De lach van Sa’ih

Het derde verhaal uit Indonesië gaat over de behoefte aan erkenning, excuses en compensatie van tien Indonesiërs, en in het bijzonder Pak (vader/meneer) Sa’ih, die de Nederlandse staat aanklaagden voor de moord op hun dierbaren en andere bewoners van het toenmalige Rawagede door het Nederlandse leger op 9 december 1947.

Ter verantwoording: Het verhaal als geheel is gebaseerd op verschillende aangehaalde artikelen, gesprekken met betrokkenen (waaronder Pak Sa’ih) en mijn ervaringen in het dorp, dat ik in oktober bezocht.

Indonesië, december 2008

door Ed Caffin

Vandaag wordt in Balongsari, West-Java, de massamoord herdacht die het Nederlandse leger hier precies 61 jaar geleden beging. Als het goed is, is de Nederlandse ambassadeur in Indonesië aanwezig bij die herdenking. Misschien staan ze wel naast elkaar; ambassadeur Nikolaos van Dam en Pak Sa’ih Bin Sakam, de enige overlevende van de slachting, beiden stilzwijgend kijkend naar het grote, sobere monument. Erachter, net zichtbaar vanaf de weg, liggen de graven van de honderden onschuldige mannen die werden doodgeschoten.

Op 9 december 1947 was het leger op zoek naar een Indonesische vrijheidsstrijder die zich de dag ervoor nog schuilhield in het dorp, dat toen Rawagede heette, en toen ze hem niet konden vinden executeerden zij vervolgens meedogenloos de meeste mannen en jongens uit het dorp, in totaal meer dan 400. Velen van hen waren jong, zoals Sa’ih, tieners en twintigers nog. Hij, nu 87 jaar, overleefde het bloedbad door puur geluk: de kogels misten zijn vitale organen en terwijl hij zich stilhield tussen de lijken, verdwenen de soldaten langzaam uit het dorp.

Sa’ih zit elke dag op een stenen bankje voor het monument, zijn ogen glinsterend vanonder zijn zwarte, vilten hoed. Een glimlach siert zijn oude gezicht. Vandaag is hij vast en zeker prominent aanwezig bij de herdenking rond het monument. Ik vraag me af of hij weet heeft van het politieke gesteggel in Nederland met als uitkomst dat dit jaar de ambassadeur bij de herdenking aanwezig is. Zelf had hij het liefst gezien dat de soldaten van toen waren terugkomen om samen te herdenken. Verlangend naar verzoening had hij dat, samen met de andere nabestaanden, gevraagd. De Nederlanders zijn namelijk meer dan welkom hier.

Ik vraag me ook af of hij weet dat de “kwestie Rawagede” in Nederland jarenlang werd verzwegen, ontkend en gebagatelliseerd, totdat in augustus van dit jaar een groep nabestaanden, waaronder hijzelf, de Nederlandse staat aanklaagden. Zou hij weten dat een aantal politici vindt dat Nederland geen excuses moet maken omdat het immers “al zo lang geleden is”? En zou hij het veelgebruikte argument begrijpen dat als hiervoor excuses worden aangeboden “er dan wel meer gebeurtenissen zijn waar excuses voor kunnen worden gemaakt?”

Pak Sa'ih te midden van kinderen in het dorp
Pak Sa'ih te midden van kinderen in het dorp

In het dorp is de Nederlandse discussie in elk geval geen issue. Er zijn hier, zoals eerder al helder verwoord in een recent artikel van NRC-correspondent Elske Schouten over de kwestie Rawagede, genoeg andere zorgen. Er is niet veel perspectief; de meeste mensen leven eenvoudig en hebben weinig geld. Veel jongeren uit het dorp maken lange dagen in een nabij gelegen fabriek of zijn jaren van huis om in het Midden-Oosten te werken. Van het daar verdiende geld wordt hier een huis gebouwd en gezorgd voor de ouderen.

Toch kwam voor de groep nabestaanden, die allen hoogbejaard zijn, deze zomer het moment dat zij een zaak wilden maken, daarbij aangemoedigd door de stichting Rawagede, die zich onder leiding van voorzitter Sukarman inzet voor het behoud van de herinnering aan de tragedie. Geholpen door het Comité Nederlandse Ereschulden, en juridische kennis uit Nederland stellen ze in de aanklacht de Nederlandse staat aansprakelijk voor de moorden en eisen zij excuses, erkenning en een schadevegoeding.

Het is voor het eerst dat Nederland aansprakelijk wordt gesteld voor misdaden gepleegd tijdens de jaren van strijd tot aan de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Ook de Republiek Indonesië heeft de Nederland staat namelijk nooit aangeklaagd: ook hier zijn de gebeurtenissen uit die tijd lang verzwegen of ontkend.

Onder meer het NRC publiceerde sinds augustus verschillende artikelen over de kwestie, zoals dat van Elske Schouten. In een column gaat haar collega Frank Vermeulen in op de uitlatingen van VVD-er van Baalen, aanvoerder van het “geen excuses want te lang geleden – kamp”. Het artikel gaat verder in op de (op dat moment nog aanstaande) Nederlandse parlementaire delegatie die in oktober in Indonesië was, het dorp te bezoeken. Vermeulen vraagt zich af of Nederland uiteindelijk toch het goede zou doen, namelijk praten met de nabestaanden en excuses maken?

Het loopt anders. De delegatie besluit niet af te reizen naar het dorp. Uiteindelijk spreken drie parlementariërs alsnog met een aantal nabestaanden, waaronder Sa’ih, in een hotel in Jakarta. Een van de drie, Harry van Bommel, krijgt van van hen het verzoek om Nederlandse militairen naar de eerstvolgende herdenking te sturen zodat zij hen, 61 jaar na dato, vergeving kunnen schenken. Resultaat: op 18 november stemt de kamer in met het voorstel van van Bommel om de ambassadeur te sturen. Van Bommel roept veteranen op om zelf naar de herdenking te gaan.

De stichting Rawagede verwacht vandaag echter geen veteranen, en dus zullen Sa’ih en de anderen vandaag, ondanks hun wens, genoegen moeten nemen met de aanwezigheid van de Nederlandse ambassadeur. Erkenning en excuses komen er voorlopig ook niet, en bovendien verklaarde de landsadvocaat van Nederlandse staat, op 24 november jongstleden, de financiële claim verjaard. Eens te meer blijkt er een te grote afstand tussen wens en realiteit.

Morgen, dan zit Sa’ih gewoon weer op zijn bank en lacht hij van onder zijn zwarte, vilten hoed. De herinnering aan de tragedie heeft van hem geen bittere oude man gemaakt. Aan het einde van zijn leven verlangt hij, zo stel ik me voor, alleen nog naar verzoening. Want, daar ben ik van overtuigd; Sa’ih hoeft niet meer te leren vergeven. Zijn lach verklapt dat er geen wrok heerst in zijn hart. Hij vraagt slechts om excuses, om ze te kunnen accepteren.

Op de website van het Comité Nederlandse Ereschulden (voorzitter Batara Huta Galung), die streeft naar verzoening tussen Nederland en Indonesië, zijn artikelen verzameld over de kwestie: http://indonesiadutch.blogspot.com


11 gedachten over “De lach van Sa’ih”

  1. Excuses is voor hem niet belangrijk omdat het slechts woorden zijn.
    Pas als je zelf een geliefde hebt verloren door onrecht kan je begrijpen en voelen hoe de oude pak voelt en begrijpt.
    Met excuses maak je de doden niet meer levend; lege woorden welke niets zeggen.
    Slechts een offer geven met diepste gedachten aan de overledenen is van nut in een wereld waar onrecht meer regel is dan uitzondering.

  2. Mooie tekst! Ik denk idd dat zowel Nederland als Indonesië hier geen aandacht aan schenkt, goed of slecht? Ik weet het niet. Ik weet wel dat beide landen andere prioriteiten hebben, dat zegt verder niks over of ze het belangrijk vinden of niet, ontkennen of erkennen. Indonesië zou wel erkenning willen, maar de Republiek wil eigenlijk niet herinnert worden aan het verleden: de Republiek was een feit en men moest verder, dat geldt nog steeds: Indonesië wil zich nog steeds ontwikkelen en zolang dat het geval is kijkt men niet achteruit.
    Nederland heeft het verleden ook afgesloten; Indië is niet meer en daarmee klaar. Voor de meeste Nederlanders is het inderdaad ook een ver van mijn bed show.

    Het claimen van excuses en geld vind ik altijd een moeilijke zaak. Ik heb ook begrip dat de Indonesische staat de Nederlandse staat niet gaan claimen. Want het mes snijdt natuurlijk aan twee kanten. Stel de Indonesische staat wil geld claimen voor bijv. bovenstaande tragedie. Daar staat dan tegenover dat Indonesische rebellen heel Bronbeek (niet in Arnhem maar die in Bandung). Indisch Bronbeek was een kleine woonwijk voor gepensioneerde KNIL-officieren; het lag in het noord-westelijk stadsdeel, aan de westzijde van de Pasir Kaliki-weg/Bronbeek-weg. Tijdens de Bersiap periode was dit een opvangkamp voor Indische en Nederlandse burgers. Ruim 100 vrouwen,kinderen en bejaarden zijn tijdens een overval door Indonesische plunderaars “nationalistische rebellen”, verkracht, opengesneden, in een massagraf geworpen en begraven. In het boek Allen Zwijgen van Dhr Siahaya (Molukse KNIL) wordt beschreven wat hij aantrof als een van de eerste aanwezige na dit incident. Babies die door het hoofd waren vastgespijkerd aan een tafel, bejaarde mannen die waren gekruisigd in de tuinen, vrouwen die bijna waren onthoofd en waarvan de darmen buitenhingen, een zwangere vrouw met doorgesneden keel en waar de foetus half uit de buik hing. Dit zijn akelige voorbeelden, en wat in het dorp is gebeurd is ook vreselijk. Ik wil hiermee niet zeggen dat wat Indonesische “rebellen” met vrouwen en kinderen deden beestachtiger was. Het is een wisselwerking; de een doet dat de ander dit.
    Zowel de Nederlandse staat als de Indonesische staat zijn beiden schuldig aan het leed wat is ondergaan. Belangrijk is dat er nu begrip is voor elkaar in plaats van haat.
    Verdriet gaat nooit helemaal weg want de gevolgen waren voor allen ingrijpend, maar dat is de bittere realiteit (Indische emmigratie naar Nederland, Indonesië als derde wereldland)

  3. Aangrijpend verhaal. Mooi geschreven, interessante reactie van Erik.
    Naast de vele verdrietige familieverhalen over deze gebeurtenisen is er waarschijnlijk zeer weinig van bekend (zeker onder mijn leeftijdgenoten (27jr oud) ).

  4. Ik wilde het net aanhalen maar zie al dat Erik dat heeft gedaan, aan beide kanten zijn slachtoffers gevallen, maar net als wat Harry aangeeft waarom excuus maken voor het geen wat al zo lang geleden is gebeurd, kan me niet herinneren dat er ooit excuus naar de Indische gemeenschap gemaakt is voor het geen in Bersiap is gebeurd, en heeft de Indische gemeenschap ooit een claim bij de RI neergelegd..?

    “een gesprek van mijn oom schiet me te binnen, dat hij me ooit vertelde dat hij als Knil soldaat zijn woning in Bandung moest beschermen tegen de pemuda’s die de avond er voor in het kamp zijn schoonzus en kind hadden vermoord (waarschijnlijk dat opvangkamp) de dag er op was hij met zijn gezin maar vertrokken omdat hij vreesde voor het leven van zijn gezin, bij vertrek werden ze verlinkt door een Indonesier en afgevoerd, gelukkig voor mijn oom en zijn gezin zijn ze er nog goed afgekomen, mede omdat hun uiterlijk Indonesisch was, verder was het gezin alles afgenomen,huis,inboedel, geld,sieraden, etc. en vertrokken kort daarom met lege handen naar belanda, aan boord kregen ze boordgeld/scheepsgeld omdat ze niets hadden”

    Goed ik dwaal weer af

    Het meeste vreemde van dit onderwerp is dat dit tijdens de N-I herdenking tersprake is gekomen in de Media, juist op een dag wij herdenken en stilstaan, dit geeft ook weer is weer dat de Nederlandse Media een mooie timing heeft, dit nieuws was belangrijker dan de N-I herdenking.

    Goed dat dit neer wordt gezet door Ed, maar vraag me af wat het belang hier bij is en soms is het beter om het verleden zo te laten hoe het is, ivm het open halen van oude wonden. of krijgen we nu een weerwoord van de Indische Gemeenschap….?!

    slmt

  5. Chris,

    De moorden na augustus 1945 (bersiap) zijn uitgevoerd door losse strijdgroepen die zowel formeel als in de praktijk niet onder bevel stonden van de Indonesische regering. De moorden vonden juist plaats omdat er sprake was van een machtsvacuüm. Mijns inziens is het daarom niet mogelijk om de staat Indonesië moreel verantwoordelijk te houden voor de gruweldaden die onder de bersiap plaatsvonden. Voor het Republikeinse bevel tot internering en de gebrekkige uitvoering ervan zou je wellicht wél Indonesië moreel verantwoordelijk kunnen houden.

    Politieke verantwoordelijkheid van Indonesië als staat is helemaal niet aan de orde, omdat dit ingaat tegen de Nederlandse juridische opvatting dat Indonesië pas sinds eind 1949 een soevereine staat is.

    Laten we de verhoudingen niet uit het oog verliezen. De koloniale oorlog was, wat later zo eufemistisch heette, een asymetrische oorlog. Aan Nederlandse zijde sneuvelde enkele duizenden militairen. De bersiap kostte verder enkele duizenden burgers, voor het grootste deel indo’s, het leven. Aan Indonesische kant vielen door gevechshandelingen meer dan honderdduizend doden, voornamelijk vrouwen en kinderen.

    Er waren tientallen, vele tientallen rawagede’s gedurende de koloniale oorlog, aldus C. Fasseur, een historicus die het kan weten door zijn vroegere bemoeienis met de excessennota (1969). De moorden en andere oorlogsmisdaden zijn uitgevoerd onder Nederlands bevel. De Nederlandse staat is daarom verantwoordelijk. Het compenseren van slachtoffers en/of hun nabestaanden zou een Nederlandse ereschuld moeten zijn. Hoe grootmoedig kan Nederland zijn? De legalistische houding tegenover de Indische backpay en eerherstel kwesties doet het ergste vrezen.

    Het verleden laten hoe het is, is misschien voor jou en mij een optie. Maar dat is het niet voor degenen die de last van het verleden met zich meedragen. Sommigen protesteren maandelijks in Den Haag bij de Japanse ambassade, anderen hebben nu de Nederlandse staat aangeklaagd. De indische gemeenschap zou verder moeten kijken dan de eigen Indische neus lang is (pun not intended). Het bagateliseren van Rawagede (“het was maar een exces”) stamt uit dezelfde koker als het weigeren van genoegdoening aan de Indische veteranen en ambtenaren.

  6. @ Mas Rob,

    Ik ken de geschiedenis en ik begrijp je punt, maar aan de andere kant is het toch te gek voor woorden of niet….?!
    Wanneer komt het excuus bv vanuit Nederland naar de Indische Gemeenschap, zoals mijn familie zijn er vele die hals over de kop alles hebben moeten achterlaten, en dan heb ik het nog niet eens over de koude ontvangst in NL, en het geld wat wij later terug moesten betalen.

    Wat betreft JES, wij hebben daar met Darah Ketiga en N-I hyve 2x gestaan om de ouderen te steunen, omdat het niet echt veel zoden aan de dijk zette, deze ouderen staan r nl al jaren en krijgen zij steun vanuit de Nederlandse regering…NEE zo wij wilden deze keer met grote groep jongeren die kant opgaan met spandoeken,leuzen etc. echte demonstratie zeg maar en ff iets meer pit zeg maar, wij kregen hiervoor geen steun van stichting JES, zij wilden niet dat zij hierdoor in een kwaad daglicht gesteld werden, gek genoeg had de politie hier gehoor van gekregen en er was op die bewuste dag dus ook extra blauw op straat, mede door dat JES ons niet steunde hier in, hebben wij afgezegd…

    De indische gemeenschap zou verder moeten kijken dan de eigen Indische neus lang is …MEMANG

    slmt

  7. Ik vind wel vreemd dat de daders van wandaden gemakshalve gezien of gezocht werd bij de Indonesiers ,bij de Pemuda’ s.
    Veel van de eerste lichting officieren van de de BKR-TKR en later de TNI waren pemuda activisten.

    Als zoon van een Pemuda vind ik het bezwaarlijk om alles over een kam te scheren , en zeker als je ook ooms heb die gediend hadden als officieren bij de TNI en de Kepolisian Negara.
    In de meeste gevallen werden de wandaden gepleegd door rondtrekkende rampokkers en ongeregelde troepen.Zie ook de posting van Mas Rob over de machtsvacuum.
    Over de morele verantwoordelijkheid van de R.I. (Republiek) kan men ook discussieren , het is ook bekend dat in sommige gebieden de Republiek geen gezag had.

    Door het niet nakomen en opzeggen van de Linggardjati en de Renville overeenkomst door Nederland en het stichten van de deelstaten kon de Republiek ook geen gezag meer uitoefenen.
    De machtsvacuum werd (mede)veroorzaakt door de Nederlandse regering , als gevolg van de verdeel en heers taktiek.

    De Rawagede affaire werd wel gepleegd door Nederlandse troepen.

  8. @Chris Carli

    “krijgen zij steun vanuit de Nederlandse regering…NEE” .

    Dat is op niet zo verwonderlijk omdat Japan zo’n 10 miljoen dollar US heeft betaald aan Nederland in 1956 en de toenmalige regering de zaak als afgedaan heeft verklaard. JES moet daarom ook op het Binnenhof zijn en niet bij de Japanse ambassade.

  9. Jullie indo”s in nederland moeten maar op je eigen benen staan.Volblood hollanders zijn we niet,en de meeste indo’s zijn ook niet javanen of wel?????Ik voor me zelf ben ik een ras echte half breed,een zoon van een halfbreed vader en een halfbreed moeder dus een z.g Indo.Beide oma’s javanen en beide opa.s volblood hollanders ,wat ben ik dan ,a child of a half breed couple.Ben zeer trots op m’n ouders en ook wat ik ben,half breed.Trots op de hollanders,neen dat kan ik niet zeggen.In hun ogen zijn we toch nog die halfbloodjes,of die indonesiers.Denk maar terug over de slaven handel,wie zijn die mensen die dat hebben uitgevoerd,natuurlijk Kees de hollander.Zo jullie jonge Indo’s ,be proud who you are and forget de tempo doeloe mensen and build your future according your ability as a human being.thanks

  10. Geachte allemaal,

    Ook ik ben een kind van de rekening 2e WO en politioneleacties, de Bersiap tijd….
    Volgens de Comissie Beoordeling enz.is mijn claim van tafel geveegd, bij gebrek aan bewijs en omdat ik het niet aan “den lijve” heb ondervonden.
    Ik ben geboren 19-11-1946, te Soerabaja(Ned-Indie) zo`n 6 maanden na de bommen op Hiroshima en Nagasaki.
    Wij zijn eind 1953 naar Nederland gegaan wegens bedreigingen door de Darul Islam, mijn papa zag het niet meer zitten.
    Ik zal mijn dossier en claim weer heropenen, al was het maar om van repliek te kunnen dienen.
    Wat een onzin is dat, ook een ongeboren kind kan schade ondervonden van spanningen buiten de veilige moederbuik !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.