Oproep: lezers van Asta's Ogen of Een Meisje van Honderd!

Mijn naam is Gwen en op dit moment  volg ik de onderzoeksmaster Comparative Literary Studies aan de Universiteit Utrecht en ben ik bezig met mijn afstudeeronderzoek. Ik zoek mensen (2.0 en 3.0) die Asta’s ogen van Eveline Stoel of Een meisje van honderd van Marion Bloem gelezen hebben.

Collectief geheugen

Mijn scriptie gaat over cultural memory (collectief geheugen) van tweede en derde generatie Indo. Met het oog op collectief geheugen onderzoek ik twee romans die als plaatsen van herinnering gezien kunnen worden. De romans die ik gebruik zijn als het ware een soort monumenten. Belangrijk voor mijn scriptie is hoe de romans bij de lezer ontvangen worden. Hiervoor ben ik op zoek naar uitgebreide reacties van tweede en derde generatie Indo’s.

Het verhaal van de Indo

Asta’s ogen van Eveline Stoel is het uitgangspunt van mijn onderzoek. Wat mij bij deze roman opviel, als boekverkoopster en in mijn eigen familie, is dat deze roman vaak doorgegeven wordt aan een volgende lezer omdat het boek het verhaal van de Indo zo goed vertelt. De roman functioneert op deze manier als een soort geschiedenis die doorgegeven wordt. Ik wil deze observatie in mijn afstudeeronderzoek verder uitwerken.

Welke impact op de lezer hadden de twee romans?

Ik vergelijk Asta’s ogen met het boek Een meisje van honderd van Marion Bloem, dat volgens mij ook potentie heeft om zo te functioneren en ik wil de impact van deze twee romans op de lezer verder onderzoeken.Heb jij een van deze boeken gelezen? Dan kun je mij helpen!

Zou je antwoord kunnen gegeven op de volgende vragen?

  1. Ben je Indo? Zo ja, welke generatie? En wat is je link met Indonesië en Nederlands-Indië?
  2. Waarom ben je Asta’s ogen van Eveline Stoel en/of Een meisje van honderd van Marion Bloem gaan lezen?
  3. Had je een gevoel van (h)erkenning? (leg uit)
  4. Sluit het boek aan bij jouw beleving van ‘Indisch’ zijn?
  5. Speelt je achtergrond mee bij het lezen van het boek en zo ja hoe?
  6. Houdt het boek de herinnering van het Indische verleden in stand en is het een roman die je zou doorgeven om die reden?
  7. Wat vond je van het boek?

Laat je reactie achter in de comments of stuur een e-mail naar: G.KerkhofMogot@students.uu.nl

Heel erg bedankt!

Hartelijke groet van Gwen

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Wat heb jij over Indië en Indonesië geleerd op school?

Oproep: vul de enquête in en maak van een klacht een debat

Online magazine Indisch 3.0 onderzoekt het onderwijs over Indië en Indonesië. Tot en met 13 augustus a.s. kan iedereen de  enquête “Indonesië en Indië op school” invullen op de website van Indisch 3.0. In het bijzonder docenten en jongeren zijn uitgenodigd om mee te doen. Meedoen kost nog geen 7 minuten.

Mocht blijken dat in het onderwijs nog te weinig – genuanceerd – aandacht besteed wordt aan het koloniale verleden van Nederland, dan wil Indisch 3.0 docenten aanmoedigen hierover in debat te gaan met elkaar.

Koloniale verleden van Nederland

In Nederland zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen met wortels in Indonesië. Het onderzoek “Indonesië en Indië op school” gaat over wat je op de basisschool en middelbare school leert over het koloniale verleden van Nederland, in het bijzonder in Indonesië. Aanleiding is in de eerste plaats de aanhoudende kritiek uit met name Indische kringen.

Te weinig kennis over je eigen achtergrond

Veel Indische Nederlanders vinden dat op school aan ‘hun’ geschiedenis te weinig aandacht besteed is. Indische ouders vertelden namelijk weinig tot niets aan hun kinderen over hun afkomst, want “We zijn nu in Nederland.” De duizenden repatriantenkinderen van de Indische Nederlanders wisten hierdoor weinig over wie ze waren, wat ze in Nederland deden en waarom ze eigenlijk uit Indië/ Indonesië waren vertrokken. En dat gold al helemaal voor de Nederlandse kinderen bij wie ze in de klas terecht kwamen.

Skeletten

Een tweede aanleiding is dat koloniale ‘skeletten’ met enige regelmaat uit de spreekwoordelijke kast vallen, om met een grote plof voor tumult te zorgen in de Nederlandse samenleving. Zo was daar “Rawagede” in 2011, de foto’s van geëxecuteerde Indonesiërs in 2012 en de weduwen van Zuid-Sulawesi in 2013.

Aangepaste vragenlijst voor docenten

Met “Indonesië en Indië op school” wil Indisch 3.0 achterhalen in hoeverre de kritiek terecht is. Wellicht is het onderwijs namelijk verbeterd ten opzichte van ‘vroeger’, bijvoorbeeld.  Of: is de kritiek gebaseerd op perceptie en gekleurde herinneringen, niet op de realiteit? Die input kunnen vooral leerlingen en docenten leveren. Daarom krijgen in het bijzonder docenten een aangepaste vragenlijst. Een tweede uitkomst van het onderzoek is de vraag, als er aandacht aan besteed wordt, waar die aandacht dan naar uit gaat.

Generationele kenniskloof?

Mocht het zo zijn, dat op scholen inmiddels alweer voldoende genuanceerde aandacht aan het koloniale verleden besteed wordt, dan heeft het weinig zin om te blijven pleiten voor meer aandacht voor dit onderwerp in het onderwijs. In dat geval hebben we als samenleving te maken met (een aantal) generaties Nederlanders die weinig tot niets weten over de achtergrond van de 1,5 miljoen Nederlanders* met wortels in Indonesië. Een generationele kenniskloof dus, zou je kunnen zeggen.

Extra kennis in context van werk

Interessant is wat je als samenleving zou willen doen, als blijkt dat enkele generaties Nederlanders kennis missen over de koloniale geschiedenis van Nederland. Misschien is het een idee om die generaties in de context van hun werk extra kennis aan te bieden? Voor politici, onderwijzers en journalisten bijvoorbeeld zou je kunnen zeggen dat het cruciaal is dat zij goed op hoogte zijn van de koloniale geschiedenis van Nederland, en van de achtergrond van de grotere subculturen in de Nederlandse samenleving. Maar dat is van later zorg.

Publicatie resultaten

Op 15 augustus 2013, tijdens de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, publiceert Indisch 3.0 de resultaten van het onderzoek op www.indisch3.nl. Deelname aan de enquête is mogelijk tot en met 13 augustus a.s.

Over Indisch 3.0

Indisch 3.0 is een online magazine op www.indisch3.nl voor iedereen die een band voelt met ‘het Indische’. Indische Nederlanders – met wortels in het voormalige Nederlands-Indië – zijn de grootste subcultuur in Nederland. Op Indisch 3.0 krijgt deze Indische cultuur in Nederland de spotlight. Met eigentijdse artikelen maken we zichtbaar hoe de Indische subcultuur Nederland beïnvloed heeft. Zelf nadenken, eigen keuzes maken en respect voor keuzes van anderen staan daarbij centraal. Zo ontstaat een verfrissende, eigentijdse kijk op Indisch Nederland.

Help ons dit bericht te verspreiden!

Fijn voor leerlingen, onhandig voor ons: het is schoolvakantie. Daardoor zal het voor ons niet zo makkelijk zijn om docenten en leerlingen te bereiken. Helpt u ons door deze oproep zoveel mogelijk te verspreiden onder uw vrienden, familie, kijkers, luisteraars en lezers?

Meer informatie

Voor meer informatie, of de mogelijkheid tot voorinzage van de resultaten, kunnen journalisten contact opnemen met Kirsten Vos (kirsten@indisch3.nl/ 0616500911), hoofdredacteur en verantwoordelijke voor dit onderzoek.

Doe mee op www.indisch3.nl/enquete. In nog geen 7 minuten heb je je stem laten horen. We danken je nu al voor je deelname.

Indisch familieonderzoek

Guy Loth Indisch Familiearchief foto Dewi Staal (c) Indisch 3.0 2011

Op speurtocht in het Indisch Familiearchief

Wat deed mijn opa in Indië? Hoe kwam die ene Europese voorvader terecht in die Nederlandse kolonie? En waar zit het “inlandse” bloed? Voor iedereen die bij deze vragen denkt, ‘Ja, ik zou dat ook wel eens willen uitzoeken!’, is er het Indisch Familiearchief (IFA) in Den Haag. Het is opgericht door Dick Visker in 1972, speciaal voor al die Indische families die op zoek waren naar antwoorden.

Bijna veertig jaar later ga ik erheen om, aan de hand van eigen familieonderzoek, te ontdekken hoe dat werkt, onderzoek doen in het familiearchief. Na een paar uurtjes in het archief te hebben besteed, kan ik het iedereen aanraden. De vrijwilligers hebben geweldig geholpen en ik heb prachtige verhalen ontdekt, die voor mij en, ontdek ik later, mijn vader volslagen onbekend waren.

Het IFA is op woensdag en donderdag geopend van 10.00 tot 15.00 uur. Het is aan te raden eerst een afspraak te maken voor je langsgaat, zodat de vrijwilligers alvast de familiedossiers die jij zoekt, zo compleet mogelijk te maken. Kosten voor zo’n bezoekje bedragen 7 euro (donateurs gratis). Op de website van het IFA vind je meer informatie over de verschillende, bescheiden kostenposten die komen kijken bij een familieonderzoek. Meer weten? www.indischfamiliearchief.nl.

Een van de vrijwilligers bij het IFA is een jonge Indo 3.0. Voor de Moesson van juni 2011 heb ik hem geïnterviewd