Nee? Ken je dat niet?!

question-mark_2.bp.blogspot.com

Niks zo ergerlijk als die ene opmerking, midden in een conversatie over muziek, film, boek of een ander ‘ken je klassiekers’-gevoelig onderwerp: ‘Ken jij dat niet? Nee? Echt niet?’ gevolgd door een opsomming van kenmerken waarbij je volgens de verwachting dan toch zou uitroepen: ‘O, die! Ja natuurlijk ken ik die!’ Meestal roep ik dat niet. En dat schijnt nogal gevoelig te liggen. Blijkbaar tel je niet mee als je die-ene-in-eigen-beheer-verschenen-debuutplaat van die-toen-nog-obscure-maar-nu-baanbrekende-band, niet kent.

Je zou er bijna van gaan liegen en eerlijk gezegd heb ik dat weleens gedaan. Ik weet het, weinig sympathiek maar – dit keer – wel eerlijk. De schaamte om te bekennen dat ik een kennelijk voor iedere muziekliefhebber bekend feitje mis, maakt me zwak. De druk om aan de verwachting te voldoen ‘Jaweeel, die ken je toch!’ wordt me te groot. En eigenlijk wil ik gewoon zo graag een echte muziekliefhebber zijn.

Sommige Indo’s hebben hier ook een handje van. De vader van een vriendinnetje, we waren iets van 16 geloof ik, was me eens aan het uithoren over de Indische keuken. Het was eerder een kruisverhoor: hij riep een gerecht, en verwachtte daar een reactie op.

Ik was nog te groen en naïef om hier een snedig antwoord op te hebben (iets in de trant van: ‘Wat grappig dat je de feiten van mij wil horen – ken je ze zelf niet dan?). Hij was me echt aan het uittesten. Ik was er zelfs nog trots op dat ik veel  gerechten herkende, en dat ik er soms een redelijk goede omschrijving van kon geven. Maar ja, die naam, bij welke smaak hoort dat ook alweer?  En bij de helft van de gerechten moest ik het toch echt af laten weten. Hij was niet onder de indruk. En ik voelde me niet serieus genomen.

De afstraffing was natuurlijk dat ik niet echt Indisch was als ik dat toch niet allemaal kende. Ik zal je vertellen, het meeste van wat ik weet van Indische dingen heb ik op latere leeftijd geleerd. Niet dat ik er niks van mee kreeg thuis, maar het ging met zo’n vanzelfsprekendheid dat ik het niet als kennis meenam in het lange termijn geheugen. Ik kan je wel feilloos zeggen wat ik het lekkerst vind en welke bereiding het meest mijn oma’s kookkunsten benadert, als ik het proef.

Nu weet ik gelukkig beter: niet het kunnen opratelen van de feiten maakt mij Indisch, maar het herkennen van wat er voor mij het meest toe doet. En nu, 10 jaar later, heb ik eindelijk een antwoord paraat:  je moet je wel erg niet-Indisch voelen als je bevestiging zoekt in kookboeken-kennis om zo aan anderen te bewijzen dat je Indisch bent. Als je het daar van moet hebben…

Indontkenning

Verboden in te rijden

Eén jaar. Zo lang heb ik niet tegen mijn (achterachter)neef gepraat. Ik ben een jaar lang in stilzwijgen vervallen nadat hij me in een gesprek over onze Indische achtergrond, dermate op de kast had gejaagd dat ik niet anders kon dan ons goede contact even op pauze te zetten.

Wij zijn hier op Indisch3.0 allemaal erg bewust van of bezig met het Indische in ons. Op de vraag op welke manier het Indische aanwezig is hebben we allemaal verschillende antwoorden, de mate van Indisch bewustzijn varieert, de manier waarop het Indische zich bij ons manifesteert verschilt per persoon. Hier liggen de nuances van het gemeenschappelijk kader: we zijn allemaal (bewuste) Indo’s.

Dat er een hoop Indo’s zijn die zich niet bewust bezig houden met hun Indische achtergrond, of hier überhaupt amper benul van hebben, zal voor niemand nieuws zijn. Ik ben van alle achterkleinkinderen de enige die zich actief bezighoudt met haar Indotiteit. Ik ben samen met mijn twee nichtjes de enige met twee Indische grootouders. Geen van allen zijn ze bewust met het Indische bezig, wel vinden ze het interessant wat ik allemaal doe. Op één achterneef na. Die is er niet ‘gewoon niet mee bezig’, die ontkent het. Maar of die ontkenning voortkomt uit schaamte of onwetendheid..

Vorig jaar ging mijn neef het leger in. We spraken over zijn verwachtingen en ik vertelde over de ervaringen van mijn grootvader in het KNIL. ‘Huh, maar Boet was een blauwe. Hij kan niet in het KNIL hebben gezeten!’ Van verbijstering kon ik even niets uitbrengen. ‘Ja, Boet was een Indonesiër, die stond aan de andere kant,’ ging mijn neef verder. Ik ging van rustig naar furieus in een nanoseconde.. ‘Mijn opa was Indo, geen Indonesiër! We zijn allemaal Blauwen! Mijn oma is even blauw als de jouwe, het zijn zussen! Jij bent slechts één grootouder ‘minder’ Indisch dan ik!’

Witheet van woede stond ik midden op straat in de Utrechtse Binennstad te briesen als een wild paard. Het fenomeen ‘zwart worden voor de ogen’ onderging ik op dat moment aan den lijfe. ‘Indo is geen synoniem voor Indonesiër. Blauwe is een scheldwoord voor Indo, niet voor Indonesiër.’ Mijn neef was het hier niet mee eens. Dat het geen kwestie van meningen maar van feiten was en dat hij z’n eigen geschiedenis betrof, kreeg ik hem niet aan het verstand. Ik stelde voor mijn moeder even te bellen, ‘de feiten checken’. Hij diende van repliek: ‘Als je dat maar uit je hoofd laat! Ik weet zeker dat mijn oma niet wil dat we hier over praten.’ Zijn oma die hem dag daarvoor nog ‘gaaaado-gaaado’ had voorgeschoteld. Dit was geen onwetendheid.. Dit was ontkenning.

Jaren heb ik gewerkt met tweede en derde generatie Turkse en Marokkaanse jongeren. Ik kon me met hen identificeren, ik snapte tegen welke problemen ze aanliepen, begreep hoe ze zich ‘net nergens thuis’ voelden. Net geen Turk of Marokkaan, net geen Nederlander. Wat ik in al die jaren niet ben tegengekomen, zijn jongeren die hun Turkse of Marokkaanse achtergrond ontkennen. Is dit fenomeen van ontkenning iets wat alleen veelvuldig bij Indo’s voorkomt? En komt het voort uit schaamte of ontwetendheid?

Terugblik op Meimaand Indomaand 2010

We zijn er nog van aan het bijkomen: Meimaand Indomaand 2010. Leuk dat de programmering van de Tong-Tong Fair in mei jaarlijks leidt tot een hausse aan Indische producties, maar waarom alles tegelijk? Dan moeten we kiezen en als we iets vervelend vinden, is dat het wel.

De opening van Cinemasia, het theaterstuk Njai Ontosoroh, de boekpresentatie van Griselda Molemans & Armando Ello en de Tong-Tong Fair hebben we gelukkig meegemaakt. Hoogtepunt waren de twee talkshows die we hebben georganiseerd op de Tong-Tong Fair op 21 en 28 mei. Hier vind je een compilatie van die twee dagen, waarop we met een aantal lezers de Pasar afgestruind hebben, de bodem van een Bintang bierflesje hebben leren afslaan en met de Wereldomroep gepraat hebben, die op 1 juni in Nieuwslijn Magazine verslag deed van de talkshow over Rootsreizen.

Het was super. Alleen, het was wel erg rustig op de Tong-Tong Fair. Dit jaar waren er maar 92.000 bezoekers, aanzienlijk minder dan de voorgaande jaren. Volgend jaar beter? Of stapt de Indonesische ambassade volgend jaar definitief in de ruimte die ontstaan is door de naamsverandering van Pasar Malam Besar in TTF?

Reportage

De reportage (vanaf 8′) van Marcel Decraene van de Wereldomroep en het verslag staan op de website van Wereldomroep in NieuwsMagazine.

Foto’s

Fotografie: Ulrike de Wreede, Bas de Meijer, Armando Ello, Kirsten Vos

Video’s

Door Ed Caffin en Patrick Neumann.

Film voor Indotiteit. Wat geef je door van je cultuur?

 

Sharon over rootsreizen

Alicia over rootsreizen

En ondertussen, backstage. Door Kirsten Vos.

Over hoe je de onderkant van een bierflesje eraf slaat met je blote handen…

He? Nog een keer!

Roman doet een poging

Indotiteit – Identiteitscrisis (deel 2)

identiteitMijn verleden is niet meer te veranderen. Hoe graag ik dat ook zou willen. Waarschijnlijk zat ik dan nu niet in een identiteitscrisis. Ik wil echter benadrukken dat ik hiermee niet mijn achtergrond bedoel. Iemand is wie hij is en gelukkig ben ik wie ik ben. Een èchte Indo van vlees en bloed. Wat dat dan ook mag betekenen en ongeacht het percentage Nederlands bloed dat door mijn aderen stroomt. Want zoals lezers terecht opmerkten/vroegen, n.a.v. mijn vorige stuk: Bij hoeveel procent meer of minder gaat Patrick Neumann zich ook Indo voelen? 

Het ligt dus overduidelijk aan mij. Ik heb vaak het gevoel gehad dat ik niet bij de Indische gemeenschap hoor.  Hoe komt dat? Ik ben van mezelf sowieso onzeker, dus dat kan het probleem zijn. Of is het gevoel van er niet bijhoren juist Indisch? Sommigen zullen nu ongetwijfeld afhaken en denken: ,,Neumann, zit niet zo te zeiken!” Voor die mensen heb ik alle begrip, maar ik weiger om mijn schouders op te halen en te doen alsof ik heel goed weet wie ik ben. Dan zou ik mijn afkomst negeren en de Indische gemeenschap waarschijnlijk een kleffe, benauwende kliek vinden die zich naar mijn mening teveel en te vaak aanstelt en bij mezelf denken:  ,,Ik doe toch ook normaal?” Dat zou pas erg zijn. En bovendien getuigen van weinig waardering (i.p.v. respect, zie mijn vorige verhaal) naar mijn familie en in het bijzonder mijn opa en oma. Een leven als Hollander is voor mij dan ook geen optie.  

Ik ben voor veel mensen die mij niet kennen, op het eerste gezicht, simpelweg een allochtoon. Dat weet ik zeker. Het is in het verleden een aantal keer voorgekomen dat ik, bij het betreden van een pizzeria, werd aangesproken in het Italiaans. Eenmaal heb ik een discussie gehad met een Italiaan, omdat deze man er zeker van was dat ik bij zijn volk hoorde. Toen durfde ik nog te zeggen dat ik toch zeker zelf wel wist wie ik was, maar sinds ik ben gevraagd om voor Indisch 3.0 te schrijven weten wij allen wel beter.  

Dat mensen mij soms zien als een Italiaan, Spanjaard of Braziliaan i.p.v. Indo is voor mij nog wel overkomelijk, want het levert soms leuke gesprekken op.  De manier waarop ik word benaderd is daarnaast vaak vriendelijk en onschuldig. Wanneer ik in het dagelijks leven echter word weggezet als Marokkaan of Turk, worden de reacties al een stuk minder aangenaam. Vroeger werd ik als kind af en toe uitscholden voor kankerturk of riep men: ,,Rot op naar je eigen land!” Eén keer ben ik na die laatste opmerking gaan inslaan op de roeper. Ik was twaalf jaar en totaal geen vechter (nog steeds niet), maar ik voelde zoveel onmacht. Ik was toch al in mijn eigen land? 

Dergelijke situaties heb ik ook als volwassene meegemaakt. Twee voorbeelden: Ik liep een keer in Groningen in een winkel met mijn koptelefoon op, maar had de muziek niet aan. Hoor ik achter mij een personeelslid tegen een collega zeggen: ,,Hou jij die Marokkaan met die oordopjes even in gaten?”  En toen ik twee kaalgeschoren mannen in bomberjack liet oversteken, terwijl ik voorrang had, riepen ze: ,,Bedankt hè, Mohammed!” Vooral het cynische toontje was erg naar. Aan de andere kant telt dit voorbeeld niet, want ik was zelf ook aan het generaliseren. In mijn hoofd had ik ze namelijk meteen bestempeld als skinheads.  

Dit alles heeft mij zo gevormd dat ik me nooit een echte Nederlander zal voelen. Mijn (Nederlandse) vrienden maken daar dankbaar gebruik van. ,,Kijk ons eens multiculti zijn met die allochtoon in ons midden…”

Mijzelf Turk of Marokkaan voelen is overigens geen optie. Ik ben opgegroeid met Turkse en Marokkaanse leeftijdgenoten en in hun ogen was ik toch de blanke Nederlander met een getinte huidskleur. Verder hou ik ook teveel van varkensvlees, maar dit terzijde.   

Zoals ik aan het begin al schreef ben ik onzeker. Volgens een psycholoog bestaat de kans er dat ik mezelf die onzekerheid, onhandigheid en faalangst heb aangeleerd. Als dat zo is, kan het dan ook zijn dat ik mezelf vroeger heb wijsgemaakt dat ik niet echt Nederlands ben? Of veel belangrijker: Dat ik niet Indisch ben. Voor alle duidelijkheid: De laatste vier jaar verkeer ik vanwege werkzaamheden steeds vaker in Indische kringen. Daarvoor was dat maar zelden.

In die periode moet ik mezelf hebben aangeleerd dat ik niet bij de Indische gemeenschap hoor. Altijd was er namelijk wel een moment waarop ik iets niet snapte. Een woord of een gerecht. Als ik vroeg naar de betekenis kreeg ik dikwijls te horen: ,,Als je dat niet weet ben je geen echte Indo.” Of: ,,Weet je dat niet? En jij bent Indisch?”  Dit heb ik ook vaak moeten horen: ,,Versta/praat je geen Maleis? Je bent toch Indisch?” Mijn vrouw zei trouwens onlangs dat ik op de laatste vraag had moeten antwoorden dat ik alleen Maleis praat tegen bedienden. Ik weet alleen niet of het een grap is of niet. 

Dat ik me nu realiseer dat ik mezelf heb buitengesloten van de Indische gemeenschap is evenmin grappig te noemen. Toch vind ik het vreemd dat men bij het raden van mijn roots nooit meteen Indisch zegt. Ligt dat nu echt aan mijn uiterlijk òf behoor ik tot een groep die in Nederland wordt gedoogd, maar niet gekend?