Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago

Sanne en Jago met hun kindje Sem

Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.” 

Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een

Jago en Sanne op het podium met Bahaya
Jago en Sanne op het podium met Bahaya

Indische of Molukse achtergrond.  Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies.  Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?

Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”

“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.

Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan:  “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.

Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.

Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!”  Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één  aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago
Trouwen in Vegas

In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd  tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem.  Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.

Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien.  Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd.  Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”

Sanne en Jago met hun kindje Sem
Sanne en Jago met hun kindje Sem

Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd  het monyet.”  En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago.  Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”

Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”

Nee? Ken je dat niet?!

question-mark_2.bp.blogspot.com

Niks zo ergerlijk als die ene opmerking, midden in een conversatie over muziek, film, boek of een ander ‘ken je klassiekers’-gevoelig onderwerp: ‘Ken jij dat niet? Nee? Echt niet?’ gevolgd door een opsomming van kenmerken waarbij je volgens de verwachting dan toch zou uitroepen: ‘O, die! Ja natuurlijk ken ik die!’ Meestal roep ik dat niet. En dat schijnt nogal gevoelig te liggen. Blijkbaar tel je niet mee als je die-ene-in-eigen-beheer-verschenen-debuutplaat van die-toen-nog-obscure-maar-nu-baanbrekende-band, niet kent.

Je zou er bijna van gaan liegen en eerlijk gezegd heb ik dat weleens gedaan. Ik weet het, weinig sympathiek maar – dit keer – wel eerlijk. De schaamte om te bekennen dat ik een kennelijk voor iedere muziekliefhebber bekend feitje mis, maakt me zwak. De druk om aan de verwachting te voldoen ‘Jaweeel, die ken je toch!’ wordt me te groot. En eigenlijk wil ik gewoon zo graag een echte muziekliefhebber zijn.

Sommige Indo’s hebben hier ook een handje van. De vader van een vriendinnetje, we waren iets van 16 geloof ik, was me eens aan het uithoren over de Indische keuken. Het was eerder een kruisverhoor: hij riep een gerecht, en verwachtte daar een reactie op.

Ik was nog te groen en naïef om hier een snedig antwoord op te hebben (iets in de trant van: ‘Wat grappig dat je de feiten van mij wil horen – ken je ze zelf niet dan?). Hij was me echt aan het uittesten. Ik was er zelfs nog trots op dat ik veel  gerechten herkende, en dat ik er soms een redelijk goede omschrijving van kon geven. Maar ja, die naam, bij welke smaak hoort dat ook alweer?  En bij de helft van de gerechten moest ik het toch echt af laten weten. Hij was niet onder de indruk. En ik voelde me niet serieus genomen.

De afstraffing was natuurlijk dat ik niet echt Indisch was als ik dat toch niet allemaal kende. Ik zal je vertellen, het meeste van wat ik weet van Indische dingen heb ik op latere leeftijd geleerd. Niet dat ik er niks van mee kreeg thuis, maar het ging met zo’n vanzelfsprekendheid dat ik het niet als kennis meenam in het lange termijn geheugen. Ik kan je wel feilloos zeggen wat ik het lekkerst vind en welke bereiding het meest mijn oma’s kookkunsten benadert, als ik het proef.

Nu weet ik gelukkig beter: niet het kunnen opratelen van de feiten maakt mij Indisch, maar het herkennen van wat er voor mij het meest toe doet. En nu, 10 jaar later, heb ik eindelijk een antwoord paraat:  je moet je wel erg niet-Indisch voelen als je bevestiging zoekt in kookboeken-kennis om zo aan anderen te bewijzen dat je Indisch bent. Als je het daar van moet hebben…