Griselda Molemans en het Nationaal Archief

Welles/nietes?

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

In december 2013 hoorde ik ervan. De schrijfster en journaliste Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart, Oog van de naald) was een actie gestart om geld in te zamelen om het boek uit te geven waar zij al een tijd aan werkt: Opgevangen in andijvielucht. Aanleiding voor de inzamelingsactie was volgens Molemans dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich teruggetrokken had. De ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief, stelt de in Amerika wonende schrijfster in haar flyer

Flyer van de inzamelingsactie 'Opvangen in andijvielucht'
De flyer van de inzamelingsactie ‘Opvangen in andijvielucht’. Bron: PR 360 & More

Ik bel het Nationaal Archief voor een toelichting. ‘De samenwerking met mevrouw Molemans is inderdaad stopgezet,’ bevestigt de woordvoerder. ‘Nee, dit was niet om inhoudelijke redenen. Mevrouw Molemans dreigde de deadline van 15 oktober 2013 niet te halen, de datum waarop wij de tentoonstelling wilden openen. Dat mevrouw Molemans de researchkosten terugbetaald heeft klopt in zoverre, dat zij de fees die wij haar al betaald hadden, terugbetaald heeft.’ Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Hmm. Dit is een heel ander verhaal dan wat in het Indische wereldje circuleert.

“Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station.”

Als ik Griselda mail dat ik met dit verhaal aan de slag ga, verwijst ze me door naar haar advocaat. ‘Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station voor me. [..] Ik doe daar verder geen mededelingen meer over.’ Ik mail haar advocaat om een reactie op de verklaring van het Archief. Die is eenvoudig: ‘Over een deadline is nooit gesproken en het Nationaal Archief heeft cliënte ook nooit een deadline gesteld, noch voor 15 oktober 2013, noch anderszins.’

Is dat wat. Dit lijkt wel een ouderwets potje welles-nietes.

Ik zoek verder en vind in de Sobat (9, winter 2013) een 2,5-pagina tellend artikel van Siem Boon over de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief. Staat in dit artikel misschien iets over het werk dat Molemans heeft gedaan voor het Nationaal Archief? “In oktober werd de nieuwe publieke- en tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief geopend door Koning Willem-Alexander. De eerste tentoonstelling heet Het Geheugenpaleis – met je hoofd in de archieven: elf grote en kleine verhalen uit meer dan duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Twee van die verhalen zijn Indisch: ‘Daar was laatst een meisje loos; Vrouwen en de VOC (1602 – 1795) en Opgevangen in spruitjeslucht; Indische repatrianten in Nederlandse contractpensions (1945 – 1970)’.”

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Archiefbeeld: Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

De naam ‘Opgevangen in Spruitjeslucht’ lijkt – voorzichtig uitgedrukt – sterk op de titel van het boek van Molemans: Opgevangen in andijvielucht. Navraag leert dat het Nationaal Archief al sinds december 2010 de ‘spruitjes’-versie hanteert.

Maar goed. De samenstellers van de tentoonstelling vertellen in het Sobat-interview uitgebreid over de tentoonstelling. Zo lees ik: “Wat ons opviel is hoezeer de opvang was voorgeprogrammeerd. Het boekje Djangan Loepah, dat door maakster Cristina Garcia Martin is vertaald in een quiz, is bij uitstek een voorbeeld hiervan.”

‘Djangan Loepah, ken ik dat niet ergens van?’ hoor ik je denken. Ja, dit boekje is weer boven komen drijven door de documentaire Contractpensions van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich én is er de ondertitel van. Nu is dit boekje niet ‘van’ Hetty Naaijkens, maar uitgegeven door de overheid zelf. Maar een referentie eraan? Die was toch best op zijn plek geweest? Voor de zekerheid zoek ik op de website van de expositie. Nergens kom ik een verwijzing naar Contractpensions tegen.

Contractpensions
Poster van de documentaire Contractpensions uit 2009.

Terug naar het artikel. Er komt een andere, voor mij tamelijk persoonlijke, titel naar voren. “Het Verhalenarchief is een website van het Nationaal Archief waaraan bezoekers hun eigen verhalen kunnen toevoegen: www.hetverhalenarchief.nl. ‘Tabee Indië’, over de repatriëring, is daarvan een onderdeel.”, lees ik in hetzelfde artikel in Sobat.

Nou vind ik het initiatief  van een verhalenarchief erg goed en ben ik er zelfs blij mee, maar die naam? ‘Tabee Indië’? Die lijkt wel heel erg op de naam van nota bene mijn eigen scriptie over de repatriëring, waarmee ik zeven jaar geleden afstudeerde: Indië Tabeh. Ook hier weer was het op zijn plek geweest een bronvermelding op te geven. Of op zijn minst een ‘niet-te-verwarren-met’. Siem Boon kent mij en deze scriptie, ik heb er drie keer een lezing over gehouden op de Tong-Tong Fair. Dus hoe zit dit nou weer? Ik zie dat een van de externe onderzoekers, die ik ook ken, er zelfs naar verwijst als ‘Indië Tabee‘. Op deze manier is dit gewoon jatwerk en voer voor een latere post.

Ik lees het artikel uit. Van de circa 2000 woorden gaat geen enkele over Griselda Molemans en haar voorwerk. Zou dat een bewuste keuze zijn? Ik vraag Siem Boon ernaar. Zij licht toe, in een reactie op deze post: “Ik wist dat Griselda bezig was geweest met dit onderdeel van de expositie, dus ik informeerde ernaar tijdens het interview en bij Griselda. De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist. Griselda zei me dat ze er de voorkeur aan gaf als ik in mijn artikel geen verband legde met haar op stapel staande boek. Omdat ik geen artikel wilde schrijven over het conflict tussen Griselda en NatArch, maar over de expo, en ik maar beperkte ruimte had heb ik het verder weggelaten.”

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Archiefbeeld: Griselda Molemans tijdens IndoMania. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Duidelijk verhaal van Siem, maar voor mijn hoofdvraag moet ik doorzoeken. Ik wend me opnieuw tot het Archief. In een schriftelijke reactie krijg ik nu uitgebreidere toelichting: “Medio 2010 hebben eerste gesprekken tussen mevrouw Molemans en het Nationaal Archief (NA) plaatsgevonden. Het Nationaal Archief heeft mevrouw Molemans gevraagd onderzoek te doen en een publicatie voor te bereiden over het thema ‘contractpensions’ voor de openingstentoonstelling in de nieuwe publieksruimte van het Nationaal Archief. Ze heeft daarmee ingestemd en op 1 december 2010 is het contract daarvoor ondertekend door beide partijen.”

De woordvoerder vervolgt: “Al in deze fase hanteerden wij de titel ‘Opgevangen in spruitjeslucht’. In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd. Daarom zagen wij ons uiteindelijk genoodzaakt andere onderzoekers in te schakelen en de samenwerking met mevrouw Molemans contractueel te beëindigen.”

Het is een wonderlijke tussenstand.

Het is een wonderlijke tussenstand. Ik kan me voorstellen dat de overheid bepaalde zaken niet naar buiten wil brengen over de repatriëring, dus de verklaring van Molemans is aannemelijk en – logischerwijs – door veel andere Indische media overgenomen. Aan de andere kant: het verhaal van het Archief is niet ongeloofwaardig. Ik wacht momenteel nog op een reactie van de advocaat van Molemans. Is dit welles/nietes of is er iets anders aan de hand?

Hoe dan ook, Griselda Molemans kan door met haar boek. Al op 17 december 2013 meldt Opgevangen in andijvielucht op Facebook in dit Bericht dat er nog maar 263 funders nodig zijn. Dat is mooi. Dan kunnen we binnenkort in elk geval zelf vergelijken wat Molemans ontdekt heeft en wat het Nationaal Archief in de expositie wel en niet vertelt. Het boek komt uit in maart van dit jaar. Wordt vervolgd.

Detail: op Bol.com staat het boek als niet leverbaar, met mei 2013 als publicatiedatum. Wie er ook gelijk heeft, er is iets behoorlijk fout gegaan.

Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (dd 7-1-14, 12:00 u)
Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (KV, dd 7-1-14, 12:00 u)

 

 

 

Indische verhalen in Nederlandse stenen. Gedeeld cultureel erfgoed (deel 3)

In drie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In de vorige twee blogs schreef ik dat het vast nog even duurt voordat de Indische invloeden in eigen land door een breed publiek worden beschouwd als gedeeld erfgoed met Indonesië. Het symposium ‘Gedeeld cultureel erfgoed’ dat dit jaar tijdens de Tong Tong Fair plaatsvond, laat zien dat er wel al een kentering gaande is. Hoewel het zeker niet een eerste bijeenkomst is over Indisch erfgoed, toont de naam dat de insteek anders is. Het legt nadruk op een veelzijdige herkomst en brengt de Indische sporen in Nederland direct in verband met de koloniale sporen in Indonesië, die we doorgaans wel als gedeeld erfgoed zien.

 

Vergetelheid voorkomen

Het symposium kwam voort uit het Haagse project ‘Sporen van Smaragd’, waarin Haagse gebouwen met een ‘Indische link’ zijn geïnventariseerd. Den Haag wilde voorkomen dat het Indisch erfgoed in vergetelheid raakte en gaf daarom kunsthistorisch bureau Kroon & Wagtberg Hansen opdracht een overzicht te maken. Het project liep van 2010 tot 2012 en resulteerde in een database die de gemeentelijke monumentenzorg gebruikt. Dit jaar verscheen er een uitgebreide publiekspublicatie. Het onderzoeksbureau presenteerde op het symposium de belangrijkste bevindingen en plaatste deze met bijdrage van andere sprekers (namelijk: Ulbe Bosma, Frans Leidelmeijer, Vilan van de Loo, Marty Bax, Henk Mak van Dijk en Ben de Vries) in een bredere context over culturele wisselwerking tussen Nederland en Indië.

 

Het uiterlijk én het verhaal

Uit de lezingen bleek dat de inventarisatie naar Indische gebouwen, niet alleen om zeldzaamheid van uiterlijk ging (de materiële waarde) maar veel meer om het verhaal en de historische waarde erachter (de immateriële waarde). Er zijn daarom niet enkel gebouwen gedocumenteerd met Indische decoraties of Indische namen op de gevel, maar ook gebouwen die van de buitenkant helemaal geen Sporen van Smaragd laten zien. Zoals bijvoorbeeld één van de eerste toko’s in Den Haag, Toko Betawie (Heemskerkstraat 29), dat nu als woonhuis niets meer laat zien van het Indische verhaal. Dit gebouw is echter wel cultuurhistorisch waardevol omdat het te verbinden is met het begin van de Indische eetcultuur in Nederland. Ook woonhuizen van bijvoorbeeld Indische journalisten en musici die als ontmoetingsplekken fungeerden voor culturele Indische bijeenkomsten kregen een plaats in de databank.

 

Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,  1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,
1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Subtiele vermenging van oost en west

Overigens zijn de materiële Indische sporen in gebouwen, interieurs en meubels die je dus wel kan zien, soms nog best onzichtbaar voor het ongetrainde oog. De Haags-Indische gebouwen zijn bijvoorbeeld niet in oosterse stijl gebouwd, maar hebben in hoofdzaak een westers voorkomen met verwijzingen naar Indië in de decoraties. Zo is het wapen van Batavia vaak op gevels te vinden bij op panden van voormalige handelmaatschappijen met Indische banden en zijn Indische figuren terug te zien in gevelstenen of glas-in-lood bij voormalige woon- en werkvertrekken van Indiëgangers.

Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en 'een Inlander' te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr
Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en ‘een Inlander’ te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr

Frans Leidelmeijer vertelde een vergelijkbaar verhaal over de Indische invloed op interieur en meubels. Rond 1900 was batik bijvoorbeeld erg populair, maar de toepassing was niet vergelijkbaar met die in Indië. De batikstoffen werden bijvoorbeeld gebruikt voor boekomslagen, meubelbekleding of textielbehang en de patronen werden ontworpen door Westerse kunstenaars. In Apeldoorn was zelfs een batikatelier gevestigd waar Nederlandse vrouwen werkten.

Kunsthistorica Marty Bax liet zien dat het Indische nog meer voor het oog verborgen kan zijn. Gebouwen die ontworpen zijn door Indische architecten of architecten die in Nederlands-Indië zijn geweest, maar in hun decoratie niet verwijzen naar Indië, kunnen toch wel degelijk ontworpen zijn onder grote invloed van de Oost. Veel architecten rond 1900 ontwierpen bijvoorbeeld gebouwen op basis van geometrische patronen, zoals aaneengeschakelde vierkanten of driehoeken. Een aantal architecten baseerden deze patronen op oosterse filosofieën of voorbeelden uit boeddhistische en hindoeïstische tempels. Marty Bax liet bijvoorbeeld zien dat Berlages schetsontwerpen voor het Gemeentemuseum in Den Haag in opzet van het gebouw overeenkomsten vertoont met de opbouw van boeddhistische tempelcomplexen. Aan de buitenkant dus niets te zien, maar Indische invloed is er all over.

Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia
Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia

 

Het verleden als rijkdom

Met het delen van deze (en nog veel meer) kennis is met het symposium een begin gemaakt het Indisch erfgoed breder bekend te maken. Als erfgoedprofessional met Indische achtergrond kan ik het Haagse initiatief alleen maar toejuichen en hopen op vergelijkbare initiatieven in andere steden. Het is duidelijk dat het Indische soms moeilijk zichtbaar is, maar dat er een rijkdom aan sporen te vinden is. Het is afwachten of het in de toekomst door de Indonesiër ervaren wordt als ‘gedeeld cultureel erfgoed’ maar het is belangrijk dat Nederland dat in ieder geval doet. Het erkennen en aanwijzen van de culturele wisselwerking doet niet alleen recht aan het verleden, maar geeft ook een positieve inslag voor omgaan met het verleden in het heden.

Kind van gescheiden ouders. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 1)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na hun ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In dit eerste blog introduceer ik het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en geef ik voorbeelden van omgang met de gedeelde culturele schatten ‘overzee’.

 

Erfenis van een gedeeld verleden

Je hebt het vorig jaar misschien wel meegekregen; het nieuwsbericht dat belangrijke VOC-documenten lagen te verrotten in het Indonesische archief. Kilometers zeventiende en achttiende-eeuwse papieren van de Nederlandse VOC in het Arsip Nasional te Jakarta, zouden beschadigd zijn door inktvraat. Het klimaat binnen het gebouw was de oorzaak. Historicus Hendrik Niemeijer luidde de noodklok en pleitte voor digitalisering. ‘Noch de Indonesische noch de Nederlandse regering kijkt er naar om’, zei Niemeijer in Dagblad Trouw.[1]

De VOC-documenten zijn een voorbeeld van gedeeld cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed omdat het belangrijke culturele en historische objecten zijn die het verdienen bewaard te worden voor volgende generaties. Gedeeld, omdat het niet verbonden is met de geschiedenis van één land, maar met die van meerdere landen. Het VOC-archief is voor Nederland bijvoorbeeld een gigantische bron van handels-, economische en politieke betrekkingen uit die tijd. Voor Indonesië zijn de archieven belangrijk omdat ze onder meer informatie bevatten over oude machtsverhoudingen tussen de sultanaten en vorstendommen.[2]

Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)
Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)

Kind van gescheiden ouders

Toch kijkt men niet vanzelfsprekend naar deze gezamenlijke erfenis om. Het land waar het cultureel erfgoed zich bevindt, heeft zeggenschap over de objecten, terwijl het andere land net zo goed erfgenaam te noemen is. Net zoals bij een kind van gescheiden ouders, moeten er dus afspraken gemaakt over de taakverdeling. Dat het ‘kind’ soms ook compleet vergeten lijkt te worden of dat geen van de partijen zich verantwoordelijk voelt, is bij de VOC-documenten helaas pijnlijk duidelijk.

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van succesvolle samenwerking. In Nederland voeren het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken samen een beleid om gedeeld cultureel erfgoed duurzaam te behouden (het Beleidskader GCE)[3]. De ministeries stellen geld en kennis beschikbaar om zorg te dragen voor archieven, museale collecties, archeologie, gebouwen, landschappen en zelfs gebruiken en verhalen in landen waarmee Nederland een gedeeld verleden heeft. Naast Indonesië zijn dit maar liefst acht andere landen.[4] Met ambassades en publieke en particuliere organisaties in het buitenland worden projecten opgezet om erfgoed in kaart te brengen en te onderhouden.[5]

 

Gezamenlijke inzet in Indonesië

In Indonesië is er bijvoorbeeld in 2008 een netwerk opgericht om conservering van historische gebouwen te stimuleren. De Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Stadsherstel Amsterdam adviseren daarbij. Inmiddels zijn 48 Indonesische steden aangesloten op het netwerk en ligt bij de meeste steden een onderhoudsplan klaar voor de bijzondere panden. Een ander project waarbij Nederlandse kennis beschikbaar stelde, is een onderzoek naar historische stationsgebouwen op Java en het ontwikkelen van restauratie- en toekomstplannen voor dit spoorerfgoed.

Andere samenwerkingsprojecten zijn niet direct verbonden met beheer en behoud, maar vooral gericht op het creëren van bewustzijn. Tentoonstellingen zijn hierbij een geliefde vorm. Zo zijn er bijvoorbeeld tentoonstellingen geweest over het leven van Indonesische en Nederlandse kinderen in Batavia, over twintigste-eeuwse kunstenaars in Bali en over Europa door de ogen van Indonesiërs. Op deze manier werken publieke en particuliere organisaties in beide landen samen aan het creëren van meer draagvlak voor hun gedeelde erfenis.[6]

Stasiun Jakaratakota. Foto: Mas Jati via Flickr
Stasiun Jakarta Kota. Foto: Mas Jati via Flickr

 

Koloniale sporen in Nederland niet gedeeld?

De inspanningen in het buitenland zijn natuurlijk lovenswaardig, maar hoe staat het eigenlijk met gedeeld cultureel erfgoed in Nederland. Wordt daar ook gezamenlijk voor gezorgd? Of is dat er helemaal niet? In Nederland zijn natuurlijk wel koloniale sporen te vinden, maar we noemen deze eigenlijk niet ‘gedeeld’. In mijn tweede blog over gedeeld cultureel erfgoed, buig ik me over deze vraag.

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Wat heb jij over Indië en Indonesië geleerd op school?

Oproep: vul de enquête in en maak van een klacht een debat

Online magazine Indisch 3.0 onderzoekt het onderwijs over Indië en Indonesië. Tot en met 13 augustus a.s. kan iedereen de  enquête “Indonesië en Indië op school” invullen op de website van Indisch 3.0. In het bijzonder docenten en jongeren zijn uitgenodigd om mee te doen. Meedoen kost nog geen 7 minuten.

Mocht blijken dat in het onderwijs nog te weinig – genuanceerd – aandacht besteed wordt aan het koloniale verleden van Nederland, dan wil Indisch 3.0 docenten aanmoedigen hierover in debat te gaan met elkaar.

Koloniale verleden van Nederland

In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen met wortels in Indonesië. Het onderzoek “Indonesië en Indië op school” gaat over wat je op de basisschool en middelbare school leert over het koloniale verleden van Nederland, in het bijzonder in Indonesië. Aanleiding is in de eerste plaats de aanhoudende kritiek uit met name Indische kringen.

Te weinig kennis over je eigen achtergrond

Veel Indische Nederlanders vinden dat op school aan ‘hun’ geschiedenis te weinig aandacht besteed is. Indische ouders vertelden namelijk weinig tot niets aan hun kinderen over hun afkomst, want “We zijn nu in Nederland.” De duizenden repatriantenkinderen van de Indische Nederlanders wisten hierdoor weinig over wie ze waren, wat ze in Nederland deden en waarom ze eigenlijk uit Indië/ Indonesië waren vertrokken. En dat gold al helemaal voor de Nederlandse kinderen bij wie ze in de klas terecht kwamen.

Skeletten

Een tweede aanleiding is dat koloniale ‘skeletten’ met enige regelmaat uit de spreekwoordelijke kast vallen, om met een grote plof voor tumult te zorgen in de Nederlandse samenleving. Zo was daar “Rawagede” in 2011, de foto’s van geëxecuteerde Indonesiërs in 2012 en de weduwen van Zuid-Sulawesi in 2013.

Aangepaste vragenlijst voor docenten

Met “Indonesië en Indië op school” wil Indisch 3.0 achterhalen in hoeverre de kritiek terecht is. Wellicht is het onderwijs namelijk verbeterd ten opzichte van ‘vroeger’, bijvoorbeeld.  Of: is de kritiek gebaseerd op perceptie en gekleurde herinneringen, niet op de realiteit? Die input kunnen vooral leerlingen en docenten leveren. Daarom krijgen in het bijzonder docenten een aangepaste vragenlijst. Een tweede uitkomst van het onderzoek is de vraag, als er aandacht aan besteed wordt, waar die aandacht dan naar uit gaat.

Generationele kenniskloof?

Mocht het zo zijn, dat op scholen inmiddels alweer voldoende genuanceerde aandacht aan het koloniale verleden besteed wordt, dan heeft het weinig zin om te blijven pleiten voor meer aandacht voor dit onderwerp in het onderwijs. In dat geval hebben we als samenleving te maken met (een aantal) generaties Nederlanders die weinig tot niets weten over de achtergrond van de 1,5 miljoen Nederlanders* met wortels in Indonesië. Een generationele kenniskloof dus, zou je kunnen zeggen.

Extra kennis in context van werk

Interessant is wat je als samenleving zou willen doen, als blijkt dat enkele generaties Nederlanders kennis missen over de koloniale geschiedenis van Nederland. Misschien is het een idee om die generaties in de context van hun werk extra kennis aan te bieden? Voor politici, onderwijzers en journalisten bijvoorbeeld zou je kunnen zeggen dat het cruciaal is dat zij goed op hoogte zijn van de koloniale geschiedenis van Nederland, en van de achtergrond van de grotere subculturen in de Nederlandse samenleving. Maar dat is van later zorg.

Publicatie resultaten

Op 15 augustus 2013, tijdens de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, publiceert Indisch 3.0 de resultaten van het onderzoek op www.indisch3.nl. Deelname aan de enquête is mogelijk tot en met 13 augustus a.s.

Over Indisch 3.0

Indisch 3.0 is een online magazine op www.indisch3.nl voor iedereen die een band voelt met ‘het Indische’. Indische Nederlanders – met wortels in het voormalige Nederlands-Indië – zijn de grootste subcultuur in Nederland. Op Indisch 3.0 krijgt deze Indische cultuur in Nederland de spotlight. Met eigentijdse artikelen maken we zichtbaar hoe de Indische subcultuur Nederland beïnvloed heeft. Zelf nadenken, eigen keuzes maken en respect voor keuzes van anderen staan daarbij centraal. Zo ontstaat een verfrissende, eigentijdse kijk op Indisch Nederland.

Help ons dit bericht te verspreiden!

Fijn voor leerlingen, onhandig voor ons: het is schoolvakantie. Daardoor zal het voor ons niet zo makkelijk zijn om docenten en leerlingen te bereiken. Helpt u ons door deze oproep zoveel mogelijk te verspreiden onder uw vrienden, familie, kijkers, luisteraars en lezers?

Meer informatie

Voor meer informatie, of de mogelijkheid tot voorinzage van de resultaten, kunnen journalisten contact opnemen met Kirsten Vos (kirsten@indisch3.nl/ 0616500911), hoofdredacteur en verantwoordelijke voor dit onderzoek.

Doe mee op www.indisch3.nl/enquete. In nog geen 7 minuten heb je je stem laten horen. We danken je nu al voor je deelname.

Enquete: "Indonesië en Indië" op school

“Mensen weten niets over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië, ze leren er niets over op school.” We horen het vaak. Maar hoe zit het nou echt? Indisch 3.0 heeft een enquête opgesteld over het onderwijs over Indië en Indonesië.

In 7 minuten kan je je mening laten horen; of er inderdaad te weinig lesgegeven wordt over de geschiedenis van Nederland in Indonesië, wat redenen zijn om meer aandacht hieraan te besteden en wat het eigenlijk uitmaakt, als we er met zijn allen meer over weten. Op 15 augustus a.s. maken we de resultaten bekend.

Wil jij eerder horen wat de uitkomsten zijn? Laat dan je e-mailadres achter en we stuur je op 14 augustus een preview. We zijn benieuwd naar je mening!

p.s. Vanaf je smartphone de enquete invullen, of gaat er iets mis? Gebruik dan deze link: https://docs.google.com/forms/d/1QEEvqpW7-CA0i8wen79BPnzcDGnyIvDAnT1mIzxhEAM/ of mail kirsten @ indisch3.nl. 

Aankondiging: Indisch 3.0-themaweek over het Nederlandse koloniale verleden

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: <a href='http://nl.123rf.com/photo_7122274_old-map-compass-and-navigation-equipment.html'>fikmik / 123RF Stockfoto</a>
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: fikmik / 123RF Stockfoto

Van 13 tot 17 augustus 2012 organiseert jongerenmagazine Indisch 3.0 een themaweek over het Nederlandse kolonialisme in Indonesië op www.indisch3.nl & www.facebook.com/indisch3. 

In de week van 13 augustus 2012 herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië (15 augustus) en viert Indonesië haar onafhankelijkheid (17 augustus). Beide gebeurtenissen vonden plaats in 1945 en vormden de opmaat voor twee politionele acties  – een koloniale oorlog – in 1947 en 1948, waar momenteel weer veel om te doen is.

Om op een rijtje te zetten wat Nederland voor de komst van de Japanners in Indië deed, organiseert Indisch 3.0 voor het eerst een eigentijdse themaweek over het Nederlandse koloniale verleden Indonesië. De afleveringen van deze themaweek zijn te vinden op www.indisch3.nl. Speciaal voor haar Facebook-fans zal  Indisch 3.0 dagelijks een tv-of film-tip publiceren. Nog geen fan van Indisch 3.0? Zoek ons eens op op Facebook.

Programma

13 augustus 2012

  • Essay: 300 jaar Nederlandse aanwezigheid in Indonesië

14 augustus 2012

  • Interview in English with Eline Jongsma & Kel O’Neill about their Empire Project
  • Blog: Koloniale sporen in India

15 augustus 2012

16 augustus 2012

17 augustus 2012

  • Essay: Merdeka – bersiap! en politionele acties
  • Empire Project Indonesia: the unintended consequences of Dutch colonialism in Indonesia (essay)

De themaweek is geheel onafhankelijk tot stand gekomen. De redactie bedankt haar freelancers voor hun belangeloze medewerking hieraan.