The Indonesia Pavilion at the 2012 Floriade

Indonesia Pavilion at Floriade. Foto: jossarisfoto.info

On one of the first seriously sunny days this summer, the entire Indisch 3.0 crew went to Venlo, to visit the Indonesia Pavilion at the 2012 Floriade. In honor of the national indepence day in Indonesia, we have edited our footage and created an impression of the typically Indonesian pavilion. 

Indonesia Pavilion at Floriade. Foto: jossarisfoto.info
Indonesia Pavilion at Floriade. Foto: jossarisfoto.info

The Indonesia pavilion receives 6.000 visitors each day, and 10.000 people on weekend days, pavilion director Redha Maha tells us. Indonesia wanted to present itself at this horticultaral event, mainly to attract tourists to Indonesia, interest investors and connect with others countries, European and otherwise.

The pavilion represents Indonesia, with its diverse cultures and religions, united as one. The crew is entirely Indonesia, to create an authentic Indonesian atmosphere. When the Floriade is over, the organization might donate the Sulawesi house to Venlo and dismantle the other houses, to sell it to interested parties. Mr Maha is certain that they won’t ship it back to Indonesia the same way it came here: in 11 containers.

Near the entrance, we notice a sawah, with padi. “Yes, we tried to grow rice here, what do you think? It hasn’t reach 30 centimeters yet, has it?” He smiles. “Yes, the climate is too different.”

Het erfrecht van schuld

Wanneer mag je soeda zeggen?

[box type=”shadow”]Mijn vriend M. en ik hebben erg on-Indisch gedrag vertoond: we zijn de familiedrukte rond de feestdagen ontvlucht door 10 dagen Berlijn te boeken.  Ja, stiekem heb ik de chaos en stress van het Kerstdiner met de familie gemist. Daar staat tegenover dat de vragen die Berlijn bij me oproept, dat gemis meer dan waard zijn geweest.[/box]

Berlijn, oudjaarsavond 2010

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestierde Hitler vanuit zijn in Berlijn gevestigde Reichskanselarei zijn oorlog. De man uit Beieren, die zo’n 10 jaar voor zijn verkiezing tot Reichskanselier gevangen had gezeten voor een poging tot staatsgreep, wilde van Berlijn Germania maken: hoofdstad van het grote Germaanse rijk. Tegenwoordig is het een stad die bulkt van de vragen.

Na toeristische trekpleisters te hebben bezocht, Weihnachtsmarkten te hebben afgestruind en door kleine buurtjes te zijn geslenterd, zou het vreemd zijn om te zeggen dat ik wél de antwoorden heb, waar de Berlijners zelf al decennia over twisten: hoe is het mogelijk geweest dat Hitler aan de macht gekomen is, hoe gaan we om met de tastbare overblijfselen in onze stad uit zowel de nazitijd als de Koude Oorlog, en hoe bouwen we aan een gemeenschappelijke toekomst, terwijl we als stad met een schuld van 80 miljard failliet zijn?

Wat ik wel door heb van de Berlijners? Ze stéllen die vragen, publiekelijk en zorgvuldig, ook als ze pijnlijk zijn. Misschien omdat ze er niet onderuit kunnen, maar ze doen het wel.Een voorbeeld: in het Duits Historisch Museum (Zeughaus) is een tentoonstelling ingericht over hoe het mogelijk is geweest dat Hitler steun had van zowel Duitsers. Hoewel voor mij die vraag vrij logisch is, is het hier onderwerp geweest van een flink publiek debat. Hoewel ik de expositie in Wannsee meer antwoorden vond geven dan de expositie in het Zeughaus, laat de discussie over de tentoonstelling zien dat, ten eerste Hitler en de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelig onderwerp zijn, en ten tweede dat de Duitsers, ondanks die pijnlijkheid, de vraag willen beantwoorden.

Misschien denk jij nu ‘Ja, het toch logisch dat ze dat doen? Dat is de enige manier om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.’ Ik zou dat ook zeggen. Maar als ik zie hoe Nederland omgaat met haar eigen verleden, moet ik constateren dat óf Nederland niet logisch nadenkt, óf pijnlijke vragen over het eigen verleden liever verbergt. Want we weten allemaal dat het koloniale verleden van Nederland, de gruwelijk effectieve Jodenvervolging in ons land tijdens de WOII en de late afschaffing van de slavernij – of onze bijdrage aan de ontwikkeling daarvan – niet meer dan voetnoten zijn in de vaderlandse geschiedenis.

Hoe komt het dat een land als Engeland wel met haar voormalige kolonien in een Commonwealth  zit en goede banden onderhoudt met zowel India als Canada? Vergelijk de relatie van Engeland maar eens met het uitgestelde staatsbezoek van Indonesië, de ophef over Desi Bouterse’s verkiezing tot nieuwe president van Suriname, of de anti-Nederlandse houding op de (voormalige) Antillen? Net als Duitsland, heeft ook Engeland haar fouten uit het verleden benoemd en aangepakt. Op die manier kan het signalen herkennen die duiden op mogelijke herhaling, maar vooral meer toekomstmogelijkheden in de internationale relaties ontwikkelen.

Zou het voor Nederland dan te moeilijk zijn om vragen te stellen over het eigen verleden? Want ik ben geneigd te concluderen dat, als een land zijn verleden onder de loep neemt, het lef nodig heeft om pijnlijke vragen te stellen. Lef, en misschien ook wel een oprecht eergevoel. Of zou er een andere reden zijn voor het Nederlandse gebrek aan durf om pijnlijke vragen en antwoorden uitgebreid in de geschiedenisboekjes op te nemen?

Herdenkingsmonument door heel Berlijn (c) Kirsten Vos Indisch 3.0 2010Maar goed. Dit gaat verder. Een jonge Duitser krijgt, als hij een gesprek is met iemand uit een ander land, gemiddeld binnen half uur een vraag over de oorlog, hoorde ik iemand vertellen. Hoort dit? Of moeten we als buitenland op een gegeven moment ophouden met de vinger wijzen? Wat doe je als nakomelingen van degenen die ‘schuldeiser’ zijn? Blijf je het recht houden op verwijt? En, als de beschuldigde de schuld niet erkent, blijf je dan ook de recht en de plicht hebben die schuld te innen? Hebben wij als nakomelingen van de eerste generatie Indische Nederlanders, die schuldeisers zijn van Nederland als ex-koloniale mogendheid, nog het recht om de nakomelingen van de voormalige koloniale heerser ter verantwoording te roepen? Hebben wij het recht om die schuld te laten gaan? En verzaken wij dan als nakomelingen, of kiezen wij simpelweg voor onze toekomst? Mijn vraag is dus: wat is hierin het erfrecht van schuld? En: wanneer houdt het op?

Aan de vooravond van 2011 zijn dit een paar van die vragen die het verblijf in Berlijn bij me losmaakt. Wie weet vind ik in het komende jaar antwoorden.  Jullie, onze lezers, wens ik namens de hele redactie een prachtig nieuw jaar toe, vol met inspirerende antwoorden en prikkelende vragen.

Indonesië, voorbeeld voor Europa?

Democratie, nationale identiteit en multiculturalisme

Door de inmiddels grijze sneeuw haastte ik me naar het NH hotel in Groningen. De Groninger Indonesische studentenvereniging en de Indonesische ambassade hadden daar een paneldebat georganiseerd met het thema Democratie, nationale identiteit en multiculturalisme. De lounge op de 10e etage kon, dankzij het gekeuvel in Bahasa Indonesia op de achtergrond, bijna doorgaan voor een hotel in Jakarta. Op de balustrade maakten enkele verkleumde Indonesiërs in pak foto’s van de Groninger skyline.

Dr. Andang Binawan bepleit dat Indonesie meer is dan een negara bukan2 (niet-seculair en niet-religieus).

Uitgangspunt van de discussie was het Indonesische motto Bhinneka tunggal ika, vaak vertaald als ‘eenheid in verscheidenheid.’ De centrale vraag was eigenlijk of dit Indonesische credo toepasbaar was op de Europese context. Een uniek uitgangspunt: hoe vaak wordt Indonesië als mogelijk voorbeeld gezien voor het Westen? Helaas bleek al snel dat het gestelde thema vaak moest wijken voor algemene visies op multiculturalisme en de noodzaak van een inter-/intra-religieuze dialoog.

De notie van jam karet (tijd is rekbaar) werd in ieder geval zonder moeite naar de toch ook Nederlandse pünktlichkeit getransporteerd. Een uur na de vermeldde aanvangstijd bewogen we ons langzamerhand naar de aangewezen ruimte.

Het publiek bestond uit een delegatie studenten en enkele zeer vooraanstaande afgevaardigden van diverse organisaties in Indonesië. Zo waren aanwezig Pater Dr. Richard Daulay (voormalig secretaris generaal van de Indonesische kerkelijke gemeenschap), Prof. Dr. Philip K. Widjaja (voorzitter van de Boeddhistische raad), Dr. Abdul Mu’ti (senior lecturer aan het staatsinistituut voor Islamitische studies en secretaris van Muhammadiyah), Dr. Fatimah Husein (hoofd van interdisciplinaire Islamitische Studies aan de Gadja Mada universiteit Yogyakarta), Mr. Endy Bayuni (eindredacteur van de Jakarta Post) en Sam Pormes (voormalig Eerste Kamerlid en eerste Nederlandse senator van Molukse afkomst). Kortom: een unieke mix waarin de Belanda’s en Indo’s zwaar ondervertegenwoordigd waren, met één uit iedere categorie (inclusief ondergetekende).

“Diversiteit vieren, geen eenheidsworst.”

Na het welkomstwoord was het tijd voor de eerste paneldiscussie. De sfeer was opperbest en lachsalvo’s volgden elkaar op. “Merdeka” riep er een, “Allāhu Akbar” riep een ander. Mr. Endy Bayuni, de scherpe eindredacteur van de Jakarta Post, legde uit dat Bhinneka tunggal ika eigenlijk altijd foutief vertaald wordt als ‘eenheid in verscheidenheid’. In het Sanskriet wordt het woord Bhinneka (verscheidenheid) duidelijk als eerste genoemd: verscheidenheid zou dus de basis moeten zijn voor eenheid. Diversiteit vieren dus, in plaats van gedwongen assimilatie tot een eenheidsworst.

Een van de hoogtepunten kwam toen dr. Fatimah Husein het woord nam, een serieus ogende vrouw in jilbab die het controversiële onderwerp omtrent de invoering van de sharia in Indonesië aansneed. Zij wees op mogelijke gronden voor discriminatie van niet-moslims en vrouwen en betwijfelde de draagkracht voor de sharia onder de Indonesische bevolking, aangetoond in diverse onderzoeken.

Sam Pormes aan het woord met daarnaast Endy Bayuni, eindredacteur
Sam Pormes aan het woord met daarnaast Endy Bayuni, Jakarta Post

Dit thema kwam in de tweede zitting ook aan bod, toen Bayuni opperde dat de Syariah in 50 regio’s in Indonesië op democratische wijze gekozen was. Hieruit bleek, volgens Bayuni, dat het democratische systeem (en dan met name stemrecht) niet past in de Indonesische context. Hij voegde daaraan toe dat democratie, oftewel het recht van de meerderheid, in Indonesië steevast zou neerkomen op hegemonie voor de moslims in religieuze zin en Javanen in etnische zin. Een slimme student merkte daarover op: ‘ Is democratie dan alleen goed als je de gewenste resultaten krijgt?’

Als laatste kwam oud Eerste Kamerlid Sam Pormes aan het woord. Hij stelde dat multiculturalisme de laatste 10 jaar in Nederland failliet is verklaard. Nederland bevindt zich thans in een morele crisis. Pormes stelde transnationalisme voor als antwoord op het opkomende nationaal populisme. Daarbij is nationaal territorium niet maatgevend, culturen en identiteiten zijn fluïde. Dit is een perspectief dat veel Indisch 3.0 jongeren misschien herkennen. Niet tussen twee culturen zitten, maar een duale identiteit smeden die elementen van beide culturen samenvoegt.

‘ Is democratie dan alleen goed als je de gewenste resultaten krijgt?’

Het was een gemiste kans dat het debat niet dieper inging op het gestelde thema. Toch was het een unicum om dit inter- en intra-religieuze debat mee te maken. Tolerantie, tot op heden een Nederlands paradepaardje, galoppeert er ongehinderd vandoor als we niet kritisch durven kijken naar onszelf, ons politiek stelsel, onze vooroordelen en de ander alleen maar willen zien als de ander. Wat dat betreft kunnen we wat leren van Indonesië. Niet dat er daar geen racisme, onderdrukking en onbegrip is, maar een eilandenrijk met meer dan 13.000 eilanden, 300 talen en culturen na een 350 jarig koloniaal bewind met inmiddels 240 miljoen inwoners bijelkaar houden? Dat is en blijft een uitdaging.

Programma staatsbezoek Indonesië

Nog een paar dagen en dan staat een president van Indonesië voor het eerst sinds 10 jaar weer op Nederlands grondgebied. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte afgelopen woensdag het programma bekend. In tegenstelling tot een eerder bericht is dit staatsbezoek gepland van 6 tot en met 8 oktober (in plaats van 9 oktober) 2010 -uitgerekend in de week dat het nieuwe kabinet wel eens zou kunnen beginnen. Zou de Koningin erover gaan twitteren?

President Yudhoyono. Foto: http://www.telegraph.co.uk

Op uitnodiging van Hare Majesteit de Koningin brengen de president van Indonesië dr. Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote mevrouw Ani Bambang Yudhoyono van woensdag 6 oktober tot en met vrijdag 8 oktober een staatsbezoek aan Nederland.
Zij bezoeken Den Haag, Leiden, Amsterdam en Wageningen. Tijdens het bezoek bouwen Indonesië en Nederland met de ondertekening van een partnerschap verder aan de gemeenschappelijke banden. In de toekomst werken beide landen nog intensiever samen aan onder andere de wederzijdse handelsbetrekkingen en uitwisseling op het gebied van cultuur en onderwijs.

De Koningin ontvangt president Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote op woensdagochtend 6 oktober op Paleis Noordeinde, waar zij hen die avond een staatsbanket aanbiedt. ’s Middags ontmoet de president achtereenvolgens de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de minister-president, mr. dr. J.P. Balkenende. Na de ontvangst door de minister-president in het Torentje vinden delegatiebesprekingen plaats en ondertekenen de minister-president en president Susilo Bambang Yudhoyono een zogenaamde ‘Comprehensive Partnership’. Daarin zijn afspraken vastgelegd tot intensievere samenwerking op een groot aantal beleidsterreinen, zoals buitenlandse politiek, stabiliteit en veiligheid, mensenrechten, duurzame ontwikkeling, economische relaties, en sociale, culturele en onderwijsvraagstukken.

Donderdag 7 oktober leggen de Indonesische president en zijn echtgenote een krans bij het Nationaal Monument op de Dam te Amsterdam. In het stoomgemaal Cruquius wonen ze een bijeenkomst bij over de bescherming tegen hoog water en de nieuwe uitdagingen van de klimaatverandering voor het waterbeheer. Hier zijn ook Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, minister van Verkeer en Waterstaat, ir. C.M.P.S. Eurlings en Deltacommissaris, drs. W.J. Kuijken bij aanwezig. In Den Haag ontmoeten de Prins van Oranje, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, president Susilo Bambang Yudhoyono, de minister-president en minister van Economische Zaken, mw. M.J.A. van der Hoeven, vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven. Aan het einde van de middag brengen de president en zijn vrouw een bezoek aan de Universiteit van Leiden. De president houdt daar een toespraak. ’s Avonds bieden de president en zijn vrouw de Koningin als contraprestatie een diner aan omlijst door een cultureel programma.

Vrijdag 8 oktober brengen de president en zijn echtgenote, in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden en prof. mr. Pieter van Vollenhoven, een bezoek aan Wageningen University & Research centre. Wageningen UR en Indonesië werken samen op verschillende terreinen, waaronder gezondheid, voedselproductie, visserij en biomassa. Het gezelschap laat zich informeren over de laatste ontwikkelingen en maakt afspraken over verdere samenwerkingsmogelijkheden. Ook ontmoeten zij Indonesische studenten.

Bron: Rijksvoorlichtingsdienst / Koninklijk Huis

De Nederlanders voorbij

Foto’s: Natalie Ypma – Tekst: Ed Caffin

Vanaf deze week is er in het Centraal Museum in Utrecht een bijzondere en belangwekkende expositie te zien, genaamd Beyond the Dutch. Volgens de beschrijving biedt de tentoonstelling ‘een vernieuwend inzicht in de invloed van de Nederlandse cultuur op Indonesische beeldende kunst, en andersom’. Naast dat de tentoonstelling een overzicht geeft van ‘1900’ -een tijd van Nederlands beïnvloeding tot ‘nu’: een tijd waarin dat al lang niet meer het geval is, stelt het ook kritische vragen over de blik waarmee naar ‘kunst uit het Oosten’ wordt gekeken.

campagnebeeld Beyond the Dutch flyerIn de koloniale tijd werd de Indische of Indonesische beeldende kunst bepaald door Westerse ideeën. Treffend voorbeeld is het zelfportret van Raden Saleh. Het schilderij zou, afgezien van de onmiskenbare Indonesische trekken in het gezicht van de schilder, niet opvallen tussen Nederlandse doeken uit die tijd. Tekenaar met Indische roots Peter van Dongen nam het als uitgangspunt voor het affiche.

Terwijl in de koloniale tijd vooral een idyllisch Indië werd afgebeeld, werd tijdens de onafhankelijkheidsstrijd beeldende kunst in Indonesië gebruikt als uiting van de revolutie en het verlangen naar vrijheid en bevrijding van de Nederlanders. Schilders als Sudjojono, Agus Djaya en Affandi portretteerden bijvoorbeeld revolutionaire strijders.

P1070415Vanaf de jaren vijftig ontwikkelde zich in de jonge republiek -en dan met name op Java- langzaam maar zeker een eigen karakter in de kunst. Een ‘nationale stijl’ waar president Soekarno een enorme stimulerende rol in had ontwikkelde zich en verwierp de Nederlandse invloed.

In de daaropvolgende Soeharto-tijd was er decennia lang sprake van censuur. Een nieuwe generatie kunstenaars, waaronder Heri Dono, kon zich daar pas na de Reformasi definitief vrij van maken. De nieuw verworven vrijheid van meningsuiting stimuleerde de ontwikkeling van hedendaagse kunstenaars die zich juist op expressie van de eigen persoonlijkheid richten. In het werk staan thema’s centraal als identiteit, globalisatie, religie en moderniteit, maar ook een nieuwe benadering van het koloniale verleden.

P1070354Na het eerste Indonesische deel van vroeger naar nu, bewandelt de kijker in het tweede deel van de expositie de omgekeerde weg, dan vanuit het Nederlandse perspectief. Via door Indonesië geinspireerde werken van een aantal Nederlandse hedendaagse kunstenaars -een aantal met Indische achtergrond- gaat hij weer terug naar de Indische idylle met werken van onder andere Jan Toorop.

Naast deze dubbele historische lijn stelt de tentoonstelling, samengesteld door Meta Knol, echter ook de vraag hoe we precies kijken naar deze werken. In Nederland lijkt nog altijd weinig aandacht voor (moderne) Indonesische beeldende kunst. Er is een te beperkt kunstbegrip waarin weinig tot geen plaats is voor kunst uit niet-Westerse culturen. Wat bijvoorbeeld wel wordt getoond, en dan vooral in Volkenkundige musea, zijn etnografica.

Helaas is dus nog altijd niet afgerekend met de koloniale attitude. Ook niet als het gaat om kunst. De P1070402koloniale blik waarmee naar niet-westerse culturen wordt gekeken is nog niet verdwenen: in een kunsthistorische vorm van oriëntalisme wordt Oosterse kunst gereduceerd tot een slap aftreksel van hoe kunst eigenlijk zou moeten zijn, namelijk zoals Westerse kunst is.

Deze expositie probeert daar nadrukkelijk buiten te treden. Door te kijken naar de Indische/Indonesische kunstgeschiedenis laat het zien op welke manier er wederzijdse beinvloeding is geweest tussen kunstenaars in Nederland en Indonesië en hoe de hedendaagse kunst omgaat met het gemeenschappelijk verleden. Wat echter vooral duidelijk wordt is dat Indonesische kunstenaars “de Nederlanders voorbij” zijn. Al lang.

Beyond the Dutch, Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900 tot nu, Centraal Museum Utrecht, 16 oktober 2009 t/m 10 januari 2010.