Recensie: Een land met gesloten deuren

Liever heimwee dan Holland: een pijnlijk voelbaar gemis

Een land met gesloten deuren © Peter van Dongen / In de Knipscheer 2012

Midden jaren vijftig arriveerde journalist en schrijver Tjalie Robinson (Jan Boon, 1911-1974) in Nederland, net als tienduizenden andere Indische Nederlanders. Het land van herkomst was voor velen afgesloten, veroordeeld tot een vaderland dat zij alleen van vakantie of uit de geschiedenisboeken kenden. Holland was koud, nat en totaal anders dan verwacht. Bovendien voelden ze zich niet altijd even welkom. Vorig jaar werden de stukken die Tjalie Robinson net na zijn overkomst schreef, voor het eerst gebundeld en zijn deze nu beschikbaar in een paperbackversie. Opnieuw kunnen we met de scherpe blik van Tjalie naar Nederland kijken. Maar hoe geestig en scherp ook, de heimwee snijdt je door je ziel.

Verloren thuis
Veel van de Indische literatuur die ik gelezen heb, verhaalt van het verlangen naar het warme land uit de jeugd, een mystieke plek met mooi weer, heerlijk eten, prachtige natuur, een verloren paradijs. Het gemis is invoelbaar, zeker, maar niet eerder werd de pijn van het verloren thuis voor mij zo invoelbaar gemaakt als in Het land met gesloten deuren van Tjalie Robinson. Ik denk dat dat komt omdat hij deze verhalen net na het vertrek uit Indië schreef, toen de tijd nog niets van het gemis had verzacht. En daarnaast, Tjalie stond erom bekend geen blad voor de mond te nemen, ook niet als hij het moeilijk had.

Meedogenloos en humoristisch beschrijft hij Nederland in al zijn groot- en kleinheid.

Piekerans en gesloten deuren
Tjalie Robinson had jarenlang een krantenrubriek die ‘Piekerans van een straatslijper’ heette en razend populair was onder Indische Nederlanders, omdat hij zo scherp het dagelijks leven in Batavia wist vast te leggen. Met deze Piekerans gaat hij na zijn aankomst in Amsterdam door. Meedogenloos en humoristisch beschrijft hij Nederland in al zijn groot- en kleinheid. Dat levert geestige en herkenbare situaties op, die ook nu, zestig jaar later, nog altijd actueel zijn. Zo heb ik erg moeten lachen om zijn verbazing over onze hang naar regulatie, die zijns inziens veel te ver gaat en daardoor juist tot ongelukken leidt, zoals in het verkeer:

‘In het begin snap je er niets van, want alles rijdt hier netjes op eigen paden: [..] bij drukke verkeerspunten staan agenten of verkeerslichten. Het is, lijkt me toe, technisch onmogelijk om ongelukken te krijgen. Nu begrijp je het beter. Juist deze overdreven zuigelingenzorg maakt dat de gemiddelde weggebruiker in slaap kan vallen op straat. Elk snijpunt waar de tekens niet duidelijk genoeg zijn, moet dus automatisch fataal worden. […] Ik heb zo’n idee dat als je 100 Hollanders met de fiets op Gadjah Mada of Hajam Woeroek zou neerzetten de helft binnen een half uur vermorzeld zou zijn.’

Alles in Nederland is aan regels gebonden en daar wordt Tjalie gek van:

‘Je zou zo zeggen; als ik bakpauw ga verkopen, dan kan daar toch niemand bezwaar tegen hebben. Dat denk je maar. Ik zal middels examens moeten aantonen dat ik a. kan koken en bakken en b. dat ik kooksels en baksels kan en mag verkopen. Niets gaat zomaar in Holland.’

Zo piekert en klaagt Tjalie het hele boek door, over de koude, eindeloze winter, over het gebrek aan goedgeefsheid van de Hollanders, het gebrek aan fatsoen van de jongeren, maar vooral over de gesloten deuren, de Indische gastvrijheid die hij zo mist.

Het gemis dat eraan ten grondslag ligt, voel je tot in je botten.

Rake observaties
Als je wilt weten hoe veel Indische Nederlanders zich destijds gevoeld moeten hebben, lees dan zeker dit boek. De rake observaties zijn nog steeds actueel en het is heerlijk hoe de tekst doorspekt is met Indische termen op plekken waar je ze niet direct verwacht, zoals wanneer Tjalie ‘Joris en de tokeh’ gebeeldhouwd ziet in een Leidse kerk of spreekt over ‘pasar malams aan zee’ en ‘kleine warongs waar je alleen chocola en ijs kunt kopen.’ En zeker ook als je Nederland eens vanuit een ander, nog altijd verrassend perspectief wilt zien.

Kou tot op het bot
Lees dit boek zeker niet als je een hekel hebt aan gemopper, want mopperen kan hij, Tjalie. Natuurlijk zijn er soms lichtpuntjes: de Hollanders die juist ontdooien als ze op de schaats staan, de kruideniers en Sinterklaas, en ook al wordt zijn toon in de loop van het boek berustender, er is veel fout. Maar je vergeeft het hem, want het gemis dat eraan ten grondslag ligt, voel je tot in je botten, net zoals de kou Tjalie tot op het bot ging. In een andere context haalt hij Leo Vroman aan: ‘Heimwee is beter dan Holland.’ Dat gold ook voor hemzelf: tegen alles aanschoppen was minder pijnlijk dan accepteren dat Indië voorbij was.

Tjalie Robinsons – Foto: literairetijdschriften.org

Een land met gesloten deuren. Tjalie Robinson. Uitgeverij In de Knipscheer. Haarlem 2012. € 17,50

PhotoFriday #1: Guus Cleintuar over boksen

Ik had geen bokshandschoenen, wel een handboek over boksen.

Het Tropenmuseum wil met het project Foto zoekt Familie 335 fotoalbums teruggeven aan hun Indische eigenaren. Met de serie PhotoFriday zal Indisch 3.0 de komende maanden aandacht schenken aan een foto uit deze collectie. In deze allereerste aflevering vertelt schrijver Guus Cleintuar over boksen in Nederlands-Indië. Onze freelancer Sarah gaat bij hem op bezoek.

PhotoFriday boksen. Nederlands-Indie, waarschijnlijk omstreeks 1922. Boksen in Nederlands-Indie (Foto: Tropenmuseum)
Boksen in Nederlands-Indië, waarschijnlijk omstreeks 1922. (Foto: Tropenmuseum)

Duizend keer
Tjalie Robinson schreef erover in zijn verhaal Little Nono‘Met elke honderdste seconde de inzet van de hele persoon, met de risico van verminking en dood, maar met moed, moed, moed. Ah, een normaal verstandig mensenleven leef je maar één keer, maar een bokser leeft duizend keer!’  Het is het onderwerp van de foto die we in deze eerste aflevering gaan bespreken: boksen. Boksen was niet alleen Tjalie’s passie, het was populair onder veel Indo’s. In de collectie Indische fotoalbums zat deze foto van twee boksende jongens in een album uit 1922. Om meer van de foto en over boksen in Nederlands-Indië te weten te komen ga ik op bezoek bij een oude vriend van Tjalie, schrijver Guus Cleintuar. Cleintuar bokste zelf en schreef erover in zijn roman Jerry.

Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

Lagere regionen
Op 87-jarige leeftijd is Cleintuar nog zeer scherp, hoewel zijn lichaam hem de laatste tijd in de steek laat. Met zijn door ziekte aangetaste stem kiest hij zorgvuldig zijn woorden uit, als ik hem de foto laat zien. ‘Dat zijn twee Indo’s, ik denk dat ze ongeveer 14 of 15 jaar zijn. Indo’s zijn vaak slank, ook al zijn ze gespierd. Het lijkt alsof het in een tuin is, we hadden toen grote tuinen. Ik was ook al jong in boksen geïnteresseerd. Ik had geen bokshandschoenen, maar wel een handboek over boksen. Op bezoek bij mijn opa in Cheribon kwam ik een Indo-jongen tegen die twee paar bokshandschoenen had. Hij wilde graag leren boksen. Daar heb ik voor het eerst gebokst. Er waren veel Indo’s in de bokswereld, er waren ook wel blanke jongens, maar het waren voornamelijk Indo’s en Aziaten. Onder de well-to do Indo en zeker de blanke die niet tot de lagere regionen behoorde was boksen niet populair.’

In het Jappenkamp heb ik echt leren boksen.

In leven blijven
‘Naderhand heb ik weer gebokst in het Jappenkamp. Daar heb ik echt leren boksen. Ik was niet zo goed hoor, vond ik zelf. Ik was toen 17 jaar.In het kamp waar ik zat, zat ik met een aantal bekende boksers waaronderFightingMieck. Wij sliepen samen in dezelfde zaal, we zaten met zijn achttienen in een schoollokaal. Wat moest je ’s avonds doen? Je verveelde je vaak. Je kon niet altijd treuren om thuis en in die tijd hadden we nog het idee dat de oorlog in 3 maanden afgelopen zou zijn. In die sfeer gingen we boksen. En niet onbelangrijk, iedereen wilde in leven blijven natuurlijk. Het is een manier om fit te blijven. En ook voor jezelf: kan ik dit nog? Ben ik te zwak geworden? Tot in het derde jaar werd er gebokst. Daarna werd het te zwaar.’

Aankondiging bokswedstrijd (Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939)
Aankondiging bokswedstrijd. Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939

Bewijzen
Boksen in het Jappenkamp als ultieme manier om te bewijzen dat je het leven nog waard bent. En dan in het kamp zitten met de legendarische Fighting Mieck. De Indo Fighting Mieck hoort in het rijtje thuis van de beroemde boksers in Indië als BennyVodegel, de gebroeders Njoo en Luis Blanco. Gevechten vonden plaats in bijvoorbeeld het Deca-park of in Concordia in Bandung. Onder veel Indo’s was boksen dus populair, hoewel het kennelijk voor sommige Indo’s ‘not done’ was. Kan jij ons meer vertellen over boksen in Indië of over deze foto? Laat een reactie achter.

PhotoFriday#2 zal gaan over de baboe: de hulp of kinderverzorgster, in Nederlands-Indië.

Tjalie Robinson inspireert, zelfs in andermans handen

Den Haag, 23 maart 2009

door Kirsten Vos

‘Literatuur is niets. Leven is alles.’

De exact 600 pagina’s tellende biografie over Jan Boon, beter bekend als  Tjalie Robinson, las niet altijd even makkelijk, maar mijn doorzettingsvermogen is de moeite waard geweest. Tijdens het lezen heb ik meerdere malen een ‘aha, vandaar!’-gevoel gehad. Veel had ik nog niet van Tjalie gelezen, maar genoeg om de thema’s die biograaf Wim Willems aanwijst, te kunnen herkennen. Mijn overheersende gevoel nu? Ik ga zo snel mogelijk  Tjies er weer bij pakken, een van de boeken die Jan Boon als Vincent Mahieu schreef, en ik simpelweg vergeten ben uit te lezen.

Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver. Wim Willems
Tjalie Robinson, biografie van een Indo-schrijver, van Wim Willems

De eerste keer dat ik zelf in aanraking kwam met een stuk van de hand van Boon’s pseudoniem Tjalie Robinson, was tijdens mijn afstudeeronderzoek. Dankzij die Piekerans van een straatslijper begreep ik de sentimenten van de gerepatrieerde Indische Nederlanders beter en dankzij de in oktober 2008 uitgekomen biografie heb ik de diepere drijfveren van die straatslijper leren kennen. In al zijn hoedanigheden, waarvan Tjalie Robinson en Vincent Mahieu de bekendste zijn, wilde Boon schrijven over het werkelijke leven. Voor de oprichter van Moesson ‘ging schrijven over het ontdekken van een waarheid,’ aldus Willems, een waarheid die alleen buiten te vinden was, niet achter het bureau.

Robinson was fel gekant tegen alle studeerkamergeleerden, ‘muurtjesmensen en degenen die hun huis niet verlieten,’ en vond lichamelijk en fysiek alert zijn veel belangrijker dan ‘Diepzinnig denkend nietsdoen’, zo zegt de biograaf, want ‘In zijn werk zocht hij naar de twee verterende vuren van de tropen: bederf en roekeloze levensdrang.’ Een van Jan Boon’s overtuigingen was namelijk ‘Literatuur is niets. Leven is alles.’  Tjalie schreef altijd vanuit echte gebeurtenissen, of hij die nu zelf had meegemaakt of niet, en al schrijvend ontdekte hij in die gebeurtenissen universele thema’s. Hij riep lezers van Tong-Tong, voorloper van Moesson, bovendien stelselmatig op ook te gaan schrijven, zodat repatrianten een getuigenis konden afleggen van een historie die in de Nederlandse geschiedenislessen weggemoffeld was: die van Nederlands-Indië.

De biografie boeide me, omdat ik werk van Tjalie Robinson en Vincent Mahieu gelezen had. Ik kan me alleen heel goed voorstellen dat mensen die nog niets van deze bevlogen en veelzijdige Indo-Europese schrijver gelezen hebben, schrikken van de omvang van de biografie. Bovendien vind ik het jammer dat Willems hier en daar wat zweverige, wollige mijmeringen heeft opgenomen, waarvan ik niet wist wat ik ermee aan moest.  De biograaf springt ook regelmatig van heden, naar verleden, naar toekomst, waardoor ik soms niet meer doorhad waar de tekst over ging. Het lijkt wel alsof Willems, meegesleept door alle ontdekkingen, af en toe vergeten is zijn lezer mee te nemen. Hoeveel lezers zouden weten wat een totok of een Indo is, of, nog beter,  ‘eurotropisch’, en ‘transnationaal denken’? In Willems’ studieveld zullen het vast bekende begrippen zijn, maar ik snakte op zulke momenten naar gewone mensentaal.

Kortom – ga eerst Tjalie lezen, of Vincent Mahieu, en pak daarna pas de biografie erbij. Via antiquariaten zoals www.antiqbook.com zijn zijn boeken prima te verkrijgen. Of wacht even, want er komt binnenkort een nieuwe bundel uit met Piekerans  die nog niet eerder verschenen zijn. 

Tjalie Robinson- Biografie van een Indo-schrijver. Wim Willems, Bert Bakker, 600 p., 25 euro.

Bestel het boek