Jonge Indo's in de liefde: Régina & George

Op Amsterdam Centraal sta ik bij een boekwinkel al een kwartier te wachten. ‘Het kan nog best even duren, want Indo’s zijn toch altijd te laat,’ denk ik. Régina (40) staat bij een andere boekwinkel te wachten en denkt precies hetzelfde. Als we elkaar hebben gevonden, duiken we een rustig cafeetje in en vraag ik haar het hemd van het lijf over haar en haar grote liefde George (43).

‘Voor mijn dertigste ben je van mij’
Régina heeft altijd Indische vriendjes gehad. Haar moeder altijd hoopte dat ze thuis zou komen met een Nederlandse jongen: ‘Ik wist diep van binnen altijd wel dat dat niet zou gebeuren, het Indische zit er teveel ingebakken.’ Als meisje van 15 verdiende Régina haar zakcentje bij Toko Pasar Baru in Arnhem. De eigenaar had naast de toko ook een restaurant: Surabaya. Hier werkte George. Op een donderdagavond ging Régina met haar moeder een kop koffie drinken bij Surabaya, waar George het bestek stond te poetsen. Hij kon zijn ogen niet van haar af kon houden. ‘Wie is dat?!’ informeerde hij bij een vriend van Régina die daar ook werkte. ‘Het nichtje van de bedrijfsleider,’ antwoordde hij, en Régina en George werden aan elkaar voorgesteld. Een jaar later werd de toko verkocht en omdat Régina geld wilde blijven verdienen, ging ze bij Surabaya werken. George was daar erg blij mee en zette alle zeilen bij om haar te versieren. Helaas voor George vond Régina hem totaal niet interessant. Maar hij gaf niet op: ‘Voor mijn dertigste ben je van mij!’ drukte hij haar op het hart.

In de acht jaar dat ze collega’s waren, raakten ze goed bevriend. Andere liefdes kwamen, maar gingen ook weer. En tijdens een avondje stappen in 1995 sloeg de vonk dan toch eindelijk over. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Régina heeft een typisch Indisch uiterlijk, terwijl George niet voor iedereen even goed te plaatsen is, vooral vanwege zijn lengte van 1m94. Toen Régina’s nichtje hem voor het eerst zag vroeg ze verbaasd: ‘Ga je nou met een Marokkaan?’

Jonge Indo's in de Liefde Regina en George Bruiloft
De familie tijdens de bruiloft

Typisch Indische bruiloft
Op 18 september 1998 trouwde het stel. Lachend zegt Régina: ‘Precies één maand na zijn dertigste verjaardag. Had hij toch zijn zin!’ Wanneer Régina over haar bruiloft begint te vertellen straalt ze. ‘Het was een typisch Indische bruiloft. We hadden een geweldig groot Indisch buffet voor de familie en gasten van overdag en ’s avonds nog meer gasten, véél Indische hapjes en heerlijke muziek. Leden van Georges Hollandse familie bedankten mij dat ze hun kinderen mochten meenemen naar de bruiloft. Dat snap ik dus niet. Dat hoort toch?’ Trots vertelt ze dat mensen in Ede het nu nog over hun bruiloft hebben. Toen ze aan een pasgetrouwde collega vertelde dat ze 350 gasten op hun bruiloft had gehad, werd er gezegd: ‘Ja, maar jij bent Indisch!’

‘Doe niet zo Belanda!’
Volgens Régina komt het Indische in hun relatie vooral vanuit haar doordat zij meer Indisch is opgevoed met twee Indische ouders. De in Naarden geboren George heeft een Indische moeder en een Nederlandse vader. Hij is erg nuchter, terwijl Régina erg (bij)gelovig is. Niet fluiten na 12 uur, geen nagels knippen na 12 uur, geesten enzo… George heeft hier helemaal niets mee, maar uit respect voor haar zegt hij er niets over. Régina’s vader zei altijd: ‘Als ik na mijn overlijden terugkom, doe ik een lamp aan.’ Thuis heeft ze in haar openhaard een lamp met vissen staan dat ze maar een lelijk ding vindt. Maar Régina’s vader vond de lamp prachtig. Na zijn plotselinge overlijden twee jaar geleden, kwam ze op een dag thuis en toen stond die lamp aan! Régina wist meteen dat het haar vader was. ‘Hallo papa, ik doe de lamp weer uit, ok?’ George reageerde veel te nuchter naar haar zin. ‘Het kan toch ook zijn dat ik aan die lamp heb gezeten?’ Die nuchterheid irriteert Régina af en toe wel. ‘Doe niet zo Belanda,’ zegt ze dan.

‘Volgend jaar gaan we gewoon weer’
Régina sleept George ieder jaar mee naar de Tong Tong Fair in Den Haag terwijl dat van hem niet zo nodig hoeft. Als hij er weer eens is geweest, is het voor hem voor de komende drie jaar genoeg. ‘Nee hoor,’ zegt ze dan, ‘volgend jaar gaan we gewoon weer!’ Indisch koken kan George wel als de beste, hij heeft er echt gevoel voor. ‘Ik kook alleen Indisch in het weekend,’ zegt Régina, bijna een beetje beschaamd. ‘Ik echt geen tijd om doordeweeks Indisch te koken hoor!’

Jonge Indo's in de Liefde Regina en George
Régina en George

Gezelligheid
Het meest Indische wat Régina terugvindt in George is vooral het gezellige. Ze hebben een bepaalde humor samen die ze niet echt kan plaatsen. De klik is er gewoon, het gaat als vanzelf. Allebei hebben ze sowieso altijd erg weinig gehad met het ‘niet-Indische’. Toen ze nog in Ede woonden hadden ze twee verschillende Indische vriendengroepen, één met wat oudere mensen en één met jongeren. ‘Met de jongerengroep gingen we stappen en naar de kermis en met de ouderen gingen we naar pasars en soulavonden. Het was altijd zoete inval toen. Er waren zelfs vrienden die een sleutel van ons huis hadden. We hadden drie banken zodat iedereen kon zitten, of desnoods liggen als ze daar zin in hadden. Iedereen was altijd welkom!’ Ze zucht even. ‘Nu we helemaal in Haarlem wonen, mis ik dat wel hoor. Maar, de Indische vrienden die we hebben, die hebben we voor het leven!’

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago

Sanne en Jago met hun kindje Sem

Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.” 

Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een

Jago en Sanne op het podium met Bahaya
Jago en Sanne op het podium met Bahaya

Indische of Molukse achtergrond.  Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies.  Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?

Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”

“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.

Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan:  “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.

Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.

Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!”  Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één  aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago
Trouwen in Vegas

In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd  tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem.  Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.

Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien.  Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd.  Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”

Sanne en Jago met hun kindje Sem
Sanne en Jago met hun kindje Sem

Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd  het monyet.”  En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago.  Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”

Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”

Jonge Indo's in de Liefde: Kirsten & Maas

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 strand (c) Armando Ello/ Kirsten Vos
Ze was adembenemend mooi, Indisch3-hoofdredacteur Kirsten Vos (34), op de langste dag van het jaar: 21 juni 2011, haar trouwdag. Precies een week voor de grote dag sprak ik met Kirsten over de liefde van haar en haar toen aanstaande, nu kersverse, echtgenoot Maas (43). Ik vroeg welke rol de I-factor speelt in de relatie tussen haar, product van twee Indische ouders, en hem, dito.

fotografie: Armando Ello

Onwijze Indo

‘Rood’ is hoe Kirsten haar eerste ontmoeting met Maas omschrijft. ‘Ik werd gewoon knalrood!’ vertelt ze over de eerste keer dat ze bij Maas zijn kantoor binnenstapte bij Internationale Zaken op het ministerie van VROM, waar zij destijds allebei werkten. ‘En hij was helemaal mijn type niet!’ Een direct vervolg kregen de rode koontjes niet. Sterker nog, het zou nog 1,5 jaar duren voordat de twee tortelduifjes hun eerste date zouden hebben.

Daarvoor, maanden na die eerste ontmoeting, deed zich een dineetje van het werk voor. Maas belandde op tactische wijze alleen met Kirsten aan een tafeltje. ‘Ik wist helemaal niet dat jij zo’n onwijze Indo bent,’ zei Maas tegen Kirsten, die zich daarop afvroeg wat hij dan met Indisch had. Maas bleek ouders te hebben met een Indische achtergrond. Direct vroeg Kirsten zich af of de aantrekkingskracht die ze had gevoeld, daar iets mee te maken had.

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 (c) Armando Ello/ Kirsten VosVan boemeltrein naar sneltrein
Pas maanden later vroeg Maas via een e-mail Kirsten mee uit. En weer maanden later, Maas had ondertussen een wereldreis voor z’n werk gemaakt, kwam het eindelijk tot een eerste date. Het was direct dikke mik en toen Maas bij de tweede date met wadjan en messen bij Kirsten op de stoep stond, heeft ze hem vastgepakt en nooit meer laten gaan. De relatie begon dus als een boemeltreintje, dat zich tot hogesnelheidstrein ontpopte: nauwelijks een jaar later was Kirsten in verwachting van hun eerste kind en gingen ze trouwen. ‘Ik ben heel benieuwd wanneer de snelheid afneemt!’ vertelt Kirsten lachend.

Exotisch
Kirsten hoeft Maas niet uit te leggen wat Indisch-zijn voor haar betekent en waarom ze de dingen doet, die ze doet, zoals voor Indisch3.0. ‘Maas vindt het gewoon ontzettend leuk en heel belangrijk. Je hoeft natuurlijk geen Indische achtergrond te hebben om dat te waarderen en te begrijpen, maar Maas kan net even wat meer meedenken met dat soort zaken dan de gemiddelde Nederlander.’ En: de Indische afkomst is gewoon. Het lot wil ook nog eens dat hun ouders in dezelfde steden in Indië zijn geboren: de moeders in Jakarta, de vaders in Bandung. En dat zorgt toch weer voor een extra band, voor het jonge stel, maar ook voor hun ouders. ‘Veel Nederlanders maken er zo’n exotisch gedoe van, als je ouders uit Indonesië of Nederlands-Indië komen,’ verzucht Kirsten.

Hollandse kant
‘Ik heb wel gedate hoor, met jongens die – veel meer dan Maas – die Indo-Europese inslag hadden, maar, hoe leuk ze ook waren, elke keer voelde ik: “Jij kunt mijn broertje of neef zijn.” Dat heb ik, gelukkig, met Maas niet. Misschien doordat hij meer Hollands bloed heeft dan bij de meeste Indische jongens die ik over de jaren heb leren kennen.’ Die tweedeling van Indisch en Hollands kwam in de trouwvoorbereidingen in de gastenlijst tot uiting. Kirsten’s uitgebreide familie met tantes, ooms, neven en nichten domineerde de lijst. De I-factor is dus absoluut aanwezig in hun relatie. Maas is zich bovendien meer voor zijn Indische achtergrond gaan interesseren. ‘Als onze ouders bij elkaar zijn, komen de verhalen over vroeger los. Maas stelt vragen en leert zo van alles over zijn ouders, dat hij nog niet wist.’

De mooiste dag van je leven
‘Iedereen zegt dat onze trouwdag de mooiste dag van ons leven zal zijn, maar ik vermoed dat die in september komt,’ vertelt Kirsten. Dan zal namelijk hun eerste kind geboren worden, die ongetwijfeld veel van het Indische van Kirsten en Maas mee zal krijgen. ‘Begrijp me niet verkeerd, tegen iemand zeggen dat je de rest van je leven met hem wilt delen is heftig. Maar volgens mij is vader of moeder worden zo’n intense belevenis, dat de dag dat onze zoon geboren wordt vast de allermooiste dag van ons leven zal worden.’

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 patrick sietze (c) Armando Ello/ Kirsten Vos

Jonge Indo's in de Liefde: Maya & Johnny

In de eerste aflevering van de nieuwe serie ‘Jonge Indo’s in de Liefde’, waarbij we op zoek gaan naar de plek die het Indische inneemt in een relatie, het verhaal van de Indische Johnny (30) en de Javaanse Maya (24).

In september 2009 begon hun liefdesverhaal toen Johnny naar Java vertrok om “zijn” Maya op te zoeken. Een half jaar daarvoor hadden ze elkaar leren kennen via de Cinta Manis-hyve voor Indische en Indonesische online-daters.

Serieus

Maya had Johnny meegedeeld dat als hij serieus was, hij naar Indonesië moest komen. Johnny besloot na een paar maanden z’n koffers te pakken. Maya was verbaasd maar blij: ”Ook mijn ouders moesten zeker weten dat hij serieus was,’ vertelt Maya. ‘Ze waren zeer beschermend met betrekking tot het contact tussen Johnny en mij’.

Dat de liefde echt was bleek wel toen hij zich bekeerde tot de Islam om met Maya te kunnen trouwen. Had Maya’s  moeder in eerste instantie nog gezegd dat haar grootvader zich zou omrollen in zijn graf nu zij zou trouwen met een Nederlander, toen ze elkaar op 31 juli 2010 op Bali het ja-woord gaven, waren beide families blij.

In de Liefde jonnhy&mayaHerkenning

Vanaf het begin zorgde de gedeelde Indisch-Indonesische achtergrond voor herkenning. Johnnys grootouders kwamen eind jaren ’50 van de vorige eeuw vanuit Indonesie naar Nederland. Maya’s studeerde Nederlands aan de Universitas Indonesia en werkte bij de Nederlandse ambassade in Jakarta.

‘Johnny trok onmiddellijk zijn schoenen uit toen hij voor het eerst bij ons thuis kwam’, herrinert Maya zich. ‘Dat was een eerste teken van herkenning.’ Naar mate ze elkaar beter leerde kennen groeide die herkenning alleen maar. ‘Het is ontzettend fijn dat Johnny een Indische achtergrond heeft, er zijn veel dingen die ik aan Johnny niet hoef uit te leggen. Hij begreep dat wij thuis met de hand eten, een Hollander had ik dat ongetwijfeld moeten toelichten.’

In de Liefde Johnny&MayaFamilie

Het Indische speelde echter niet altijd een rol in Johnny’s leven. Hij bracht elf jaar van zijn jeugd door in een Nederlands pleeggezin. Nu ze getrouwd zijn en in Nederland wonen, reikt Maya hem de ontbrekende puzzelstukjes aan. ‘Het is net of Maya de leegte van de afwezigheid van mijn Indische familie in mijn jeugd opvult.’

Inmiddels heeft Johnny met zijn beide families goed contact. Maya heeft een goede band met Johnny’s pleegmoeder en stimuleert hem contact te zoeken met zijn Indische vader. ‘Familie is heel belangrijk voor ons allebei, en dat begrijpen we van elkaar.’

Maya spreekt Indonesisch met de Indische grootvaders van Johnny, die apetrots zijn op hun kleinzoon die met een Indonesische getrouwd is. Het voelt op die manier een beetje als thuis voor Maya. ‘Ik mis mijn familie in Indonesië, maar de Indische familie van Johnny zorgt er voor dat ik me ook hier thuis voel.’

In de Liefde Johhny en Maya

Eten

Ondanks zijn tijd in zijn Nederlandse pleeggezin is Indisch eten voor Johnny heel gewoon. Op zijn 17de keerde hij terug bij zijn Indische moeder en leerde hij het eten van zijn grootmoeder kennen. Toch moet hij eerlijk bekennen het eten van Maya lekkerder te vinden: ‘Ze kookt traditioneler, vind hij.’

Het eten zorgt af en toe ook voor verrassingen in de dagelijkse omgang. Zo verschillen de momenten waarop wordt gegeten. Johnny is gewend dat op gezette tijden te doen, Maya eet de hele dag door. En ook bepaald etenswaar roept bij de een of de ander verbazing op.

‘Kaas..’ zo verzucht Maya, ‘wat vind ik dat stinken! Ik snap niet dat jullie dat eten.’ Andersom heeft Johnny niets met durian: ‘Ik weet niet waar ik kijken moet als ik dat ruik.’ En dan is er nog ‘de kwestie pedis’. Daarin zoeken ze de middenweg. ‘Het eten is helemaal niet pittig!’ roept Maya uit. ‘Elke week maak ik het eten een beetje pittiger, we komen in de buurt maar het is nog lang niet pittig genoeg!’ Johnny begint te grinniken en vertelt: ‘Ik weet dat ze het eten langzaamaan steeds pittiger maakt, maar een paar weken terug zat ik flink te zweten aan tafel, toen was het echt even te veel.’

Nieuw leven

Inmiddels is Maya in verwachting van hun eerste kindje. Beiden stralen als ze er over praten. ‘Onze dochter krijgt twee paspoorten en mag op haar 18de kiezen welke nationaliteit ze aanneemt.’ En zij zal een kind van twee werelden worden die haar ouders op een mooie manier laten samensmelten.



De I-radar

Radar

Zaterdagochtend 02.30uur, Club Lux, Utrecht. Tien minuten ken ik Philip, de beste vriend van een collega, als we op de dansvloer met een biertje in onze handen staan en hij ineens vraagt: ‘Ben je Indisch?’ Omdat ik niet kan geloven dat hij zelf tot deze conclusie is gekomen reageer ik verontwaardigd: wat een bijzonder slechte poging om iemand mee naar huis te krijgen.  Ik vraag of beste-vriend-en-collega-Koen hem dat net heeft verteld. Verward kijkt Philip me aan. ‘Nee, ik zie het aan je.’

De I-factor. In maart vorig jaar schreven Merah en ik er al over. Die bekende link tussen Indo’s die zorgt voor herkenning en gevoel van verbondheid. Voor de I-factor in werking treedt moet een van beiden de ander als Indo herkennen, oftewel de I-radar moet af gaan… Nu functioneert mijn eigen I-radar zonder problemen, maar door mijn weinig Indische uiterlijk gaat de I-radar van de ander zelden af. Dit leidt nogal eens tot frustratie. Nog nooit ging de I-radar van een derdegeneratiegenoot loeien toen die mij zag.

Tot die bewuste zaterdagmorgen dus. Compleet uit het veld geslagen staar ik Philip aan: ‘Je ziet het aan me?’ Hij kijkt me onderzoekend aan, ik kijk terug en herken de Indische trekken in zijn gezicht. Het kan niet waar zijn dat ik zijn I-radar heb laten afgaan, denk ik bij mezelf. ‘Natuurlijk zie ik het aan je, je huidskleur, je ogen, je neus, je jukbeenderen, je lichaamsbouw… En je handen.’ Nog steeds vol ongeloof antwoord ik: ‘Je bent zelf dus ook Indisch. En je herkent mij als Indo?’ ‘Ja, dat zie je op een kilometer afstand! Daar hebben wij Indo’s toch een mechanisme voor?’ zegt hij, nog altijd mijn verbazing niet begrijpend.

Philip dirigeert me de dansvloer af, positioneert mij op een lounchbank, haalt twee biertjes en vraagt me waarom ik zo van de kook ben. ‘Het is me nog nooit overkomen dat de I-radar van de ander eerder afgaat dan de mijne. Je bent überhaupt de eerste Indo die mij als Indo herkent. ‘ Philip kijkt een beetje verbaasd en zegt dat voor alles een eerste keer is. We kijken elkaar aan en schateren het uit van het lachen. Ja, onmiddellijk is hij er: de I-factor.

De I-factor

door Charlie Heystek en Willem-Jan Brederode

Naast moeders die opgroeiden in Nederlands Nieuw-Guinea, delen Charlie en Merah nog een overeenkomst. Beiden hebben een Indisch uiterlijk met Noord-Europese kleuren en een palet aan sproeten. Hierdoor is het vaker  regel dan uitzondering dat we op het eerste niet herkend worden als Indisch. Vertellen we het , dan krijgen we, na een korte observatie, een instemmende blik en voelen we een ‘klik’. Wat is dat gevoel van onderlinge verbondenheid?

Een paar jonge Indo's uit de Indisch3.0-provinciereeks

Een Indisch uiterlijk bevat iedere mogelijke uiting van een eeuwenlange vermenging van Europese en Indonesische genen. Dit betekent dus een oneindigheid aan Indische gezichten. Hierdoor  worden dagelijks vele Indo’s herkend als puur Aziaat, neger, Arabier, Zuid-Europeaan of als doorsnee Belanda. Enerzijds heeft dit te maken met het beeld dat mensen hebben van een Indo in Nederland. Omdat toch voor vele mensen het nog steeds onduidelijk is wat Indo’s eigenlijk zijn, denkt men bij Indische mensen aan het clichébeeld van kleine, donkere Indonesiërs die met een gevlochten hoed door rijstvelden jakkeren. Overigens, niet alleen Nederlanders, maar ook Indonesiërs delen ons zwart-wit in. Of beter gezegd, bruin-wit; donkere Indo’s horen bij hen, lichte of blanke Indo’s horen bij de ‘bulehs’.

De meeste Indo’s herkennen ons ondanks het Europese uiterlijk vaak direct als een van hen. Maar er zijn ook Indo’s die het niet direct doorhebben. Wanneer je ze vertelt dat je Indisch bent, zie je ze een nanoseconde denken en vervolgens herkennen ze je op een haast mystieke, onverklaarbare manier. Bovendien: er is direct een gevoel van onderlinge verbondenheid. Die klik die los staat van alleen uiterlijke herkenning. Komt het door bekende gebaren, omgangsvormen, bewegingen en woordkeuzes? Wij denken dat het de I-factor is.

Zodra het codewoord ‘Indisch’ is gevallen en de I-factor vastgesteld, krijgt het gesprek een diepte die eigenlijk alleen voorkomt tussen mensen die elkaar al jaren kennen. Zo is het geen zeldzaamheid dat oudere Indische mensen vertellen over ‘vroeger’ en zonder schaamte hun emoties daarbij de vrije loop laten. Jongeren met de I-factor voelen die onderlinge band ook en vertellen vaak als eerste over het gebrek aan herkenning door niet-Indischen.

Het uitleggen van de I-factor aan buitenstaanders is vrijwel onbegonnen werk. Hoe leg je een gevoel uit dat niet slechts een gevoel is? Het is niet zo simpel als ‘vlinders in je buik’. Het is een gevoel dat uit meerdere factoren en aspecten bestaat. Herkenning, sfeer, naadloos begrip en een connectie. De herkenning van ‘iets’ van jezelf in een ander. Die onderlinge verbondenheid brengt een bepaalde sfeer met zich mee, een soort gezelligheid, ‘senang’. Het begrip is groot omdat je dingen van de ander makkelijker kunt verklaren dan bij niet-Indischen. En dat alles vormt een dusdanige connectie die de I-factor is. Voel je ‘t ook?