Foto zoekt verhaal #2 "Teringhollanders!"

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat? In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? Aflevering 2: Koninginnedag in Indië.  

Koninginnedag. Foto: Tropenmuseum/ KIT.
Koninginnedag in Nederlands-Indië. Foto: Tropenmuseum/ KIT.

“Teringhollanders”

‘Wilhelmus van Nassouwe, ben ik, van Duitsen bloed..’ Deze foto, genomen op Flores, laat een optocht zien ter ere van Koninginnedag. De jongens maken muziek, de meisjes zwaaien rood-wit-blauwe vlaggetjes. Hun jurken zijn hagelwit, hun moeders hebben ze die ochtend nog te drogen gehangen in de blekende tropenzon. Onder luid gemopper hebben diezelfde moeders daarna geprobeerd de krul uit hun dikke haar te kammen, om het daarna strak tegen hun schedels te vlechten. Keurig lopen ze in de mars, de Indische jeugd, voor volk en vaderland en die verre Hollandse koningin, wiens gezicht ze alleen van foto’s kennen.

Mijn Indische oudtante Dé heeft vermoedelijk ook ooit in zo’n optocht meegelopen. Jammer genoeg heb ik haar nooit gekend, maar volgens de overlevering was ze een kleurrijk figuur.  Ze overleefde het Jappenkamp en kwam gebroken terug, met falende organen, overal ontstekingen en een snel verergerende reuma. Ook mentaal werd ze nooit meer de oude. Ze was geobsedeerd door vuur en stak in een vlaag van verstandsverbijstering alle belangrijke foto’s van mijn grootouders in de fik. Tweemaal trouwde ze met Hollandse mannen, die haar helaas beiden verlieten. In Nederland zat ze meestal in een hoek van de kamer, een gek oud mens met kromme heksenvingers van de reuma. Te vloeken, met consumptie: ‘Teringhollanders…’. Men zegt dat ze daarmee haar ex-echtgenoten bedoelde, maar misschien was het ook wel algemener bedoeld.

Dé moet heel mooi zijn geweest. Ooit was ze ook zo’n meisje in een stralend witte jurk, die haar best deed haar weerbarstige zwarte haren in de plooi te krijgen voor die verre koningin. Zoals het lange meisje vooraan op de foto, loyaal en vol verwachting. Ik stel me voor dat ze bij het zien van deze foto schamper zou lachen: ‘Ja, zo liep ik toch ook. We hoopten allemaal dat hare majesteit ons een keer op zou zoeken. Maar denk je dat er ooit een Koningin op Koninginnedag naar Nederlands-Indië kwam? Natuurlijk niet, wat dacht jij! Teringhollanders…’

Nee, dan die andere oudtante, mijn tante Rika! Zij had deze foto prachtig gevonden, net zoals ze alles van het Koningshuis prachtig vond. Alhoewel, niet alles, eigenlijk draaide haar koningsgezindheid maar om een persoon: Prins Bernard.

Ook Tante Rika zat altijd als een heks in een hoek van de kamer. Ze was een onooglijk mensje, eeuwig vrijgezel, een echte oude vrijster, onderwijzeres van beroep. Ze ging zodanig op in het interieur dat je je kapot schrok als je de kamer binnenkwam en er ineens uit een hoek klonk: ‘Doe die deur dicht! Wat een ijswind!’. Dat riep ze zelfs als het buiten twintig graden was. Tante Rika had haar kamer volgehangen met afbeeldingen en krantenknipsels van Prins Bernard: de prins in jachttenue, de prins in uniform, de prins voor een vliegtuig, al pijprokend aan de telefoon. Ik vermoed dat ze Juliana zo goed en kwaad als het ging van de foto’s afknipte en haar in reepjes in de prullenbak stopte. Maar misschien is dat mijn fantasie die met me op de loop gaat.

In elk geval, Tante Rika was zeer koningsgezind en zij zal waarschijnlijk gekird hebben bij het zien van deze foto. Ze heeft de vorige troonswisseling niet meegemaakt, maar ik ben er zeker van dat ze verrukt geweest zou zijn te horen dat er ditmaal een koning op de troon komt, de kleinzoon van haar lieve

Wat had ik de twee oude heksen graag horen discussiëren over de aankomende kroning:

‘WimLex,’ zou Rika dromerig uitbrengen bij het zien van het uniform.

‘Net zo’n boef als zijn opa,’ zou Dé mopperen.

Maar Maxima, die zouden ze allebei wel zien zitten. Net als alle andere Nederlanders.

Elke 30e  dag van de maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. Vanwege de festiviteiten op 30 april 2013 hebben we deze post een dagje later gepubliceerd. De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van onderstaande interpretatie? Wil jij het Tropenmuseum helpen de foto-albums terug te brengen naar de eigenaren of hun nabestaanden? Alle albums zijn online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl en te downloaden op je tablet.

Naschrift van de redactie: 

Het album waar deze foto uit komt, is inmiddels geclaimd. De familie is gevonden door Bert Immerzeel van Javapost. Het album is van Hajo P. Diepenhuis en zijn vrouw Marie Salteholz; inspecteur van de Staatsspoorwegen Hajo P. Diephuis en zijn vrouw H.C. (Maria). Omdat de oudste dochter problemen had met haar luchtwegen werd voor haar een kostschool gezocht en gevonden buiten Indië, in Perth, Australië. Een van haar zusjes  vergezelde haar. De beide meisjes bleven met enkele tussenpozen van ongeveer 1937 tot 1945 in Australië. In 1944 woonden ze in Melbourne, waar zij (beiden?) een opleiding kregen tot verpleegster. De jongere broer bleef met zijn ouders al deze tijd in Indië. Zij werden – voor zover bekend – tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd. Na de oorlog keerden de meisjes terug naar Nederlands-Indië, en vertrokken later met hun ouders naar Nederland. Weer later verhuisden allen naar Canada, in de omgeving van Toronto. Beide dochters leven nog en zijn 90 en 89 jaar oud.

Prijswinnaars Indische stadskaart

Afgelopen week kon je meedoen aan een prijsvraag op Indisch3.nl. Prijs was een fraaie Indische stadskaart van Den Haag.

De vraag was: in welk jaar schreef Indisch 3.0 voor het eerst over Sporen van Smaragd? Het goede antwoord was natuurlijk 2010. De volgende mensen krijgen binnenkort de Indische stadskaart thuisgestuurd. Gefeliciteerd!

  1. Lizzi Langenkamp-Stapels (USA)
  2. Ria Lindeman
  3. Melvyn Burer
  4. Kees Blok (BE)
  5. Linda Emor
  6. Lia van den Oever
  7. Nathalie Smoor
  8. Ingrid Collette-Luijken
  9. Cynthia de Jong
  10. Mira den Ridder

Wil jij ook een Indische stadskaart, maar ben je niet een van deze tien gelukkigen? De stadskaart kost € 2,50 en is onder meer te koop bij de VVV en uitgeverij De Nieuwe Haagsche (www.denieuwehaagsche.nl). U kunt de icoontjes scannen met de Microsoft Tag app, die met een smartphone gratis uit de app-store te downloaden is.

  • Van 22 april tot en met 22 juni 2013 is de stadskaart ook te vinden in de etalage van TWIET in de Haagse Prinsestraat 53.

 

Foto zoekt verhaal #1 'Eenzaam'

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat?

In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? Elke 30e  dag van de maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van onderstaande interpretatie?

Eenzaam

Wat denkt ze, terwijl ze naar buiten staart? Bestudeert ze de tuin? Geniet ze van het groen en de bloeiende bougainville? Of vraagt ze zich juist geërgerd af waarom in hemelsnaam de tuinman die plant daar links niet heeft gesnoeid? Bedenkt ze wat ze vandaag zal gaan doen en vraagt ze zich vervolgens somber af of het allemaal enige zin heeft? Deze tuin, haar leven? Want, hoewel ik vermoed dat de zon daar buiten vrolijk schijnt, heeft deze hele scène iets treurigs. De eenzaamheid lijkt zo van deze vrouw af te stralen dat je bijna vergeet dat ze niet alleen in de ruimte is, dat er een fotograaf achter de camera staat. Door het hoge plafond en de kale muur heeft de veranda iets kils, iets onpersoonlijks. Hoewel de vrouw een fors postuur heeft, maakt ze geen sterke, maar eerder een verloren indruk.

60028876
“Eenzaam.” Foto uit album 0815 uit het depot van het Tropenmuseum.

Deze vrouw, met haar mollige postuur en haar stuurse blik, doet me aan mijn oma denken. In 1946 reisde ze mijn opa achterna naar Nederlands-Indië. Mijn opa was opgegroeid op Java en ging direct na de Tweede Wereldoorlog terug, omdat hij een baan als werktuigbouwkundige kon krijgen. Hij reisde vooruit met een troepentransport. Mijn oma ging hem een jaar later achterna, met mijn moeder, toen anderhalf jaar oud. Ze kon er echter niet aarden. In 1948 keerden ze daarom voor altijd weer terug naar Nederland. Later wilde ze nooit echt praten over haar tijd in Indonesië. Het enige dat ze zei, was dat ze ziek werd van het klimaat.

Toch vermoed ik dat er meer aan de hand was. Mijn oma kreeg haar enige kind in de oorlogswinter in Den Haag. Haar moedermelk was blauw en doorzichtig door het voedseltekort en ze was maandenlang doodsbang de baby te verliezen. Mijn opa overleed bijna aan hongeroedeem. De bevrijding had geen week langer op zich moeten laten wachten. Nauwelijks van dit alles bekomen kwam mijn oma in een Indië aan,  waar een heel andere, maar eveneens hevige strijd losbarstte. Er was de constante dreiging van geweld, van scherpschutters in de bermen, er was een avondklok. De oorlog ging daar voor haar gewoon verder.

Daarnaast was ze een bijgelovig mens. Ze geloofde in geesten, meende dat ze een medium was. Goena-goena jaagde haar de stuipen op het lijf. Vuurbollen voor het raam, kloppende krissen in de kast. Indië was een mooie, maar onbekende wereld waarin er veel was om bang voor te zijn. En met slechts één kind en vele bedienden om ervoor te zorgen, was er weinig omhanden, dus had ze genoeg tijd om te piekeren. Mijn oma was niet een van die optimistische mensen die van die vrijheid genoot en lekker feestjes ging vieren.

Misschien dat ik daarom denk dat de mevrouw op deze foto, ondanks al het moois om haar heen, weinig gelukkig is. Ze kijkt naar de tuin alsof ze het wel ziet, maar het haar niets doet. Alsof ze hier niet thuishoort. Alsof ze de kou van Nederland graag voor lief neemt, als ze maar terug mag naar haar familie, naar de voor haar bekende en veilige wereld.

Maar ja, ik weet het niet, misschien is dit haar huis helemaal niet! Is het een hotel en zit ze gewoon mopperend te wachten op de taxi die veel te laat is…

Wil jij het Tropenmuseum helpen de foto-albums terug te brengen naar de eigenaren of hun nabestaanden? Vanaf aanstaande dinsdag 2 april zijn alle albums online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl of te downloaden op je tablet. Hoe meer mensen de albums doorkijken en met tags becommentariëren, hoe beter. Deze foto komt uit het album 0815. Herken jij deze dame? Of het huis? Ga dan naar http://www.fotozoektfamilie.nl/albums/album-0815 en laat een reactie achter.

Vervolg Photofriday: Foto zoekt verhaal

Deze prachtfoto is een foto zoals die in elk Indisch familiealbum te vinden is: de hele familie poseert voor de camera. Dit exemplaar komt uit de persoonlijke archieven van de redactie van Indisch 3.0. Wij weten dus wie erop staan. Maar wat als niemand weet wie er op de foto staat?

Onder de noemer Foto zoekt familie is het Koninklijk Instituut voor de Tropen op zoek naar de rechtmatige eigenaren van 335 fotoalbums die na de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië zijn achtergebleven. Indisch 3.0, partner van Foto zoekt familie, heeft eerder aandacht besteed aan dit project met Photo Friday. Verslaggever Sarah Klerks vroeg bekende Indische en Molukse Nederlanders om commentaar  op foto’s met typisch Indische scènes: boksen, de baboe, Sinterklaas en de jacht.

Met het vervolgproject Foto zoekt verhaal laten we de fantasie nu de vrije loop: we verzinnen het verhaal achter de foto gewoon zelf. Elke 30e  dag van de maand publiceert Meike Grol een verhaal, geïnspireerd door een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum.

De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van het verhaal? Wat zou het geweldig zijn als we daar achter komen.

De eerste aflevering van Foto zoekt verhaal verschijnt aanstaande zaterdag (30 maart 2013) op Indisch3.nl. Vanaf 2 april a.s. zijn alle albums in te zien op www.fotozoektfamilie.nl én te downloaden op tablets – dankzij deze succesvolle crowdfunding-actie.

Aandacht voor de Indische kwestie

Duidelijke boodschap, onzeker resultaat

door Tabitha Lemon (foto’s) en Kirsten Vos (tekst & Twitter-repo)

Naar schatting 300 mannen, vrouwen en kinderen liepen er afgelopen dinsdag door Den Haag. Het was de stille tocht ter begeleiding van het aanbieden van de petitie om de Indische Kwestie opnieuw te agenderen. De spandoeken en t-shirts logen er niet om. “Erkenning, excuses en compensatie oorlogsschade!” “Nederland heeft een ereschuld. En dat vergeten is een schande.” Een deelnemer had zijn eigen protest gemaakt op zijn t-shirt: “Onrecht verjaart niet.” De boodschap was duidelijk. Nu het resultaat nog.

De laatste keer dat ik in zo’n stoet had meegelopen was – au! – 30 jaar geleden. Op de schouders van mijn vader zat ik, we protesteerden tegen de plaatsing van de kernwapens in Nederland. Nu duwde ik mijn twee kinderen voort, 1,5 jaar en 3 maanden oud, in een tocht om een oplossing te krijgen voor de ‘Indische kwestie.’ Er liepen veel bekenden mee. Zo zag ik San Fu Maltha (FuWorks), Eddy Terstall (Simon), Ricci Scheldwacht (Moesson), Sandra Reemer (Wedden dat?!), Fridus Steijlen (KITLV), Peter Hogendijk (o.a. Soerabaja Soerabaja), Merel von Schimmelmann (Nusantara Indah), Frans Leidelmeijer (De Blauwe Kamer), Ferdinand Loos (Pindakaas), Martin Schwab (Oeroeg) en Peter Bouman (IndoNu).

Woede, frustratie, verdriet en onbegrip over het uitblijven van een oplossing waren elementen die in de toespraken, entourage en opzet van de  stoet terugkwamen.  Er stonden emotionele oproepen op spandoeken, de voorhoede van de bestond uit mensen in een rolstoel en de begeleiding kwam van veteranenorganisatie Keep Them Rolling.

[nggallery id=4]

De stoet had zich gegroepeerd bij het Vredespaleis en liep via het Hotel Carlton Ambassador, waar oud-voorzitter Bussemaker de mensenmenigte  opwachtte, naar de kranslegging op Plein 1813, bij het standbeeld van de Hollandse Maagd. Het moment van de kranslegging beroerde veel aanwezigen zichtbaar.  Via het Noordeinde over het Lange Voorhout liep de menigte door naar het Plein gegaan.

Op het Plein aangekomen lichtten de heer Bussemaker, oud-voorzitter van het Indisch Platform, en de huidige voorzitter Silfraire Delhaye, hun intenties toe. Ze ontleenden veel steun aan de aanwezigheid van de 300 deelnemers en keken uit naar het gesprek met de vaste kamercommissie. De petitie, stemmig aangeboden op een legerbrancard, ging mee.

Na afloop van het gesprek meldde Ton te Meij, woordvoerder van het Indisch Platform, dat de kamercommissie ervan overtuigd was dat er een oplossing moest komen voor de Indische Kwestie.”Maar wanneer en hoe, dat weten we nog niet! Wë hebben wel gevraagd om dat op zo kort mogelijke termijn te doen. Daar was begrip voor.” Fleur Agema (PVV), tweette er de volgende dag over.

Zal er daadwerkelijk een oplossing komen? Of is deze stille tocht, net als de massale demonstratie in ’83 tegen de kernwapenwedloop, vooral een succes vanwege het gevoel van saamhorigheid dat het de deelnemers gegeven heeft? We gaan het zien.

Bekijk ook onze Twitter-fotoreportage of onderstaand videoverslag van Indisch4ever.

Stille tocht voor de ‘Indische kwestie’

Interview met voorzitter Indisch Platform

door Kirsten Vos

Over een week rijden er legervoertuigen in Den Haag, van het Vredespaleis naar de Tweede Kamer. Aanleiding van deze zogenaamde Stille Tocht is de petitie van het Indisch Platform. IP-voorzitter Silfraire Delhaye biedt dinsdag 19 maart a.s. aan de Tweede Kamer de meer dan 10.000 handtekeningen tellende petitie aan. Onderwerp: De Indische kwestie. Indisch 3.0 gaat erover in gesprek met de heer Delhaye.

Voordat we de diepte ingaan, meneer Delhaye, hoe staat het met de opkomst voor de stille tocht?

“De steunbetuiging voor onze pogingen tot een oplossing te komen is groot. Er komen zeker tussen de 500 tot 1000 Indische Nederlanders, om de aanbieding van de petitie te steunen door mee te lopen in de stille tocht. Het zijn vooral ouderen, maar jongeren hebben zich ook gemeld. We krijgen begeleiding in legervoertuigen van veteranenorganisatie Keep them rolling. En het is een gemengd gezelschap. Niet alleen maar Indo-Europeanen, ook totoks (volbloed Europeanen die in voormalig Nederlands-Indië leefden, KV). Het wordt een beschaafde happening.”

Hoe gaat die aanbieding in zijn werk?

“We verwachten de petitie aan te bieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, zoals dat gebruikelijk is met petities. Geen lange toespraken, we gaan niet op de barricades of op kistjes staan. Daarna gaan we in besloten overleg met de vaste  kamercommissie* van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).** We hebben het minimum aantal handtekeningen voor de petitie binnen, dus de kwestie komt sowieso op de agenda van de Tweede Kamer.”

Goed. Wat ís die Indische kwestie?

“Die bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste gaat het om Nederlandse ambtenaren van het Indisch-Nederlands  gouvernement die tijdens de Japanse bezetting in overheidsdienst waren, dat kunnen KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren zijn. Deze mensen hebben tijdens de 42 maanden van de Japanse bezetting geen salaris ontvangen. We noemen die achterstallige salarissen ‘de backpay’-kwestie.”

“Dan is er de compensatie van materiële oorlogsschade. Hier in Nederland hebben mensen compensatie ontvangen voor de schade aan bijvoorbeeld hun huizen door de Duitse bezetter. Dat is geregeld in de Wet op de Materiële Oorlogsschaden van 9 februari 1951. In die wet zijn de  inwoners van Nederlands-Indië  uitdrukkelijk buitengesloten van deze compensatie (inmiddels opgenomen in de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen, zie artikel 1a, KV).”

“Ten derde is daar het oorlogsleed. En dat handhaaft de Nederlandse regering, zolang deze twee andere kwesties niet opgelost zijn.”

Het gaat om KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Daar is toch eerder een rechtszaak over geweest, in de jaren ’50? Toen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat Nederland weliswaar geen juridische schuld meer had, maar wel een morele?

“Dat ligt iets genuanceerder. De vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen, omdat zij niet aan de juiste partij zijn gesteld. De vorderingen zouden niet op de Staat der Nederlanden betrekking hebben, maar  “op de Republiek Indonesia als zijnde de rechtsopvolger van de voormalige rechtspersoon Nederlands-Indië”. Dit standpunt is consequent gehandhaafd door opeenvolgende regeringen, ondanks de arresten van de Hoge Raad uit 1957 en 1958 waarin gesteld wordt, dat de Nederlandse Regering wel een morele verantwoordelijkheid heeft in deze kwestie voor haar Nederlandse onderdanen in het voormalige Nederlands-Indië.”

Uitnodiging voor de stille tocht op 19 maart a.s. in Den Haag.

Over hoeveel geld gaat de Indische kwestie eigenlijk?

“Er gaan geruchten alsof het om miljarden gaat. Die geruchten zijn gebaseerd op bedragen uit de twee Niod-rapporten***. Het Indisch Platform vraagt om een bevredigende, billijke  en redelijke vergoeding. Ik kan niet vertellen om welke  bedragen het uiteindelijk zal gaan. Dat hangt bijvoorbeeld onder meer af van wie uiteindelijk werkelijk een claim gaan indienen. ”

Film door www.indisch4ever.nu

De Indische kwestie speelt al ontzettend lang. Veel mensen hebben de moed al opgegeven. Waarom verwacht u nu wel een doorbraak?

“In 2011 was er de motie-Dijkstra (D66), die stelde dat er een ‘commissie van wijzen’ zou moeten komen om te onderzoeken of de Indische kwestie met het Gebaar opgelost was. Die motie is (net, KV) niet aangenomen door de Tweede Kamer. Maar die kwestie is nog niet opgelost. Het is er nu de tijd voor, dat de Nederlandse regering instemt met het instellen van die commissie. Ik vermoed dat die motie verworpen is uit angst voor hoge bedragen.”

Motie Dijkstra is verworpen uit angst voor hoge bedragen

Dus nu gaat het niet om hoge bedragen? Hoe kan het dan genoeg zijn om de achterban voorgoed tevreden te stellen?

“Het gaat eerst om erkenning en excuses van de Nederlandse regering en bij erkenning hoort een symbolische compensatie. Wij zijn bereid om daarover met de overheid te praten, waarbij het ons niet gaat om vele miljarden. Want het niet erkennen van deze kwestie, houdt het oorlogsleed in stand.”

Er is toch een wet die wel tot uitkeringen voor Indische Nederlanders heeft geleid? Die heeft tot veel beroering geleid in Indisch Nederland? Mensen moesten aantonen dat ze in bepaalde kampen hadden gezeten en als ze dat niet konden, kregen ze geen uitkering?

“Dat is de WUV/ WUBO, gericht op het compenseren van lichamelijk letsel als aantoonbaar gevolg van de oorlog, net als emotioneel en geestelijk leed.

En verder heeft Indonesië herstelbetalingen gedaan aan Nederland in verband met de Bersiap en de Japanse bezetting. Volgens Nederland is dat een afgedane kwestie. Ik heb indicaties dat nader onderzoek nuttig is. ”

Veel succes, meneer Delhaye, met het gesprek op 19 maart en dank voor dit interview.

*In de vaste kamercommissie zitten alle Tweede Kamerleden van de politieke partijen, die zich met dit onderwerp bezighouden. De kamercommissies zijn georganiseerd naar departement. Naast de vaste kamercommissie voor VWS zijn er bijvoorbeeld ook vaste kamercommissies voor Infrastructuur en Milieu, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een overzicht van alle commissies vind je op de website van de  Tweede Kamer. De meeste algemene overleggen van commissies zijn openbaar. Dat deze dat niet is, is dus in elk geval afwijkend van de norm. De aanbieding van de petitie staat niet duidelijk aangekondigd op de agenda van de Kamercomissie, wel het kennismakingsgesprek. Dit heeft, tot slot, te maken met het aantreden van het nieuwe kabinet: er zijn nieuwe kamerleden die zich over de Indische kwestie buigen, en daarom een kennismakingsgesprek hebben met het Indisch Platform.

**Het ministerie van VWS in Den Haag is eerste aanspreekpunt voor deze kwestie. Dit is historisch zo gegroeid;  repatrianten uit Nederlands-Indië kregen hun ondersteuning en begeleiding bij aankomst in Nederland van de dienst van Maatschappelijke zorg. Dit is de voorloper van het ministerie van VWS. Bovendien heeft de Indische kwestie impact op de mentale gezondheid van Nederlandse burger, en vallen oud-strijders onder de veteranenzorg, beide de verantwoordelijkheid van datzelfde ministerie.

*** Het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, heeft twee publicaties uitgebracht over (het gebrek aan) financiële afwikkeling van Nederlands-Indië. De eerste, uit 2005, Indische rekening, is geschreven door Hans Meijer en Margaret Leidelmeijer. De tweede, Sporen van vernieling, is geschreven door Peter Keppy en in 2006 gepubliceerd. Beide edities zijn niet meer leverbaar.

 

De geschiedenis ligt op straat

‘Indische buurten in Nederland’

In 2009 plaatste Indisch 3.0 een oproep aan haar lezers om een Indische buurt in hun plaats te beschrijven. Aanleiding voor deze uitnodiging was een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar buurten in Nederland met Indische straatnamen (1). In dit artikel wil ik graag terug gaan naar het onderzoek en in hoofdlijnen de bevindingen met jullie delen. Vanuit mijn interesse in (koloniale) geschiedenis en ontwikkeling van steden, vond ik de resultaten erg interessant en het delen waard.
De bijdragen op Indisch 3.0 vertellen over de Indische buurten in Den Haag, Amsterdam en Utrecht, maar er zijn maar liefst nog 43 andere Indische buurten in Nederland (2). Anders dan de naamgeving doet vermoeden, hebben de meeste Indische buurten niets te maken met de vestigingsplaatsen van Indische Nederlanders na de repatriëring. De buurten zijn vooral ontstaan uit een gevoel van ‘nationale trots’.

Indische buurt Enschede - Bron:  commons.wikimedia.org
Indische buurt Enschede – Bron: commons.wikimedia.org

Trots op Nederlands-Indië
De meeste Indische buurten zijn ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw, toen het benamen van straten een officiële aangelegenheid werd. Er werden namen gekozen waaruit de trots op het land naar voren kwam. Men vernoemde naar beroemde dichters, wetenschappers of bestuurders. Verwijzingen naar de – destijds als succesvol beschouwde – kolonie mochten daarbij niet ontbreken.
De meeste Indische buurten kwamen op tussen 1870 en 1950. Er werd in die tijd meer gebouwd en meer straten betekende automatisch nieuwe namen. De groei van de Indische buurten liep dus parallel aan de groei van de woningvoorraad. Plaatsen waar voormalige kolonieondernemers woonden of waar een andere ‘persoonlijke’ band was met Nederlands-Indië, liepen voorop in het oprichten van Indische buurten. Daardoor verschenen deze buurten aanvankelijk vooral in Noord-Nederland. Door de kleine katholieke elite in Nederlands-Indië, hadden de zuidelijke Nederlandse provincies namelijk minder directe banden met de kolonie dan de liberalen en protestanten in de noordelijke provincies.

Toenames en afnames
In twee periodes was het benoemen van straten naar plaatsen in Nederlands-Indië opvallend meer populair dan anders. Dat kwam door wijzigingen in het koloniale beleid. Zo nam van 1870 tot 1880 de interesse in Nederlands-Indië sterk toe, omdat voortaan ook particulieren mochten investeren de kolonie. Tussen 1900 en 1910 werd de band tussen Indië en het ‘moederland’ sterker vanwege politieke moderniseringen in het land (3). Dit zie je terug in een toename van Indische straatnamen.
Daarentegen werd het vernoemen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog minder populair. Ook de oorlog zorgde voor een verandering in de manier waarop vanuit Nederland over Nederlands-Indië werd gedacht. De kolonie riep niet automatisch meer een positief gevoelen op en de groei van Indische buurten nam duidelijk af. Toch zijn er ook in deze periode Indische buurten ontstaan vanuit een gevoel van trots. In het onderzoek wordt bijvoorbeeld beschreven dat de namen in de Indische buurt in Maastricht vooral zijn ingegeven ‘door steun voor en medeleven met de plaatsgenoten die deelnamen aan de politionele acties’. Blijkbaar was hier veel vertrouwen in het behouden van Nederlands-Indië als kolonie.

Sumatraplein Amsterdam - Bron: beeldbank.amsterdam.nl
Sumatraplein Amsterdam – Bron: beeldbank.amsterdam.nl

Na de oorlog
Naast een blijvend geloof in de kolonie, hebben op kleine schaal ook andere overwegingen meegespeeld in het oprichten van Indische buurten in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. In sommige gevallen is een buurt vernoemd naar de aanwezigheid van repatrianten. De opvanglocaties van Molukkers (die zichzelf overigens niet als repatrianten zagen) hebben in Capelle aan den IJssel en in Huizen in de jaren vijftig bijvoorbeeld gezorgd voor het (her)noemen van straten naar eilanden uit de Indische archipel.
Een ander voorbeeld van een ‘jonge’ Indische buurt vind je in new town Almere. Het bestaan van deze Indische buurt (bedacht in de jaren ’80, opgeleverd in 2003) is opmerkelijk te noemen, omdat de oprichting geen verband houdt met de vestiging van repatrianten of voortkomt uit nationale trots op de voormalige kolonie. Het is de vraag waarom de destijds nationale stemming over voormalig Nederlands-Indië, die eerder gekenmerkt wordt door schaamtegevoel dan door trots, niet in beschouwing is genomen bij het oprichten van de Almeerse Indische buurt.
Het antwoord is te vinden in het verkiezen van de Indische schrijfwijze van de plaatsnamen boven de Indonesische schrijfwijze (zoals men aanvankelijk van plan was). Dit laat zien dat Almere de Indische buurt niet direct associeerde met Indische Nederlanders of gevoelens van trots of schaamte, maar met de geschiedenis van stedenbouw in Nederland. Door ook een Indische buurt te bouwen, deed de jonge stad een poging zich aan te sluiten bij oudere steden in het land.

Het onderzoek laat op deze manier zien dat Indische buurten in Nederland allemaal een verhaal te vertellen hebben. De verhalen hebben alleen niet zozeer te maken met geschiedenis van Nederlands-Indië, maar vertellen vooral hoe Nederland de afgelopen eeuw aankeek tegen haar (voormalige) kolonie.

Bronvermelding

  1. Onderzoek: H.H. van der Wusten, S. De Vos, M.C. Deurloo, ‘Indische buurten. Aardrijkskundige bijdragen aan het Nederlandse zelfbeeld’, in: Tijdschrift Geografie 2006 (15), pp. 24 – 28.
  2. Straatnamen met personen die verbonden zijn geweest met Nederlands-Indië, zijn in het onderzoek door H.H. van der Wusten, S. De Vos, M.C. Deurloo buiten beschouwing gelaten. In het onderzoek is voor het begrip ‘buurt’ als ondergrens een reeks van drie aaneenliggende straten met Indische, aardrijkskundige namen genomen. Volgens deze definitie telt Nederland nu 46 Indische buurten. Gemiddeld heeft zo’n buurt 16 straten; de spreiding is echter aanzienlijk, van Wageningen met drie straten tot Amsterdam met 63. Zie voor een overzicht deze kaart.
  3. Deze politieke moderniseringen worden vaak omschreven als ‘ethische politiek’ zie bijvoorbeeld uitleg ‘ethische politiek’ op wikipedia.

Recensie: Terra Incognita

‘Herinneringen om bewaard en gelezen te worden’

.

‘In de tijd vóór de oerknal was alles punt nul. Die tijd grenst aan oneindigheid. In punt nul komt alles samen. Wie zich erin bevindt weet dat niet. Dus ook niet of het een kort middagdutje is, de eeuwige slaap van de dood, of de tijd voorafgaand aan de oerknal. Punt nul is mysterie, van heel kort tot heel lang. Je bent er eigenlijk niet in punt nul, want je weet niet dat je bestaat.’

[Terra Incognita: blz. 8]

Wat doe je als je zoon in coma ligt? Als hij zich bevindt in punt nul? Het punt waarop hoop het enige is om je als wanhopige vader aan vast te klampen? Op dat punt vertelt Ruud Lapré zijn zoon Niels over zijn jeugd in Nederlands-Indië. Een terra incognita (onbekend land) dat vorm krijgt aan de hand van de jeugdherinneringen van Ruud, en de persoonlijke brieven die hij van zijn vader kreeg. Brieven vol ingehouden emoties waarin het landschap van de jeugd van Ruud wordt beschreven kort voor, tijdens en na de oorlog.

Ruud Lapré
Ruud Lapré

Schets van een jeugdlandschap
Ik ben altijd een beetje terughoudend als het aankomt op het lezen van een boek waarin oorlog een prominente plek inneemt. Ik heb oftewel een te levendige fantasie, of een veel te goed ontwikkeld inlevingsvermogen waardoor ik als de dood ben dat wat ik lees (aan nare tot in de details beschreven onderwerpen) mij ’s nachts zal achtervolgen in mijn dromen. Maar bij Terra Incognita hoefde ik mij hier niet druk over te maken, ik heb het boek uiteindelijk zelfs twee keer gelezen. Hoewel de oorlog en de tijd ervoor en erna het landschap van de jeugd van Ruud schetsen, zijn het de herinneringen van een kind en de herinneringen van zijn vader, zorgvuldig opgeschreven in lange brieven, die de boventoon voeren.

As van het kwaad
Ik word meegenomen in het verhaal dat vlak voor het begin van de oorlog begint, toen ‘de wielen aan de internationale as van het kwaad op volle toeren draaiden’ [blz. 12]. De moeder van Ruud is op dat moment zwanger van hem en evacueert van Batavia naar Tjiandjoer met zoon Jerry. Vader weet later ook naar Tjiandjoer te komen, maar wordt opgepakt en belandt tijdens de oorlog in de beruchte Glodok-gevangenis, waar ik even moet slikken bij het volgende brieffragment:

‘De foto en het briefje had je moeder verpakt in zacht vloeipapier. Ze had er ook een heel klein, geborduurd zakdoekje bijgedaan. Met haar parfum erop. Iedereen in de cel rook aan haar zakdoekje. Velen huilden, de geur deed ze aan thuis denken. Eindelijk een andere lucht dan die van dood en verderf.’ [blz. 54-55]

Door kinderogen
Als kind weet Ruud niets van hetgeen zijn vader tijdens de oorlog meemaakt. Hij ziet het leven door kinderogen. Hij speelt met zijn broertje in en rondom het huis van zijn tante in Tjiandjoer, en snapt niet waarom zijn moeder ’s nachts in stilte huilt. Het moment dat de vader van Ruud na de oorlog hulpeloos en verkrampt thuis komt, en uit alle macht niet probeert te huilen als zijn twee kinderen hem niet herkennen, snijdt door mijn ziel. Al snel breekt de Bersiap uit en volg ik het gezin als zij geïnterneerd worden in de kerk van Tjiandjoer, door de Engelsen verplaatst worden naar Sukabumi en Bogor, en de ‘rust’ tijdelijk terugkeert als het gezin in 1946 weer in Batavia belandt.

Plofjes ontsnappend licht
Zoals Ruud terecht opmerkt tegen Niels, is elke geschiedenis een constructie. In dit geval een constructie van ‘herinneringen die oplichten en verdwijnen als vuurvliegen in een tropennacht’ [blz. 76]. Jeugdherinneringen aan Batavia toen de baboe Ruud in een draagdoek op haar heup meedroeg, het vangen van vogels, vliegeren en het spelen met vriendjes. Een schijnbaar zorgeloze tijd voor Ruud, maar een zorgelijke tijd voor zijn vader, en voor alle andere volwassenen gedurende die na-oorlogse periode, die eindigde met de repatriatie van het gezin in 1950. Al zijn persoonlijke herinneringen en die van zijn vader vertelt Ruud aan Niels, alles in de hoop dat hij toch nog wakker wordt.

‘Nu ik jou zo over het land vertel, wellen steeds meer stukjes herinneringen op. Kleine plofjes ontsnappend licht uit een moeras met de ongewisse geuren van het onderbewuste.’ [blz. 41]

Oneindig punt nul
Aan het einde van het boek vraag ik me af: zou Niels alles gehoord hebben wat zijn vader hem vertelde? En zou hij zijn vader beter zijn gaan begrijpen en waarderen, net zoals Ruud zijn vader door diens brieven? Vragen kunnen we het hem niet, op de laatste bladzijde van Terra Incognita is het punt nul van Niels oneindig geworden.

Ter afsluiting, de woorden waarmee Ruud Lapré Terra Incognita begon:

‘Dit boek draag ik op aan de schoonheid van herinneringen, de goede en de slechte. Zij maken het leven waard om geleefd te worden.’

En deze herinneringen zijn het ook zeker waard om bewaard en gelezen te worden.

.

  • Van Ruud Lapré mag Indisch 3.0 twee exemplaren van Terra Incognita weggeven. Wil je kans maken op een exemplaar? Bekijk dan hier de winactie.

.

Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 |  € 15,00
Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 | € 15,00

 

De repatriëring: op zoek naar een toekomst

Repatrianten in hun pension - onder wie de ouders van mijn vader - in Elshout. Bron: persoonlijk archief Kirsten Vos

‘In kranten overlevingsdrang Indische Nederlanders centraal’

Het is een typisch Indische eigenschap: Indo’s zijn vindingrijke doorzetters en laten zich niet zomaar uit het veld slaan. Wat er ook is, er is altijd een – Indische – oplossing voor. Immers, een Indo kan met een karrètje al wonderen verrichten. Je verwacht het misschien niet, maar in mijn afstudeeronderzoek over de repatriëring ontdekte ik dat deze eigenschap een grote rol speelde in krantenberichten over het vertrek naar Nederland in de jaren ’50 in Indonesië. 

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.

27 december 1951
Op 27 december 1951 sloot de “optietermijn” voor Indische Nederlanders. Dat betekende dat ze vanaf die dag niet meer konden kiezen (opteren) voor het warga negara; het staatsburgerschap van Indonesië. Deze datum speelde een sleutelrol in de beginfase van de repatriëring, het onderwerp waarop ik in 2007 afgestudeerd ben (Media en Journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam).

Afstudeeronderzoek
Wat schreven kranten in Indonesië over deze gebeurtenis, in de jaren na de soevereiniteitsoverdracht? En wat konden we daaruit concluderen over de verwachtingen waarmee repatrianten naar Nederland kwamen? Want waarom deden ze dat eigenlijk, naar Nederland komen? De resultaten verrasten en raakten mij.

De scriptie Indië Tabe(h) uit 2007.

Indië Tabe(h)
Over de repatriëring is veel te vertellen. Veel meer dan in dit artikel past. Het eindresultaat van mijn afstudeeronderzoek is een lijvige scriptie, Indië Tabe(h), die je in zijn geheel kan downloaden (pdf, 1,5mb) op een speciaal hiervoor ingerichte website.

Karakter
Voor een historisch overzicht verwijs ik je naar de hand-out die ik heb geschreven voor de Indische school van de Tong-Tong Fair en de paragraaf over repatriëring van Indische Nederlanders in Wikipedia, van mijn hand. Want in dit artikel wil ik aandacht besteden aan het karakter van Indische Nederlanders.

Vastberadenheid
In de 92 krantenberichten over de repatriëring die ik analyseerde, borrelde onverwacht vaak het karakter van Indische Nederlanders naar boven. En dan met name hun vastberadenheid om na elke tegenslag de mouwen op te stropen, vanaf nul te beginnen en het het liefst meteen maar een tikkeltje beter te doen dan de vorige keer. Een voorbeeld van een krantenbericht waarin deze eigenschap centraal stond, was het verhaal van Bart Groenewoud, ondernemer én oorlogsslachtoffer.

Bart Groenewoud: een ondernemende avonturier
Bart Groenewoud verliet Soerabaja in 1955. Hoewel het Nieuw Soerabajasch Handelsblad alleen op 12 april van dat jaar een artikel aan hem wijdde, besloeg dat bijna een halve krantenpagina. Groenewoud was volgens het NSH een ondernemende avonturier met een ijzersterk doorzettingsvermogen, iets dat  ook in de beschrijving van andere repatrianten, in andere kranten en andere periodes naar voren kwam.

Ongekende bloei
Groenewoud was in de jaren ’20 vanuit Nederland naar Indië gekomen en maakte daar in korte tijd naam in ‘het amusementsleven, dat in die tijd een ongekende bloei kende’.  Toch was hij met andere plannen naar Indië gekomen; hij had carrière willen maken in ‘het hotelbedrijf’. Toen dit onhaalbaar bleek, koos hij ervoor om van zijn hobby muziek zijn werk te maken, samen met zijn broer José. ‘Vooral met ensemble de “Oriëntal Ramblers” werden successen geboekt.’

Na de bezetting knapte Groenewoud zijn ‘dancing Tabarin in drie maanden op.’

Tegenslagen
Keer op keer wist hij tegenslagen te overwinnen, zoals de economische crisis van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog, om vervolgens nog succesvoller te worden dan hij al was.  Tijdens de Grote Depressie had hij Indië in 1932 verlaten, om in Nederland een vergelijkbare situatie aan te treffen. Daarom had hij in 1937 besloten om samen met zijn muzikale partner zijn geluk in Madagascar en Afrika te zoeken als het duo ‘Marcel et Max’, totdat daar de ‘oorlogsdreiging [hen] terug deed keren naar Java, waar het wellicht veiliger zou zijn dan in Afrikaanse contreien. Dat wellicht was een volslagen misrekening.’

Krijgsgevangenschap
Onder de tussenkop ‘Bestemming gevonden’ beschreef de krant hoe Groenewoud in Soerabaja ‘bedrijfsleider’ werd van een ‘dancing’ en hij ‘eindelijk zijn bestemming’ vond. Na een ‘krijgsgevangenschap van 3 ½ jaar’ moest hij zijn dancing ‘Tabarin’ weer opknappen, wat hem ‘in drie maanden tijd’ lukte en ‘het viel niet zwaar het bedrijf “runnend” te houden.’ Ook toen ‘langzaamaan (…) het getij keerde’, bleef ‘Tabarin’ succesvol en de reputatie die zij had, was volledig te danken aan ‘Bart Groenewoud himself.’

Door te repatriëren ging Groenewoud ‘weer met een schone lei beginnen’

Schone lei
De krant omschreef zijn vertrek naar Nederland als volgt: ‘…zal Bart met vrouw en kind zich een nieuwe toekomst moeten verschaffen. Hij zal, waar dan ook, weer met een schone lei moeten beginnen (…)’. Het artikel eindigde met een persoonlijke groet: ‘Hoe het zij, Bart: Het ga je goed. Dat de “Indrapoera” je behouden met je gezin naar Nederland moge brengen en dat je daar of elders een goed emplooi mag vinden.’

Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.
Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.

Mijnenveld
Dit is slechts één van de berichten waarin het doorzettingsvermogen van Indische Nederlanders centraal stond. Natuurlijk – de Nederlandstalige kranten in Indonesië hadden in die tijd een verborgen agenda: zij opereerden in een politiek mijnenveld. Zij moesten aan de ene kant geloofwaardig maken hoe goed Indische Nederlanders omgingen met Indonesiërs en tegelijkertijd wilden zij de vertrekkende repatrianten een hart onder de riem steken.

Speelgoedauto
Maar geef toe – jij herkent dit karakter toch ook, uit jouw Indische familie? Die ene oom die van de inhoud van een lucifersdoosje een speelgoedauto kon maken? Die tante die uit het niets een verrukkelijke maaltijd op tafel kon zetten? Dat doorzettingsvermogen, die vastberadenheid – het is een eigenschap waar de Indische gemeenschap trots op mag zijn. Ik hoop dat we die eigenschap vaker centraal zetten als we het hebben over ‘typisch Indisch’.

Dit artikel is een bewerking van een lezing die ik in 2009 heb gegeven op de Tong-Tong Fair. In de hele versie kan je meer lezen over het verloop van de repatriëring en van de verschillende opvattingen van repatrianten over hun toekomst.

Lustrum Indisch Herinneringencentrum

‘Een feestje aan het Spui’

Afgelopen zondag werd in het Theater aan het Spui het eerste lustrum gevierd van het Indisch Herinneringencentrum. Het Indisch Herinneringscentrum opende haar deuren in 2009, na twee jaar van grondige voorbereiding. In de afgelopen vijf jaar werden allerlei activiteiten ontplooid, waaronder de publiekspresentatie ‘Het Verhaal van Indië’. De hoogste tijd voor een feestje!

Het Indisch Herinneringencentrum is gevestigd in Arnhem op Landgoed Bronbeek en laat je kennismaken met de Archipel, met de verschrikkingen in de periode 1941 – 1949 en met de veerkrachtige Indische gemeenschap die zich wereldwijd heeft verspreid. Het is een plek voor de Indische gemeenschap om te gedenken, te herdenken en te vieren, met alle generaties samen. Een van de dingen die je er kunt gaan bekijken, is de publiekspresentatie ‘Het Verhaal van Indië’. Deze overzichtstentoonstelling in Museum Bronbeek geeft een beeld van de 350-jarige geschiedenis van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de Tweede Wereldoorlog, het dekolonisatieproces en de gevolgen daarvan voor de Indische gemeenschap. Ook bracht het centrum een educatieve strip uit, ‘De Terugkeer’.

Dit alles werd gevierd in een uitverkochte zaal aan het Spui, met een feestelijk programma met onder andere een bijdrage van Marion Bloem, een performance van Carlo Scheldwacht, Patrick Neumann en Ghislaine Pierie en muziek van Tjendol Sunrise met gastoptreden van bandleden van de Kambing Kings. De presentatie was in handen van Esmeralda Böhm. De beelden spreken voor zich: het was een gezellig Indisch samenzijn.