Ngroblog: nieuwe Indische vrijplaats

Indisch 3.0 ngroblog. Jouw Indische vrijplaats.

Allemaal aan de ngroblog

Vanaf volgende week nodigen we eigentijdse denkers uit om op Indisch 3.0 in de nieuwe ngroblog te komen kletsen (ngobrol) en bloggen. Anders dan bij columns, interviews, recensies en reportages, controleert de redactie  ngroblog-bijdragen alleen op de huisregels. Zo creëert Indisch 3.0 een Indische vrijplaats voor stukken die buiten de redactiestatuten vallen. We hopen zo veel nieuwe stemmen te laten klinken.

Relevant voor de Indische cultuur
Met enige regelmaat ontvangen we bijdragen die we, vanuit onze redactieformule, niet kunnen plaatsen. De opstellers hebben een mening die niet aansluit bij onze visie, bijvoorbeeld. Hun schrijfstijl voldoet niet aan onze minimaal kwaliteitseisen. Of ze vertegenwoordigen een andere groep dan “de” derde generatie Indische Nederlander. Door deze bijdragen niet te plaatsen, bewaren wij onze redactionele integriteit. Tegelijkertijd houden we op deze manier geluiden en gevoelens “achter” voor onze lezers, die wel degelijk relevant zijn voor de Indische cultuur. Met de ngroblog brengen we daar verandering in.

Experiment
Wij zijn ontzettend benieuwd naar de inzendingen. De ngroblog is voor ons een experiment. We doen dit om ruimte te geven aan geluiden en gevoelens die inhoudelijk of stilistisch niet passen bij onze redactieformule. Op de ngroblog-pagina kan je meer lezen over hoe en wat voor bijdragen we accepteren voor deze vrijplaats. Aangezien dit een experiment is, gaan we regelmatig na of de vrijplaats onze lezers inderdaad een diverser beeld geeft van de Indische cultuur. Indien nodig zullen we de opzet aanpassen.

Integrale plaatsing
Mensen die willen posten op de ngroblog, kunnen dit doen door zich aan te melden en ons te vertellen wie ze zijn. Vinden we die ideeën geschikt voor de ngroblog, dan ontvangen ze mail met inloggegevens. We besluiten vervolgens per stuk of we het plaatsen. Doen we dat, dan doen we dat integraal: zonder redactionele aanpassingen.

En dan nu: allemaal aan de ngroblog!

Tong-Tong Fair 2009: meer tjabé rawit?

De witte tenten die half mei op het Malieveld verrezen zagen er exact hetzelfde uit als vorig jaar, maar voor het eerst in vijftig jaar prijkte er niet langer de naam Pasar Malam Besar boven. Van 21 mei tot en met 1 juni 2009 stond er Tong-Tong Fair (TTF) op de luifels. Het was de Pasar Malam Besar nieuwe stijl: meer nadruk op cultuur, minder op nostalgie.

Tong Tong Fair 2009. Foto: Ferdi's World's webstream (Flickr)
Foto: Ferdi's World's webstream (Flickr)

Het culturele aanbod van de TTF is onder meer verpakt in het Tong-Tong Festival. In dit programma kunnen bezoekers andere Indische cultuur opsnuiven dan alleen eten en Indorock. Dit aanbod is een van de belangrijkste redenen voor de veel bediscussieerde naamswijziging. De organisatie maakte vorig jaar bekend dat zij met de nieuwe naam meer de aandacht wilde vestigen op het culturele aanbod en minder op het ‘nostalgische karakter’; een mooi streven, want een open gesprek over de Indische cultuur ontbreekt nog in de Indische wereld.

Cultuur op de TTF is te vinden in het Cultuurpaviljoen en bestaat onder meer uit een jaarlijks wisselende tentoonstelling over een Indisch thema. Dit keer was dat Indische interieurs, met teksten en foto’s over Indische huiskamers. In het Bibit-theater kunnen bezoekers documentaires zien en lezingen, gesprekken en discussies bijwonen over wetenswaardige of actuele onderwerpen uit de Indische wereld. Zo is er dit jaar een discussie georganiseerd over de film ‘Het jaar 2602’ onder leiding van Pamela Pattinama, een gesprek van Ricci Scheldwacht met vader en zoon de Wolff en hebben Guus Cleintuar, Alfred Birney en ik onder leiding van Sylvia Dornseiffer gediscussieerd over Tjalie Robinson, naar aanleiding van de biografie door Wim Willems die vorig jaar uitkwam.

De afwezigheid van een discussie over Lizzy van Leeuwen’s Ons Indisch Erfgoed daargelaten, was het culturele programma inhoudelijk inderdaad actueel. Op deze weblog is in het begin van dit jaar een flinke discussie losgebarsten over de Indische filmmiddag in vier Pathé-theaters, en ook de biografie van Tjalie heeft in de Indische wereld achter de schermen aardig wat losgemaakt. Toch heb ik van meerdere kanten gehoord dat de kwaliteit van de discussies tegenviel, en ik, als deelnemer aan het debat over Tjalie Robinson, heb dat ook zo ervaren. Zonde, want ik vind juist de gedachte achter de naamswijziging in Tong-Tong Fair ruimte bieden voor het doorbreken van de instandhouding van Indische culturele taboes. Zoiets zou het bewijs zijn dat niet langer alleen nostalgie, maar ook een levende cultuur de brandstof is van de TTF.

Dat er behoefte is aan gesprek over de Indische cultuur bewijzen de talloze webfora wel. Indisch 3.0 is slechts een van de vele plekken waar Indo’s op internet met elkaar in debat gaan. Die Indische webwereld laat ook zien dat deze discussies gepaard gaan met heftige emoties, felle kritieken en diepe teleurstellingen. Is het om het vermijden van die heftigheid dat echte discussies  maar niet los willen komen op het Tong-Tong Festival, juist uit de wens het nostalgische beeld van een gezellig Indisch samenzijn in stand te houden? Alhoewel ik nu al kan voorspellen dat geen enkele Indische discussie zal eindigen in een eensgezinde mening, zou dat toch niet mogen betekenen dat we discussie over onze cultuur ‘in het echt’ willen mijden. Cultuur houd je levend door het te ervaren, maar ook door de taboes te doorbreken, zodat we als gemeenschap kunnen groeien met behoud van het goede.

Want voor de échte Pasar-ervaring mag het goede, die Indische nostalgie, op de volgende TTF wat mij betreft niet ontbreken. Op een van de dagen dat ik onderweg ben naar het Bibit-theater in het Cultuurpaviljoen, aanschouw ik een Indisch echtpaar in de Indo Star Studio van Claude Vanheije, waar Indische 70+’ers zich gratis mogen laten vereeuwigen. Poserend voor de warme lens stralen de tijdelijke fotomodellen veerkracht uit, de man achter de vrouw, haar omhelsend, de vrouw sluiks genietend van zijn bescherming. Vrolijk lachend kijken ze de camera in. Hoe lang zouden deze twee al bij elkaar zijn en hoe heerlijk is het dat ze na al die tijd nog zo’n eenheid kunnen uitstralen? Laten we hopen dat Vanheije er volgend jaar in het Cultuurpaviljoen een tentoonstelling aan mag wijden. En dat de organisatie het aandurft om in 2010 de voorzichtig ingezette vernieuwing een flinke portie tjabé rawit te geven.

Discussies tussen Indische generaties

Den Haag, 13 juli 2007
door Kirsten Vos

conflict

Naar aanleiding van ons optreden op de Pasar Malam Besar in mei heeft de Wereldomroep een artikel en een reportage gemaakt. Alleen, toen ik het stuk las, schrok ik. Halverwege ‘mijn’ interview stond Afzetten tegen de tweede generatie als tussenkop. Ik heb de journalist onmiddellijk gemaild en die heeft het snel gecorrigeerd. Ik had die uitspraak niet gedaan en ik wilde al helemaal niet dat Indisch 3.0 onterecht bekend zou komen te staan als de weblog die zich afzet tegen de tweede generatie.

Op zich is je afzetten niet perse negatief. Het kan je helpen een stap in de toekomst te zetten, zolang je maar in het oog blijft houden waar je vandaan komt. Genoeg jonge Indo’s doen dat en het is dan ook niet voor niets dat veel eerste en tweede generatie* Indische Nederlanders ze aanmoedigen om door te gaan. Waarom dan toch die tussenkop laten aanpassen? Omdat ik in discussies tussen de tweede en derde generatie al langere tijd reacties lees en hoor die juist de tegenstelling benadrukken die gepaard gaat met je ergens tegen afzetten, in plaats van het gemeenschappelijke dat ons drijft, namelijk de Indische achtergrond.

De eerste keren dat ik deze polarisering in discussies zag ontstaan, vroeg ik me af of dat typisch Indisch was. Ongeacht het onderwerp gingen zulke gesprekken namelijk al snel de kant op van ‘Jullie hebben het niet meegemaakt, opgroeien in het Nederland van de jaren ’50,’ ‘Jullie kennen je achtergrond niet eens’, ‘Jullie weten niet wat Indisch zijn betekent en gebruiken het alleen maar omdat het in de mode is’ of ‘Jullie zijn zo ver gekomen dankzij ons.’

Verbaasd las ik zo’n discussie nog eens goed door, om te kijken of mijn generatiegenoten verwijten hadden gemaakt die zulke reacties rechtvaardigden. Ik heb namelijk ook wel eens het onterechte en polariserende ‘De tweede generatie heeft onze cultuur verloochend’ gehoord. Maar vaak genoeg kregen jonge Indo’s zulke reacties al wanneer ze hun trots op hun Indische afkomst uitten en lieten zien hoe ze daarmee bezig waren.

Inmiddels denk ik dat zulke reacties niet typisch Indisch zijn. Veel meer dan ik zou willen geloven, vermoed ik dat het normale generatieverschillen zijn die zich manifesteren in culturen die in ontwikkeling zijn. Weerstand tegen verandering is alleen maar een teken dat er een nieuwe groep opstaat die zijn stempel aan het zetten is op de toekomst van de Indische cultuur.

Wat ik er wel erg Indisch aan vind is dat discussies zich al snel toespitsen op de inhoud van die toekomst, namelijk de vraag wat Indisch zijn ís. Als er iets is dat al sinds jaar en dag de gemoederen bezig houdt, is dat het wel. Als ik de eerder aangehaalde reacties met die bril bekijk, dan zie ik dat ze daar allemaal mee te maken hebben.

Discussie is goed. We zijn in gesprek en ik hoop op veel inhoudelijke discussies tussen Indische generaties. Het houdt onze cultuur in beweging, want als je al die discussies op een rij zet, krijg je een aardig beeld van hoe het antwoord op die ene vraag, wat is Indisch, zich ontwikkelt.

* Deze indeling is gekoppeld aan het vertrek uit Indonesië. Indische Nederlanders van de eerste generatie zijn in Indië geboren en hebben daar langere tijd gewoond. Bijna allemaal hebben ze de Japanse bezetting en de repatriëring meegemaakt. De tweede generatie is in Nederland (of een ander nieuw thuisland) opgevoed door ouders die hun leven in Indië hebben doorgebracht, of een groot deel daarvan. Zij kregen van de eerste generatie te horen dat zij Nederlandser dan Nederlands moesten zijn. De derde generatie is geboren en getogen in het land waar hun ouders opgegroeid zijn.