Moessoncolumnist Calvin Michel: Indisch in Indonesië

Moessoncolumnist Calvin Michel

Enige tijd schreef Calvin Michel de Wilde uit Indonesië columns voor Moesson. Misschien heb je er wel eens een gelezen… Calvin ontdekte kort geleden dat hij Indische roots heeft. In zijn columns in Moesson ging hij op zoek naar wat dat precies voor hem betekent. Wij waren benieuwd naar wat hij nog meer te vertellen heeft. Ed Caffin interviewde hem in Indonesië.

Header image foto: Hanneke Mennens voor Moesson

In je columns voor Moesson was je op zoek naar wat het betekent om Indisch te zijn in Indonesië. Kun je daar inmiddels al iets over concluderen?
‘Moeilijke vraag! Allereerst is in moderne Indonesië de term ‘Indisch’ eigenlijk niet meer zo gangbaar. Ook kent de jongere generatie de geschiedenis niet goed. Dat maakt het lastig voor jongeren met Indische roots om die als zodanig te herkennen. Bovendien is de term “Indo” inmiddels weggeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. Tegenwoordig betekent het dat je een gemengde afkomst hebt en dat een van de ouders een rijke expat is. Omdat je relatief weinig Indo’s tegenkomt, kennen de meeste mensen ze alleen als beroemdheden: de helft van de Indonesische soapies en filmsterren is van gemengd bloed. De term Indo wordt daarom meestal geassocieerd met iets elitairs. Dat vind ik heel jammer.’

Waarom vind je dat jammer?
‘Het is historisch gezien niet juist. De oudere generatie weet het verschil wel, maar de jongere generatie heeft geen idee. Ook leeft bij de jongere generatie de hardnekkige opvatting dat als je er niet Indo genoeg uitziet, je niet Indo genoemd mag worden. Die mythe zou ik graag de wereld uithelpen.’

Op welke manier heb je het over je Indisch-zijn met anderen?
‘Doordat ik ben opgegroeid als lid van de Chinese gemeenschap, een belangrijke minderheidsgroep in Indonesië, was het makkelijker voor me om me te identificeren met de Indogemeenschap toen ik mijn Indische roots ontdekte. Mijn Chinese achtergrond heeft vroeger nooit aandacht gekregen, mijn familie heeft veel van die cultuur losgelaten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen Chinese naam gekregen. Ik zou niet willen dat hetzelfde gebeurt met mijn Indische achtergrond. Die wil ik graag levend houden.’

Moessoncolumnist Calvin Michel
Calvin Michel in Indonesië

Hoe doe je dat dan?
‘Ik vind het Indische inmiddels een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Maar veel van mijn generatiegenoten met Indische roots weten hier niets van. De oudere generatie heeft weinig van de Indische identiteit en het culturele erfgoed doorgegeven. Jongere Indo’s zoals ik moeten dat zelf ontdekken. En het is vervolgens aan ons om die Indische identiteit levend te houden. Al is het maar op een symbolische manier. Ik probeer dat op mijn manier in ieder geval te doen. Ik ben bijvoorbeeld van plan Nederlands te leren en ga een boek te schrijven over de geschiedenis van mijn familie zodat mijn kinderen daar later over kunnen lezen. En wie weet geef ik ze wel een Nederlandse naam!’

Tot slot: wat doe je naast het schrijven voor Moesson?
‘Ik werk nu als onderzoeksanalist bij een bedrijf in Jakarta. Ik heb International Relations gestudeerd en zou later graag nog een postgraduate studie International Relations of Economic Development willen doen. Ook wil ik blijven schrijven over de Indische geschiedenis en cultuur. Daar is nu te weinig aandacht voor in Indonesië vind ik. Ik wil bijvoorbeeld graag dat belangrijke gebeurtenissen als de bersiap en de repatriëring in de Indonesische geschiedenisboeken komen. Ik schrijf voor een Engelstalige Indonesische krant en dat is een mooi podium om hier aandacht voor te vragen.’

Wil je meer weten van Calvin? Zijn columns verschenen elke maand in Moesson. Je kunt ook contact met hem opnemen: calvinmichel@gmail.com

“I am Indisch, I-n-d-i-s-c-h”

Je kent het wel, je bent in het buitenland en er wordt aan je gevraagd waar je vandaan komt. “Nederland” is natuurlijk het eerste antwoord. Daar kom je tenslotte vandaan.  “Ja, inderdaad, geboren en getogen in het land  van tulpen, molens, wiet, klompen en kaas”. Maar toch is Nederland niet helemáál het precieze antwoord. Je bent namelijk van gemengd bloed, bent tussen twee culturen opgegroeid en dus geen échte kaaskop.

Wat zeg je dan precies tegen die Spanjaard, Ier of Turk die net vroeg waar je vandaan komt? Vertel je hem alleen dat je uit dat kleine, koude kikkerlandje komt, waarvan bijna de helft onder de zeespiegel ligt en waar bijna alles mag? En zeg je, om het makkelijk te houden, er dan misschien ook nog even bij dat een deel van je familie uit Indonesië komt? Of geef je direct een korte les over de Nederlandse koloniale geschiedenis?

“I’m Dutch”, dat opent deuren. Voor veel buitenlanders is Nederland namelijk nog steeds het land van de onbegrensde vrijheden, en terecht. Met regelmaat schiet ik dan ook in de chauvinistische versnelling. “Ja! Ik kom uit het land van de coffeeshops, Johan Cruijff, de Wallen, Nijntje en hoge noren. Het land waar abortus geen misdaad is, waar euthanasie niet als een zonde wordt gezien en waar het eerste homohuwelijk ter wereld plaatsvond”. Ik ben dan ook echt wel trots op mijn Nederlandse paspoort.

“I am Indisch”, zegt bijna niemand iets. Het verhaal van De Indo ende hoe hij in Holland terecht kwam voert dan ook vaak te ver en te diep om uit de doeken te doen aan de eerste de beste persoon die een gezellig praatje komt maken. Toch heb ik door de jaren heen in in het buitenland regelmatig verteld over mijn afkomst en hoe de bijbehorende geschiedenis zo ongeveer in elkaar zit.

In plaats van slechts te zeggen dat ik uit Nederland kom, plaats ik tegenwoordig al snel een Indische voetnoot. En als ik dat niet zou doen voelt het bijna alsof ik m’n Indische achtergrond verloochen. En het is ook niet een kwestie van het één of het ander. Ik ben Indisch én Nederlands. Ik ben hier geboren, opgegroeid en heb een Nederlandse vader.

Degenen die ik de uitgebreide versie heb verteld, en zeker de vrienden die ik op vakantie maakte, vonden het allemaal een bijzonder verhaal. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ze tot op de dag van vandaag hebben onthouden dat er zoiets bestaat als Indisch en dat dat toch net even iets anders is dan Dutch. Alleen dat woord. Wel een beetje lastig te onthouden hoor. Indies?

Een gebrekkig historisch besef

kolonien-indie-overdrachtAmsterdam, 27 september 2008
door Ed Caffin

Ik moet vaak uitleggen wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch. Meestal vragen mensen waar ik vandaan kom of “wat mijn achtergrond is”. Ik zie er volgens de meeste mensen “mediterraans” of “Arabisch” uit, maar zeg ik “Indisch”, dan denken sommigen dat ik uit India kom. Als ik zeg dat ik “Indo” ben, dat heeft meestal mijn voorkeur, zegt bijna iedereen “oh, Indonesisch”. “Nou, nee niet precies” is dan mijn antwoord, om vervolgens geduldig de nuances uit te leggen tussen deze verschillende begrippen.

Tijdens die uitleg ontkom ik niet aan een stuk geschiedenis. Meestal vertel ik in grote lijnen dat Indische mensen een gemengde Europees/Aziatische afkomst hebben en dat zij (daarmee) een aparte groep vormden in de vroegere kolonie Nederlands-Indië. De meesten van hen kozen er na de onafhankelijkheid van Indonesië voor om naar Nederland te gaan. Zoals mijn grootouders die zo, samen met mijn vader en zijn broers, in Nederland terecht kwamen.

De meeste mensen reageren met verbazing op dat verhaal. Hoe komt dat nou? De belangrijkste reden is volgens mij dat er bij de meeste (jonge) Nederlanders een gedegen ‘historisch besef’ ontbreekt. Zij kennen de koloniale geschiedenis gewoonweg niet. De meeste bibliotheken hebben echter vrij veel boeken over de koloniale geschiedenis en op internet is veel te vinden. Misschien is het dus een gebrek aan interesse, maar volgens mij is het nog veel meer een gebrek aan koloniale geschiedenis in het onderwijs. Mijn geschiedenisleraren vertelden zo goed als niets over Nederlands-Indië en Indonesië en legden niet uit waarom er eigenlijk zoveel Indische mensen in Nederland wonen. Een schande eigenlijk.

Daarnaast is er een hardnekkige vorm van geschiedkleuring geweest die eigenlijk nog steeds voortduurt en die het historisch besef vertroebeld. Wat in Nederland wel ‘algemeen bekend is over Nederlands Indië en Indonesië is eenzijdig en hevig geromantiseerd. “Nederland heeft in de koloniale tijd veel goeie dingen gedaan voor de lokale bevolking in de Indonesische archipel” bijvoorbeeld, en “men legde wegen aan en er was scholing” etc. Dat gold misschien voor Java en een deel van Sumatra, maar zelfs daar kon maar een klein deel van de lokale bevolking daarvan profiteren.

Ander voorbeeld: volgens veel geschiedenisverhalen zijn Lombok en Bali aan het eind van de 18e en het begin 19e eeuw “gepacificeerd”, voerde Nederland een “ethische politiek om de mensen te verheffen” en zag het zich regelmatig “genoodzaakt her en der in de Archipel verzet de kop in te drukken”. Wat moet dat allemaal precies betekenen? Het zijn zachte, mooie woorden voor keiharde, lelijke feiten.

Het koloniale hoofdmotief was namelijk niet ethisch, maar puur economisch. De waarheid is dan ook dat er ten koste van bijna alles heel veel geld verdiend werd, de belangen groot waren en dat die belangen met behulp van vele oorlogen werden veilig gesteld en uitgebreid. Maar de mensen in Nederland kregen toen propaganda te horen. En eigenlijk gebeurt dat nog steeds. Op school horen leerlingen nog steeds dat er politionele acties in waren in Indonesië. Politionele acties? Iedere leerling die iets meer te weten komt over die tijd beseft zich al snel dat er sprake was van een oorlog. Een oorlog tussen Indonesische revolutionairen die vochten voor een vrij en onafhankelijk Indonesië en de (oude) koloniale machthebber die zijn kolonie eigenlijk wilde behouden*.

Wat ik zelf te weten ben gekomen over de geschiedenis van Indië en Indonesië weet ik door de verhalen die thuis werden verteld en voor de rest heb ik dat aangevuld met mijn eigen interesse en nieuwsgierigheid. Dat heeft in mijn geval misschien vooral wel te maken met het feit dat ik een (derde generatie Indische) Nederlander ben die een deel van zijn wortels in Indonesië heeft liggen.

Ik vind echter dat het opdoen van kennis over die belangrijk tijd in de Nederlandse geschiedenis niet afhankelijk moet zijn van die ‘toevallige’ interesse, of afgedaan kan worden met een kort en eenzijdig gekleurd verhaal. Hoewel het erop lijkt dat er de laatste tijd meer aandacht komt voor een genuanceerder verhaal en de geschiedenis van Indië en Indonesië recent een examenonderwerp was op middelbare scholen, vind ik dat niet genoeg.

Nee, de hele koloniale geschiedenis zou een vast onderdeel moeten worden in het onderwijs. Vanaf de VOC tot aan de Indonesische onafhankelijkheid en hoe bijna 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland kwamen. Verplichte kost! En graag ook in de juiste bewoordingen.

* Later zag ik overigens dat Alfred Birney in een recent artikel op zijn weblog ook ingaat op o.a. dit onderwerp. Zie hier zijn artikel.