meerderheid, maar toch kijkt iedereen elkaar aan met een blik van herkenning. De voorstelling van ongeveer 75 minuten neemt het publiek mee in een zoektocht naar de ziel van ‘de Indo’. HoofdrolspelerJef Hofmeister wisselt hierin continu van rol. Van bejaarde man tot ‘hot-Eddy’, tot de zoon van meneer Eddy zonder naam, maar omschreven als  ‘die waardeloze vent’. 

Tempo doeloe
Het verhaal begint daar waar meneer Eddy zijn laatste levensjaren slijt; de Willem Nijholt-vleugel in het Anneke Grönloh-huis. Meneer Eddy denkt met weemoed terug aan tempo doeloe en voelt zich niet begrepen door een Nederlandse zuster. ‘Jullie begrijpen toch niet die tijd van toen, en waarom wij naar Nederland moesten vertrekken, door omstandigheden weet je wel. Daarom, ik seg maar neks.’  Meneer Eddy is in gedachten verzonken en denkt terug aan de tijd dat hij aankwam in Nederland en zijn hart verloor aan een blonde dame.

Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Hot-Eddy en zijn blonde schoonheid
De blonde dame gaat op onderzoek uit naar ‘de Indo’. Tijdens deze zoektocht komt zij terecht in de Indonesische jungle en ook in een grote pan soto. Ze wordt als ‘lekker’ gezien. Een dubbelzinnige manier om te laten zien hoe de Indo in vroegere tijden over blondines dacht. Maar geen nood, hot-Eddy weet de blonde schoonheid te redden uit de pan soto. Het stel laat het publiek vervolgens meegenieten met geïmproviseerde liedjes, op herkenbare Indorock klanken, waarin typisch Indische gebruiken naar voren komen.

Selamat Jalan
Drama speelt zich af aan het einde van het stuk wanneer meneer Eddy zijn laatste adem uitblaast en het publiek getuige is van de crematieplechtigheid. De zoon, die waardeloze vent, geeft een toespraak over hoe hij zijn vader heeft gekend en dat de omschrijving I.N.D.O. nooit met veelwoorden is uitgelegd door zijn vader. Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden. Tijdens het opruimen van zijn vaders huis ontdekt hij weer wat Indisch is, zoals het bewaren van de meest onzinnige dingen als plastic bakjes. De plechtigheid eindigt met de woorden Selamat Jalan (goede reis) en ‘al klaar’. Tja, zo kan de geschiedenis van de Indo ook omschreven worden, wat geweest is, is geweest, niet nodig om erover te praten.

De uitdrukking tempo doelde hoor ik veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Staande ovatie
Komedie en drama wisselen elkaar mooi af tijdens de voorstelling. Er wordt meegelachen en enthousiast, doch bedeesd, gereageerd bij herkenbare stukken. Na afloop ontvangen de acteurs, naar mijn mening, terecht een staande ovatie. De uitdrukking tempo doelde hoor ik ook veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling. De voorstelling brengt duidelijk oude herinneringen uit Nederlands-Indië met zich mee naar boven, en de derde generatie onder het publiek zal door de familieverhalen van thuis ongetwijfeld ook vele herkenbare scènes opgepikt hebben.

Kippenvel
De muzikale voorstelling vormde enerzijds een soort spiegel voor de Indo, Indische mensen konden zichzelf herkennen in de verbeelde Indische situaties.  Anderzijds vormde de voorstelling voor het Nederlandse publiek een uiteenzetting van wat er onder ‘Indisch’ wordt verstaan, en wat Indische mensen toendertijd mee hebben gemaakt na hun aankomst in Nederland. Mede door de Indische achtergrond van sommige auteurs kwam het acteren op  mij heel natuurlijk over. Ik kijk terug op een korte maar krachtige voorstelling. Momenten die voorbij kwamen bezorgden mij kippenvel en deden mij denken aan situaties die ik zelf heb ervaren, en aan de verhalen waarmee ik ben opgegroeid in mijn familie. Een aanrader!

Eerder deze maand won Marcha van Zee al kaartjes voor de muzikale voorstelling I.N.D.O.. Maar wil jij de voorstelling ook nog zien, wees er dan snel bij. I.N.D.O.  is nog te zien in de Schouwburg van Arnhem op 17 november en tijdens de periode van 20 november t/m 1 december (m.u.v. zondag en maandag) in Theater Bellevue in Amsterdam.

Rixt Leddy, Jef Hofmeister en Charlene Vodegel (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Marlon Robert, Jonge Indo in de muziek

Voor de eerste aflevering van de nieuwe serie ‘Jonge Indo’s in de muziek’ ga ik in gesprek met Marlon Robert. We spreken af in Den Haag, rock capital van Nederland. ‘Blauwe cowboylaarzen en rood leren jack,’ had ik hem meegedeeld. ‘Zwart leren jack en zilveren sneakers,’ diende hij mij van repliek. Alvoor we een warme, droge plek gevonden hebben in het centrum van Den Haag in, begint Marlon over muziek. Zijn enthousiasme steekt me aan.

Gek van muziek
Marlon Robert, 38 jaar en Hagenaar (of moet ik Hagenees zeggen?), is drummer van de band A Minor Crisis en Everlight for Hawaiians, freelance tekstschrijver, vrijwilliger en werkzaam in de verslavingszorg.

On drums: Marlon Roberts. Foto: Ron van Varik

“Wat leuk dat je me gaat interviewen! Ik ben geen pro hoor, maar wel he-le-maal gek van muziek. Met A Minor Crisis spelen we alternatieve rock. De zanger/gitarist komt meestal met een idee voor een liedje. Als band jammen wij vervolgens gewoon wat er in ons opkomt en vervolgens ontstaat er iets. Met Everlight heb ik net vijf nummers opgenomen in de studio.”

Mensen achter de muziek
“Ik begon laat met muziek maken. Pas na mijn twintigste begon ik met drumles, maar ik was er al jong helemaal gek van. Het begon met de klassieke muziek waar mijn Nederlandse stiefopa altijd naar luisterde. Door mijn oom kwam ik aanraking met drums, hij had een drumstel thuis en zo is het balletje gaan rollen.” Ineens vliegen de bandnamen en de bekende drummers en gitaristen me om de oren. Enigszins uit het veld geslagen door mijn gebrek aan kennis op dat gebied pen ik driftig alle namen op papier. Jeff Porcaro is natuurlijk wel een bekende naam, de drummer van Toto, die Marlon als zijn voorbeeld ziet. “Ik weet niet meer wat mijn eerste plaat was, maar ik weet wel dat ik geïnteresseerd raakte in de mensen achter de muziek.”

“Als je het mij vraagt was mijn opa Japans”
De familie van Marlon heeft dus een grote invloed gehad op zijn liefde voor muziek. Beide ouders van Marlon zijn Indisch. Allebei komen ze van Java, vader uit Banyuwangi en moeder uit Surabaya. Als ik doorvraag naar zijn grootouders en de oorlog wordt het verhaal een beetje onduidelijk. Het woord troostmeisje valt even en uiteindelijk komt Marlon met de mededeling: “Volgens mij heb ik een Japanse opa. Niets is zeker, niemand schijnt het te weten, maar als je het mij vraagt was mijn opa Japans.” Marlon wil en kan er niet meer over vertellen, ik laat het. Er zijn wel meer familiegeschiedenissen onduidelijk.

“Stilte kan namelijk ook muziek zijn”
In zijn Indische achtergrond is hij zich pas ver na zijn pubertijd gaan verdiepen. “Ik leerde pas na mijn twaalfde rijst eten, daarvoor waren het enkel aardappelen.” In 1992 is hij voor het eerst naar Indonesië gegaan met zijn ouders en andere familieleden. ‘Hoe ongelooflijk cliché het wellicht ook klinkt, ik had de ‘aha-erlebnis’ en het voelde inderdaad als thuiskomen.’ In 1995 keerde hij nog een keer terug. Zijn beste herinnering aan Indonesië is de zonsopgang bij de Bromo. “We moesten midden in de nacht ons bed uit en een drie uur durende trektocht ondernemen om amper vijf minuten van het weidse uitzicht te kunnen genieten. Wat ik me vooral herinner is dat ik even van heel dichtbij meemaakte hoe nietig de mens wel niet is. En die stilte, heerlijk. Even geen muziek. Stilte kan namelijk ook muziek zijn.”

Indorock is niet helemaal mijn ding
In het verleden speelde Roberts Indorock met Dislocation en de Bibit Rockers. “Met Dislocation speelde ik voornamelijk softe evergreens en natuurlijk deed ik ook mijn stinkende best om zo lekker mogelijk te spelen. Later bij de Bibit Rockers zat ik veel meer op mijn plek. Daar kon ik echt rocken. We waren allemaal jong, we speelden Indorock en traden op op de Pasar Malam Besar. Helemaal kicken. Maar om je eerlijk te zeggen. Indorock is niet helemaal mijn ding.”

Drummer zoekt vrouw
Ik vraag hem drie inspiratiebronnen voor zijn muziek te noemen. Marlon kijkt me een beetje nijdig aan. Drie inspiratiebronnen noemen vindt hij lastig. Toch komt hij op een aantal bekende artiesten. Met stip op één: Jeff Porcaro. Ook de naam Kevin Gilbert valt. “En uiteraard het publiek. De mensen die de moeite nemen om naar jouw optreden te komen kijken en luisteren. Daar doe je het voor. De laatste jaren haal ik vooral mijn inspiratie vandaan bij het meest avontuurlijke muziekfestival dat er is: State X New Forms. En nog een allerlaatste ding dan. Natuurlijk haal ik  ook heel veel inspiratie uit een heerlijke Indische maaltijd. Nasi Goreng Djawa bij Sarinah.”Als er dan nog eens (mooie) vrouwen in het publiek staan, ga ik daar niet slechter van spelen. Natuurlijk ben ik geen muziek gaan maken om contact te krijgen met vrouwen. Alhoewel. Ben wel vrijgezel. Dus kan ik nu een oproep doen…?”

Hoe lang leeft Indorock nog?

Amsterdam, 7 maart 2009

door Ed Caffin

Het is zaterdagavond en ik sta met een vriend tussen enkele tientallen mensen in Bluescafé Maloe Melo te luisteren naar onvervalste Rock-‘n’-roll.  In het donkere zaaltje achterin het café hangt, ondanks dat niemand meer een sigaret opsteekt, een rokerige sfeer. Vergeelde foto’s van oude rockhelden hangen scheef aan de muur naast een oude gitaar zonder snaren. “Op het affiche zag ik Indorock staan,” zegt de zanger van de band in een pauze tussen twee nummers, “dus voor alle Indorock-liefhebbers bij deze een nummer van de Tielman brothers: Rock With Me Baby…”.

De band die staat te spelen heet Tjendol Sunrise en bestaat uit vier Indo’s: een zanger, gitarist, bassist en een drummer. In een recent interview met de band dat ik las in Moesson leggen de bandleden uit dat hoewel ze Indisch zijn en van Rock-‘n’-roll houden, ze dat nog geen Indorockband maakt. Zij zien zichzelf in ieder geval niet zo. En de troonopvolgers van de Indorockers van de jaren vijftig en zestig, van wie er sommigen nog altijd op de Pasar Malam Besar spelen, zijn ze al helemaal niet.

tjendolsunrise

Ze spelen ook zeker niet de Indorock die op de Pasar te horen is, maar dat de band de Indorock weldegelijk als belangrijke inspiratiebron ziet, blijkt een paar nummers later overduidelijk. Ze brengen “een ode aan alle oude Indohelden” met het nummer That’s My little Suzy van Ritchie Valens. Recent brachten ze met hun grootste held Andy Tielman, op 72-jarige leeftijd nog altijd actief, zelfs de CD 21st Century Rock uit. Het is een verzameling oude ‘Indorock-nummers’ in een nieuw jasje.

Na een korte rookpauze speelt de band lekker door en ik vraag me af of Indorock nu eigenlijk wel of niet definitief tot het verleden behoort. Het zal de meeste mensen in de zaal niet kunnen schelen vermoed ik. Behalve misschien het handjevol Indo’s, waaronder één met zwarte vetkuif, die bescheiden achterin staan opgesteld. In het steeds drukker wordende café zien we steeds meer glimlachen en wiegende heupen. Er wordt geboogiewoogied tot diep in de nacht.

Op Youtube bekijk ik de volgende ochtend wat filmpjes van bands waarvan ik de naam op een viltje heb gekrabbeld. De meeste in zwart-wit, maar zelfs dan en op een klein schermpje swingt het ongekend. De Javelins, de Crazy Rockers, De Tielman brothers; pioneers waren het, de oude Indorockers. Met mooie pakken en vaak getooid met zwarte vetkuiven brachten ze in de jaren ’50 en ’60 de Rock-‘n-Roll naar Nederland. De bands waren de muzikale stem van een eerste generatie immigranten, en met legendarische live-optredens werden ze immens populair bij het grote publiek. Zo snel als ze waren gekomen, verdwenen ze weer van de grote podia die ze een decennium lang hadden beheerst. De weg was vrij gemaakt voor vele andere bandjes en muziekstromen.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=YvC2_nsVJv0&hl=en&fs=1]

Op Hyves kom ik even later op twee Indorock-pagina’s. De eerste, ‘dé site voor Indorockers’ genoemd, is pas geleden opgericht door Jerry, zelf de zoon van een Indorocker en enorme fan. Ook op deze pagina staan oude filmpjes. Op een andere, de Indorock Hyve, lees ik een discussie over wie van de jonge generatie het nog leuk vind om Indorock te spelen. Ik lees wat berichten van enthousiaste jonge fans en een aantal reacties van ouderen. Ze maken zich zorgen over wie toch het stokje over gaat nemen van de oude Indorockers.  “Jongeren spelen liever andere muziek, dus zullen er straks geen Indorock-bandjes meer zijn” is zo ongeveer de conclusie.

De zorg dat er over een aantal jaar geen echte Indorock bandjes meer zijn is denk ik wel terecht. Het merendeel van de filmpjes op Youtube zal daarom wel zwart-wit blijven. Aan de andere kant: is de term Indorock eigenlijk niet bedacht om de nieuwe muziek van toen een plek te geven? De rockers van toen waren gewoon steengoede Indische muzikanten die Rock-‘n-Roll een eigen draai gaven en het introduceerden in Nederland. Inmiddels is die muziek misschien niet meer zo populair als het ooit was, maar er zijn nog steeds veel jonge Indo’s die goede muziek spelen en ‘rocken’. Vaak geïnspireerd door de oude helden, maar op hun eigen manier…

Meer weten over Indorock? Lees de Story of Indorock of kijk eens op de site van de Stichting Indorock.