MC DRT – “Rappen is een roeping, geen ambitie.”

MC-DRT 2011 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

In één oogopslag ontkracht MC DRT (aka Kevin Visser) het clichébeeld, namelijk dat alle Indische mannen klein en tenger zijn. Deze boomlange rapper torent met zijn statuur én skills hoog boven menigeen uit.

tekst: Willem-Jan Brederode fotografie: Armando Ello

Unieker is dat deze Indische Almeerder rapteksten schrijft met inhoud, visie en kritiek – binnen de hedendaagse hiphop helaas een uitstervend ras. Hoog tijd om eens meer over hem te weten te komen.

Terwijl MC DRT fotograaf Armando Ello en mij begeleidt naar de hotellounge voor het interview, vertelt hij kennisvol over de stadsgezichten van Almere die wij onderweg tegenkomen. Met een architectuur die nooit ouder dan een aantal jaar (hoogstens decennia) oud kan zijn en een sterke multiculturele demografie, maakt Almere het woord ‘oer-Hollands’ juist exotisch. Na een kwartier moest ik toch eerlijk bekennen dat ik weinig personen van zijn leeftijd ken die zoveel over hun eigen stad of regio weten. Achteraf kan ik deze eigenschap alleen maar wijten aan zijn diep ontwikkelde sociale betrokkenheid en maatschappelijke visies die als vlijmscherpe rode draden door zijn teksten lopen.

MC-DRT 2011 4 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

Eerste generatie Almeerder
MC DRT werd in 1982 in Amsterdam geboren, maar zijn familie woonde al in het toen nog vrij nieuwe Almere. Naast een derde generatie Indo, noemt hij zichzelf dus een eerste generatie Almeerder. “Mijn stad heeft nog geen geschiedenis, dus ook nog geen identiteit. Juist door het ontbreken van een gevestigde orde heeft men moeite om om te gaan met de creativiteit van jongeren. Hierdoor zie ik dat er, voor artiesten zoals ik, voornamelijk proefkonijn initiatieven worden opgezet. Mensen van mijn generatie vormen de grondleggers van deze stad. Wij zullen geschiedenis schrijven door het fundament te leggen. Helaas mist bij mijn generatie het bewustzijn en de ruggengraat hiervoor.” Ik bedenk me dat ironisch genoeg bij zijn Indische generatiegenoten een identieke problematiek zich voordoet.

Indische invloed
Blootstelling aan de Indische cultuur begon voor MC DRT al op jonge leeftijd. Tijdens zijn jeugd had hij veelvuldig contact met zijn Indische grootouders. In hoeverre hij daar Indische eigenschappen aan heeft overgehouden? “Een andere Indo kan die beter bij mij herkennen dan ikzelf, want voor mij is hoe ik ben normaal.” Bewust zijn van zijn culturele achtergrond begon ook in die tijd. “Halverwege de jaren ’80 had je veel minder gekleurde mensen hier, zeker in het toen blanke, dorpse gedeelte van Almere waar ik ben opgegroeid. Toen mijn opa hier kwam, werd hij zeg maar gezien als één van de ‘negers’, waardoor ik automatisch ook. ”

Gedurende zijn ontwikkeling als artiest, ondervond hij steun vanuit ‘het Indische’. “Ik neem mijn leven als musicus serieus. Het is een middel om een boodschap te verspreiden; om mijn droom uit te spreken. Deze opstelling wordt eerder door mijn Indisch deel geaccepteerd en gestimuleerd. Vanuit mijn Hollandse kant wordt liever een “strak in het gareel” manier van leven gezien.”

Wat paradoxaal lijkt te zijn, is zijn directe, harde manier van rappen versus de introverte communicatie binnen de Indische wereld. MC DRT heeft echter een andere benadering; “Ik zal mijn cultuur nooit ten schande brengen. Ik gebruik juist het collectieve aspect om een stem te geven aan diegenen dit dat niet kunnen. Wat ik zeg moet een meerwaarde hebben, ik zeg dingen omdat ze gezegd MOETEN worden. Ik zie rappen dan ook eerder als een roeping dan als een ambitie.”

Deze ‘stem’ hoor je luid en duidelijk terugkomen in de gevarieerde onderwerpen die aan bod komen in zijn teksten. Hierin is echter nog niet de ‘Indische stem’ naar voren gekomen. MC DRT legt uit; “Ik zou graag over iets Indisch willen schrijven, maar op een of andere manier kan ik er nog niet helemaal cool onder zijn. Als ik nadenk over wat er gebeurd is, gaat mijn bloed koken. Ik heb het zelf niet eens meegemaakt, maar het zit toch nog te diep.” Ik vraag niet naar verdere uitleg, omdat ik feilloos weet wat hij bedoelt. We laten het erbij.

Indo Hop
Op de middelbare school leert MC DRT Jerome XL kennen, een Indische jongen met een freestyle talent waardoor DRT zich aangespoord voelt ook te gaan rappen. Vanaf 1997 betreden zij samen als rappers de hiphop-wereld en stichten hun eerste groep genaamd “Indo Tribe”, samen met twee andere Indische jongens. “Vervolgens vormden wij een van de eerste allround hiphop crews van Nederland, genaamd DC 13. We hadden alles, rappers, freestylers, breakers, DJ’s, graffiti… Helaas eindigde alles toen een van onze leden, Ali B, aan zijn weg naar succes begon te timmeren.” Daarna gingen MC DRT & Jerome XL als duo door, waarmee zij terechtkwamen op een aantal compilatie-albums en een aantal videoclips maakten.

MC-DRT 2011 1 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0Helaas is het duo daarna uit elkaar gegaan ‘due to creative differences’, zoals men in de hip hop altijd zo mooi kan zeggen. Maar bestaat er eigenlijk wel een culturele band tussen Indische rappers? “Ik denk het niet, het is ten eerste voornamelijk de stad of regio die de band vormt tussen rappers”, zegt MC DRT. Dit is niet ongewoon binnen de hiphop. In de VS bijvoorbeeld, vormt binnen de hiphop je geografische achtergrond eerder je identiteit dan je afkomst. Maar hij vervolgt; “Maar niemand heeft ons ook ooit bij elkaar gezet. Als we elkaar op de pasar malam zouden tegenkomen, kunnen we elkaar leren kennen”. Alsof ik een ‘gat in de Indische markt’ hoor, vraag ik mijzelf af waarom er inderdaad nog niemand zo slim is geweest om al het onbekende en bekende jong Indisch muziektalent bij elkaar te zetten… (HINT HINT).

Rebel Without A Pause
MC DRT is een opkomende Indische artiest/ rapper waar ik al jaren op wacht. Eindelijk iemand die breekt met het populaire format waarmee Indische artiesten door de Hilversumse fabriek tegenwoordig worden uitgepoept. Geen popstar, geen mooiboy aspiraties, geen player antics, geen bling in zijn oor, geen wanna-be neger die praat als een Marokkaan, geen gepolijste poprijmpjes die uit zijn mond rollen. Leefden wij 20 jaar geleden, dan deed ik Chuck D’s klok om MC DRT zijn nek. ‘Cause he knows what time it is…!’

[learn_more caption=”Meer over MC-DRT”]Wil je meer over MC DRT weten, zijn artikelen lezen of EP’s “Pennevrucht” en “Suikerwater” downloaden, check dan zijn website http://www.drt.nu. Blijf zijn site geregeld checken voor het aankomende album “Volkstherapie”.[/learn_more]

Marlon Robert, Jonge Indo in de muziek

Voor de eerste aflevering van de nieuwe serie ‘Jonge Indo’s in de muziek’ ga ik in gesprek met Marlon Robert. We spreken af in Den Haag, rock capital van Nederland. ‘Blauwe cowboylaarzen en rood leren jack,’ had ik hem meegedeeld. ‘Zwart leren jack en zilveren sneakers,’ diende hij mij van repliek. Alvoor we een warme, droge plek gevonden hebben in het centrum van Den Haag in, begint Marlon over muziek. Zijn enthousiasme steekt me aan.

Gek van muziek
Marlon Robert, 38 jaar en Hagenaar (of moet ik Hagenees zeggen?), is drummer van de band A Minor Crisis en Everlight for Hawaiians, freelance tekstschrijver, vrijwilliger en werkzaam in de verslavingszorg.

On drums: Marlon Roberts. Foto: Ron van Varik

“Wat leuk dat je me gaat interviewen! Ik ben geen pro hoor, maar wel he-le-maal gek van muziek. Met A Minor Crisis spelen we alternatieve rock. De zanger/gitarist komt meestal met een idee voor een liedje. Als band jammen wij vervolgens gewoon wat er in ons opkomt en vervolgens ontstaat er iets. Met Everlight heb ik net vijf nummers opgenomen in de studio.”

Mensen achter de muziek
“Ik begon laat met muziek maken. Pas na mijn twintigste begon ik met drumles, maar ik was er al jong helemaal gek van. Het begon met de klassieke muziek waar mijn Nederlandse stiefopa altijd naar luisterde. Door mijn oom kwam ik aanraking met drums, hij had een drumstel thuis en zo is het balletje gaan rollen.” Ineens vliegen de bandnamen en de bekende drummers en gitaristen me om de oren. Enigszins uit het veld geslagen door mijn gebrek aan kennis op dat gebied pen ik driftig alle namen op papier. Jeff Porcaro is natuurlijk wel een bekende naam, de drummer van Toto, die Marlon als zijn voorbeeld ziet. “Ik weet niet meer wat mijn eerste plaat was, maar ik weet wel dat ik geïnteresseerd raakte in de mensen achter de muziek.”

“Als je het mij vraagt was mijn opa Japans”
De familie van Marlon heeft dus een grote invloed gehad op zijn liefde voor muziek. Beide ouders van Marlon zijn Indisch. Allebei komen ze van Java, vader uit Banyuwangi en moeder uit Surabaya. Als ik doorvraag naar zijn grootouders en de oorlog wordt het verhaal een beetje onduidelijk. Het woord troostmeisje valt even en uiteindelijk komt Marlon met de mededeling: “Volgens mij heb ik een Japanse opa. Niets is zeker, niemand schijnt het te weten, maar als je het mij vraagt was mijn opa Japans.” Marlon wil en kan er niet meer over vertellen, ik laat het. Er zijn wel meer familiegeschiedenissen onduidelijk.

“Stilte kan namelijk ook muziek zijn”
In zijn Indische achtergrond is hij zich pas ver na zijn pubertijd gaan verdiepen. “Ik leerde pas na mijn twaalfde rijst eten, daarvoor waren het enkel aardappelen.” In 1992 is hij voor het eerst naar Indonesië gegaan met zijn ouders en andere familieleden. ‘Hoe ongelooflijk cliché het wellicht ook klinkt, ik had de ‘aha-erlebnis’ en het voelde inderdaad als thuiskomen.’ In 1995 keerde hij nog een keer terug. Zijn beste herinnering aan Indonesië is de zonsopgang bij de Bromo. “We moesten midden in de nacht ons bed uit en een drie uur durende trektocht ondernemen om amper vijf minuten van het weidse uitzicht te kunnen genieten. Wat ik me vooral herinner is dat ik even van heel dichtbij meemaakte hoe nietig de mens wel niet is. En die stilte, heerlijk. Even geen muziek. Stilte kan namelijk ook muziek zijn.”

Indorock is niet helemaal mijn ding
In het verleden speelde Roberts Indorock met Dislocation en de Bibit Rockers. “Met Dislocation speelde ik voornamelijk softe evergreens en natuurlijk deed ik ook mijn stinkende best om zo lekker mogelijk te spelen. Later bij de Bibit Rockers zat ik veel meer op mijn plek. Daar kon ik echt rocken. We waren allemaal jong, we speelden Indorock en traden op op de Pasar Malam Besar. Helemaal kicken. Maar om je eerlijk te zeggen. Indorock is niet helemaal mijn ding.”

Drummer zoekt vrouw
Ik vraag hem drie inspiratiebronnen voor zijn muziek te noemen. Marlon kijkt me een beetje nijdig aan. Drie inspiratiebronnen noemen vindt hij lastig. Toch komt hij op een aantal bekende artiesten. Met stip op één: Jeff Porcaro. Ook de naam Kevin Gilbert valt. “En uiteraard het publiek. De mensen die de moeite nemen om naar jouw optreden te komen kijken en luisteren. Daar doe je het voor. De laatste jaren haal ik vooral mijn inspiratie vandaan bij het meest avontuurlijke muziekfestival dat er is: State X New Forms. En nog een allerlaatste ding dan. Natuurlijk haal ik  ook heel veel inspiratie uit een heerlijke Indische maaltijd. Nasi Goreng Djawa bij Sarinah.”Als er dan nog eens (mooie) vrouwen in het publiek staan, ga ik daar niet slechter van spelen. Natuurlijk ben ik geen muziek gaan maken om contact te krijgen met vrouwen. Alhoewel. Ben wel vrijgezel. Dus kan ik nu een oproep doen…?”

Wat is de muziek van generatie 3.0?

Komende maand publiceert Indisch 3.0 de eerste aflevering van de serie Jonge Indo in de muziek. Aanleiding voor de redactie om zich af te vragen: wat is eigenlijk de muziek van generatie 3.0? De eerste generatie was gek op big bands zoals Glenn Miller, de tweede generatie jivte zich suf op Indorock, waar luistert een doorsnee 3.0’er naar?

Jago Bahaya (foto via Facebook)

Is dat muziek van Jago-Jago die op 28 mei op de Tong Tong Fair staan? De Kambing Kings (30 april)? De slack-key gitaarmuziek van de Hawaiiaan Makana (Bengkel-theater)? Of kunnen we dat pas beoordelen als generatie 5.0 aan het bloggen is?

Hoe lang leeft Indorock nog?

Amsterdam, 7 maart 2009

door Ed Caffin

Het is zaterdagavond en ik sta met een vriend tussen enkele tientallen mensen in Bluescafé Maloe Melo te luisteren naar onvervalste Rock-‘n’-roll.  In het donkere zaaltje achterin het café hangt, ondanks dat niemand meer een sigaret opsteekt, een rokerige sfeer. Vergeelde foto’s van oude rockhelden hangen scheef aan de muur naast een oude gitaar zonder snaren. “Op het affiche zag ik Indorock staan,” zegt de zanger van de band in een pauze tussen twee nummers, “dus voor alle Indorock-liefhebbers bij deze een nummer van de Tielman brothers: Rock With Me Baby…”.

De band die staat te spelen heet Tjendol Sunrise en bestaat uit vier Indo’s: een zanger, gitarist, bassist en een drummer. In een recent interview met de band dat ik las in Moesson leggen de bandleden uit dat hoewel ze Indisch zijn en van Rock-‘n’-roll houden, ze dat nog geen Indorockband maakt. Zij zien zichzelf in ieder geval niet zo. En de troonopvolgers van de Indorockers van de jaren vijftig en zestig, van wie er sommigen nog altijd op de Pasar Malam Besar spelen, zijn ze al helemaal niet.

tjendolsunrise

Ze spelen ook zeker niet de Indorock die op de Pasar te horen is, maar dat de band de Indorock weldegelijk als belangrijke inspiratiebron ziet, blijkt een paar nummers later overduidelijk. Ze brengen “een ode aan alle oude Indohelden” met het nummer That’s My little Suzy van Ritchie Valens. Recent brachten ze met hun grootste held Andy Tielman, op 72-jarige leeftijd nog altijd actief, zelfs de CD 21st Century Rock uit. Het is een verzameling oude ‘Indorock-nummers’ in een nieuw jasje.

Na een korte rookpauze speelt de band lekker door en ik vraag me af of Indorock nu eigenlijk wel of niet definitief tot het verleden behoort. Het zal de meeste mensen in de zaal niet kunnen schelen vermoed ik. Behalve misschien het handjevol Indo’s, waaronder één met zwarte vetkuif, die bescheiden achterin staan opgesteld. In het steeds drukker wordende café zien we steeds meer glimlachen en wiegende heupen. Er wordt geboogiewoogied tot diep in de nacht.

Op Youtube bekijk ik de volgende ochtend wat filmpjes van bands waarvan ik de naam op een viltje heb gekrabbeld. De meeste in zwart-wit, maar zelfs dan en op een klein schermpje swingt het ongekend. De Javelins, de Crazy Rockers, De Tielman brothers; pioneers waren het, de oude Indorockers. Met mooie pakken en vaak getooid met zwarte vetkuiven brachten ze in de jaren ’50 en ’60 de Rock-‘n-Roll naar Nederland. De bands waren de muzikale stem van een eerste generatie immigranten, en met legendarische live-optredens werden ze immens populair bij het grote publiek. Zo snel als ze waren gekomen, verdwenen ze weer van de grote podia die ze een decennium lang hadden beheerst. De weg was vrij gemaakt voor vele andere bandjes en muziekstromen.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=YvC2_nsVJv0&hl=en&fs=1]

Op Hyves kom ik even later op twee Indorock-pagina’s. De eerste, ‘dé site voor Indorockers’ genoemd, is pas geleden opgericht door Jerry, zelf de zoon van een Indorocker en enorme fan. Ook op deze pagina staan oude filmpjes. Op een andere, de Indorock Hyve, lees ik een discussie over wie van de jonge generatie het nog leuk vind om Indorock te spelen. Ik lees wat berichten van enthousiaste jonge fans en een aantal reacties van ouderen. Ze maken zich zorgen over wie toch het stokje over gaat nemen van de oude Indorockers.  “Jongeren spelen liever andere muziek, dus zullen er straks geen Indorock-bandjes meer zijn” is zo ongeveer de conclusie.

De zorg dat er over een aantal jaar geen echte Indorock bandjes meer zijn is denk ik wel terecht. Het merendeel van de filmpjes op Youtube zal daarom wel zwart-wit blijven. Aan de andere kant: is de term Indorock eigenlijk niet bedacht om de nieuwe muziek van toen een plek te geven? De rockers van toen waren gewoon steengoede Indische muzikanten die Rock-‘n-Roll een eigen draai gaven en het introduceerden in Nederland. Inmiddels is die muziek misschien niet meer zo populair als het ooit was, maar er zijn nog steeds veel jonge Indo’s die goede muziek spelen en ‘rocken’. Vaak geïnspireerd door de oude helden, maar op hun eigen manier…

Meer weten over Indorock? Lees de Story of Indorock of kijk eens op de site van de Stichting Indorock.

Blue Bayou, het Indische volkslied

bluebayouDen Haag, 17 oktober 2008
door Kirsten Vos

Een paar weken geleden heb ik gedichten voorgedragen op een festival in Den Haag. Een van die gedichten, ‘Boogie Woogie’, gaat over mijn oma. Muziek en dans speelden in het leven van mijn grootouders een belangrijke rol. Mijn grootvader heeft de halve familie leren dansen, mijn oma was de gangmaker op feesten dankzij haar geweldige pianospel.

Door een handicap kon zij op het laatst helemaal niets meer, ook geen muziek maken. In dat gedicht heb ik een verwijzing opgenomen naar Blue Bayou, dat ook wel bekend staat als het Indische volkslied. Mijn grootouders speelden dat stuk regelmatig. Toch heb ik nooit gevraagd waarom Blue Bayou het Indische volkslied heet.

Hun lp-speler stond om de een of andere reden op hun kledingkast. Een van de lp’s die ze daarop afspeelden was rood in plaats van zwart en als mijn herinneringen me niet bedriegen, stond op die rode lp het nummer Blue Bayou. Telkens wanneer mijn opa dat nummer opzette, was het alsof de zon ging schijnen. Ik zag zijn ogen oplichten, warmte vulde de achterkamer van hun Haagsche woning en ik voelde, zonder het ooit gevraagd te hebben, dat dit stuk hem deed teruggaan naar zijn moederland Indonesië.

Pas jaren later ontdekte ik dat dit stuk ook wel het ‘Indische volkslied’ genoemd werd. Het verbaasde me niets. Het hele stuk drukt een diepgeworteld verlangen uit om terug te gaan naar een warme plek waar het leven een stuk beter is dan in Nederland: hard werken en uitkijken naar betere tijden. Over het achterlaten van dat wat je dierbaar is. Het terugzien van mensen die je dierbaar zijn. Je beter voelen als je weer terug bent in Blue Bayou. En over ‘sleepy eyes’, een beschrijving die met name de ogen van mannelijke Indische Nederlanders kenmerkte. Om nog maar niet te spreken over de ‘bijnaam’ van blauwe die de Indische groep in de jaren ’50 had.

Dit zijn alleen mijn persoonlijke antwoorden op de vraag waarom we Blue Bayou het Indische volkslied noemen. Ik ben erg benieuwd naar jouw mening. Dus: luister en oordeel zelf, naar de uitvoering van Linda Ronstadt uit 1977, of lees de songtekst. Overigens heeft Andy Tielman het stuk ook vertolkt, maar de versie die ik daarvan op YouTube vond was niet van goede kwaliteit.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=f78bKXzALXo]