'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Stille tocht voor de ‘Indische kwestie’

Interview met voorzitter Indisch Platform

door Kirsten Vos

Over een week rijden er legervoertuigen in Den Haag, van het Vredespaleis naar de Tweede Kamer. Aanleiding van deze zogenaamde Stille Tocht is de petitie van het Indisch Platform. IP-voorzitter Silfraire Delhaye biedt dinsdag 19 maart a.s. aan de Tweede Kamer de meer dan 10.000 handtekeningen tellende petitie aan. Onderwerp: De Indische kwestie. Indisch 3.0 gaat erover in gesprek met de heer Delhaye.

Voordat we de diepte ingaan, meneer Delhaye, hoe staat het met de opkomst voor de stille tocht?

“De steunbetuiging voor onze pogingen tot een oplossing te komen is groot. Er komen zeker tussen de 500 tot 1000 Indische Nederlanders, om de aanbieding van de petitie te steunen door mee te lopen in de stille tocht. Het zijn vooral ouderen, maar jongeren hebben zich ook gemeld. We krijgen begeleiding in legervoertuigen van veteranenorganisatie Keep them rolling. En het is een gemengd gezelschap. Niet alleen maar Indo-Europeanen, ook totoks (volbloed Europeanen die in voormalig Nederlands-Indië leefden, KV). Het wordt een beschaafde happening.”

Hoe gaat die aanbieding in zijn werk?

“We verwachten de petitie aan te bieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, zoals dat gebruikelijk is met petities. Geen lange toespraken, we gaan niet op de barricades of op kistjes staan. Daarna gaan we in besloten overleg met de vaste  kamercommissie* van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).** We hebben het minimum aantal handtekeningen voor de petitie binnen, dus de kwestie komt sowieso op de agenda van de Tweede Kamer.”

Goed. Wat ís die Indische kwestie?

“Die bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste gaat het om Nederlandse ambtenaren van het Indisch-Nederlands  gouvernement die tijdens de Japanse bezetting in overheidsdienst waren, dat kunnen KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren zijn. Deze mensen hebben tijdens de 42 maanden van de Japanse bezetting geen salaris ontvangen. We noemen die achterstallige salarissen ‘de backpay’-kwestie.”

“Dan is er de compensatie van materiële oorlogsschade. Hier in Nederland hebben mensen compensatie ontvangen voor de schade aan bijvoorbeeld hun huizen door de Duitse bezetter. Dat is geregeld in de Wet op de Materiële Oorlogsschaden van 9 februari 1951. In die wet zijn de  inwoners van Nederlands-Indië  uitdrukkelijk buitengesloten van deze compensatie (inmiddels opgenomen in de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen, zie artikel 1a, KV).”

“Ten derde is daar het oorlogsleed. En dat handhaaft de Nederlandse regering, zolang deze twee andere kwesties niet opgelost zijn.”

Het gaat om KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Daar is toch eerder een rechtszaak over geweest, in de jaren ’50? Toen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat Nederland weliswaar geen juridische schuld meer had, maar wel een morele?

“Dat ligt iets genuanceerder. De vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen, omdat zij niet aan de juiste partij zijn gesteld. De vorderingen zouden niet op de Staat der Nederlanden betrekking hebben, maar  “op de Republiek Indonesia als zijnde de rechtsopvolger van de voormalige rechtspersoon Nederlands-Indië”. Dit standpunt is consequent gehandhaafd door opeenvolgende regeringen, ondanks de arresten van de Hoge Raad uit 1957 en 1958 waarin gesteld wordt, dat de Nederlandse Regering wel een morele verantwoordelijkheid heeft in deze kwestie voor haar Nederlandse onderdanen in het voormalige Nederlands-Indië.”

Uitnodiging voor de stille tocht op 19 maart a.s. in Den Haag.

Over hoeveel geld gaat de Indische kwestie eigenlijk?

“Er gaan geruchten alsof het om miljarden gaat. Die geruchten zijn gebaseerd op bedragen uit de twee Niod-rapporten***. Het Indisch Platform vraagt om een bevredigende, billijke  en redelijke vergoeding. Ik kan niet vertellen om welke  bedragen het uiteindelijk zal gaan. Dat hangt bijvoorbeeld onder meer af van wie uiteindelijk werkelijk een claim gaan indienen. ”

Film door www.indisch4ever.nu

De Indische kwestie speelt al ontzettend lang. Veel mensen hebben de moed al opgegeven. Waarom verwacht u nu wel een doorbraak?

“In 2011 was er de motie-Dijkstra (D66), die stelde dat er een ‘commissie van wijzen’ zou moeten komen om te onderzoeken of de Indische kwestie met het Gebaar opgelost was. Die motie is (net, KV) niet aangenomen door de Tweede Kamer. Maar die kwestie is nog niet opgelost. Het is er nu de tijd voor, dat de Nederlandse regering instemt met het instellen van die commissie. Ik vermoed dat die motie verworpen is uit angst voor hoge bedragen.”

Motie Dijkstra is verworpen uit angst voor hoge bedragen

Dus nu gaat het niet om hoge bedragen? Hoe kan het dan genoeg zijn om de achterban voorgoed tevreden te stellen?

“Het gaat eerst om erkenning en excuses van de Nederlandse regering en bij erkenning hoort een symbolische compensatie. Wij zijn bereid om daarover met de overheid te praten, waarbij het ons niet gaat om vele miljarden. Want het niet erkennen van deze kwestie, houdt het oorlogsleed in stand.”

Er is toch een wet die wel tot uitkeringen voor Indische Nederlanders heeft geleid? Die heeft tot veel beroering geleid in Indisch Nederland? Mensen moesten aantonen dat ze in bepaalde kampen hadden gezeten en als ze dat niet konden, kregen ze geen uitkering?

“Dat is de WUV/ WUBO, gericht op het compenseren van lichamelijk letsel als aantoonbaar gevolg van de oorlog, net als emotioneel en geestelijk leed.

En verder heeft Indonesië herstelbetalingen gedaan aan Nederland in verband met de Bersiap en de Japanse bezetting. Volgens Nederland is dat een afgedane kwestie. Ik heb indicaties dat nader onderzoek nuttig is. ”

Veel succes, meneer Delhaye, met het gesprek op 19 maart en dank voor dit interview.

*In de vaste kamercommissie zitten alle Tweede Kamerleden van de politieke partijen, die zich met dit onderwerp bezighouden. De kamercommissies zijn georganiseerd naar departement. Naast de vaste kamercommissie voor VWS zijn er bijvoorbeeld ook vaste kamercommissies voor Infrastructuur en Milieu, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een overzicht van alle commissies vind je op de website van de  Tweede Kamer. De meeste algemene overleggen van commissies zijn openbaar. Dat deze dat niet is, is dus in elk geval afwijkend van de norm. De aanbieding van de petitie staat niet duidelijk aangekondigd op de agenda van de Kamercomissie, wel het kennismakingsgesprek. Dit heeft, tot slot, te maken met het aantreden van het nieuwe kabinet: er zijn nieuwe kamerleden die zich over de Indische kwestie buigen, en daarom een kennismakingsgesprek hebben met het Indisch Platform.

**Het ministerie van VWS in Den Haag is eerste aanspreekpunt voor deze kwestie. Dit is historisch zo gegroeid;  repatrianten uit Nederlands-Indië kregen hun ondersteuning en begeleiding bij aankomst in Nederland van de dienst van Maatschappelijke zorg. Dit is de voorloper van het ministerie van VWS. Bovendien heeft de Indische kwestie impact op de mentale gezondheid van Nederlandse burger, en vallen oud-strijders onder de veteranenzorg, beide de verantwoordelijkheid van datzelfde ministerie.

*** Het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, heeft twee publicaties uitgebracht over (het gebrek aan) financiële afwikkeling van Nederlands-Indië. De eerste, uit 2005, Indische rekening, is geschreven door Hans Meijer en Margaret Leidelmeijer. De tweede, Sporen van vernieling, is geschreven door Peter Keppy en in 2006 gepubliceerd. Beide edities zijn niet meer leverbaar.