3.0 op de werkvloer: Michael Driebeek van der Ven

Naam: Michael Driebeek van der Ven

Geboortedatum en -plaats:

8 juli 1968 te Oegstgeest NL

Beroep: International Storyteller

 

Afkomst Indisch wortels: *via wie ben je Indisch


Ik ben eerlijk gezegd opgegroeid met weinig tot geen besef van onze Indische achtergrond. Het voelde ook niet als iets dat werd verzwegen hoor, maar het leek simpelweg gewoon niet aanwezig te zijn. Wij wisten wel dat mijn grootmoeders familie (Bé Swart, de moeder van mijn moeder) daar gewoond had maar zij sprak er eigenlijk nooit over. En als ze erover sprak werd het gebagataliseerd met en passant opmerkingen als: “We hebben er maar even gezeten, hoor.” en “Het stelde niet veel voor.”

Zij stierf toen ik 10 jaar oud was en zo nam zij eventuele verhalen mee naar de andere kant.

Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Haar huis is vervolgens 30 jaar lang eigenlijk niet opgeruimd geweest omdat de jongere broer van mijn moeder het wilden houden zoals het was. Pas na zijn overlijden (mijn moeder en haar zusjes waren al vele jaren daarvoor overleden) konden wij als kleinkinderen eindelijk het huis van mijn grootmoeder gaan opruimen. Hierbij stuitte ik op meer Indische dingen dan ik had verwacht, soms verborgen onderin kastjes en in kisten op zolder, en ik begon mij af te vragen hoe lang dat “We hebben er maar even gezeten, hoor.” eigenlijk is geweest?

Na wat onderzoek kon ik al 6 generaties terug vinden in Indië. Dat is bijna 200 jaar! Wel iets meer dan het ‘even’ waarmee wij zijn opgegroeid.

Hoe ben je begonnen als storyteller?

Toen ik klein was kon het gebeuren dat mijn ouders op het terras zaten en dat er opeens allemaal mensen de tuin in kwamen lopen met een stoel in hun hand. Met die stoel liepen ze dan naar de achterkant van de tuin en zetten ‘m neer voor het kippenhok. De eerste keer dat dat gebeurde keken mijn ouders elkaar aan en zeiden: ‘Wat gaan die nou doen?’. Wat bleek; ik had op het dak van het kippenhok een podium gemaakt en gaf een voorstelling voor de ouders en kinderen uit de buurt. Verhaaltjes van niets vermoed ik maar ik had het helemaal zelf geregeld.

Vervolgens heb ik jarenlang school- en studententoneel gedaan en mijn moeders zusje, tante Pop, zei ieder jaar: “Heb je je beroep er al van gemaakt? Dit is wie jij bent, hoor. Ik weet dat.” Uiteindelijk switchte ik van Rechten naar Toneelschool en zei mijn moeder: “Hè, hè, eindelijk!” en was mijn vader apetrots op mijn stap. Ojojojoj, toen begon het echt leuk te worden. Iets studeren wat je graag wilt weten en kunnen is iets compleet anders dan iets studeren dat ‘best wel interessant is’. Ik heb genoten van die jaren en het was uiteindelijk tijdens mijn Masterstudie aan The International School of Storytelling in Londen (UK) dat alles helemaal op zijn plaats begon te vallen.

Welke voorstelling/welk optreden is je het meest bijgebleven?

Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Met enige regelmaat vertel ik verhalen op de dementie afdeling van het bejaardentehuis. Dat is zo geweldig om te doen! Ik trek de lichtblauwe gordijnen dicht en ik draai ieders stoel er naar toe en schilder het verhaal met mijn woorden op het gordijn. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “Er was eens een vijver, met glinsterend water en riet langs de randen. Zien jullie de vijver?”. “Oh jaaaa, prachtig!” zeggen ze dan allemaal.

Het zijn altijd simpele verhaaltjes over een pad die van God een appel moet vinden in een dennenbos of over de dochter van de Sultan die zichzelf zo geweldig vindt dat geen prins voor haar goed genoeg lijkt. Steeds ontdek ik dat een simpel verhaal enorme dieptes in zich meedraagt. Mijn taak is het om zorgvuldig de beelden neer te zetten; het verhaal doet zelf de rest.

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op jouw manier van storytelling?

Ik denk het zeker want het vertellen van verhalen is mij met de paplepel ingegeven; alles wordt met groot plezier binnen mijn familie doorgegeven in de vorm van een verhaal liefst ook helemaal in beweging uitgebeeld.

De aardse wereld en de spirituele wereld zijn daarbij altijd als vanzelfsprekend met elkaar in contact. Allerlei ooms en tantes, dood èn levend, passeren in die verhalen de revue en nemen ons overal mee naar toe. Behalve dus naar Indië, daarover werden nauwelijks verhalen verteld. Ik ben dat pas de laatste jaren gaan realiseren en toch merk ik dat er op andere manieren enorm veel toch is doorgegeven. Ik zie dat terug in hoe wij de dingen doen, hoe wij tegen dingen aankijken en vooral hoe wij met elkaar omgaan. Om maar een cliché te noemen: iedereen kan altijd blijven eten en een logeerbed is zo in elkaar geflanst met wat kussens en een laken…

Herkennen mensen je Indische wortels?


Ik lijk op mijn vader. Maar een Indonesische vriendin zei 3 jaar geleden, toen zij een foto van mijn moeders familie zag: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn! Jij bent zo wit…” Wij indo’s? Zo had ik onszelf nog nooit gezien. “Ja, dat zou best kunnen.” zei mijn lieve vader toen ik er naar vroeg. En inderdaad zien mijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes van mijn moeders kant er best wel uit alsof ze zo uit de Moesson zijn weggelopen. En achteraf gezien mijn moeder ook wel enigszins, maar dat heb ik nooit gezien want dat is mijn moeder, en dan is het soms te dichtbij om goed te kunnen zien. En dan heb je soms een vriendin nodig die zegt: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn!”

Nee, dat wist ik ook niet… (dank je Maya voor dat inzicht!)

Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 - Tabiyha Lemon
Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 – Tabiyha Lemon

Heb je iets Indisch op de werkvloer? Een voorwerp (foto, schilderij oid)?

Even denken… Ik heb mijn grootmoeder gevraagd of ik haar stem mag zijn om de verhalen naar boven te halen die zij in haar leven niet heeft weten te vertellen. Meteen de volgende dag kwam zij door met een verhaal. Zij is dus altijd bij me.

Hoe kijk jij tegen Indonesië aan? / Wat betekent Indonesie voor jou?

Het is voor mij een ontdekkingsreis die ik pas een paar jaar geleden begonnen ben maar eigenlijk al mijn hele leven duurt. Toen ik 4 jaar terug voor het eerst mijn voet zette op de luchthaven van Jakarta voelde ik dat mijn lichaam diep uitademde… eindelijk weer thuis… Een bizarre ervaring omdat ik daar nog nooit was geweest. Ik ging er naar toe voor mijn vriend die daar toen voor een project zat. Die relatie is over maar de relatie met Indonesië is toen definitief begonnen.

3.0 op de Werkvloer: Lesley Klavert

‘Echte gastvrijheid heb ik geleerd in Indonesië.’

Het Manhattan Hotel is het enige vijfsterren-hotel in Rotterdam en Lesley Klavert (26) is er Hoofd Conciërge. Ik stap het statige gebouw binnen en zie twee dames een enorm bloemstuk optuigen in de kleuren van de herfst. Overal staan prachtige orchideeën in de paarse huisstijlkleur. Ik neem plaats in een comfortabele fauteuil en laat me even later hartelijk welkom heten door de grote glimlach en het open gezicht van Lesley.

Lesley voor ‘zijn’ Manhattan © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Lesley gaat me voor naar het restaurant en het valt me op hoe perfect zijn manieren zijn, hij laat me voorgaan bij het instappen in de lift en hij groet iedereen bij naam, in het Nederlands, Engels of Spaans. Zijn gebaren begeleiden me de ruimte door en ondertussen kletsen we ronduit. Deze jongen weet hoe je iemand moet ontvangen en snel een vertrouwd gevoel kan geven.

Wat doe je nou eigenlijk als Hoofd Conciërge in een vijfsterren hotel?
‘Het is heel wat anders dan de conciërge op de Middelbare School. Als Hoofd Conciërge is het jouw taak om met je team te zorgen dat het verblijf van je gasten zo optimaal mogelijk is. Ik ben op de hoogte van de wensen van mijn (vaste) klanten, ik moet weten wie ze zijn en spring in op de behoeften van onze VIP’s. Wil je in een sterrenrestaurant eten, maar zitten ze vol? Ik regel het voor je.’

Lesley bij de receptie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is het gekste dat je ooit voor een VIP hebt moeten regelen?
Een gast was hier ten tijde van het WK. Hij was in Marken om jachten te bekijken en wilde binnen 40 minuten terug zijn in Rotterdam om een voetbalwedstrijd te zien. Ik heb toen een helikopter voor hem geregeld!’

Wat betekenen die gouden sleutels op de kraag van je jasje?
‘Die zijn van Les Clefs d’Ors, de internationale beroepsvereniging van conciërges  Als je over de juiste kwaliteiten beschikt, mag je daar lid van worden. Ik ben de jongste member. Je krijgt de sleutels niet zomaar en het is een eer ze te mogen dragen, omdat het een bevestiging is van mijn harde werken. Eigenlijk ben ik ook maar een jochie uit Rotterdam West, ik spreek naast dè talen ook de taal van de straat, en nu sta ik hier. Ik word uitgenodigd door sterrenrestaurants om hun nieuwe menu te proeven, ontmoet de rich en famous en geniet enorm van mijn werk.’

Lesley achter zijn desk in de lobby van The Manhattan Hotel © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op hoe je je baan uitoefent?
‘Ja, échte gastvrijheid heb ik geleerd tijdens mijn stage en werk als Guest Relations Manager in Indonesië. Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om in Indonesië stage te lopen. Ik was er nooit geweest en wilde er eigenlijk de eerste keer met mijn ouders naar toe. Maar het moest denk ik zo zijn: ik kwam in Semarang terecht, de lievelingsstad van mijn opa en het huisnummer van het hotel was de geboortedatum van mijn vader.’

Tot slot laat Lesley me de prachtige kamers en suites van het hotel zien. Telkens klopt hij eerst met zijn pas tegen de deur. Niet om te checken of er mensen zijn, maar uit een Indische gewoonte; om ervoor te zorgen dat de spoken verdwijnen.

In de kamers van het Manhattan vind je verwijzingen van de Rotterdamse banden met Nederlands-Indië © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

4.0 op komst (3)

doerak 20 weken baby Kirsten 29 april 2011

Zwanger op de werkvloer

Ik mag echt in mijn handjes knijpen met deze zwangerschap. De misselijkheid is straal aan me voorbij gegaan en een paar weken terug zagen we op de echo dat we een zoon mogen verwachten, die zich vooralsnog goed ontwikkelt. Toch bereikten onlangs , in het pannenkoekenhuis van het Malieveld, mijn zwangerschapskwaaltjes een genant dieptepunt.

Ter voorbereiding op het interview met Siem Boon (deel 1 & deel 2), was ik in het pannenkoekenhuis op het Malieveld gaan zitten. Onder het genot van een serieuze portie poffertjes had ik het TTF-programma doorgespit, mijn jas aangetrokken en was ik weggelopen, naar de witte tenten op het Malieveld.

Nog maar net buiten, hoorde ik ‘Mevrouw, mevrouw!’ Ik draaide me om en zag de serveerster staan. Ik wist dat ik de laatste dagen erg vergeetachtig was, dus ik controleerde: tas, jas, sleutels, telefoon. Ja, alles was er. Verbaasd liep ik naar haar toe. Wat was er aan de hand? En toen zag ik het, het witte briefje in haar hand. De rekening.  Ik was weggelopen zonder te betalen, wat ik nog nooit in mijn leven gedaan had. Ik kon wel door de grond zakken.

Op zich was er geen man overboord. Ik heb de rekening betaald, 1000 excuses gemaakt, de serveerster heeft me vergeven en ik mocht zelfs terugkomen om het interview met Siem Boon te doen (ik kreeg een dikke knipoog van dezelfde serveerster). Maar dat mijn zwangerschap op de raarste manieren inmiddels invloed heeft op mijn zakelijke ‘optredens’, was weer extra onderstreept.

Zwanger zijn op de werkvloer is apart. Een paar maanden geleden, in een gezelschap van alleen maar mannen, stelde ik me voor. Tijdens die introductie was ik bijna in huilen uitgebarsten. Ja, uit ontroering om wat ik zélf vertelde, ja. Ik vraag me nog steeds af of ze hebben gehoord dat mijn stem ging trillen, toen ik vertelde over mijn persoonlijke passie. En tijdens het diner met diezelfde groep kwam, naar aanleiding van mijn verzoek om biefstuk well done , mijn zwangerschap op tafel te liggen. Op zich, alle aanwezigen hadden zelf kinderen en kenden het hele gebeuren. Het ongemak dat ik voelde, kwam echt door mezelf.

Ik voelde me opeens een ‘prototype’ vrouw op de werkvloer. Sterker nog, mijn vrouw-zijn werd onderwerp van een gesprek met zakenrelaties die ik net had leren kennen. Het was een ongebruikelijke situatie. In mijn IT-tijd was ik een van de jongens geweest. In latere functies was ik uiterlijk een vrouw, maar in karakter zo eentje die niet was zoals al die andere vrouwen: uitermate zakelijk, logisch  redenerend en competitief. Een beetje een man in een vrouwelijk jasje, zeg maar. En nu was ik een vrouw geworden die emotioneel kon worden om niets.

Inmiddels ben ik er aan gewend om zwanger en zakelijk tegelijk te zijn. Maar dat is een heel proces geweest; fysiek, mentaal én emotioneel. Ik ben blij dat ik dat proces hier af en toe kan beschrijven. Want, al die uitingen van de veranderingen die ik nu doormaak, ik gok dat ik die straks straal vergeten ben. Gemakshalve.