Dewi in Jakarta # 8: de mix van Bali

Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 hield ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is alweer de laatste aflevering. We wensen haar veel succes en plezier toe!

Woensdag 22 augustus

‘Thuis’

Ik woon nog niet zo lang in mijn studio in Bali. Toch voel ik me er al helemaal thuis. Dat komt vooral door de mensen die in de straat wonen. Eigenlijk is het meer een ‘buurtje’ van twee smalle doodlopende straatjes omdat daar de rijstvelden beginnen.

"Anjing!!!!!". Foto: Dewi Reijs.
“Anjing!!!!!” Foto: Dewi Reijs.

Wanneer ik in de namiddag terugkom, loop ik soms nog een rondje met mijn puppy. De kinderen in de straat gaan dan, als een grote zwerm zoemende bijen, achter haar aan vliegen. Wat bijzonder is: het zijn lokale, gemixte en buitenlandse kinderen en iedereen speelt met elkaar. Engels, Balinees, Indonesisch – alles wordt hier door elkaar gesproken.

Ik laat mijn puppy vaak met de kinderen ‘buiten spelen’: ze wordt vanzelf weer thuis gebracht. Alleen als ik net in de ochtend wakker word is het iets minder idyllisch: mijn buurjongen staat dan voor mijn tuinhek staat en gilt heel hard ANJING!! (HOND!!). In het vervolg hoef ik in ieder geval de wekker niet meer te zetten.

In 1945 is de Republiek Indonesië onafhankelijk verklaard. Op 17 augustus is het onafhankelijkheidsdag. Nederland erkende deze datum pas in 2005. Ik probeer op deze nationale feestdag de straat uit te fietsen, maar moet halverwege afstappen. Voor mij staat een grote groep mensen die zich ergens omheen hebben verzameld. Ik hoor fanatiek geroep. Verbaasd kijk ik waar ze mee bezig zijn.

Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.
Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.

Ze zijn oud-Hollandse spelletjes aan het doen. Verschillende gekleurde sarongs zijn aan elkaar geknoopt en vormen samen een lang touw. Twee groepen vrouwen staan tegenover elkaar en trekken met volle kracht aan ‘het touw’ . Juist: lekker touwtrekken met z’n allen. Ik zie ook mensen ‘spijkerpoepen’. Je doet een touw om je middel met daaraan een spijker, daarna moet je proberen om de spijker in de fles ‘te poepen’. Het zie er héél grappig uit. ‘Lucu sekali’ zeg ik tegen mijn buurvrouw.

Wanneer ik even later weer op mijn fiets stap, bedenk ik mij dat ik hier best zou kunnen wonen. Niet voor de rest van mijn leven, maar misschien voor één jaar. Of twee? Wat is twee jaar op een heel mensenleven? Ik dagdroom een beetje verder. Ik heb ontzettend veel interessante en leuke mensen ontmoet de afgelopen tijd, ik ben erg benieuwd of er mooie projecten uit voortkomen.

Ik fiets naar het strand en til mijn puppy uit het mandje. Ik trek mijn slippers uit en loop door het zoute water achter haar magere beentjes aan. De zon is bijna onder maar het is nog niet koud. De natuur en het tropische weer tellen natuurlijk óók mee. Dat is iets wat mij nooit zal gaan vervelen. Binnenkort ga ik weer even naar Jakarta, dat is toch waar het allemaal gebeurd op werkgebied. Dan weer terug naar Bali en in oktober naar Nederland, naar huis.

Maar wat voelt voor mij als ‘thuis’? Voor mij is dat toch waar mijn familie en vrienden wonen. Durf ik die wel achter te laten? Het is niet dat zij hier in een uurtje zijn, met de auto of de trein. Dat is iets waar ik goed over na zal moeten denken de komende tijd.

Met dit promofilmpje gaat DewiReijs zichzelf in de markt zetten als actrice en model. Bekijk hem ook op Vimeo.

Media glijden uit op matje Wilders

Landelijke media en politici glijden elke keer weer uit op het gladde matje van Geert Wilders (PVV). ‘Indonesische ambassadeur op matje’ kopte Trouw vanmiddag, naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad eerder vandaag. Aan het begin van de avond meldde Elsevier dat ambassadeur Habibie aan Maxime Verhagen toegaf dat hij “beter niet had kunnen zeggen dat PVV-kiezers misschien wel een angststoornis hebben.

Ambassadeur Habibie (foto: FD)

De Indonesische ambassadeur Habibie heeft het FD een buitengewoon openhartig interview heeft gegeven, naar aanleiding van het aanstaande staatsbezoek van de Indonesische president. Al maanden speculeren we in Indische kringen over de relatie tussen de komst van de president en de as if by magic sinds juni 2010 weer toegelaten luchtvaartmaatschappij Garuda Indonesia. Habibie windt daar geen doekjes om: “Eigenlijk had de president Nederland al eerder willen bezoeken, maar dat kon niet omdat Garuda zes jaar geleden van de Europese Commissie een verbod kreeg om op Europa te vliegen. Hij gaat natuurlijk niet met KLM of Singapore Airlines. Geen sprake van.”

En laten we vooral de ingezonden brief in het NRC niet vergeten van een aantal prominenten vorig jaar, om 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdatum te erkennen, die Indisch 3.0 al eerder overbodig noemde. Habibie zegt daarover in het FD-interview: “Het laatste obstakel voor onze relaties werd weggenomen toen de Nederlandse minister voor Buitenlandse Zaken Bernard Bot in 2005 naar Jakarta kwam en onze onafhankelijkheidsdag op 17 augustus 1945 accepteerde. Wij hadden nooit om die erkenning gevraagd, maar het was altijd een psychologische barrière die onze betrekkingen hinderde. Sindsdien zijn onze relaties spiegelglad en kunnen we hand in hand de toekomst tegemoet.”

Liggen journalisten van de landelijke media te slapen? Waarom gaat Elsevier of De Telegraaf niet achter de uitspraken aan over de plotselinge toelating van Garuda? Waarom is de relatie tussen Nederland en Indonesië van dusdanig belang, dat Nederland “enorm heeft geholpen bij het oplossen van de tekortkomingen van Garuda. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat stuurde experts naar Jakarta. Sinds juni zijn er weer dagelijkse vluchten tussen Jakarta en Amsterdam,” zoals in het FD-interview te lezen valt?

Hoe is het mogelijk dat, sinds de publicatie van dit interview, nog geen enkele journalist vragen heeft gesteld over de veiligheid in het luchtverkeer, staatssteun in de vrije luchtvaartsector of het uitgeven van Nederlands belastinggeld aan een buitenlandse luchtvaartmaatschappij? En dat terwijl in mei, een maand voor de toelating van Garuda Indonesia, een ernstig vliegtuigongeluk plaatsvond? U weet wel, die met kindje Ruben als enige overlevende?

De lichtgeraaktheid van Wilders is zo flinterdun dat ik daar niet eens al te veel woorden aan vuil wil maken. De man die zich voorstaat op de vrijheid van meningsuiting, en alle volgelingen van de islam te pas en te onpas schaart onder de categorie ‘achterlijk’, heeft een sluwe keuze gemaakt. Van alle uitspraken van Habibiekoos de PVV-man voor de kritiek  op de PVV-stemmers. Wat is Wilders toch een nobele man. Met mooi glad haar. Waar heel journalistiek en politiek Nederland op probeert te dansen.  En al doende het oog verliest voor zaken die écht belangrijk zijn.

Nederlands Nieuw-Guinea, laatste thuisland van de Indo

Nederlands Nieuw-Guinea was onderdeel van Nederlands-Indië en bleef na de onafhankelijkheid van Indonesië nog tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Totdat Nederland ook dit laatste deel van haar voormalige kolonie opgaf, woonde er een vrij grote Indische gemeenschap. Na 1949 zou het nog onontwikkelde gebied ten oosten van Java de plek worden voor, onder andere, Indo-Europeanen.

Nederlands Nieuw-Guinea
Nederlands Nieuw-Guinea

door Willem-Jan Brederode en Charlie Heystek

Steden als Hollandia, Sorong, Manokwari en Biak werden de nieuwe thuishavens waar het Indische leven haar toekomst moest vinden. De gemeenschap leefde er in andere omstandigheden dan de meesten gewend waren, maar was niettemin -of misschien juist daardoor- hecht.
Toen de eersten na de onafhankelijkheid voet aan wal zetten op Nederlands Nieuw-Guinea, was het complete eiland zo goed als onherbergzaam. Voor de primaire levensbehoeften begonnen mensen met het ontwikkelen van landbouw en veeteelt. Ook moesten er wegen worden aangelegd en huizen gebouwd. Handel kwam pas op gang nadat Chinezen in Nieuw-Guinea waren aangekomen en her en der toko’s openden.

Over de begintijd vertelt de moeder van Willem-Jan: “Het eerste half jaar hebben we alleen sardines uit blik gegeten. Mijn vader joeg soms op herten, tjeleng en wilde kippen waarvan de grote eieren uitstekend waren voor het maken van struif (omelet). Ons huis was zeer primitief gebouwd; dunne houten muren, steunend op palen en afgedekt met golfplaat. Het gerieflijk bestaan in Soerabaja veranderde in werken om te kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften.”

Wat Charlie’s moeder zich herinnert uit de tijd in Nieuw-Guinea is ‘vlinders’. “Er waren enorme vlinders! We moesten altijd oppassen voor insecten, in je bed en in je schoenen. Er was fruit in overvloed. We hadden veel pisangbomen en mangabomen. De pisangs werden niet meer door ons gegeten, de Papoea’s kapten uiteindelijk de trossen. En we hadden ook papaja. Papaja in overvloed! Altijd papaja, elke dag papaja. Op een gegeven moment konden we het niet meer zien.”

Net als vele andere Indische Nederlanders die in Nieuw-Guinea gewoond hebben, zijn de herinneringen van Charlie’s moeder die van een kind. Ze vertrok toen ze acht was naar Nederland, tienduizenden anderen volgden of waren haar al voorgegaan. Het was het gevolg van het hoog opgelaaide conflict tussen Indonesië en Nederland. Al in de jaren ’50 van de vorige eeuw verslechterden de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië.

In 1959 verbrak Indonesië alle banden met Nederland en nam de geschiedenis van Nieuw-Guinea en van de Indo-Europeanen in Indonesië en Nederlands Nieuw-Guinea een laatste radicale wending. Er dreigde oorlog: terwijl Nederland zijn laatste territorium in de voormalige kolonie probeerde te behouden, wilde Indonesië het gebied inlijven in de Republiek. In 1962 stond Nederland uiteindelijk onder grote internationale druk Nieuw-Guinea af.

Het is het definitieve einde van het zogenaamde nieuwe thuisland van de Indische Nederlanders. De hechte gemeenschap vormde, met de spijtoptanten uit Indonesië, de laatste groep Indische immigranten die hun weg vonden naar Nederland en hier wederom vanuit het niets een bestaan hebben opgebouwd.

Wat onze ouders nu nog rest zijn hun verhalen, die zich laten typeren door die enorme drang naar overleven, en de hechte band met de ander mensen die op Nieuw-Guinea hebben geprobeerd een nieuw thuis te creëren in de zoektocht naar een eigen plek binnen de grenzen van de voormalige kolonie Nederlands-Indië.