3.0 op de werkvloer: Gilbert Pothoff

Op 15 augustus 2013 jl. was Gilbert Pothoff (37 jaar, rechts op de foto) als militair van het Korps Nationale Reserve aanwezig tijdens de Indië-herdenking in Den Haag. In het dagelijks leven richt deze 3.0-er zich als risk analist op de energiemarkt. Op de werkvloer is deze jongen met Indisch uiterlijk nooit echt aangesproken op zijn Indische wortels. Gilbert ziet Indisch-zijn als: ‘Je soms anders voelen in gedraging, cultuur of karakter. Bij mij komt dit waarschijnlijk voort uit mijn opvoeding door twee Indische ouders.’

Zoveel mogelijk begrijpen
Zeven jaar geleden is Gilbert gestart bij energiebedrijf Eneco Energie. Deze nauwkeurige 3.0-er begon als pricing analist bij de afdeling Risk Management. Na een paar jaar wilde hij zijn kennis gaan verbreden. ‘Mijn doel, ook los van werk, is om zoveel mogelijk te begrijpen. In mijn huidige functie als senior risk analist bij Commodity Risk Management kom ik in aanraking met allerlei facetten van de energiewereld in plaats van alleen de verkoopzijde. Ik richt me op het managen van prijs- en volume risico’s binnen het energiebedrijf, voornamelijk voor de verkoopkanalen. Zijn ambitie is niet om per sé manager te worden, maar een team van professionals zou hij op termijn  willen coachen.

Gilbert Pothoff op de werkvloer - Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013
Gilbert Pothoff op de werkvloer – Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013

Amerikaans schouderklopje
‘Mijn grootste succes tot nu toe kan ik niet specifiek noemen. Ik  vind het leuk als ik invloed heb gehad op het proces en resultaat. Als mensen mijn ideeën waarderen, gebruiken en het daadwerkelijk tot een goed resultaat leidt, haal ik daar voldoening uit.’ Ik vroeg me af hoe Gilbert dit ervaart. ‘Er wordt weleens gezegd dat successen gevierd moeten worden, maar dat doe ik niet zo. Ik hoef geen externe waardering te krijgen door mijzelf te profileren, dat vind ik zo Amerikaans. Jezelf een schouderklopje geven, daar ben ik niet van,’ geeft Gilbert toe. ‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’ Hier komt misschien zijn Indische bescheidenheid naar voren, die hij bewust of onbewust van zijn ouders heeft overgenomen. Bescheidenheid herkent Gilbert enigszins bij zichzelf.

‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’

Rieten schilderijen
Gilbert kan op zijn werkplek geen Indische voorwerpen neerzetten, omdat Eneco gebruik maakt van flexplekken. Maar wie bij Gilbert thuiskomt, zal waarschijnlijk direct opmerken dat hier iemand woont met een Indische achtergrond. ‘Ik heb thuis een schilderij hangen van een typische berg met sawa’s en op een kast staan Ramayana-poppen.’ Zelfs in de slaapkamer is er iets te vinden uit Indonesië. Namelijk een batikdoek op het hoofdbord van zijn bed en twee rieten Indische schilderijen. Ik vraag hem of hij dat expres zo heeft ingericht. ‘Ja, omdat ik weet dat het Indisch is. Het is een stukje herkenning uit het verleden. Het doet me denken aan het huis van mijn Indische grootouders.’ Het lijkt of er herinneringen naar boven komen bij Gilbert. ‘Mijn opa en oma hadden echt een Indisch huis. Er stonden rotan meubels en er was altijd een enorm blik vol met kroepoek.’ Mijn opa draaide vaak krontjong muziek en ook nu draait Gilbert weleens een krontjongplaat thuis. ‘Dat roept een vertrouwd sfeertje op.’

Rieten schilderijen bij Gilbert thuis - Foto: Gilbert Pothoff
Rieten schilderijen bij Gilbert thuis – Foto: Gilbert Pothoff

Jappenkamp
Tijdens een werkborrel is er een emotioneel raakvlak ontstaan met een collega. ‘Op een zeker moment kwam het gesprek op het onderwerp Jappenkamp. Ik kwam erachter dat de moeder van mijn collega net als mijn ouders in het kamp hebben gezeten. Toen bleek ook dat die collega Indisch is, terwijl ik dat nooit gedacht had. Een bijzonder moment!’ In de vriendenkring van Gilbert zitten wel een aantal Indische jongens. ‘Dit is puur toeval! Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden. Wij delen als vrienden bepaalde gemeenschappelijke interesses zoals sport of waarden, zoals openheid in zowel communicatie als onze blik op de wereld. Daarnaast hebben wij toevallig deels een gemeenschappelijk verleden door een of meerdere Indische ouders.’

‘Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden.’

Kembang Kuning
Een paar jaar geleden heeft Gilbert een reis gemaakt met zijn ouders en zusje naar Indonesië. ‘Ik vond het heel bijzonder om de geboorteplaats Surabaya van mijn ouders te bezoeken en ook het graf van mijn overgrootvader op de oorlogsbegraafplaats Kembang Kuning.’Wat Gilbert jammer vond van het huidige Indonesië, is de zichtbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’ Veel mannen op straat, terwijl de vrouwen achterin het huis met een hoofddoekje om het huishouden aan het doen zijn, wellicht speelt het geloof hierin een rol.’

Flexwerken bij Eneco - Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Flexwerken bij Eneco – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Bahasa Indonesia

Net als bij vele Indische families in die tijd moest er Nederlands worden gesproken, daardoor werd de Bahasa Indonesia ook niet gesproken in huize Pothoff. ‘Tijdens onze reis ontdekte ik dat mijn vader zich wel verstaanbaar kon maken. Het grappige was dat hij toch een beetje Indonesisch kon praten met de lokale bevolking. Maar het Nederlands-Indië zoals ik het ken van de verhalen, foto’s en documentaires, is toch heel anders vergeleken met het huidige Indonesië. Als vakantiebestemming heb ik meer met Latijns Amerika.’

Roots
Tot slot vertelt Gilbert mij over zijn Indisch-gevoel. ‘Sommige jonge Indo’s hebben een drang om op zoek te gaan naar hun ‘roots’, maar ik ben niet echt actief op zoek naar mijn Indisch-zijn. En trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

‘Trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

"Ik vertel het verhaal van mijn oma. En daarna de rest."

In gesprek over herdenken

Hoe belangrijk vind jij herdenken, vroegen wij op Facebook, vanwege de conferentie over herdenken op 21 juni jl in Den Haag. Is dat ‘Soeda, al?’ Nee, vonden jullie massaal. Uit de geïnteresseerden nodigde Indisch 3.0 enkele jongeren uit om hun zegje te doen in het slotforum. Een van deze jongeren, Dewi van Beek, doet verslag van de middag. 

Op uitnodiging van Indisch 3.0, het Vfonds, het Indisch Herinneringscentrum en Stichting Herdenking 15 augustus mocht ik op 21 juni  samen met een aantal anderen komen praten over herdenken bij de conferentie in het Museon in Den Haag. Hoewel ik tot nu toe wel elk jaar stilstond bij het einde van de oorlog in Indië ben ik nog niet nooit bij de officiële herdenking geweest. Dit jaar neem ik mijn oma mee naar de herdenking in Den Haag en ik ben benieuwd hoe andere jongeren herdenken. In de slotdiscussie zal ik daar mijn mening over mogen geven.

“Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.”

Opgroeien als repatriantenkind
Maar eerst luisteren we voor het eerste programma-onderdeel “Een ander land in beeld” naar Peter Bouman, Indisch en opgegroeid in Losser, bij Oldenzaal in Twente en naar Nona en Paul Salakory, Moluks en opgegroeid in het Molukse woonoord Vossenbos in Wierden bij Almelo. Ze schetsen hun persoonlijke beeld van het dagelijkse leven in het Nederland van de jaren ’50. Waarom hun families naar Nederland waren gekomen wisten ze vroeger alledrie niet. Peter: ‘Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.’ 

Geschiedenis opnieuw vertellen

Historicus Ron Habibie schuift aan. Is het beeld van de Nederlanders over de Molukkers in de loop der jaren bijgesteld, wil Rocky weten. Nee, zeggen ze. Alle drie voelen dat ze de hele Indische en Molukse geschiedenis juist opnieuw moeten vertellen. Nona: ‘Onze generatie weet het nog, maar nieuwe generaties weten het niet meer.’ Ron benadrukt dat er bovendien nog “cold cases” opgelost moeten worden: de Indische Kwestie en de nog altijd niet erkende RMS.

Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.
v.l.n.r. Paul en Nona  Salakory, Peter Bouman, Rocky Tuhuteru. Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.

Chaos!
“Ze schrijven over ons, we schrijven over onszelf”, het tweede gesprek, is bedoeld als discussie over het effect van literatuur over Nederlands-Indië op het collectief geheugen. Hoewel de insteek veelbelovend is, verzandt het gesprek in een abstracte discussie met ingewikkelde termen en chaos. Aan tafel worden ze het niet eens over het feit of de Molukse geschiedenis bij de Nederlanders is beklijfd en wat hier nou precies voor gezorgd heeft. Het gesprek wordt een extreem chaotische en moeilijk te volgen discussie. De pauze die volgt is voor veel mensen, waaronder mijzelf een noodzaak om alles even te laten bezinken.

Jongeren en herdenken
Na de pauze bek
ent Rocky dat we ‘een beetje djam karet hebben’ en dat we meteen doorgaan met het laatste tafelgesprek: “Verhalen van vroeger…..Lekker belangrijk?” Een beetje zenuwachtig ga ik samen met Ricci Scheldwacht en Bo Tarenskeen, een mede 3.0-er, aan tafel. We gaan het hebben over hoe jongeren herdenken en hoe we dit in de toekomst willen doen. Rocky opent het gesprek door eerst Bo te vragen naar zijn herdenkingservaringen.

Ricci Scheldwacht, Bo Tareskeen, Dewi van Beek en Rocky Tuhuteru over herdenken. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013

Herdenken op 4 mei
Theatermaker Bo herdenkt “gewoon”: op 4 mei. Bo: ‘Als je op 15 augustus herdenkt, laat je zien dat je geen onderdeel van de Nederlandse geschiedenis uitmaakt, dat je daar niet bij wilt horen.’ Als initiatiefnemer en organisator van Theater na de Dam, heeft hij een nieuwe vorm van herdenken voor de toekomst geïntroduceerd. Met zijn theaterprogramma organiseert Bo Tarenskeen voorstellingen over oorlogsverhalen na de herdenking op 4 mei in Amsterdam. Hij zou graag zien dat iedereen herdenkt op 4 mei, omdat dit zou zorgen voor veel meer saamhorigheid.

Erkenning voor ervaringen
Rocky vraagt hoe ik dat zie. Ik zeg dat ik me kan vinden in zijn idee van saamhorigheid, maar dat 15 augustus voor veel mensen ook een stuk erkenning is voor wat zij meegemaakt hebben. Voor mijn oma is het heel belangrijk is en daarom dus ook voor mij. Bo kijkt daar anders tegenaan.  Erkenning voor wat er gebeurd is, verwacht hij niet meer. Althans, nooit op die manier dat je er gelukkig van wordt.

“15 augustus is voor veel mensen erkenning voor wat zij meegemaakt hebben.”

Verhalen doorgeven
Journalist Ricci Scheldwacht vindt ook dat 15 augustus in ere gehouden moet worden, maar dat dit in de toekomst best op een andere manier kan. Daarna komt hij terug op een eerder discussiepunt van die dag, hij vindt het vooral belangrijk dat de geschiedenis verteld wordt, in welke vorm dan ook. ‘Van initiatieven zoals die van Bo, word ik alleen maar heel blij,’ glimlacht Ricci. Hij benadrukt dat er al heel veel gedaan wordt door de tweede en derde generatie Indische  Nederlanders, om de verhalen te verkondigen en door te geven.

Onbekend onderwerp
De in een eerder gesprek gemaakte opmerking dat het onderwerp Nederlands-Indië niet bij geschiedenis behandeld wordt, kunnen Bo en ik allebei van tafel vegen. Wel vertel ik dat ik merk dat het onderwerp onder mijn Nederlandse vrienden nog vrij onbekend is, ondanks dat wij Nederlands-Indië als eindexamenonderwerp hadden.

Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.
Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.

Kleinkinderen
Rocky vraagt wat ik in de toekomst zou vertellen aan mijn kinderen en kleinkinderen. ‘Het verhaal van mijn oma in eerste instantie,’ zeg ik, omdat dit ook hun familiegeschiedenis zal zijn. Daaromheen zal ik uiteraard ook over de algemene geschiedenis vertellen, omdat dat erbij hoort. ‘Het is wat ik nu ook al aan mijn vrienden vertel,’ vul ik aan.

Theaterprogramma over herdenken
De discussie vervolgt: in welke vorm zou dit moeten? Bo is – uiteraard – al bezig in het theater en we denken alledrie dat dit een uitstekende vorm is om de verhalen door te vertellen. Ricci maakt het eigenlijk niet zoveel uit of het nou een boek, een film of een theatervoorstelling is. Als het maar verteld wordt. Wel is hij benieuwd naar wat Bo op 15 augustus aan programma zou kunnen bedenken, zoals hij nu op 4 mei doet.

“Theater is een uitstekende vorm om verhalen door te vertellen.”

Einde, schluss, al!
Uiteindelijk staat er een vrouw op uit het publiek, die stelt dat we maar allemaal moeten herdenken op de 15e augustus. ‘Dat is het einde van de  Tweede Wereldoorlog,’ legt ze uit. Ze krijgt een groot applaus en ons tafelgesprek is voorbij.

Kennistest
Als afsluiting van de dag doen we een kennistest over de Nederlands-Indische geschiedenis waarbij de paar winnaars een paar mooie prijzen krijgen. Daarna speelt de groep van Julya Lo’ko nog één maal op verzoek ‘Een beetje’ en een Moluks lied. Wij borrelen nog wat na en tegen zessen ga ik met een hoofd vol nieuwe informatie en indrukken weer richting huis. De kennistest was een geslaagde afsluiting van een gezellige middag, met discussies die de ene keer beter uit de verf kwamen dan de andere.

Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy
Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy

25e Nationale Indië-herdenking in Roermond

Indië-herdenking in Roermond. Foto: Nationaal Indië-monument.

Wat herdenken we daar nou toch?

De meesten van ons denken bij de Nationale Indië-herdenking aan de herdenking in augustus, waarbij we stilstaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Al een paar jaar vroegen we ons af wat er elk jaar gebeurt in september, bij de tweede Nationale Indië-herdenking. Tabitha Lemon en Kirsten Vos maakten een reportage.

6200 gesneuvelde militairen tussen 1945 en 1962

Morgen vindt de Nationale Indië-herdenking voor de 25e keer plaats en zal prins Willem-Alexander aanwezig zijn.Tijd om op onderzoek uit te gaan in Roermond, bij het Nationaal Indië-monument, dat gewijd is aan de ruim 6200 gesneuvelde militairen in Indonesië tussen 1945 en 1962..

Vind je familieleden

Weten of de naam van een van jouw gesneuvelde voorouders te vinden is op de zuilen van het Nationaal Indië-monument 1945 – 1962? Neem contact op met de medewerkers van het Nationaal Indië-monument via www.nim-roermond.nl.

Indië-herdenking 2012: "Je kind is je dierbaarste bezit."

“Ik heb mijn kinderen maar half verteld wat ik meegemaakt heb.”

3e generatie vergezelt 1e generatie bij de Indië-herdenking '42- '45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie vergezelt eerste generatie bij de Indië-herdenking ’42- ’45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

De Indië-herdenking van dit jaar, waarin stilgestaan is bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, was goed bezocht. Beter dan ik me van de vorige keren kan herinneren. Het viel bovendien op dat er veel meer jongeren aanwezig waren. De herleefde belangstelling voor de periode na de Japanse bezetting in Indonesië is daar beslist debet aan. Dat dit bij de slachtoffers van die periode veel losmaakt, bleek uit een spontaan gesprek dat me kippenvel bezorgde, ondanks de tropische temperaturen.

Fotografie: Tabitha Lemon.

Spiezen
Terwijl de gastvrouw de herdenkingsplechtigheid bij het Indisch monument in Den Haag opent, ontstaat tussen mij en mijn buurvrouw een gesprekje. Mijn buurvrouw woont nu in Voorburg en heeft als kind de bersiap meegemaakt. In 1947 is ze naar Nederland gekomen. “Ja, het staat weer flink in de belangstelling, de Indische geschiedenis. Giste’navond weer. [rillend] Die spiezen, de mensen die daar hingen, ik heb ze zelf gezien als meisje van 6. Mijn moeder heeft ons uit het kamp gehouden. Als de Jap langskwam, hing ze een bordje op de deur waarop stond dat we ziek waren. Daar waren ze als de dood voor, ziek worden. En voor de zekerheid, wij hadden blond haar, legde mammie kussens zelfs over onze hoofden, zodat hij ons niet zag. ”

Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Rode Kruis
Tijdens de kranslegging door demissionair minister-president Rutte, vertelt de Indische naast mij verder. “Buiten lokte de Jap ons met chocola. Wat doe je als je kind bent hè, in oorlogstijd, en iemand biedt je chocola aan? Oe, wat hebben wij op ons donder gekregen daarvoor. Want onze moeder en haar zus, ze waren zonder hun mannen en als de dood voor de Jap hè, dat ze door de Jap gepakt zouden worden. Pappie zat in het kamp. Toen mijn moeder hoorde dat hij overleden was, was ze er kapot van. Daar stond ze, bij het Rode Kruis, alle boeken en lijsten door te gaan. Totdat ze zijn naam zag. Je blijft hoop houden op goed nieuws.”

Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Gescheiden van je moeder
Geboeid luisteren we naar de speech van de 16-jarige VCL-leerling Tonny Staal, die vertelt over hoe hij zich heeft proberen voor te stellen hoe het is om als 16-jarige jongen in die tijd gescheiden te worden van je moeder. De Voorburgse naast mij reageert onmiddellijk: “Mijn broertje en ik hebben niet in het kamp gezeten, maar mijn moeder was als de dood dat zij hem zouden meenemen. Telkens moest hij onder zo’n stok door lopen, om te zien of hij al groot was. Gelukkig was hij steeds nog niet groot genoeg voor het kamp. Wat mijn moeder allemaal niet gedaan heeft om ons buiten het kamp te houden. Je kind is je dierbaarste bezit hoor.” Ik knik, terwijl ik over mijn zwangere buik wrijf en de brok in mijn keel wijt aan de zwangerschapshormonen.

Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Half
Mijn buurvrouw en ik zijn het erover eens dat er opvallend veel jongeren aanwezig zijn. Heeft zij haar kinderen over haar ervaringen verteld, vraag ik haar. Ze slikt. “Half. Ik heb het ze maar half verteld. Mijn kleindochter van 16, die heeft mij gevraagd om mijn verhaal op haar school te vertellen. Op school wilden ze aandacht besteden aan Indonesië en ze hadden niemand. Tja. Voor mijn kleindochter doe ik alles. Dus ik heb mijn ervaring op papier gezet en haar gegeven. Toen ze dat gelezen had, zei ze: ‘Oma, ik hoop dat ik dat nooit hoef mee te maken.’ En ik zei: ‘Ja lieverd, dat hoop ik ook. Dat hoop ik ook.’ ”

Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012