TTF 2011: Misdaad en Indocultuur in LA

Griselda Molemans vertelt Alfred Birney over Oog van de Naald. TTF2011, 25 mei, Bibit-theater.(c) Kirsten Vos/ Indisch3.0

Boekpresentatie Oog van de Naald

In het nieuwe Bibit/Bintang-theater presenteerde Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart) afgelopen week haar nieuwste boek, Oog van de Naald. Oog van de Naald is een thriller waarin journaliste Fay Pizarro het mysterie onderzoekt van een tattoo-maniak in LA die vrouwen op hun voorhoofd tatoeëert. Molemans woont in Los Angeles, Californië: niet toevallig dus, dat het boek zich daar afspeelt. Een impressie van het gesprek dat Alfred Birney met de schrijfster voerde, over de Indocultuur in LA en Oog van de Naald.

Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Griselda Molemans (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Bijzonder is niet zozeer dat het een thriller is. Bijzonder is dat de hoofdpersonen Indo’s zijn, veel details in het boek Indisch zijn én de ontknoping (wat die ook is..) een Indisch karakter kent. In het boek wordt bijvoorbeeld veel over eten geschreven. Zo trekt Fay, aldus Birney, op een gegeven moment zelfgemaakte bami uit de ijskast.

Molemans: ‘Ja, Fay heeft een Indische moeder en een Indo-Afrikaanse vader en is heel erg opgevoed met “Eten is het vertrekpunt van alles.” In eerdere versies kwam Indisch eten nog veel meer voor in het boek. Totdat mijn redactrice zei: “Luister, ik vind het heel leuk wat je schrijft, maar moet er nou heel de tijd bami goreng udang uit de kast getrokken worden? Kan dat wat minder?” Ik heb er dus wat bami uitgehaald, kan je zeggen.’

Birney leest een passage voor uit het boek, waarin de hoofdpersonen zich voorstellen als tweede generatie Indo’s. De schrijfster: ‘Wat ik beschrijf is een ontmoeting op een Indonesische markt, ooit opgezet vijf jaar geleden in een deelgemeente vlakbij Pasadena. Daar komen ook heel veel Indische mensen. Elke zaterdagochtend, om een uur of 9, gaan de kraampjes open. Iedereen gaat dan lekker makan en met mekaar zitten kletsen. Het grappige is dat de Indo’s zich aan elkaar, als een soort tweede natuur, heel makkelijk als eerste, tweede of derde generatie voorstellen.’

Molemans laat zien waar de AVIO ligt. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011
Molemans laat zien waar de AVIO ligt, de Indische soos die opgericht is door niemand minder dan Tjalie Robinson zelf. (c) Kirsten Vos/ Indisch3.0 2011

Veel Indo’s in de VS worden aangezien voor Mexicanen. Dat ligt heel gevoelig, legt Molemans uit. ‘Indo’s zeggen: “Luister, wij hebben allemaal moeite gedaan om te emigreren onder een bepaalde wet, we hebben keihard moeten werken. En de meeste Mexicanen, het is pijnlijk om te zeggen, steken illegaal de grens over.” Sommige Indo’s maken er misschien handig gebruik van en laten zich casten als Mexicanen in films. Maar verder kom ik alleen maar hele pijnlijke situaties tegen.’

Indo’s in LA zijn behoorlijk actief.  ‘Vast markeer punt is 15 augustus, vertelt Molemans. ‘Dan worden er eerst bloemen gelegd op de National Cemetary en daarna gaat iedereen naar de AVIO, er is dan een groot feest ’s avonds, iedereen keurig in pak, en dan wordt er ook gedanst. Dat is altijd stampvol, erg goed bezocht. Daar zie je dan ook, opmerkelijk genoeg, heel veel kinderen en kleinkinderen meekomen. Dat is ontroerend om te zien.’

Indische jongeren in LA zijn zich erg bewust van hun Indo-roots, sluit Griselda af. ‘Veel jongeren komen niet met hun grootouders en ouders mee naar de AVIO, omdat ze geen Nederlands spreken. En ouderen denken vaak dat de Indische cultuur zal uitsterven. Maar ze komen wel naar de herdenking op 15 augustus, en er zijn veel jongeren die Bahasa Indonesia gaan leren, naar Indonesië op reis gaan, zelfs Balinees leren dansen. De Indische jongerencultuur in LA is erg levendig.’

In Oog van de naald speelt reporter Fay Pizarro de hoofdrol. Via een serie artikelen over sterren met tatoeages komt ze in Los Angeles op het spoor van een maniak die vrouwen ontvoert, drogeert en in hun gezicht tatoeëert. Een ontdekking die niet zonder gevaar is. Oog van de Naald is deel 1 van een nieuwe thrillerserie, met Fay Pizarro in de hoofdrol. Bekijk o.a. de voorpublicatie op www.oogvandenaald.nl. In juni, de maand van het spannende boek, verschijnt op Indisch3.0 een recensie over deze thriller.

Toko Test #6: Kedai Nikmat in West-Covina

De zesde aflevering van de Tokotest vindt voor de tweede maal plaats in de regio met de op een na grootste Indische populatie ter wereld: Zuid-Californië. Ditmaal deden Willem-Jan Brederode en Amerikaanse familieleden de foodcourt van de Hong Kong Plaza in West-Covina aan. Zullen zij wederom likkebaardend smullen en smikkelen van een overdadigheid aan Indonesische lekkernijen?

West-Covina is een aardig plaatsje in oostelijke suburbs van Los Angeles en is voorzien van een relatief grote Aziatische gemeenschap. Wanneer je dan ook door West-Covina rijdt, wordt je doodgegooid met een veelvoud aan Aziatische karakters, geplakt op menig restaurant, toko of supermarkt. Ook het straatbeeld wordt overheerst door onze Aziatische medemens, de traditionele Mexicaan daargelaten. Het verbaasde mij dat ook totaal niet dat wij Hong Kong Plaza in deze stad zouden vinden.

Hong Kong Supermarkets is een opkomende Aziatische winkelketen wiens locatie in West-Covina een Indonesische nadruk heeft. Bij het oprijden van de parkeerplaats merk je daar nog weinig van. Van buiten lijkt het geheel op een standaard Amerikaanse stripmall met een licht Aziatisch tintje. Dit verandert echter wanneer je de naast de supermarkt gelegen foodcourt binnenkomt.

Eenmaal binnen stoof mijn familie, haast voorgeprogrammeerd, naar Kedai Nikmat om naast de bestellingen tal van producten voor thuisgebruik uit te kiezen. Naast deze toko bevonden zich nog drie andere Indonesische deli’s in de ruimte die, zoals mijn tante het zo mooi verwoordde, hun achtergrond in de ‘buitengewesten’ hadden. Ik merkte aan de Jakartaanse eigenaresse van Kedai Nikmat dat mijn familie al uitstekende ervaringen met haar had opgedaan. Onder het enthousiast geroep van “tante..! tante..!” werden mijn vrouwelijke familieleden de een na de andere Indonesische of Nederlandse lekkernij voorgelegd. Ondertussen had deze getalenteerde damemij een heerlijke portie Nasi Bungkus Padang in de maag weten te splitsen.

Dit gerecht betrof een soort rames samenstelling verlekkerd door de pisang aroma van het blad waarin het verpakt was. De ayam en rendang waren heerlijk ‘ngerep’ door de bumbu’s. Het gebruik van de lombok ijo werkte verrassend op mij daar ik vrijwel alleen de rode variant eet. Ook de nangka gaf het geheel een voor mij onorthodoxe doch verfijnde draai. Se-DAP! Nadat ik hier en daar veen saté had gepikt, verzachte ik het pedis gevoel met een aardig smakend glaasje cendol.

Helaas heb ik mijn maaltijd niet op kunnen eten. Bij mijn een na laatste hap ayam, schoot een stuk bot los en bleef ferm haken tussen twee van mijn achterste kiezen. Nadat mijn zus en moeder als een tandheelkundig traumateam hadden getracht mij te verlossen van dat stukje kippenbot, was mijn eetlust helaas verdwenen.

Als toetje bezochten wij de Hong Kong Supermarket. Meteen aan de rechterkant stond een ferm afgeschermd gedeelte met Indonesische producten, terwijl de ruime rest van winkel gereserveerd voor “overig Azië”. Een beetje vreemd allemaal…

Ondanks dat ik het rare idee had dat ik een barak voor quarantaine patiënten binnen moest, zag ik eenmaal binnen iets dat exemplarisch is voor Amerikaanse toko’s die Indonesische producten verkopen. Tussen alle Indonesische artikelen staan namelijk her en der oer-Hollandse producten te koop. Op dat moment bedacht ik mij voor de eerste keer dat eigenlijk niemand dit scherpe contrast zou begrijpen. Behalve een Indo natuurlijk, want voor hen staan juist deze producten er! Als een soort symboliek voor de Indo, staan de bumbu’s naast de hagelslag, de kue’s naast de stroopwafels en krupuks naast speculaas. Op een vrij aparte manier wordt wederom duidelijk hoe complex het Indische wel niet is, en hoe normaal voor mij…

Het eindoordeel:

Als je een keer in Californie bent, oordeel dan zelf: Kedai Nikmat – 989 Glendora Ave #18 West Covina, California

Toko Test #3: Warung Pojok in Garden Grove

Speciaal voor lekkerbekken, culi-freaks en Indo’s die op zoek zijn naar de authentieke Indische smaak onderzoekt Indisch 3.0 in deze nieuwe serie de ‘I-factor’ van toko’s in Nederland. Bij welke toko moet je volgens ons wél eten of afhalen, en bij welke juist níet? De beoordeling wordt weergegeven in een score van 1 tot maximaal 5 lombok merah’s. In deze derde aflevering: Warung Pojok in Garden Grove (Orange County, California) in de Verenigde Staten.

Testteam: Willem-Jan Brederode en familie

Omdat mijn vlucht vanuit Schiphol naar Los Angeles rond het middaguur arriveert, stelt mijn familie voor om eerst gezamenlijk te lunchen alvorens naar huis te rijden. Op de weg erheen komen we langs de stad Garden Grove in Orange County, gelegen tussen de agglomeraties van Los Angeles en San Diego. In Garden Grove bevindt zich Wajung Pojok, een Indonesisch eetgelegenheid gesitueerd in een van de vele stripmalls die Californie telt.

In Amerikaanse termen hanteert Warung Pojok de fastfood methode; alle gerechten zijn kant en klaar te bezichtigen via de vitrines en het enige aanwezige menu is in koeienletters te lezen hoog achter de balie. Echter on-Amerikaans en zelfs on-Indonesisch, is de afwezigheid van een airconditioning. In combinatie met de zomerhitte worden op deze manier de tropische sferen die bij zo’n maaltijd passen perfect nagebootst.

De eigenaren en tevens personeelsleden komen uit Jakarta en lijken me van Chinese komaf, zoals bij veel Indonesische Amerikanen het geval is. Ook de gerechtnamen eindigen vaak op “Betawi” dat op de Jakartaanse oorsprong van het menu duidt. De hoofdkeuze bestaat uit een menu met nasi uduk of mie goreng, aangevuld met één, twee of drie vlees- en/ of groentegerechten. Nadat mijn vrouwelijke familieleden al kwetterend de serveerster de meest uiteenlopende bestellingen hebben gegeven, is het mijn beurt. Na wat vluchtig gegluur over de gerechtbakken, kies ik voor een combinatie van nasi uduk, ayam pangang, rendang en een groentegerecht waarvan ik de naam direct vergeet. Het is een soort sajur van telor en tahu. Een aparte combinatie die desondanks best lekker is.

Ook de andere gerechten die ik heb besteld zijn goed. De nasi uduk is lekker zoet en de ayam pangang is goed knapperig, maar niet te droog. Ook de rendang is erg lekker. Bij het bereiden is het altijd de kunst om het rundvlees niet als rubber te laten smaken, hetgeen bij deze rendang best goed gelukt is. Hij is lekker mals maar ook weer niet te sappig. Ook de sate is vrij lekker, temeer omdat je proeft dat deze echt geroosterd is en niet uit een koekenpan komt.

Mindere punten van zijn de cendol (mierzoet) en de ketan hitam (vrij smakeloos). Het grootste minpunt betreft echter de beperkte voorraad van zo ongeveer alles wat lekker is. Toch jammer. Ondanks dat wij vrij vroeg in de middag arriveren, zijn veel gerechten (met name de sate) namelijk al bijna op. Er wordt maar één keer per dag gekookt en “op is op”. Bovendien worden er iedere dag andere gerechten klaargemaakt, dus je moet maar net geluk hebben dat jouw smaak aanwezig is.

Voor een fastfoodgelegenheid is de kwaliteit van het eten van Warung Projok echter verrassend goed. Ben je een keer op bezoek bij je familie in California en heb je zin in lekkere Indonesische fastfood, ga dan zeker langs. Ben je echter alleen te porren voor een uitgebreide rijsttafel met een invulling naar keuze, rijd Garden Grove dan maar voorbij.

Onze beoordeling:

Mocht je een keer in de buurt zijn, oordeel dan zelf: Warung Pojok – 13113 Harbor Blvd. – Garden Grove – California – www.warungpojokindo.com

American-Dutch-Indonesian?

Vanaf circa 1960 emigreerden vele duizenden Indische mensen naar de Verenigde Staten. Zij konden niet aarden in het Nederlandse maatschappij en kozen ervoor, soms pas jaren na hun vertrek uit Nederlands-Indië, hun geluk te beproeven in ‘het land van de onbegrensde mogelijkheden’. Het overgrote deel vestigde zich in het zonnige Zuid-Californië. Maar wat is er bij de jongste generatie een halve eeuw later nog over van de Indische identiteit en cultuur?

Net als bij veel andere Indische mensen het geval is, bevindt ook een deel van mijn familie zich overzee. Mijn opa kwam uit een gezin met 20 kinderen, waarvan de helft uiteindelijk in de VS terechtkwam. Ook mijn ouders, broer en zussen verhuisden, zij het 30 tot 40 jaar later, naar Californië. Ik kom er vaak. De grote Indische ‘community’ die daar woont wordt ook wel Amerindo’s genoemd, maar noemt zichzelf “Dutch-Indonesian”.

Ze beschouwt zichzelf als een subcultuur, maar tussen de vele andere Euraziaten in Amerika is het soms moeilijk een Indo te herkennen. Net als andere geëmigreerde Nederlanders herkennen Indisch-Nederlandse Amerikanen jou natuurlijk wel. Wanneer je bijvoorbeeld nietsvermoedend door de mall loopt en Nederlands aan het kletsen bent, doemt er regelmatig iemand uit het niets op met een zwaar accent; “Kom uit Holland?” Vervolgens worden typische Hollandse woorden, gebruiken en etenswaren uitgewisseld.

Zoals ik ook in Nederland gemerkt heb, zijn het vooral deze culturele aspecten die door de generaties heen sijpelen. Maar zijn onze Indische generatie-genoten in de Verenigde Staten ook bezig met het hervinden van hun eigen identiteit en cultuur? Of zijn het standaard-Amerikanen geworden in wiens verre geheugen de herinnering aan Oma’s lemper rondzweeft? Net als veel derde generatie Indo’s zocht ik het antwoord als eerste op internet. Ik begon op MySpace, het Amerikaanse equivalent van Hyves, waar ik een groep startte onder de naam “Dutch-Indonesian Connection”.

Het aantal leden stroomde rap binnen en er ontstonden er contacten die voorheen niet mogelijk leken. De vele gesprekken en onderwerpen op het forum verschilden niet veel van wat op de Indische fora in Nederland las. Ervaringen over het eten bij “opa and oma” wisselden zich af met ‘zwaardere’ onderwerpen. Toch voelde ik een wezenlijk verschil met Nederlandse Indische jongeren, maar ik kon er niet echt mijn vinger op leggen. Toen een aantal leden elkaar in mei 2006 besloten te ontmoeten op het jaarlijkse Annual Holland Festival in Long Beach, California werd alles mij een stuk duidelijker.

Er kwamen zo’n 20 leden van de groep bijeen, van wie sommigen duizenden kilometers hadden gereisd. Het was een bijzondere en ook aparte ervaring om hen mee te maken. Enerzijds voelden de Amerikaanse Indo-vrienden echt aan als eigen (Indisch), maar anderzijds ook als anders (Amerikaans). Na een informeel kennismakingsrondje, besloten we over het terrein te lopen. Ondanks dat de naam van festival Nederlands aan doet, was mijn eerste indruk dat het meer een verkapte pasar malam was.

Het gehannes met klapstoelen en vouwtafels op het grote grasveld deed in ieder geval meteen erg Indisch aan. Langs de zijkanten vele warungs met Indisch eten en standjes met, zoals mijn familie dat noemt, tetek bengek (allerlei koopwaar). Tussen alle Indische stands, stonden echter ook tentjes waar je oliebollen, kroketten en een puntzak friet kon krijgen. De sambal vloeide even rijkelijk als de dotten mayonaise, de cendol-schenker stond arm-in-arm met de Heineken barman en de t-shirt drukker verkocht zowel shirts met de Nederlandse leeuw als die met de bekende Indo leuzen.

Daar op dat veld, merkte ik dat hoewel de derde generatie Amerindo’s opgroeit in een Amerikaanse smeltkroes waarin de talloze etnische groepen hun plek vinden, ook zij zich afvragen wat hun Indische afkomst voor hen betekent. Ze hebben dezelfde vragen als waar veel jonge Indo’s in Nederland mee zitten. Na alles te hebben laten bezinken, snapte ik ook wat de ervaring van mijn Amerikaanse generatiegenoten toch anders maakte als die van mijn Nederlandse. Het Indische gevoel van de Amerikaans-Indische derde generatie is namelijk tweeledig. Zowel Indië/Indonesië als Nederland, de twee landen waar zij culture affiniteit mee voelt, liggen op een haast mystieke afstand van de eigen geboortegrond. Dat maakt de zoektocht naar antwoorden alleen maar lastiger. Wat dat betreft valt het voor de jonge Indo’s in Nederland nog wel mee.