3.0 op de werkvloer: Louise Hildebrand

Een eigen bedrijf en toch rust hebben? Het kan.

Alles hebben en niet gelukkig zijn. Dat was mijn motivatie om het bedrijf Mental Fitness 4U op te richten. Dit is mijn verhaal. Een verhaal over anders zijn. Een verhaal over zoeken naar rust, tevredenheid en geluk. En een verhaal over passie. Mijn passie om mensen in 3 sessies mentaal fit en sterk te maken. 

Anders 

Als klein kind heb ik me altijd anders gevoeld. Dat was ook logisch want ik zag er anders uit. Getint. Een beetje geel. “Ben je een Chineesje?”, werd me vaak gevraagd. “Je bent geen Nederlander in ieder geval.” En dat vond ik raar. Want ik wist niet beter dan dat ik in Nederland ben geboren. Dan ben ik toch Nederlander? Tussen al mijn blanke klasgenootjes en vriendinnetjes voelde ik me in ieder geval Nederlander en geen buitenlander. Maar mijn uiterlijk verraadde mijn Indische afkomst. Een mix tussen Chinees, Indonesisch, Nederlands en Zwitsers bloed. Tja, dan blijf je een buitenbeentje. Ook al voelde ik me van binnen Nederlands.

Studiebol

Op de middelbare school was ik een studiebol. Ik streefde naar hoge cijfers en wilde goed presteren. Dat werd me met de paplepel ingegoten. Mijn moeder heeft alleen drie jaar basisschool gevolgd dus motiveerde zij me aan alle kanten om vooral aan mijn toekomst te werken. Goed leren, hoge cijfers halen, een goede baan vinden en nooit afhankelijk worden van een man. Dat was haar motto. En dat motto, daar hield ik graag aan vast. Want ik wilde mijn moeder niet teleurstellen. Ik wilde dat zij trots op me was. Dus leerde ik veel en goed. Zelfs in het weekend. Uitgaan en ontspannen? Dat zat er niet in. Ik moest vooral werken aan mijn eigen onafhankelijkheid.

Foto: Michael Abels
Foto: Michael Abels

Psychologie

Na het vwo ging ik psychologie studeren in Nijmegen. Mijn ouders waren het daar aanvankelijk niet mee eens (Je wilt toch niet werkeloos thuis zitten?), maar zo koppig als ik was volgde ik mijn interesse. De psyche van de mens, die boeide me enorm. Ik had geen idee wat ik met deze studie ging doen, maar dat vond ik op dat moment niet belangrijk.

Na mijn studie verhuisde ik naar Alkmaar om samen te wonen met mijn partner van destijds. Daar vond ik een baan als hoofd- en eindredacteur bij een reclamebureau. Het was een tijd van hard werken, presteren, geld verdienen en grenzen overschrijden. Het woord ‘nee’ kende ik niet en ik nam belachelijk veel werk op mijn schouders. Als ik terugkijk op die periode dan denk ik: hoe heb ik dat in godsnaam allemaal gedaan? Ik was een workaholic en verre van gelukkig. Logisch dat ik depressief raakte en een burn-out kreeg.

Ongelukkig

Al vanaf de middelbare school kende ik periodes van somberheid. En dat frustreerde enorm want ik begreep het niet. Volgens mijn omgeving had ik alles en moest ik niet klagen. Ik was gezond, zag er goed uit en kon goed leren. Ik had nooit honger geleden, ik had geen oorlog meegemaakt en ik kreeg de mogelijkheid om te studeren.

Na mijn studie kreeg ik een goede baan, kon ik dure spullen kopen en had ik een leuke vriend. Ik had geen recht om ongelukkig te zijn. En omdat ik me toch ongelukkig voelde, voelde ik me schuldig. Ik kon het voor mijn gevoel niet maken om ongelukkig te zijn. Vooral naar mijn ouders toe. Hoezo was ik niet gelukkig? Ik had toch alles? In hun ogen was ik gewoon verwend. En dat deed pijn.

Mental Fitness 4U

In 2005 besloot ik, nadat het reclamebureau failliet ging, om zelfstandig tekstschrijver te worden. Toch bleef de psyche van de mens me trekken. Ook omdat ik zelf nog steeds worstelde met negatieve en sombere gedachten. Ik wilde een oplossing vinden voor mensen zoals ik. Mensen die langdurig onrust voelen en die allerlei dingen hebben geprobeerd om die onrust te bestrijden. En zo ontstond het idee om een training of cursus op te zetten.

Een concrete training gericht op kennisoverdracht om mensen mentaal sterk te maken. Want tijdens mijn zoektocht naar geluk werd vooral één ding duidelijk: langdurig geluk vind je niet in externe dingen zoals hoge cijfers, een studie, geld, status, een mooi huis, kleding of dure spullen. Tenminste, ik niet. Ik begon te kijken naar mijn eigen wensen en verlangens, los van de buitenwereld. En ik besefte dat ik mijn manier van denken moest aanpakken. Toen is mijn 3-stappenmethode is geboren.

Foto: Michael Abels
Foto: cursist Mental Fitness 4U

Ik begon deze methode op bescheiden schaal te geven op de sportscholen waar ik ook sportlessen gaf. Ik merkte dat de training aansloeg. Juist omdat de training heel praktisch, concreet en duidelijk  is. Geen zweverig gedoe. Geen moeilijke theorie en goed te volgen. Drie sessies is voor mensen ook goed te overzien. Na de eerste sessie zie ik mensen al veranderen. Ze zijn positiever, maken betere keuzes en hebben geweldige inzichten. Ook mensen die jaren therapie hebben gehad! Dat geeft me enorm veel voldoening en energie. Het sterkt mij in het gevoel dat ik een hoop voor mensen kan betekenen.

Falen?

Mensen die me nu leren kennen kunnen zich niet voorstellen dat ik ooit negatief was en depressief. Deze periode zie ik niet als falen of iets om voor te schamen. Sterker nog, het feit dat ik mindere periodes heb gekend zorgt ervoor dat ik mensen beter kan helpen. Ik weet namelijk hoe moeilijk het is om te veranderen. En ik weet hoe lastig het is om negatieve gedachtes te bestrijden. Jezelf mentaal fit en sterk voelen, dat is gewoon keihard werken. Dag in dag uit. En dat is iets wat ik mensen tijdens de eerste trainingssessie al duidelijk maak.

Bescheiden

Sinds dit jaar durf ik uit de schaduw te stappen en mensen te vertellen wat ik doe. Ik zoek de publiciteit op en benader actief bedrijven. Jaren heb ik me bescheiden opgesteld. Totdat ik de boodschap hoorde: “Waarom zou je genoegen nemen met 50 mensen per jaar helpen als je ook 500 mensen kunt helpen? Er zitten mensen te wachten op jou en jouw trainingsmethode. Ze moeten je alleen wel weten te vinden.” Die boodschap schudde me wakker. Want mijn passie, mensen mentaal fit en sterk maken, die wil ik graag met zoveel mogelijk mensen delen. Ik wil voorkomen dat mensen net als ik jaren aan het zoeken zijn naar rust en geluk, terwijl de kennis voorhanden is. Je moet alleen wel weten waar je deze kennis moet zoeken. En daar kan ik bij helpen!”

'Ik hoorde vooral sporadisch verhalen over Indië.'

Sayah-oprichter Marc Pieplenbosch over zijn Indische roots.

Sayah, de spekkoeklikeur, vinden wij de productintroductie van 2013 in Indisch Nederland. In mei presenteerden we dit drankje op onze FacebookpaginaNieuwsgierig naar het verhaal achter dit drankje, interview ik een van de twee oprichters; Marc Pieplenbosch. Hoe zit het met “zijn life – zijn roots – zijn taste“?

Spekkoeklikeur
Marc Pieplenbosch (Delft, 1969) en Menno Kleijweg introduceerden eerder dit jaar Sayah de spekkoeklikeur. En het is een succes. Topkok Pascal Jalhay gebruikt het om voor de Serious Request-week van 3FM een Oosterse kaasamuse te maken tijdens de 24-uurskookmarathon in restaurant EVI. Menno en Marc stonden op de Masters of Luxury Fair.  Sayah is al te verkrijgen bij 160 slijters en bij meer dan 20 Indische restaurants staat deze ‘Indische limoncello’ op de kaart.

Marc Pieplenbosch (l) en Menno Kleijweg (r) tijdens de Masters of Luxur Fair. Foto: Fotojenique
Marc Pieplenbosch (l) en Menno Kleijweg (r) tijdens de Masters of Luxury Fair 2013. Foto: Fotojenique

Zalm gerookt met Sayah
‘We hopen er uiteindelijk ons brood mee te kunnen verdienen, maar voorlopig werk ik er nog gewoon naast,’ lacht Marc Pieplenbosch als ik hem vraag of hij er al van kan leven. ‘Maar we zijn wel erg trots op hoe het tot nu toe gaat. Pascal (Jalhay, KV) vertelde me dat hij is gaan experimenteren met het flesje Sayah dat ik hem als juryiud van de Gouden Rijstkom heb aangeboden. Hij heeft er zalm mee gerookt. Dat is gaaf. We hopen op meer van dat soort initiatieven.’

Op tijgers schieten
Wat weet Marc van zijn roots? ‘Als kind hoorde ik sporadisch verhalen, van die fragmenten over het leven dat mijn ouders en grootouders in Indië hadden. Dat mijn opa in de jungle had gezworven en tijgers had geschoten. Dat werkte enorm in op mijn fantasie. Later hoorde ik dat dat was omdat hij had moeten vluchten. Voor de Jap, denk ik. En dat ze het goed hadden daar, met bediendes, en dat ze woonden in het grootste huis in Palembang. Mijn opa’s heb ik nooit gekend, nee. Mijn oma’s wel.’

oma Nono Pieplenbosch met kinderen. Foto: archief Marc Pieplenbosch
oma Nono Pieplenbosch met kinderen. Foto: archief Marc Pieplenbosch

Trots op je roots
En – hoe kan het ook anders – we hebben de introductie van Sayah eigenlijk te danken aan een van die oma’s, leer ik. ‘Oma Nono Pieplenbosch heeft mij geleerd spekkoek te maken. Het is aan de hand van haar kookboek dat Menno en ik aan het experimenteren zijn geslagen. We wilden iets creëren waarmee jongeren konden laten zien dat ze trots waren op hun afkomst. We hebben alleen maar het eten en een beetje de “looks”. Verder niets.’

Kenners
‘Menno en ik hebben echt met van alles geëxperimenteerd, van brandewijn tot het arak-recept van mijn oma, totdat we de smaak en geur hadden die we wilden. Toen zijn we op zoek gegaan naar een producent. Met een ambachtelijke familiebrouwerij Herman Jansen in Schiedam hebben we uiteindelijk de perfecte Sayah-geur en -smaak ontwikkeld,’ aldus Pieplenbosch.

De familie Pieplenbosch. Foto: archief Marc Pieplenbosch
De familie Pieplenbosch. Foto: archief Marc Pieplenbosch

Hollands snoep
Marc glimlacht. ‘Als kind wilde ik altijd hetzelfde snoep als mijn Hollandse vriendjes thuis hadden. Ik schaamde me een beetje voor de pisang goreng en kue lapis. Ik zie dat mijn zoon van 10 trots is op zijn roots en op zijn vader, die zich zo inzet voor zijn roots. Dat vind ik mooi. De Indische roots binnen families blijven bestaan en dat is voor mij Indisch: samenzijn met familie – eten en gezelligheid met Indische neven, nichten, tantes en ooms.’

Exclusief: koop Sayah met twee limited edition glaasjes erbij

Wil jij een speciaal kado voor de Kerst aan je Indische bangsa geven? Momenteel kan je Sayah met twee exclusieve glaasjes voor een speciale prijs kopen. Wees er snel bij, de glaasjes komen in beperkte oplage.

Jonge Indo in de Media: Serena Verbon

Ze is de eigenaresse van de mateloos populaire beauty-, fashion- en lifestyleblog Beautylab.nl. Werd door het Algemeen Dagblad omschreven als een ‘Beauty with Brains’. Is pas 27. Verscheen al in diverse radio- en tv-programma’s, kranten en tijdschriften. En nu dus ook op Indisch3.nl. Natuurlijk hebben we het over beautyblogger Serena Verbon.

 

Wat leuk is, daar schrijf je over!

Serena: “Ik ben begonnen met Beautylab omdat ik het echt heel leuk vind om met het uiterlijk bezig te zijn! Lekker optutten en er verzorgd uitzien! En wat leuk is, daar schrijf je over. Maar ook ik ga gerust zonder make-up over straat hoor! Ik denk dat wat Beautylab zo populair maakt, is dat mensen het leuk vinden dat ik zo open ben over alles. Het is persoonlijk. Als je elke dag stukjes leest over iemand, dan voelt het al snel als ‘dit is mijn vriendin’. Mensen komen terug om te kijken wat ik schrijf. Naast het informeren over fashion- en beautytrends, ga ik ook wat dieper in op bepaalde beautyzaken. Wat zit er bijvoorbeeld in een lippenstift? Het is niet alleen een kleurtje! Beautylab is vooral interessant voor mensen die graag iets meer willen weten, en nieuwsgierig zijn naar van alles en nog wat. De interactie met de lezers vind ik ook één van de leukste dingen van de website, ik lees alle comments! Het inspireert mij om interessante artikelen te blijven schrijven.”

 

© Anne Bonthuis / Beautylab.nl
Tip van Serena: Zoek je een foundation? Houdt er rekening mee dat de Indische huid een gele ondertoon heeft.

Het hoeft natuurlijk niet persé Indisch te zijn…

“…maar mama* ging vroeger nooit de deur uit zonder roodgestifte lippen, en haar haar zat altijd goed! Daardoor was ik al vroeg met het uiterlijk bezig. Noem het een stukje opvoeding, die interesse in beauty. Indische vrouwtjes zien er ook altijd verzorgd uit, een beetje ijdelheid misschien. Voor mij komt het Indische in de kleine dingen tot uiting. Kijk, natuurlijk is er het Indische uiterlijk. Als mensen ernaar vragen antwoord ik meteen dat ik Indisch ben, en zelf laat ik het ook vaak merken. En we houden natuurlijk van lekker eten. Ik zou willen dat mama wat vaker Indisch kookte. Het is altijd zo lekker. Lekkere receptjes deel ik dan ook graag via de website. Helaas kan ik niet zo goed Indisch koken als mijn oma, maar met behulp van boemboes kom ik een heel eind hoor. En ik ben een beetje lui, maar niet heel erg. Ik maak er altijd een grapje van en zeg dan: Ja sorry, ik ben Indo, dus ik kom altijd te laat!”

 

Elke zondag gado-gado

“Met mijn ouders en mijn twee jongere zusjes heb ik een hechte band. Wij hebben veel dingen voor elkaar over, dat is normaal. Het hoort erbij. Zonder hun hulp was Beautylab ook niet geworden tot wat het nu is. Zij zijn mijn grootste fans. En de Indische familie is ook heel hecht. Mijn opa en oma zijn een paar jaar geleden overleden. Eerst mijn oma, en mijn opa was zo ontzettend verdrietig daarna. Het klinkt misschien cliché, maar ik herinner mij van mijn oma dat ze altijd in de keuken stond. De hele familie ging zondags ook altijd op bezoek bij opa en oma. Mijn opa kon zelf niet koken, dus na het overlijden van oma kwam er elke avond iemand langs om voor hem te koken. Wij aten toen elke zondag gado gado bij opa.”

“Naast mijn familie zijn ook bijna al mijn vriendinnen Indisch. Je voelt je toch meteen thuis bij elkaar. Het is gezellig, hartelijk en je krijgt altijd eten! Je hebt een band door dezelfde soort beginsituatie: één van je ouders is Indisch.”

 

© Anne Bonthuis / Beautylab.nl
Volgens Serena staan alle kleuren goed bij een Indische huid!

Lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan

“Ik wil heel graag verschillende Aziatische landen zien. Ook Indonesië, en dan het liefst met iemand die er al is geweest. Dan wil ik toch eens het huis van mijn opa en oma opzoeken. Maar voorlopig richt ik mij op lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan. Ik heb ook een webshop met zelfgemaakte sieraden. Deze sieradenlijn hoop ik ooit uit te breiden, en er een merk van te maken. Maar alles op z’n tijd. Hoewel ik moet zeggen dat er veel deuren opengaan, je staat toch in de krant en magazines, en verschijnt op tv. Mensen zien dat, waardoor balletjes gaan rollen. En als je dan leuke dingen worden aangeboden, dan moet je die kansen pakken.”

 

* Serena is Indisch via haar moeder. “Mijn oma was in verwachting van mijn moeder toen het gezin in 1957, of was het nu 1958, vanuit Jakarta naar Holland vertrok.”

 

Benieuwd naar de beauty-, fashion- en lifestyleblog van Serena? Check: www.beautylab.nl

En neem ook eens een kijkje in haar webshop: www.serenitydesigns.nl

 

Fotografie: Anne Bonthuis via www.beautylab.nl

 

P.S. Is er een Jonge Indo in de Media waarvan jij graag een interview zou willen lezen op Indisch3.nl? Laat het ons weten via liselore@indisch3.nl 


De waarde van Indo-sport no.1: ‘netwerken’

Terwijl ik mijn eerste maand als startend ondernemer afsluit, realiseer ik me hoe waardevol het is om je omringd te weten door goede mensen. Alle kansen die ik momenteel op mijn pad vind, komen rechtstreeks uit mijn netwerk. Ik vermoed dat mijn opvoeding daar een stimulerende werking op heeft gehad: netwerken zit in het Indische DNA ingebakken, ver voordat het woord netwerken uitgevonden was.

Kumpulan of 'netwerkbijeenkomst'? Foto: archief Kirsten Vos (2010)

Zoals veel Indische oma’s, was ook mijn oma een wandelende encyclopedie. Bij wijze van spreken dan, want ze had een ernstige spierziekte en kon dus niet meer zo goed lopen (‘Ik ben slecht ter been, ik ben niet gehandicapt.’) Oma kende zo ongeveer de halve wereld, in mijn optiek, inclusief schoolopleiding, ouders, kinderen en kleinkinderen en persoonlijke anekdotes. Die anekdotes waren het belangrijkst: doordat zij verhaaltjes over mensen vertelde, kon ik me ze herinneren.

‘Ach ja (met handgebaar en pretoogjes), Zusje Schwarts, we gingen samen naar de SU in Batavia, suffe uilen noemden we die school, de Santa Ursula. Haar moeder lette er altijd op dat we geen villa inkijk hadden (op dat moment wees mijn oma dan met haar duim naar haar decolleté). Ze hoefde maar te kijken en dan wisten we al genoeg. ’

Eigenlijk leerde ik zo mensen kennen voordat ik ze ontmoette, wat een eerste IRL ontmoeting extra makkelijk maakte, of ik nou een goed of fout fragment van een anekdote aanhaalde (‘Uw moeder was toch van de villa inkijk?’). Mensen vonden het namelijk leuk dat iemand over ze verteld had, merkte ik. Terugkijkend realiseer ik me dat dat ze het gevoel gaf ‘ertoe te doen’.

Verder vond ik het normaal om op feesten goed te letten op mensen die alleen zaten. ‘Praten jullie wel leuk lui?’ was ook zo’n gevleugelde uitspraak van mijn oma. Naar haar voorbeeld en dat van mijn moeder, waren mijn zusje en ik (mijn broertje wist de dans altijd te ontspringen) zeer bedreven geworden in mensen spotten die om een praatje verlegen zaten. Gasten vermaken was belangrijker dan je eigen verlegenheid: gasten hoorden zich welkom te voelen, dat was je taak als gastvrouw. En dus maakte je met iedereen wel een praatje. Bovendien onthield ik, zoals ik geleerd had, anekdotes uit die gesprekken. Wat iemand als beroep had, bijvoorbeeld.

Zo kwam het dat ik mijn Indische ‘netwerk’ (lees: familie) ook losliet op mijn niet-Indische omgeving, zonder me te realiseren dat dat vreemd was. Studievriendin en ex-huisgenoot C. wist zich nog deze zomer te herinneren: “Kir, jij wist voor alles wel een kennis, vriend of familielid!” Weer barstte zij in lachen uit toen ze terugdacht aan de momenten in het studentenhuis – nu al weer ruim 15 jaar geleden – waarop ze uitriep: “Ik wil een nieuwe wasmachine/ bed/ [vul maar in] nodig” en ik uit mijn denkbeeldige kaartendek namen noemde van kennissen, vrienden en familieleden, die er eventueel bij konden helpen.

Wat een heerlijk gevoel dat ik als startend ondernemer voor sommige dingen níet hard hoef te werken, maar gewoon kan doen wat ik altijd gedaan en geleerd heb: eten, met mensen praten en aan die mensen denken als er iets voorbij komt dat interessant voor ze kan zijn. Dat dat dan netwerken heet vind ik prima.