Merdeka: Jepang, Bersiap, politionele acties.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Of de onheilspellende december-maand.

Het rommelde al in Nederlands-Indië, toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland losbrak. Het bezette Nederland kon Nederlands-Indië niet beschermen tegen de Japanse invasie, net zo min als het KNIL dat kon. December, de maand waarin Japan in 1941 Pearl Harbour aanviel en de Tweede Wereldoorlog naar Azië bracht, zou een onheilspellende rol in de dekolonisatie van Nederlands-Indië blijven spelen. Deel 2 van de bloemlezing over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.

Keuzes maken in een bloemlezing blijft lastig. Je wil het niet te lang maken, maar informatief genoeg om toegevoegde waarde te bieden. Daarom hebben we ook jouw hulp nodig – wat ontbreekt in dit overzicht?

Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl
Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl

Invasie Japan
Tot aan de invasie van de Japanners in 1942, dacht het Nederlandse gouvernement dat Nederlands-Indië buiten de oorlog kon blijven. Onterecht, zoals we weten, want na de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, viel Japan Nederlands-Indië binnen en op 8 maart 1942 capituleerde het Nederlandse gouvernement onder leiding van lt. gouverneur-generaal Van Mook. In Nederland zou de Nederlandse koningin Wilhelmina de inwoners van de Nederlandse koloniën nog wel een opvallende belofte doen, een jaar na de aanval op Pearl Harbour. In haar toespraak op 7 december 1942 kondigde zij, onder druk van Amerika, hervormingen aan in de door Nederland gekoloniseerde landen. In 1946 zou deze speech de basis vormen voor het opzenden van de eerste Nederlandse troepen naar Indonesië: de 7 december divisie.

Nederlands-Indie zou buiten de oorlog blijven.

Bestuursovername
In Indonesië wilde de Japanse bezetter alles dat Westers was uitschakelen. De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk, net als de gemengde Indo-Europeanen. In eerste instantie verboden de Japanners het nationalisme, totdat zij merkten dat ze het Indonesische volk alleen meekregen als zij aansluiting zochten bij de nationalisten. Verder ontdekten de Japanners dat de Indonesische jongeren (pemoeda) radicaler waren dan de nationalistische leiders en vatbaar voor de Japanse propaganda over de superioriteit van het Aziatische ras: Azië is voor de Aziaten. De Japanners boden de Indonesische KNIL-soldaten vrijheid, als zij zich loyaal aan de bezetter zouden tonen. Vooral de Ambonezen, Timorezen en Menadonezen weigerden dit, net als de meerderheid van de Indo-Europeanen.

De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk.

De internering
Tijdens de Japanse bezetting werden in Nederlands-Indië tot vier keer toe – en steeds strenger – Europeanen en Indo-Europeanen geïnterneerd. Het begon in 1942. De Japanse bezetter wilde de Indo-Europeanen en de totoks tegen elkaar opzetten, in de hoop steun te krijgen van deze eerste groep. De Japanners registreerden de bevolking en interneerden alle volbloed Europeanen. Het gevolg hiervan was dat de Japanners van de Indo-Europeanen een aparte juridische klasse maakte. Veel Indo-Europeanen kregen gewetensbezwaren, ‘de politieke identiteit werd een kwestie van leven en dood’.

Een identiteit van leven en dood

Derde generatie
Naar de zin van de Japanner toonden de Indo-Europeanen te weinig samenwerking en in oktober 1943 werd een derde interneringsronde gehouden. Bij deze ronde moest nu Indonesisch bloed tot in de derde generatie aangetoond worden. Aan de ene kant verdwenen nog meer Indo-Europeanen achter het kawat, aan de andere kreeg een aantal van hen hun vrijheid terug, indien zij loyaliteit met de bezetter beloofden. Het aantal burgergeïnterneerden is niet definitief vastgesteld: er zouden tussen de 120.000 tot 200.000 geïnterneerde burgers zijn geweest (Meijer 2004: 226).

Capitulatie Japan
Na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima, gaf de Japanse bezetter zich op 9 augustus 1945 over, op 15 augustus gevolgd door de algehele Japanse capitulatie. Nederland was zelf nog maar net bevrijd, had geen enkel idee wat er zich in de Pacific afgespeeld had en kon geen troepen naar Indonesië sturen. Indonesië viel daarom tijdelijk onder het bestuur van de Britten, onder leiding van lord Mountbatten. De Britten gaven echter voorrang aan de eigen gebieden in Azië, en gaven de Japanners de opdracht de status quo te hanteren tot de komst van de Britten, eind september. Dit betekende in de praktijk dat veel geïnterneerden pas twee maanden na de capitulatie hun kampen konden verlaten. Voor veel Indische Nederlanders is 15 augustus daarom geen Bevrijdingsdag.

Indonesië viel tijdelijk onder het bestuur van de Britten

Merdeka!
De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de onafhankelijkheid van Indonesië waren immens. Niet alleen keurde nieuwe wereldmacht Amerika elke vorm van imperialisme af, ook was het prestige van de Europeanen in Indonesië gedaald door de snelle overgave in 1942. Onder druk van de radicale pemoeda’s, riep Soekarno op 17 augustus 1945 Soekarno de Republik Indonesia uit. Van terugkeer naar het koloniale bestuur wilde hij niets meer horen.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com
Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Bliksemrevolutie
Door Japan opgeleide Indonesische paramilitairen en enkele Indonesische KNIL-militairen sloten zich al snel bij Soekarno en Hatta aan. Zij vormden de BKR, de Volksveiligheidsorganisatie, en riepen met succes de traditionele inheemse hoofden op hen te steunen, om zo het gezag van de revolutie in de samenleving te vergroten. De economische malaise, de steun van de inheemse aristocratie, de pemoeda’s én het charisma van Soekarno leidden tot de succesvolle bliksemrevolutie.

Weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen

Bersiap!
De terugkeer van de Europeanen in de samenleving deed de gemoederen van de al sterk geradicaliseerde en paramilitair getrainde pemoeda’s opvlammen tot openlijke agressie: de bersiap – weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen – brak in september 1945 uit. De pemoeda’s beschuldigden Europeanen van samenzwering tegen de republiek en herstel van het koloniale bestuur en keerden zich – alsnog – tegen de inheemse bestuurlijke aristocratie, die hiervoor vaak uit eigen belang hadden samengewerkt met de Europeanen.

Rood-wit speldje
Europeanen en Indo-Europeanen moesten hun steun betuigen aan de Indonesische revolutie, wilden zij niet ontvoerd, mishandeld of vermoord worden. Velen van hen droegen een rood-wit speldje ter bescherming, vaak zonder het gewenste effect en keerden snel terug naar de interneringskampen voor bescherming van de Japanners tegen de woeste pemoeda’s. De Indonesische president Sjahrir kon uiteindelijk oproepen tot kalmte, maar dat zou pas gebeuren in het voorjaar van 1946.

Linggadjatti
In de onrustige republiek voerde Nederland – onder dwang van de Britten en de Amerikanen – onderhandelingen met Soekarno en Hatta. In november 1946 kwam het tot een voorlopig akkoord met de Republik, het akkoord van Linggadjatti. Daarin zou de Republik een zelfstandige, aan Nederland gelijkwaardige positie krijgen in een Nederlands-Indonesische Unie. In Nederland ontstond hiertegen groot verzet, niet alleen bij de regering, maar ook bij de bevolking.

een gelijkwaardige positie in een Nederlands-Indonesische Unie

Dubbel akkoord
Terwijl in Nederland het verzet tegen Linggadjatti groeide, kreeg het akkoord grote steun van de internationale gemeenschap. In december van dat jaar besloot het Nederlandse kabinet het akkoord ‘aan te kleden’ en voegde een aanvullende regeringsverklaring toe, waardoor Nederland het akkoord veranderde in eigen voordeel. In Indonesië nam het wantrouwen tussen Nederlands en Republikeins-gezinden ondertussen toe. De Republik gaf nog wel aan Linggadjatti te zullen ondertekenen, als de aanvullende regeringsverklaring niet zou gelden. Uiteindelijk wist Van Mook Nederland en de Republik op 25 maart 1947 te bewegen tot het ondertekenen van feitelijk twee akkoorden – de Nederlanders ondertekenden de Nederlandse versie, de Republik ondertekende de Indonesische versie.

Droomwereld
Terwijl de inkt van Linggadjatti nog niet eens opgedroogd was, ging de Nederlandse regering onderzoeken in hoeverre zij de Republikeinse regering kon dwingen alsnog de Nederlandse versie van het akkoord te accepteren. De Nederlandse regering vond in april 1947 nog steeds dat de Republik in een droomwereld leefde en stelde de Republikeinen onder dreiging van militair ingrijpen meerdere ultimatums. De Republikeinen weigerden.

Operatie Product
De 7 December Divisie, onder leiding van commandant Spoor, voerde op 21 juli 1947 operatie Product uit, een aanval op de Republiek. Het was de eerste politionele actie. Onder druk van onder meer de Amerikanen en de Veiligheidsraad, beëindigde Nederland op 5 augustus het geweld. Toch was de eerste politionele actie succesvol: Nederlandse ondernemingen waren weer in Nederlandse handen gekomen, Indonesië kon geen handel meer drijven.

Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik

Tweede politionele actie (19 – 31 december 1948)
Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik. Door deze houding isoleerde Nederland zich steeds meer van de internationale gemeenschap en alle steun in Indonesië die er nog voor Nederland was, verdween. Nederland wilde nog een poging doen om de Republiek te dwingen zichzelf op te heffen en voerde tijdens het kerstreces van de Veiligheidsraad een tweede politionele actie uit. De internationale gemeenschap zou niet snel reageren en tegen de tijd dat ze zouden reageren, zou Nederland allang de strijd gewonnen hebben.

Financieel-economische belangen
Niets bleek minder waar te zijn en onder internationale druk trok Nederland zich op 31 december weer terug. Resultaat van deze tweede politionele actie was dat Nederland op internationaal niveau ongeloofwaardig geworden was en alle internationale steun uitging naar de Republik Indonesia. Na deze nederlaag besloot de Nederlandse regering om in het vervolg financieel-economische aspecten te laten prevaleren boven militair-politieke.

De Ronde Tafel Conferentie
In augustus 1949 werd tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) het definitieve einde van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië beklonken. Met de ondertekening van de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 bekrachtigde Koningin Juliana – dit keer definitief – de zelfstandigheid van Indonesië.

Bronmateriaal

  • Van den Doel Afscheid van Indie
  • U. Bosma e.a. De geschiedenis van Indische Nederlanders
  • Meijer In Indie geworteld

"De bloedigste oorlog die Nederland ooit voerde"

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

65 jaar na de eerste politionele actie

Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947.
Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947. Bron: Nationaal Archief.

Vandaag is het 65 jaar geleden dat Nederland in Indonesië de eerste politionele actie startte. Vanavond besteedt de NTR daar op tv aandacht aan, in een reconstructie van 21 juli 1947. Maar hoeveel weten we nou eigenlijk over de Nederlandse daden tijdens die roerige dekolonisatie-periode? Ik spreek erover met Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde (KITLV).

Een politionele actie is een term die duidt op militaire inzet op binnenlands grondgebied. De acties van Nederland mochten namelijk koste wat kost geen oorlog genoemd worden, valt op internet terug te vindenVorige maand pleitten de directeuren van het NIOD, NIMH en KITLV voor een onderzoek naar deze en andere daden van de Nederlandse regering in de voormalige kolonie Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Gert Oostindie, woordvoerder namens de drie instituten, vertelt over de aanleiding voor dit voorstel.

Incidenten
“Die vijf jaren zijn, van de hele periode van Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, de belangrijkste en de bloedigste: ze bevat de geboorte van een natie én de meest bloedige oorlog die Nederland ooit voerde. De laatste tijd zien we een opeenstapeling van aanklachten, zoals Rawagede. En een nieuwe stroom van incidenten is losgebarsten.”

“Dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Distantie
“Wij vonden de tijd gekomen om nu eindelijk eens de balans op te maken. Bovendien lijkt, sinds Ben Bot in 2005 verklaarde dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, een nieuw tijdperk aangebroken van meer distantie. Dat het Nederlands Instituut voor Militaire Historie aan dit onderzoek wil meewerken, vind ik veelzeggend. Zelfs zij vinden het hoog tijd dat er duidelijkheid komt.”

Breed verhaal
“Wat wij willen is een overzicht bieden van de daden van Nederland in Indonesië in de periode 1945 – 1949. We streven naar een breed verhaal, gebaseerd op feiten, zonder daarbij moralistisch te worden. We willen er geen politiek onderzoek van maken, we willen het zover mogelijk weghalen bij de politiek van vandaag. Of politici nu onderscheid kunnen maken tussen ons verleden en het Indonesië van nu? Tja, dat zouden ze wel moeten kunnen. Sterker nog, dit onderzoek kan die scheiding duidelijk maken.”

“We willen het weghalen bij de politiek van vandaag.”

Kamervragen
“Dat dit voorstel zo prominent in het nieuws gekomen is, verraste ons. De pers nam onze argumenten over en was er meestal positief over. Dat ook Cees Fasseur aangaf dat zijn onderzoek (de Excessennota, 2 juni 1969) slechts een begin was dat een vervolg nodig had, sterkte ons in dat voorstel. Tijdens het vragenuurtje op 19 juni jl. heeft de SP de regering om een reactie per brief gevraagd, daarbij gesteund door D66, GroenLinks en PvdA. VVD steunde de vraag ook, al was dat niet om dezelfde reden als de andere partijen.”

Cofinanciering
“En nu? Ja nu is het afwachten op de reactie van het kabinet. Pas als er een reactie ligt, kunnen we ingaan op de argumenten om dit onderzoek wel of niet op te starten. Je hebt gelijk, natuurlijk, we hebben daar feitelijk geen opdracht voor nodig van de regering. We hebben de bevoegdheid zelf onderzoeken te starten, we willen daar ook zeker eigen middelen voor vrijmaken. Alleen, wil je het echt zo grondig aanpakken als wij van plan zijn, dan hebben we daar cofinanciering voor nodig.”

“Dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand.”

Indonesië
“Nee, dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand dat ontstaan is na het interview in de Volkskrant. We hebben goede contacten met Indonesische onderzoekers, die zijn bereid met ons samen te werken hieraan. Want eigenlijk is het vreemd dat er nooit eerder gezamenlijk onderzoek gedaan is. Overigens, in Indonesië vinden ze ook dat ze te weinig kritisch naar deze periode hebben gekeken. Maar voor de duidelijkheid: onze insteek blijft om een overzicht te maken van het optreden van Nederland. Want zodra we overzicht hebben, weten we ook wat we niet weten. De kritiek dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Gert Oostindie. Foto: KITLV.
Gert Oostindie. Foto: Ron Stam.

Oostindie
“Of ik persoonlijk een band heb met Indië? Vanwege mijn achternaam zeker? Die vraag krijg ik vaker. Ik zou een spannend verhaal kunnen ophangen, in VOC-archieven vond ik een Hendrik Oostindie, maar dat is waarschijnlijk geen voorvader. Ik ben, na me vooral in de geschiedenis van Latijns-Amerika en de Caraiben te hebben verdiept, in 2000 directeur geworden van het KITLV. Ik heb in het afgelopen decennium veel geleerd over Indië en Indonesië. Inmiddels ben ik behoorlijk thuis in Indische en Indonesische kringen, maar daar heeft mijn achternaam niets mee te maken.”

Wat vind jij eigenlijk van het voorstel van deze drie onderzoeksinstituten? Djempol of sudah, al? Waarom? 

Sorry, there are no polls available at the moment.

Over de eerste politionele actie (21 juli – 5 augustus 1947) kan je vanavond een reconstructie zien in het tv-programma ‘Nederland valt aan’. Nederland 2, 20.50 – 21.50 uur. 

Koloniale oorlog 1945-1949

Dit jaar is het 65 jaar geleden dat de Republik Indonesia werd uitgeroepen. Japan had zich net overgegeven en de Tweede Wereldoorlog was ten einde. Terwijl Indonesië volledige zelfbeschikking wilde, probeerde Nederland de macht in ‘ons Indië’ te herstellen. Vier jaar en twee grootschalige militaire acties later liet Nederland de oude kolonie dan eindelijk los. Het fotoboek “Koloniale Oorlog 1945-1949” laat de onverhulde waarheid zien van het bewogen “afscheid van Indië”.

Ergens in het begin van het boek is een twee pagina’s grote foto van een kampong afgedrukt. Uit de bovenkant van de huizen schieten vlammen en donkere rook. Op de voorgrond een handvol blanke soldaten die van het vuur wegrennen. Verderop de foto waarop een jonge strijder zichtbaar is, liggend in een veld, met om hem heen vier militairen. Hun geweren zijn op hem gericht. De beelden doen denken aan de Tour of Duty serie van eind jaren tachtig: jonge jongens in den vreemde in gevecht met een vaak onzichtbare, maar altijd wrede vijand.

Dit keer alleen geen Amerikaanse maar Nederlandse jochies, vermoeid en getekend door de strijd. Geen Vietcong maar Indonesiche pemuda’s, vechtend voor onafhankelijkheid. Het ‘militaire optreden’ in de archipel kostte bijna zesduizend nederlandse soldaten het leven. Naar schatting 100.000 Indonesische strijders kwamen om. Over het aantal burgerdoden lopen de schattingen uiteen van 25.000 tot 100.000. Het zijn de koele cijfers van een bittere oorlog.

De samenstellers uit het boek doken in archieven en selecteerden vele onbekende en nooit eerder gepubliceerde foto’s. De uiteindelijke verzameling beelden brengt vier gewelddadige jaren van ‘dekolonisatie’, revolutie’ of ‘onafhankelijkheidstrijd’ vaak rauw in beeld. Zo is op een van de foto’s in het derde hoofdstuk van het boek (‘In Actie’) het bovenlichaam van een gesneuvelde Indonesische strijder zichtbaar, liggend naast een grote mitrailleur. Het oorspronkelijke bijschrift repte over “ de verschrikkelijke uitwerking van een pantserkanon dat een granaat afvuurde”.

Ook bij veel andere foto’s in het boek is weinig verbeelding nodig. Dergelijke foto’s haalden echter nooit de krant. De beelden die Nederland bereikten werden zorgvuldig geselecteerd: geen slachtoffers, geen strijd. Dat het afscheid van Indie gepaard ging met veel geweld en terreur was dan ook zo goed als onbekend bij ‘het thuisfront’.

Dankzij een strenge censuur werd al die tijd de schijn opgehouden van ‘onze jongens’ die als ‘bevrijders’ werden onthaald en die in Indië slechts te maken hadden met ‘een stel extremisten’ die onschadelijk moesten worden gemaakt. Ook toen miste de Nederlandse propaganda zijn uitwerking niet. En ook meer dan 60 jaar na dato wordt de periode 1945-1949 nog altijd niet gezien als een bloedige koloniale oorlog. Dit boek laat echter onomwonden zien dat het toch echt niets anders was dan dat.