Indisch 3.0 CinemAsia actie 2014: deel je film met twee vrienden

… en met onze lezers!

Wil jij graag naar het CinemAsia filmfestival en vind je het leuk om daarover te bloggen? Dan heb je geluk. Bij de CinemAsia actie van Indisch 3.0 mag jij naar CinemAsia, je mag twee vrienden meenemen én je maakt een recensie die wij gegarandeerd plaatsen. We geven in totaal 3 x 3 vrijkaarten weg. Meedoen kan tot en met woensdag 2 april.

Wat moet je doen?
1. Ga naar de programmapagina van CinemAsia en scroll naar de films over Indonesië.
2. Kies de film die jij heel graag zou willen zien met je vrienden.*
3. Vul het deelnameformulier (hieronder) in.
4. Check of je Like voor onze Facebook-pagina aan staat.
5. Open op 3 april je mailbox om te zien of jij en je bangsa naar de film van je keuze gaan!

*uit het programma over Indonesië. Wil jij naar de korte film van Amber Neefkens, Indië op een bord? Dat mag ook.

De afsluitende film van het festival: Indonesia's killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere - Step Vaessen (2013 Indonesië) Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden. 6 April - Closing starts at 19:30 Closingfilms are Indonesia's Killing Fields, Trail of Murder and 300th Thursday.
De afsluitende film van het festival: Indonesia’s killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Tip: Indonesia’s killing fields
Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden.

6 April – Closing starts at 19:30

Ja, ik wil naar de film!

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Website’ type=’url’/][contact-field label=’Wat heb jij met films uit Indonesië?’ type=’textarea’ required=’1’/][contact-field label=’Welke film zou jij met twee vrienden willen zien?’ type=’text’ required=’1’/][/contact-form]

Win jij drie kaarten voor de film van je keuze? Dan kan je je recensie, van ongeveer 500 woorden en natuurlijk een vette selfie,  tot uiterlijk maandag 7 april versturen. Als je daarvoor nog wat schrijftips wil, neem dan contact op met onze hoofdredacteur Kirsten.

CinemAsia 2014 is de zevende editie van het Aziatische filmfestival, dat van 1-6 april a.s. plaatsvindt in De Balie in Amsterdam. Kaarten bestel je online.

"Freedom of speech, not freedom after speech."

Films over sociale media in Indonesië

Het Aziatische filmfestival Cinemasia ligt al weer even achter ons. Een paar weken geleden stond De Balie in Amsterdam vanwege dit festival een paar dagen in het teken van films uit en over Azië. De films over – en uit – Indonesië hadden de invloed van social media als rode draad. Wij waren erbij.

Fotografie: Tabitha Lemon. Tekst: Kirsten Vos.

Invloed van sociale media
Met name de films #republiktwitter en Linimassa stonden in het teken van social media in Indonesië – Twitter in het bijzonder. Na afloop van Linimassa had sponsor Hivos een Social Innovators platform georganiseerd. Festivaldirecteur Doris Yeung interviewde regisseur Kuntz Agus (#republiktwitter) en producent Donnie Bu (Linimassa) over de opkomst en invloed van social media.

Doris Yeung (links) interviewt (vlnr) Kuntz Agus (#republiktwitter), Donnie Bu (Linimassa) en Ben Witjes (Hivos). Foto: (c) Indisch 3.0./ Tabitha Lemon.

Trojaans paard
“Linimassa is als een trojaans paard voor onze regering,” vertelt producent Donnie Bu, in reactie op de vraag van Ben Witjes. Die vroeg waarom in Indonesië nog behoefte is aan organisaties als Hivos. Bu vervolgt: “Dankzij fondsen zoals dat van Hivos, konden wij Linimassa op dvd zetten en gratis verzenden. Wij wilden de vrijheid van meningsuiting ter discussie stellen, na de gebeurtenissen rond de uitbarsting van de Merapi en het verhaal van de becak-rijder. Daarvoor hadden we een onderwerp nodig. Dat is Linimassa geworden.”

Becakrijder Harry
‘De’ becak-rijder is Harry van Yogya, die onder reizigers naar Indonesië bekend is geworden omdat hij op Facebook niet alleen zijn Becak-diensten aanbood,’ vertelt Donnie Bu. “Hij gaf reizigers ook tips. Uiteindelijk schreef hij er zelfs een boek over: The Becak Way, over de gewoontes en het sociale leven in Yogya. Hij is nu een bekende Indonesiër en komt op nationale tv.”

Linimassa (2011). Cinemasia 2013
Linimassa (2011). Cinemasia 2013

Grassroots
Kuntz Agus legt uit wat ‘de Merapi’ in gang zette. “Na de uitbarsting van de Merapi in december 2010, kwam er een ‘grassroots’ Twitter-stroom van vrijwilligers op gang. Officiele hulpverlening kwam nauwelijks op gang, dus namen omwonenden zelf het iniatietief om mensen te informeren  over waar opgravingen waren. Waar er mensen onder het puin gehaald werden. Waar hulp nodig was. Zelfs de autoriteiten hielden deze accunts in de gaten.” De posts zijn nog na te lezen via https://twitter.com/jalinmerapi_en

Tweets over de uitbarsting van de Merapi in 2010

Celeb Twits
Kuntz Agus vertelt hoe je in Indonesië geld kan verdienen met Twitter. “Grote Twitteraars, Celeb Twits noemen we ze, of Buzzers, krijgen geld voor het retweeten van tweets. Dit gebeurt veel voor het promoten van producten. Mijn zusje van 15 weet al wat ze wil worden: een Celeb Twit!” In Linimassa speelt de hoofdpersoon een rol in het manipuleren van verkiezingen via Twitter. Hoe weet je wat waar is op Twitter? Agus: “Door de sociale media zelf. Nepaccounts vallen snel genoeg door de mand. ”

#Republictwitter. 7 april 2013, Cinemasia, Amsterdam
#Republiktwitter. 7 april 2013, Cinemasia, Amsterdam

Democratie
Kan je zeggen dat de democratie in Indonesië baat heeft bij sociale media? “Nee,” zegt Donnie Bu. “Twitter is een medium voor de middenklasse.” Agu vult aan: “Dat zijn 10 miljoen mensen, van de 200 miljoen inwoners van Indonesië  In de verkiezingen van 2015 zal Twitter nog geen rol van betekenis hebben, de Tweeps zijn nog te jong.” Bu komt later die middag terug op zijn antwoord. “Nu nog niet.  Maar in 2018 doen misschien wel de eerste twitteraars mee. Dan komt de sociale vernieuwing van onderop.”

Prita Mulyasari. Foto: anak-kolaka.blogspot.com
Free Prita! Foto: anak-kolaka.blogspot.com

Free Prita
Maar zover is het nog niet. Donnie Bu vertelt ook het verhaal van Prita Mulyasari, uit 2008. Deze dame stuurde een e-mail aan wat vrienden, waarin ze zich beklaagde over een ziekenhuis in Jakarta. Voor ze het wist stond ze terecht voor laster en belandde ze in de gevangenis. Via Facebook en Twitter startten mensen ‘Free Prita’, om aandacht voor haar zaak te vragen en hun klein geld in te zamelen om de boete te betalen waarvoor ze veroordeeld was. Uit alle desa’s en kampongs stonden mensen op om geld in te zamelen en te tellen. Het haalde zelfs CNN. “So yes, we have freedom of speech, but not freedom after speech,” concludeert Donnie Bu.

Ari Purnama (31), filmmaker and independent researcher

CinemAsia Filmfestival, 4-7 april 2013, De Balie Amsterdam

From April 4th till April 8th, Asian film lovers will be filling up the rooms of De Balie in Amsterdam: CinemAsia Filmfestival will take place for the fifth time. One of the films premiering at this biannual festival, is Onze Band met Rijst, by CinemAsia Filmlab winner Ari Purnama (Bandung, 1981). Who is this Indonesian film maker?

Ari Ernesto Purnama (c) Andri Suryo/ CinemAsia 2012
Ari Ernesto Purnama (c) Andri Suryo/ CinemAsia 2012

Ari Purnama comes from an entrepreneurial family. His mother plays a central role in it. Ari did his bachelor in Communication Science and came to the Netherlands in 2009 for a research master’s degree in Cultural Studies. Ari believes in “the capacity of cinema as an emancipatory and powerful storytelling medium, therefore making film is more than a passion for me.” I interviewed him this week, in between the final editing of his film.

A nursing home
The synopsis of Ari Purnama’s short, fictional film is intriguing: “On her 81rstbirthday, an Indo-Dutch (grand)mother named Jolanda discovers the news that her three children have decided to put her in a nursing home. Fearing that she might upset the children, she accepts the decision, even though she’s suffering inside. Her agony leads her to retaliate by undertaking a decision that will shock her children to death. Revenge is sweet, but a silent revenge is a sweeter one!”

Still van Tante Vera/ behind the scenes door Michael Kopijn (c) michael@bacteria.nl
Still van Tante Vera/ behind the scenes door Michael Kopijn (c) michael@bacteria.nl

First generation stories
The way (even) Indo-Dutch families care for their elderly, clearly differs from the Indonesian way. How does Ari view the Indo-Dutch community in the Netherlands? “I am always interested in hearing the stories about leaving Indonesia and coming here. But it is often hard to talk to them on a personal level. You don’t get in-depth answers and it’s hard to get inside the Indo-Dutch communities. I love the distinctiveness of that culture, but we hardly hear about this in Indonesia.”

Manipulated history
Why should people in Indonesia hear these stories, I ask. “We hardly hear about the activities of the Indo-Dutch community in the Netherlands, or the stories of the first Indo-Dutch generation. Unless you have these family members, of course. The younger generation needs to hear both sides of the story, it’s important because during the Soekarno and Soeharto’s times, history was strongly manipulated. It would be beneficial for the newer generation to get insights into this chapter of Indonesia-Netherlands relation.”

The cast
Ari lives in Groningen. Although there are many Indonesian students living there, he points out that there is no big Indo-community like in the west of Holland. “The actors in my film come from all corners of the Netherlands. Even from Ossosch. In terms of background, the cast is quite diverse, but they all have Indonesian roots. Some of them are of mixed descent, and one has a Moluccan background. From all of them, only the protagonist (played by Tante Vera Willemsen) was born in the Dutch East Indies, the rest were born in the Netherlands.”

Still behind the scenes/ tante Vera & Ari Purnama (c) Michael Kopijn@bacteria.nl
Still behind the scenes/ tante Vera & Ari Purnama (c) Michael Kopijn@bacteria.nl

Lemper
Before we wrap up the interview, I have to ask him The Question: how does Ari like our Indofood? “Haha! Well, I love your version of the lemper. In Indonesia, it is sweet and small. Here, there is more flavor to it and it is a lot longer. Every time I get food, I indulge myself in them. My favourite toko in Groningen? That would be Toko Semarang, on the main street, Gedempte Zuiderdiep. You can choose different dishes and sides, like rendang, and ikan blado, and they warm it up for you. It reminds me of the warung tegal I know back home.”

Why did Ari choose this subject? And: how did a university graduate become a filmmaker? You can read more about Ari Purnama in the April-edition of Moesson-magazine. No desire to wait? Visit http://bacteria.home.xs4all.nl/Day_Two/ for a behind-the-scenes look. Onze band met rijst premieres at CinemAsia on April 5th (“Made in Holland”) and also screens on April 7th. 

Filmmiddag maakt Indische spagaat zichtbaar

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 12 januari 2009

door Kirsten Vos en Ed Caffin

Zondag 11 januari beleefden vier Pathé-theaters in Nederland een ware Indische invasie. Ruim 1.500 Indische Nederlanders bezochten in Rotterdam, Den Haag, Groningen en Amsterdam de filmvertoningen van Het jaar 2602 en Contractpensions – Djangan Loepah. Amsterdam en Den Haag waren zelfs helemaal uitverkocht. Diezelfde dag maakten niet alleen de films, maar ook de bezoekers pijnlijk duidelijk dat de Indische tegenstellingen tussen ‘wit’ en ‘bruin’ nog steeds lijken te bestaan.

Na wat vertraging, waarin de spekkoek en koffie niet aan te slepen waren, ging het programma van start. Dankzij de gezamenlijke actie van Darah Ketiga, Nederlands-Indië hyves en Indisch 3.0 was de derde generatie Indische Nederlanders in Amsterdam met bijna 100 jongeren goed vertegenwoordigd. Ruim op tijd zaten we klaar voor de première van Het jaar 2602, na een inleiding van onder meer Jan van der Dussen (stichting Verfilming Japanse Burgerkampen) en Peter Neep (stichting het Gebaar).

De film Het jaar 2602 bestond uit een serie interviews, afgewisseld met ‘home-videos’ uit de tempo doeloe tijd. De kinderen uit de Jappenkampen, nu zestigers, zeventigers en tachtigers, vertelden op indringende wijze op het grote doek over hun persoonlijke herinneringen aan de kamptijd. Bijzonder was dat ieder van hen het leven in het kamp door kinderogen gezien had, en zich vaak pas later realiseerde hoe erg, pijnlijk of vervreemdend hun ervaringen waren geweest. De gebeurtenissen in het kamp waren niet realistisch, dachten zij als kinderen: het was niet écht, buiten het kamp zou alles weer normaal worden. Zo was een van de geinterviewden door de Japanners als kind van zijn vader gescheiden. Hij besefte pas ruim veertig jaar later, staande bij het graf van zijn vader, dat hij hem echt nooit meer terug zou zien. Al die jaren had hij gehoopt dat zijn vader op een dag terug zou komen.

Ondanks dat de film een belangrijk, en tot nu toe onderbelicht deel van het Nederlandse oorlogsverleden vastgelegd heeft, waren de reacties na afloop wisselend. Dit had te maken met de afkomst van de geinterviewden en het verhaal dat zij vertelden. De hoofdrolspelers in 2602 waren namelijk overwegend totoks (volbloed Nederlanders). Er waren twee Indo-Europeanen (gemengde afkomst) bij, maar die waren voor Nederlanders nauwelijks als zodanig te herkennen. Daarnaast vertelden deze twee niets over het verhaal van de geïnterneerde Indo-Europese groep, zoals het moeten kiezen tussen Nederland en Indonesië, of de rol die Indo-Europeanen speelden in de kampen. De regisseurs zijn nog niet beschikbaar geweest voor commentaar op deze keuze.

Een film over ervaringen van Indische Nederlanders in het Jappenkamp lijkt pijnlijk incompleet wanneer slechts een deel van die ervaringen wordt belicht. Hoewel beide groepen voor een deel dezelfde ervaringen hebben gehad, waren er ook belangrijke verschillen. De Indische groep uit 2602 heeft terecht eindelijk erkenning gekregen voor hun oorlogservaringen, het wachten is op de – blijkbaar echt – andere groep van Indo-Europeanen. Hopelijk helpt deze scheidslijn in elk geval om de Nederlands-Indische oorlogservaringen te kunnen vertellen aan het Nederlandse publiek.

In de tweede documentaire Contractpensions – Djangan Loepah!, die in 2008 in première ging, vertelt regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal van de overwegend Indo-Europese repatrianten die hun eerste tijd in Nederland in contractpensions doorbrachten. De verhalen over de soms pijnlijke en vaak bizarre ervaringen van de Indische Nederlanders die na aankomst in Nederland in tijdelijke contractpensions terechtkwamen, rolden zich uit over de aanwezigen. Ook hier zorgden de uitspraken van het bonte gezelschap dat in de film aan het woord kwam weer voor grote hilariteit, op andere momenten voor grote verontwaardiging en ontroering. De film van Hetty Naaijkens, die inhoudelijk overigens perfect aansloot op Het jaar 2602, was daarom een prachtige afsluiting van een opvallend Indische middag in een koud Amsterdam.

Ondanks dat het begrijpelijk is dat vele bioscoopbezoekers in Amsterdam wellicht overmand waren door emoties na het zien van 2602, was het bevreemded om te zien dat een groot deel van de 800 aanwezigen in Amsterdam na de pauze niet meer terugkwam om naar Contractpensions te kijken. Door dit vertrek werd, waarschijnlijk niet eens opzettelijk, duidelijk dat er nog steeds een scherpe tweedeling bestaat in de Indische gemeenschap. De totoks, de ‘witte’ repatrianten, hadden namelijk nauwelijks in contractpensions hoeven wonen: het was niet hun verhaal dat na de pauze verteld werd, maar dat van de ‘bruine’ repatrianten. Het is het bijna onwerkelijk om te zien dat, 60 jaar na de soevereiniteitsoverdracht, deze Indische spagaat onbewust nog steeds aanwezig is.

Twee Indische films in Nederlandse filmhuizen

filmmiddagDen Haag/Amsterdam, 10 oktober 2008

Door Kirsten Vos en Ed Caffin

Binnenkort draaien er maar liefst twee Indische films in de Nederlandse filmhuizen: Contractpensions – Djangan Loepah! en Ver van Familie. In beide producties staan typisch Indische thema’s centraal, zoals assimileren, schaamte en erkenning. Veel Nederlanders kennen Indo’s vooral als gezellig, vriendelijk en gastvrij. Met het uitkomen van deze films kan het Nederlandse publiek nu ook kennis maken met de andere kant van de Indische groep.

Contractpensions – Djangan Loepah is een prachtige documentaire van Scarabee Producties. Een contractpension was een pension dat een contract had gesloten met de Nederlandse overheid om – tegen een aantrekkelijke financiële vergoeding – Indische repatrianten tijdelijk op te vangen. Dat kon een gewoon woonhuis zijn, maar ook een hotel. Hetty Naaijkens – Retel Helmrich, die met deze documentaire haar regiedebuut maakt, laat overwegend Indische Nederlanders uit binnen- en buitenland aan het woord. Daarnaast komen partijen aan bod, zoals de maatschappelijk werkster, de contactambtenaar en kinderen van pensionhouders, met wie de Indische groep te maken had toen zij aankwam in Nederland.

Met deze verscheidenheid in verhalen geeft de documentaire een eerlijk tijdsbeeld van de repatriëring van Indische Nederlanders uit Indonesië in de jaren vijftig. Aan de hand van de verhalen in Contractpensions reis je als kijker anderhalf uur lang mee van het ene naar het andere pension en leef je met de vertellers mee. Zij beleven het bijna weer opnieuw en vaak zijn hun belevenissen schrijnende voorbeelden van de assimilatie van Indische Nederlanders in de jaren ‘50 en ‘60.

Even zo vaak doen de verhalen je echter in de lach schieten, door het relativerende en soms hilarische commentaar. De scène waarin een Indische dame vertelt over haar Sinterklaas-surprise, de dame die op een pasar rondvraagt wie er terugbetaalt heeft, of de toon waarop Frans Leidelmeijer voorleest uit het voorlichtingsboekje Djangan Loepah! (Niet Vergeten!) zijn niet alleen exemplarisch voor de Indische humor. Ze laten vooral zien hoe bespottelijk Indische Nederlanders de Nederlandse houding vonden.

Bewonderenswaardig is tot slot de subtiliteit waarmee Naaijkens – Retel Helmrich het verhaal zichzelf laat vertellen. Dat komt goed tot uiting in een scène waarin een naar Amerika geëmigreerd Indisch echtpaar verhaalt over hun aankomst in New York. Zij waren uit de grote groep immigranten gehaald en mochten per vliegtuig verder reizen, de rest moest met de trein. Terwijl de dame zich verbaast over deze voorkeursbehandeling (“Ik weet écht niet waarom ze ons eruit gehaald hebben, als ik had gedurfd had ik het gevraagd”), zoomt de camera in op haar blauwe ogen.

De film, het regiedebuut van Hetty Naaijkens, is een prachtig document geworden. Nooit eerder kwamen Indische Nederlanders op zo’n manier aan het woord over hun geschiedenis. Door alles heen zit een belangrijke rode draad verweven: hoe wisten de Indische ‘nieuwkomers’ na aankomst te overleven in het voor velen volstrekt onbekende ‘vaderland’? Naaijkens vond dit ‘een verhaal dat verteld moest worden.’ Lees daarover meer in het interview dat Ed een aantal weken geleden met haar had. Contractpensions – Djangan Loepah is op 8 november te zien in Leeuwarden en vanaf 11 januari 2009 in filmhuizen in Nederland. Kijk voor alle vertoningsdata op de website van Contractpensions.

Ver Van Familie is een film van Rocketta naar het gelijknamige boek van Marion Bloem en speelt een aantal decennia later, in de jaren ‘80. Ook deze productie is een ‘must see’. Ze geeft, zonder iets te verbloemen, een dieper inzicht in de pijn en schaamte die in veel Indische families aanwezig is. Het acteerwerk van Terrence Schreurs en Anneke Grönloh is bovendien zeer overtuigend.

De twee-en-een half uur durende film laat de moeizame verhoudingen zien binnen een Indische familie. Terwijl hoofdpersoon Barbie op zoek is naar haar oma, saboteren de familieleden dit weerzien: zij proberen krampachtig een groot familiegeheim te bewaren. Over Ver van familie schreef Kirsten al eerder een uitgebreide recensie op deze site. Ver Van Familie is vanaf 23 oktober te zien in verschillende filmhuizen in de grote steden. Kijk voor vertoningsdata op de website van Ver van familie.