3.0 in de Media – Levi van Kempen

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

“Binnen de Indische cultuur zijn veel mooie verhalen ontstaan.”

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Als 8-jarig jongetje zong hij het liedje ‘ik wil niet dat je liegt’ van Paul de Leeuw tijdens een mini-playbackshow. Toen wist hij al welke kant hij op zou gaan. Nu is hij bekend als stemacteur, acteur en presentator bij onder andere Disney. Hij geniet van zijn werk, maar kan minstens zoveel genieten van het Indische eten en de cultuur. Ik heb het over de 3.0 in de media: Levi van Kempen (24).

Fotografie: Anouschka Wardekker

Levi is Indisch via zijn vader: zijn grootouders komen uit Tegal en Sukabumi. Levi heeft zowel Indisch, Nederlands als Grieks bloed, maar voelt zich vooral verbonden met zijn Indische afkomst. De presentator heeft een grote liefde voor Indisch eten en omdat hij zelf niet goed kan koken, is hij bijna dagelijks te vinden bij een toko of gaat langs bij zijn ouders. Zijn vader houdt van koken en opent binnenkort in Houten een Indonesische bezorgservice ‘Indo Ketjil’ – De kleine Indo.

Roots reis
Levi is twee keer in Indonesië geweest: ‘Wow hier liggen dus mijn roots, dacht ik toen. Hier komt mijn bloed vandaan en ligt een deel van mijn familiegeschiedenis. Dat is zo bijzonder. Ook heb ik daar de stille kracht van de Indische cultuur ervaren. Met een vriend ging ik een winkel met maskers in. Er kwam een walm op ons af. Ik zag een masker schommelen en beiden kregen we ineens knallende koppijn. We wisten: “Dit is niet goed.” Meteen zijn we naar buiten gegaan en hebben het nog ongeveer twee uur gevoeld. Het kan van alles zijn geweest, maar het blijft frappant.’

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Het wapen van de Van Kempens
Levi hecht heel veel betekenis aan de Indische cultuur. Hij beseft dat zijn familie het niet makkelijk heeft gehad tijdens de oorlog. De broer van zijn opa heeft aan de Birma Spoorlijn gewerkt: ‘Hij heeft het gelukkig overleefd, maar het moet vreselijk zijn geweest. Aan de hand van onze familiegeschiedenis is er, eigenlijk als grap, een familiewapen ontstaan. Een bord met een lepel en een vork. Zo simpel, maar zo veelzeggend. Mijn opa was op dat moment al overleden, maar zijn broer vertelde dat mijn opa en hijzelf het hebben van eten heel erg waardeerden. Tijdens de oorlog heeft mijn opa ongelooflijk veel honger gekend en dankte God elke dag dat hij eten had.’

De Indische Herenclub
Levi is sinds kort lid van de Indische Herenclub. Hiervan mag je alleen lid worden als je een mannelijke Indo bent, werkzaam in de mediawereld. De club bestaat uit ongeveer 20 mannen. Levi is het jongste lid. Het kerndoel van deze club is praten over het oude Nederlands-Indië, samen eten en kijken of ze leuke projecten kunnen opstarten met elkaar. De voorzitter van de club is acteur Martin Schwab: ‘De Indische Herenclub wordt heel serieus genomen. Ik moest een inauguratie speech houden waarin ik iets vertelde over mijn Indische achtergrond, en aangeven waarom ik lid wilde worden.

Levi van Kempen © Anouschka Wardekker
Levi van Kempen © Anouschka Wardekker

Lekker stinken
Waar Levi ook speelt, hij is altijd opzoek naar Indisch eten. Zijn collega’s verbazen zich erover waar hij het elke keer weer vandaan haalt. Tijdens de ‘Je Anne’ tour waarin Levi de rol van ‘Peter’ speelde, wist hij van elke stad waar de toko’s zaten: ‘Zodra we aankwamen hadden we drie kwartier speling. Deze drie kwartier bestond voor mij en Thom Hoffman uit naar de toko lopen, eten halen,  opwarmen, opeten en omkleden. Vervolgens lekker stinken op het toneel. Ik zal geen namen noemen, maar dat werd me niet altijd in dank afgenomen, haha.’

Geinen en keihard werken
Levi geniet van zijn werk. Plezier is één van de grootste motivaties voor Levi om door te gaan: ‘Ik vind het leuk om ergens in uit te blinken. Geinen en keihard werken. Zolang je die mengelmoes hanteert, ben je professioneel bezig. Ik wil continu beter worden en er valt altijd iets te polijsten. Dit brengt mij uiteindelijk dichter bij mijn dromen. Ik barst van de dromen, maar het heeft alleen zin ze uit te spreken als ze je verder kunnen brengen. Ik  zou graag een Nederlands-Indische film willen maken. Op deze manier kan ik me inzetten voor de Indische cultuur. Een prachtige cultuur waarbinnen veel mooie verhalen zijn ontstaan.’

Van welke 3.0 in de media wil jij graag een interview lezen? Of ben jij een 3.0 in de media die mee zou willen werken aan een interview? Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Dewi in Jakarta #1 – George

George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 houdt ze een tijdelijk dagboek bij. Hierbij de eerste van acht afleveringen van deze serieblog.

Vrijdag 18 mei 2012.

“GEORGE”

George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com
George Costanza. Bron: http://foggedclarity.com

Loslaten. Dat woord moet ik goed onthouden voordat ik vertrek. Ik hoop dat mijn Indische genen mij niet in de steek laten. Al is alles wat daar van rest mijn eet- en kookmanie (waar overigens veel vrienden profijt van hebben) en mijn geloof in geesten, draken en luchtkastelen. Hier heet dat bijgeloof, in het Verre Oosten is het een serieus onderdeel van de samenleving.

Ik ken mijzelf. Die Hollandse ongeduldigheid en alles maar à la minuut willen regelen en voor elkaar hebben is een karaktereigenschap die diep in mij geworteld zit. Dat gaat vooral wringen wanneer ik aan het reizen ben in het buitenland. Wanneer iets te traag gaat, komt de George Costanza in mij tot leven, een klein kaal dik mannetje met een bril en een woedende blik uit de televisie show “Seinfeld”. George en mijn stress gaan samen hand in hand, ze zijn de beste vrienden. Verschrikkelijk. Dat wordt wat als ik straks in Azië wil gaan werken.

Er zit niets anders op dan de George in mij gerust te stellen.

Er wonen rond de 230 miljoen mensen in Indonesië en in de hoofdstad wonen even veel mensen als in heel Nederland. Mijn doel is om naar Jakarta te gaan om daar de taal te leren en contacten op te doen in de filmindustrie. Ik ben druk met de voorbereidingen en probeer zoveel mogelijk mensen te spreken die er gewoond hebben. Vanochtend had ik daarom een gesprek met een kennis, een model die maandelijks van hot naar her vliegt voor klussen. Ze is een prachtige verschijning waar stiekem heel het terras naar gluurt.

Ik hang boven mijn koffie verkeerd en luister aandachtig. “Het gaat daar anders dan hier”, vertelt ze. Ik knik. “Ze komen altijd te laat…” Ik onderbreek haar en vertel zelfverzekerd dat ik daar ervaring mee heb: “Kan ik mee dealen, zo was het ook toen ik een theaterproject in Oeganda aan het opzetten was”. “…of soms komen ze helemaal niet.” vervolgt ze. “He? Ook als het om professionals gaat?” vraag ik verbaasd. Dan zegt ze resoluut: “Ja, er is geen peil op te trekken. Ik was na dik 1,5 jaar wel klaar met de mentaliteit daar, alles ging zo traag.” Ik word ongerust, ik ben plotseling totaal niet meer Zen. Ze ziet mijn blik en zegt tenslotte: “Ach het is vooral belangrijk om los te laten, accepteren.” Ik knik onzeker. Er zit niets anders op dan de George in mij gerust te stellen, zijn dikke nek te masseren, en de welbekende Aziatische glimlach op zijn gezicht te toveren.

Met een knetterend hoofd vol informatie fiets ik naar huis. De wind snijdt door mijn dunne tweedehands colbertje. Mijn hersenen kraken. Straks vind ik er helemaal niets aan, misschien wil ik na een week alweer weg? Nee, positief blijven, het is daar altijd warm, fijn toch? Nieuwe wegen aanboren en inslaan, dàt vind ik interessant en tegelijkertijd is het ook spannend.Ergens voelt het wel lekker, de sensatie van iets totaal onbekends, net als vroeger. Toen mocht ik één blokje om het huis rolschaatsen, niet verder dan dat. Maar dat deed ik natuurlijk stiekem wel, hele tochten maakte ik door de vaak ongure achterbuurten van Rotterdam.

Nog iets minder dan een maand, dan zit ik daar, ik kan niet wachten tot het zover is.

Diederik van Vleuten: verfrissend en oprecht

Daar werd wat groots verricht. Afbeelding: www.diederikvanvleuten.nl

Eindelijk: met respect en humor vertellen over Indië

De aankondiging op de website van Diederik van Vleuten (bekend van o.a. tv) liegt er niet om: “Wegens grote belangstelling wordt ‘Daar werd wat groots verricht’ in 2012 hernomen. In de periode januari tot en met maart volgt er een extra tournee.” Na het zien van de voorstelling in een uitverkochte Rijswijkse Schouwburg, ben ik daar blij om: iedereen in Nederland zou dit stuk moeten zien, Indisch of niet.

Diederik van Vleuten vertelde tijdens de Indië-herdenking in 2008 al over de memoires van Jan van Vleuten, zijn oudoom die de Japanse bezetting heeft meegemaakt. Van Vleuten stond toen nog aan de vooravond van ‘Daar werd wat groots verricht’ (DWWGV). En, ik zal eerlijk zijn, toen ik hem deze plannen hoorde aankondigen, dacht ik ‘Waarom moet een Nederlander dit verhaal nou weer vertellen? Dan trekken zij wéér alles naar zich toe, het verhaal van de Indo in de kampen mag onderhand wel eens verteld worden, die groep is al onzichtbaar genoeg.’  Inmiddels zeg ik: ‘I stand corrected’. Dit ís het verhaal van veel van onze grootouders, verteld op een eerlijke, respectvolle manier zonder verwijten.

Op Kerstavond 1982 gaf oudoom Jan het gezin Van Vleuten zijn memoires: vier cahiers over zijn leven in Indië. In de voorstelling van twee keer 67 minuten én een pauze (‘Oom Jan was een ouderwetse man, en ouderwetse mannen verdienen een ouderwetse pauze. O nee. Dat zeg ik niet goed, oom Jan was niet ouderwets, hij was uit een andere tijd.’) namVleuten de -bomvolle- zaal door die memoires mee. Jan van Vleuten is als zoon van een Hollandse tuan besar geboren in Indië, opgegroeid in Nederland (‘zijn ouders waren bang dat hij zou verindischen, hij sprak op zijn vierde beter Maleis dan Nederlands”) en in de jaren ’30 weer teruggekeerd naar zijn ‘land van herkomst’, heeft de archipel na de bezetting als evacué verlaten, is teruggegaan en heeft uiteindelijk, net als al die andere repatrianten, Indonesië in de jaren vijftig definitief verlaten.

Wat Van Vleuten’s performance onderscheidt van eerdere producties (zoals de film Het jaar 2602 en boeken van Hella Haasse, Van Dis, Kousbroek en Brouwers) is zijn humor, het respect voor de keuzes van die generatie (‘oom Jan was geboren in 1906’) en de volledigheid van het verhaal. De cabaretier weet in DWWGV humor feilloos in te zetten. Om geheugensteuntjes in het verhaal in te bouwen zonder langdradig te worden. Om moeilijke momenten te verluchtigen. En om oordelen uit te spreken zonder dat belerende toontje (‘Ja, dat koloniale systeem was natuurlijk hartstikke fout. Maar als ik soms kijk naar de afbeelding van het landhuis van mijn overgrootvader tuan besar Panplieten denk ik, dat kolonialisme heeft niet voor niets 300 jaar stand gehouden!’).

Humor gebruikt hij ook om – herkenbare – verbazing respectvol uit te dragen. Want het respect dat de cabaretier toont aan voor de keuzes van de generatie van onze grootouders, komt oprecht en integer over. Van Vleuten verstaat de kunst om onderscheid te maken tussen de liefde die hij voor de persoon heeft gevoeld en afstand die hij voelt tot de denkbeelden van die persoon. Zo benadrukt de performer dat het niet zijn verhaal is, maar dat van zijn oom. En vertelt hij hoe gek hij was op zijn oma Maggie, die Diederik alleen wel toefluisterde, toen hij met een donker Indisch vriendinnetje thuiskwam, dat zij het landgoed wel in blanke handen wilde houden.

Tot slot: die volledigheid van het verhaal. De buitenkampers. De treinreizigers die in 1945 op Java door peloppers vermoord werden. De aandacht voor de aankomst van repatrianten die na een aantal schepen verwaterde. Zomaar een paar voorbeelden waaruit ik concludeerde dat de cabaretier zich echt verdiept heeft in de Indische geschiedenis en heeft geluisterd naar de commentaren die hij kreeg bij het schrijven en de try-outs.

Mijn vriend en ik, beiden opgegroeid in gemengde Indo-totokfamilies, waren naar deze voorstelling gegaan omdat mijn vader (zoon van een totok en een Indo-Europese, net als mijn vriend) de kaartjes kado had gedaan. Gelukkig maar, gezien mijn wantrouwen was ik er waarschijnlijk niet uit mezelf heengegaan: ik heb mijn portie Adriaan van Dissen en Hella Haasse’s van deze wereld wel gehad.
Diederik van Vleuten laat met ‘Daar werd wat groots verricht’ een nieuw en fris geluid horen in Indisch Nederland: dat van de zichzelf relativerende Hollander die met respect, humor en oprechte interesse de Indische – complexe – geschiedenis toegankelijk maakt voor een breed publiek. Gaat dat zien, gaat dat zien.
Diederik van Vleuten. Daar werd wat groots verricht. Sinds 201o in theaters, nog te zien tot en met mei 2011. Reprise:  januari t/m maart 2012. Nieuwe speeldata in mei 2011 bekend.