Bruggen slaan met Arigato

“Ik krijg zó veel bijzondere reacties op deze film. En hij duurt maar negen minuten.”

Sandra Beerends is van Indische afkomst en werkt als dramaturg aan tv- en filmproducties. Ze is de stuwende kracht achter de korte film Arigato (Japans voor: dank je wel), gebaseerd op het oorlogsverleden van haar moeder. Ik interview Sandra over de achtergrond van deze eerlijke en rake korte film.

Maar eerst zetten we even wat recht.In tegenstelling tot eerdere berichten, is de regisseur van Arigato Aniëlle Webster, niet Sandra Beerends. Sandra vertelt me dat ze, naast initiatiefnemer en schrijfster, ook medeproducent, financier en caster van Arigato is. Ik heb de juiste persoon aan de telefoon, zoveel is duidelijk. Als ik drie kwartier later ophang, realiseer ik me dat het verhaal over het maken en vertonen van de film, net zo mooi is als Arigato zelf. Zou ze ‘de making-off’ gefilmd hebben?

Drie jaar oud
‘Mijn moeder was drie toen haar vader naar het kamp afgevoerd werd. Zelf bleef ze erbuiten, vanwege haar Indische oma. Bij die oma kwam dagelijks een Japanse soldaat langs. Haar oma pelde pinda’s voor hem. Die soldaat had medelijden met mijn moeder en nam haar dagelijks mee, om haar wat te eten te kunnen geven. Dat is traumatisch geweest voor haar.’

Arigato - oma
Arigato (2011). Written by Sandra Beerends and directed by Anielle Webster. Produced by the Filmers.

‘Tik. Tik, tik.’
‘De film is geïnspireerd op het oorlogsverleden van mijn moeder. Mijn moeder wordt dit jaar 74. Ik merkte dat ze steeds meer last begon te krijgen van haar herinneringen aan de Japanse bezetting. Ze heeft er nooit veel over verteld, maar het kwam toch boven. Een van de eerste keren was aan de telefoon. Ik had haar aan de telefoon en hoorde op de achtergrond ‘Tik, tik tik.’ Een paar keer. Mijn moeder werd doodstil, ik hoorde haar zachtjes huilen, maar ik kon niet meer tot haar doordringen. Later bleek dat haar vriend zijn sleutel vergeten was en kiezelsteentjes tegen de ruit gooide om haar aandacht te trekken. Voor mijn moeder klonk het als een fusillade waar ze getuige van was geweest als driejarig meisje.’

Een afschuwelijke afwijzing
‘De tweede keer was tijdens een tripje naar Parijs met haar vriend. Ze zat in een hotel te wachten in de lobby, toen een grote groep Japanners uit de lift kwam en om haar heen ging staan. Ze raakte verlamd van angst.  Nog steeds had ze niet veel verteld. Totdat ze na veel aandringen, een beroep probeerde te doen op de uitkering van de WUBO; niet om het geld, maar om de erkenning. Daar heeft ze voor het eerst al haar herinneringen boven gehaald en verteld. Ze kreeg een afschuwelijke afwijzing. Geen van haar ervaringen achtte de uitkeringsinstantie bewezen. Dat was vreselijk. Het was alsof ze te horen had gekregen dat ze loog en dat haar herinneringen niet waar waren. Toen kwam de dreun echt. Mijn moeder moest in therapie. Op dat moment besefte ik: ik MOET hier een film over maken.’

Toen kwam de dreun echt. Mijn moeder moest in therapie.

Korte film
‘Ik werk als dramaturg in de wereld van televisieproducties. Ik weet wat het kost om een film te maken. Ik besloot daarom om een korte film te maken. Alles was moeilijk. Terwijl ik op zoek was naar financiering, lag het project stil en had mijn moeder nog steeds last van haar herinneringen. Het ging me te lang duren, dus ik besloot het met mijn eigen spaargeld te gaan financieren. In de aanloop naar het maken van de film liep ik telkens weer tegen obstakels op. Een paar keer wilde ik er een punt achter zetten, ik zag het niet meer zitten. Het was mijn jongste zoon, hij was toen negen jaar, die me vertelde dat ik het gewoon moest doen. “Jij vertelt ons altijd dat als we ergens in geloven, we het moeten doen. Je moet het nog één keer proberen.” En dus ging ik verder. Ik vroeg Aniëlle, een jonge enthousiaste regisseur waar ik al mee werkte. Die zei meteen “Ja, geen probleem, gaan we doen!” En zo gebeurde het.’

Arigato: Toet (links) en Koh.
Arigato: Toet (links) en Koh.


Castings
‘Het vinden van een goede actrice voor de oma was lastig. Ik had iemand in mijn hoofd, op basis van mijn moeder: iemand die vrolijk was, in het leven stond, maar in een oogwenk weer als drie-jarig meisje doodsangsten uit kon staan. De dames die op castings kwamen, waren me te breekbaar of juist weer te dramatisch!. Er was een vrouw op het schoolplein van mijn kinderen, een Indische, een oma. Zij haalde één keer per week haar kleinkinderen op en vertrok dan met een hele zwerm kinderen, inclusief de mijne.’

Ik wilde er een punt achter zetten, ik zag het niet meer zitten.

Op vakantie in Indonesië
‘Toen was ik op vakantie in Indonesië en kwam ik haar opeens tegen. Hoe is het mogelijk? Daar raakte ik met haar aan de praat en realiseerde ik me – zij is het. Ik nodigde haar uit voor een casting en ze zou komen – maar op die dag zelf kwam ze niet. Ik belde haar en ze vertelde me dat ze bij controle in het ziekenhuis had gehoord dat ze een tumor had. Ik was er zo van overtuigd dat zij de actrice voor deze film was. Dus ik zei: “Jij moet het zijn. Het komt goed met je tumor. Ik stel de film uit en wacht op jou.” En zo gebeurde het.’

Medelijden
‘De hoofdrolspeelster, Oma, heet in het echt Mug. Ze is geboren in het Jappenkamp, haar moeder was zwanger toen ze het kamp in ging. De vrouwen die haar moeder bij de bevalling assisteerden, vroegen haar hoe ze haar dochter moesten noemen. “Als jullie haar maar geen vlieg noemen, daar heb ik zo’n hekel aan!”, riep haar moeder: “Ach, noem d’r maar mug. Ze gaat toch dood.” Een Japanse soldaat had medelijden met Mug’s moeder en stopte haar stiekem eten toe, zodat haar borstvoeding op gang kwam. Zo heeft Mug het kamp overleefd. Vlak voor de bevrijding is dat ontdekt. De man werd geëxecuteerd, alle kampbewoonsters werden gedwongen ernaar te kijken.’

“Ach, noem d’r maar Mug. Ze gaat toch dood.”

Vergeven, erkennen en praten
‘Vergeven, erkenning en praten. Daar ging het mij om bij het maken van Arigato. Ook tussen generaties. In de film gaat de kleindochter, Toet, spelen met het Japanse jongetje, Koh. Hoewel het onschuldig is, doet oma verdriet. Toet voelt dat en probeert haar oma te troosten. Ook Koh komt op haar af en geeft haar als troost een doorzichtig dubbel schelpje. Eerst wil ze niet naar hem kijken, maar als ze dat eindelijk doet,  realiseert ze zich: “Hoe kan ik boos op hém zijn? Ik kan niet doorgaan met boos blijven. Hij heeft er niets mee te maken.” Om hem te bedanken voor wat hij doet, besluit ze hem te bedanken in zijn eigen taal, de taal van haar voormalige bezetter. Zo overwint oma haar eigen aversie.’

Koh, het Japanse jongetje.
Arigato: Koh, het Japanse jongetje.

Zielepijn
‘Een belangrijk thema in de film is “zien”. De kleindochter kan niet zien waar haar oma pijn heeft. Zielepijn kan je niet zien. Ik heb van deze film ook een kinderversie gemaakt met een voice over van Toet, de kleindochter, die de hele dag vanuit haar perspectief vertelt. Wat zie je wel, wat zie je niet, wat is er wel, wat is er niet?’

Reacties
‘De reacties op de film zijn overweldigend, en de film duurt maar negen minuten! Bijzonder en ontroerend. Ik heb de film gemaakt voor mijn moeder en haar generatiegenoten. Adriaan van Dis, die ik ontmoette tijdens de jubileumdag van Stichting Pelita, zei me: “In die film heb je alles verteld, wat daar gebeurd is.” Mooi hè?’

“In die film heb je alles verteld, wat daar gebeurd is.”

Brug met Japan
‘Ik heb veel plannen. Wat erg spannend is, is dat ik in gesprek ben met de NOS over uitzending van Arigato op 15 augustus a.s. Ik ben met een boek bezig, dat heeft ook met de Indische geschiedenis te maken. Ik wil met deze film een rug slaan, tussen generaties, maar ook met Japan. Mooi is dat op Cinemasia, de Japanse media Arigato ook getipt hebben. Ik ben bij een conferentie over een verbinding tussen Japan, Indonesië en Nederland. En ik heb gehoord dat de Nederlandse ambassade in Japan overweegt het te gaan vertonen.

Arigato: oma.
Arigato: oma.

Verwerken van het verleden
Ik heb geprobeerd om mijn kinderlijke ambitie van weleer – om te bewijzen dat mijn moeder ‘geen leugenaar’ was – om te buigen naar een volwassen film over verlies en vergeving. Of
 deze film mijn moeder heeft geholpen met de verwerking van haar oorlogsverleden? Lastig te beantwoorden. Het gaat nooit over. Ze kan nog steeds overweldigd worden door beelden, geluiden, geuren. Ik denk dat deze film wel ‘troostend’ voor haar werkt, het feit dat haar verhaal, haar geschiedenis, haar pijn, de aanleiding is geweest voor het ontstaan van deze film.

Mijn moeder raakt nog steeds overweldigd door beelden, geluiden, geuren.

‘De eerste keer dat we op mijn laptop samen op de bank bij haar thuis de film bekeken moest ze alleen maar huilen. Ze zat meteen in het verhaal, was weer even het driejarige angstige meisje, die reageert op ‘het buigen’, ‘het tellen’, ‘het scheppen’. Dat mijn hele familie en vriendenkring als figurant meedeed, was compleet aan haar voorbij gegaan, zo was ze opgegaan in de film.’

‘Arigato en de reacties erop hebben iets bij me losgemaakt. Er zijn zoveel mooie verhalen. Misschien moet ik die ook maar gaan vertellen.’

Hun verdriet is niet van mij

Charlie Heystek Japan Japanse bezetting header

De Japanse bezetting. Als kind hoorde ik de verhalen over die tijd uit eerste hand. Mijn grootvader was oud-KNILmilitair en had de kampen in Indië overleefd. Mijn grootmoeder was tijdens de oorlog buiten de kampen gebleven, maar had de nodige ervaringen met Japanners gehad. Hun verhalen maakten me woedend op de Japanners.

Charlie met grootvader
Charlie met haar grootvader

Mijn opa kon in geuren en kleuren beschrijven wat hij op zee had zien gebeuren toen hij Java verdedigde, hoe hij de Changi-gevangenis wist te overleven, hoe de mensen eraan toe waren met wie hij de vliegveld in Singapore aanlegde. Ondanks dat mijn grootvader zonder moeite in de Mazda van mijn ouders stapte en mij altijd zei objectief te blijven over het verleden, voelde ik haat tegenover Japanners. Ik was kwaad op ze om wat ze mijn grootouders hadden aangedaan; de pijn, ellende en verdriet die ze hen hadden bezorgd. Misschien werd ik zelfs wel extra boos omdat mijn grootvader dit niet was.

De geschiedenislessen op school over de Tweede Wereldoorlog wakkerden mijn frustratie, en daarmee mijn haat, nog meer aan. De Oorlog werd jaarlijks behandeld en steevast bleef de oorlog in Azië vrijwel onbesproken. Tijdens de lessen riep ik standaard dat ook ik mijn fiets terug wilde om vervolgens de aandacht op de oorlog in voormalig Nederlands-Indië te richten.

De aandacht voor de Duitse bezetting stond in schril contrast met het aantal grootouders van medeleerlingen dat daar direct mee in aanraking was gekomen: vrijwel nul. De oorlog van mijn grootvader, die nota bene de krijgsgevangenekampen had overleefd, kreeg hooguit één alinea in het boek. Sterker nog, hooguit honderd woorden waren gewijd aan de gruwelijkheden in de Jappenkampen. En vaak was dat al veel aandacht: meestal was het een simpele opsomming van feiten.

Ik begreep niet waar mijn grootvader de kracht vandaan haalde om zo sterk en zonder haat door het leven te stappen.  Nadat we samen The Battle of Midway hadden gekeken, begreep ik het nog minder. Tijdens het kijken van de film had mijn opa mooie, spannende en leuke herinneringen opgehaald aan de oorlog, maar ik vermoed dat die herinneringen ook zijn angst uit de oorlog naar boven gehaald heeft. Want die nacht schreeuwde hij me wakker; hij zag Japanners op het behang.

Na die bewuste nacht begon ik na te denken over mijn eigen haat. Ik vroeg me af waar die haat dan vandaan kwam, want het was duidelijk niet mijn grootvader die me die had aangepraat. Ik concludeerde uiteindelijk dat mijn haat er was omdat ik het gevoel had dat ik de Japanners móest haten; uit loyaliteit naar mijn familie.

Een jaar of twee na deze avond met mijn grootvader ging ik voor het cultuur- en kunstvak op school naar een concert van Yamato, The Drummers of Japan. Een avond lang keek ik naar vijftien Japanners met enorme trommels om hun nek, terwijl ze van top tot teen bezweet waren en mij met een warme glimlach toekeken.  Met wrok was ik naar de voorstelling gegaan, eenmaal in de zaal werd ik compleet blanco. Voor het eerst zag ik Japanners gewoon als mensen en niet als de vijanden van mijn familie.

Niet lang na dit concert kreeg de kanker, waar mijn grootvader al dertien jaar aan leed, definitief grip op hem en was hij voorgoed aan Nederland gebonden. Daarvoor had hij altijd de hele wereld over gereisd en had ik hem weinig gezien. Tijdens zijn ziekbed zag ik hem vaker dan ooit en bouwden we een sterke band op. Gek genoeg hebben we het nooit meer over de oorlog gehad.

Mijn haat jegens Japanners werd minder naarmate ik mijn opa beter leerde kennen en toen hij de dag voor de trouwdag van mijn ouders overleed, kwam hij even gedag zeggen, voordat hij de wereld verliet. Ik was er stuk van, maar met het verdriet van het overlijden van mijn opa dat ik langzaam losliet, liet ik ook de haat jegens Japanners steeds meer varen.

Ik besefte me dat ik geen recht heb op de haat, het verdriet, de angst en de pijn van mijn grootouders. Zeker niet als mijn opa dat zelf nooit heeft willen voelen. Ik ga nog jaarlijks met veel plezier naar de concerten van Yamato en ik ben zelfs een keer de artiestenvoyer ingeslopen om in het Japans om handtekeningen te vragen. En toen ik in mei 2006, nog geen jaar na het overlijden van mijn grootvader, het Mutual Understanding Programme van de Japanse overheid ontdekte, dacht ik: ‘Zo opa, dat gaan wij eens even doen.’

Benieuwd naar de ervaringen van Charlie in Japan? Lees dan de Moesson van deze maand.

Charlie tijdens haar reis in Japan
Charlie tijdens haar reis in Japan