Sorry dat ik uw man neerschoot

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

De knulligheid van de Nederlandse excuses

Het is een pakkende campagne van de Rijksoverheid om mensen erop te wijzen dat ze ook in de stad op hun snelheid horen te letten:“Sorry dat ik uw kind omver reed, maar GTST begint zo. [voiceover] Te hard rijden in de bebouwde kom, daar zijn geen excuses voor.” Goed bedacht. Maar: als daar al geen excuses voor zijn, hoe zit dat dan met standrechtelijke executies?

Zuid-Sulawesi
Ambassadeur Tjeerd de Zwaan bood vanochtend in het Erasmushuis in Jakarta namens de Nederlandse regering excuses aan voor alle standrechtelijke executies die Nederland heeft uitgevoerd tussen 1945 en 1949 van Indonesische mannen. Daarnaast krijgen de weduwen van geëxecuteerde mannen uit Zuid-Sulawesi elk een schadevergoeding van 20.000 euro.  Opvallend is dat weduwen van andere slachtoffers kunnen ook een beroep op deze compensatieregeling doen. Nieuwe rechtzaken zijn niet meer nodig. Dit is het resultaat van de schikking die advocaat Liesbeth Zegveld heeft getroffen met de Nederlandse regering.

Verantwoordelijk

Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.
Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.

Met deze excuses, na die voor het bloedbad van Rawagede de tweede die Nederland uitspreekt, geeft Nederland toe dat het verantwoordelijk is voor de ‘excessen’ van Nederlandse militairen in naam van Nederland, tijdens de woelige jaren ’45-’49.  Het zijn echter “geen algemene excuses […] voor bijvoorbeeld de Nederlandse rol bij de politionele acties. Daarvoor blijft […] gelden wat oud-minister Bot ooit heeft gezegd: “Dat Nederland destijds aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond,” verklaarde Premier Rutte eerder.

Geweldig
Persoonlijk vind ik geweldig  dat Nederland verantwoordelijkheid neemt voor wat nog steeds eufemistisch ‘excessen’ heten.  EIN-DE-LIJK. Zeker als je nagaat van hoever deze zaak gekomen is. In 2008 nog ontkende de Nederlandse regering dat de zaak behandeld kon worden; ze was verjaard en “De landsadvocaat laat de nabestaanden wel weten dat de Staat de executies „in hoge mate” betreurt.” (bron) Nu geldt er een compensatieregeling voor alle weduwen van slachtoffers van de standrechtelijke executies. Dat is niet niks.

Zonder de weduwen
Het belangrijkste van excuses in het algemeen is dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn. De weduwen van de slachtoffers uit Zuid-Sulawesi waren er niet bij, enkele van hun familieleden wel. Volgens het verslag van correspondent Michel Maas was het eens sobere bijeenkomst. ‘Er stond een rijtje stoelen, voor wat familieleden, maar voor de rest leek het alsof de ambassadeur zijn excuses in het luchtledige uitsprak,’ aldus Maas. Waarom kies je daar voor?

Krampachtig
De reden dat de ambassadeur niet naar de weduwen toegegaan is, is dat ‘de excuses waren bedoeld voor alle slachtoffers en nabestaanden van standrechtelijke executies,’ aldus een woordvoerder van Buitenlandse zaken. Ik vind dat een behoorlijk krampachtige redenering. Als je excuses aanbiedt, dan wil je toch primair dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn? Bovendien: de manier waarop de Nederlands regering deze excuses heeft aangeboden, ontkracht het gewicht van niet alleen de excuses, maar ook van de regeling die nu geldt voor alle weduwen van Westerling.

‘Excessen’
En sowieso, die arme ambassadeur. Voor de tweede keer moest hij excuses aanbieden voor een Nederlands bloedbad: “Namens de Nederlandse regering bied ik mijn excuses aan voor die excessen,” zei hij vanochtend. Dat woord: excessen, is, net als de term ‘politionele acties’, een handige vinding uit de vorige eeuw voor de Nederlandse oorlogsmisdaden. Het begrip werd in de jaren ’60 geïntroduceerd , toen de Excessennota uitkwam.

Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.
Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.

Gelijke zaken
Waarom heeft premier Rutte dit niet gedaan, die in november in Indonesie is? Navraag bij Buitenlandse zaken geeft me niet meer dan wat al bekend is, dat gelijke zaken gelijk behandeld worden en deze kwestie dus gelijk staan aan de excuses voor Rawagede: “Het kabinet besloot 30 augustus dat gelijke zaken gelijk behandeld zouden worden en dat de ambassadeur 12 september in Jakarta namens de Staat excuses zou aanbieden voor standrechtelijke executies zoals begaan door Nederlandse militairen in het toenmalige Zuid-Celebes en Rawagedeh in de periode 1945-1949.” Wonderlijk, want wat er uit deze rechtszaak gekomen is, is toch niet te vergelijken met de uitkomst van Rawagede? Dat zou je als Nederland toch best mogen benadrukken?

Knullig
Al met al vind ik de knulligheid waarmee deze excuses geuit zijn bijna beschamend. Is dat een bewuste keus geweest, vormgegeven vanuit  een vooropgesteld snood plan? Misschien. Het zou ook gewoon Nederlandse onhandigheid kunnen zijn. Ik kom er niet achter. Maar als er voor ongelukken in de bebouwde kom al geen excuses zijn, had  Nederland dan niet een beetje beter haar best mogen doen als het gaat om excuses voor standrechtelijke executies?

 

Voor wie weten wil hoe je wel goed sorry zegt: http://lifehacking.nl/persoonlijke-ontwikkeling/de-kracht-van-een-goeie-sorry/

"De bloedigste oorlog die Nederland ooit voerde"

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

65 jaar na de eerste politionele actie

Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947.
Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947. Bron: Nationaal Archief.

Vandaag is het 65 jaar geleden dat Nederland in Indonesië de eerste politionele actie startte. Vanavond besteedt de NTR daar op tv aandacht aan, in een reconstructie van 21 juli 1947. Maar hoeveel weten we nou eigenlijk over de Nederlandse daden tijdens die roerige dekolonisatie-periode? Ik spreek erover met Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde (KITLV).

Een politionele actie is een term die duidt op militaire inzet op binnenlands grondgebied. De acties van Nederland mochten namelijk koste wat kost geen oorlog genoemd worden, valt op internet terug te vindenVorige maand pleitten de directeuren van het NIOD, NIMH en KITLV voor een onderzoek naar deze en andere daden van de Nederlandse regering in de voormalige kolonie Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Gert Oostindie, woordvoerder namens de drie instituten, vertelt over de aanleiding voor dit voorstel.

Incidenten
“Die vijf jaren zijn, van de hele periode van Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, de belangrijkste en de bloedigste: ze bevat de geboorte van een natie én de meest bloedige oorlog die Nederland ooit voerde. De laatste tijd zien we een opeenstapeling van aanklachten, zoals Rawagede. En een nieuwe stroom van incidenten is losgebarsten.”

“Dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Distantie
“Wij vonden de tijd gekomen om nu eindelijk eens de balans op te maken. Bovendien lijkt, sinds Ben Bot in 2005 verklaarde dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, een nieuw tijdperk aangebroken van meer distantie. Dat het Nederlands Instituut voor Militaire Historie aan dit onderzoek wil meewerken, vind ik veelzeggend. Zelfs zij vinden het hoog tijd dat er duidelijkheid komt.”

Breed verhaal
“Wat wij willen is een overzicht bieden van de daden van Nederland in Indonesië in de periode 1945 – 1949. We streven naar een breed verhaal, gebaseerd op feiten, zonder daarbij moralistisch te worden. We willen er geen politiek onderzoek van maken, we willen het zover mogelijk weghalen bij de politiek van vandaag. Of politici nu onderscheid kunnen maken tussen ons verleden en het Indonesië van nu? Tja, dat zouden ze wel moeten kunnen. Sterker nog, dit onderzoek kan die scheiding duidelijk maken.”

“We willen het weghalen bij de politiek van vandaag.”

Kamervragen
“Dat dit voorstel zo prominent in het nieuws gekomen is, verraste ons. De pers nam onze argumenten over en was er meestal positief over. Dat ook Cees Fasseur aangaf dat zijn onderzoek (de Excessennota, 2 juni 1969) slechts een begin was dat een vervolg nodig had, sterkte ons in dat voorstel. Tijdens het vragenuurtje op 19 juni jl. heeft de SP de regering om een reactie per brief gevraagd, daarbij gesteund door D66, GroenLinks en PvdA. VVD steunde de vraag ook, al was dat niet om dezelfde reden als de andere partijen.”

Cofinanciering
“En nu? Ja nu is het afwachten op de reactie van het kabinet. Pas als er een reactie ligt, kunnen we ingaan op de argumenten om dit onderzoek wel of niet op te starten. Je hebt gelijk, natuurlijk, we hebben daar feitelijk geen opdracht voor nodig van de regering. We hebben de bevoegdheid zelf onderzoeken te starten, we willen daar ook zeker eigen middelen voor vrijmaken. Alleen, wil je het echt zo grondig aanpakken als wij van plan zijn, dan hebben we daar cofinanciering voor nodig.”

“Dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand.”

Indonesië
“Nee, dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand dat ontstaan is na het interview in de Volkskrant. We hebben goede contacten met Indonesische onderzoekers, die zijn bereid met ons samen te werken hieraan. Want eigenlijk is het vreemd dat er nooit eerder gezamenlijk onderzoek gedaan is. Overigens, in Indonesië vinden ze ook dat ze te weinig kritisch naar deze periode hebben gekeken. Maar voor de duidelijkheid: onze insteek blijft om een overzicht te maken van het optreden van Nederland. Want zodra we overzicht hebben, weten we ook wat we niet weten. De kritiek dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Gert Oostindie. Foto: KITLV.
Gert Oostindie. Foto: Ron Stam.

Oostindie
“Of ik persoonlijk een band heb met Indië? Vanwege mijn achternaam zeker? Die vraag krijg ik vaker. Ik zou een spannend verhaal kunnen ophangen, in VOC-archieven vond ik een Hendrik Oostindie, maar dat is waarschijnlijk geen voorvader. Ik ben, na me vooral in de geschiedenis van Latijns-Amerika en de Caraiben te hebben verdiept, in 2000 directeur geworden van het KITLV. Ik heb in het afgelopen decennium veel geleerd over Indië en Indonesië. Inmiddels ben ik behoorlijk thuis in Indische en Indonesische kringen, maar daar heeft mijn achternaam niets mee te maken.”

Wat vind jij eigenlijk van het voorstel van deze drie onderzoeksinstituten? Djempol of sudah, al? Waarom? 

Sorry, there are no polls available at the moment.

Over de eerste politionele actie (21 juli – 5 augustus 1947) kan je vanavond een reconstructie zien in het tv-programma ‘Nederland valt aan’. Nederland 2, 20.50 – 21.50 uur. 

Het einde van Rawagede

Na jaren procederen kregen zeven weduwen uit Rawagede afgelopen september eindelijk goed nieuws: de Haagse rechtbank stelt de Nederlandse staat aansprakelijk voor de dood van hun mannen in 1947. Er moet een schadevergoeding worden betaald. Ook komen er, precies 64 jaar na dato, officiële excuses voor de massamoord in het Javaanse dorp. Het verhaal Rawagede lijkt daarmee eindelijk ten einde. Een einde waarmee een bloedrode schandvlek in de geschiedenis is opgedroogd.

Vandaag, tijdens de jaarlijkse herdenking van de executie in Balongsari, zoals Rawagede al jaren heet, zal de Nederlandse ambassadeur de excuses overbrengen in een speech bij het monument ter nagedachtenis aan de honderden slachtoffers. Met zorgvuldig gekozen en gewogen woorden. Woorden met veel betekenis, vooral voor de handvol toehoorders in het publiek die het drama zelf meemaakten. Oude mensen nu.

Met deze excuses kan het boek voor hen eindelijk dicht. Daar hadden ze al heel lang behoefte aan. Een schadevergoeding hoefde niet per se, hoewel dat de laatste jaren van hun leven ongetwijfeld wat aangenamer zal maken. Waar zij vooral al heel lang behoefte aan hebben, is excuses en verzoening. Daar moesten ze zelf voor strijden, want vanuit Nederland kwam al die tijd geen bericht.

En dat is helaas geen nieuws, want als het om zwarte passages uit het eigen verleden gaat, houdt Nederland immers altijd de boot af. Toen de nabestaanden vorig jaar met steun van het Comité Nederlandse Ereschulden naar de Nederlandse rechter stapten, verweerde de Nederlandse Staat zich door de misdaden verjaard te verklaren. Volgens de landsadvocaat was er daarom geen aansprakelijkheid mogelijk. Punt.

Nu de Haagse rechter anders heeft besloten en de claim op verjaring onredelijk acht, gloort er eindelijk hoop op enige genoegdoening. Hoewel er vandaag excuses worden uitgesproken, is in juridische zin de erkenning van verantwoordelijkheid pas definitief als Nederland niet in hoger beroep gaat. Laten we hopen dat dat inderdaad niet gebeurt, daarmee zou de polderhypocrisie het kookpunt immers overstijgen.

Dat Nederland zijn ereschulden pas inlost als comités of nabestaanden naar de rechter stappen, geeft te denken. Te lang bleef erkenning van misdaden, fouten en nalatigheden uit, vooral als het om het koloniale verleden gaat. Desondanks zal de gemeenschap van Balongsari de excuses van vandaag accepteren. Maar het heeft te lang geduurd. Bijna langer dan een mensenleven.

Voor Pak Saih Bin Sakam, de enige overlevende van de massamoord komen ze in ieder geval te laat. Hij overleed begin dit jaar op 88-jarige leeftijd in het dorp waar hij zijn leven lang woonde. Precies drie jaar geleden ontmoette ik hem op de plek waar ooit zijn leven opnieuw begon. Hij stond tegenover me, omringd door kinderen en lachte. Nooit zal ik vergeten hoe hij sprak, zonder wrok en met een aanstekelijk optimisme. Volgens hem zou deze dag ooit komen. Hij had gelijk. Eindelijk dan. Eindelijk is het zover.

Toppunt polderhypocrisie: “Rawagede verjaard”

Als het om het verleden gaat, blijkt eens te meer dat Nederland met twee maten meet. De landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigt in de zaak Rawagede, wijst aansprakelijkheid voor de massamoord die het Nederlandse leger in 1947 in het Indonesische dorp beging namelijk van de hand.

Wat Nederland bij monde van de landsadvocaat wel erkent is dat de executies, die tot nu toe altijd als “excessen” werden aangemerkt, oorlogsmisdrijven zijn. Maar die misdrijven zijn inmiddels, 63 jaar later, verjaard, aldus de advocaat, en dus kan de Nederlandse staat niet aansprakelijk worden gesteld. En dat is dat.

Verjaard? Hoezo verjaard? Zeggen we dat ook over misdaden gepleegd in de Tweede Wereldoorlog? En: er zijn nota bene nog enkele overlevenden en velen nabestaanden. Sommige van hen zijn misschien bejaard, maar zeker niet verjaard.

Het met droge ogen beweren dat het zonder proces executeren van honderden onschuldige mannen kan verjaren, lijkt het toppunt van polderhypocrisie. Zeker voor een land dat het moraal (om over normen en waarden maar te zwijgen) hoog in het vaandel heeft staan en thuis is voor het Internationaal Gerechtshof.

Terwijl Nederland vooraan staat wanneer het gaat om het terechtwijzen van schendingen van mensenrechten door andere landen of om het vervolgen van personen voor internationale oorlogsmisdaden, heeft het de grootste moeite dit te doen met eigen ‘misstappen’.Eens te meer blinkt Nederland uit in ‘wel het vingertje wijzen maar zelf de andere kant opkijken’. Nederland weigert (nog altijd) goed in de spiegel te kijken en boete te doen voor misdaden die zijn gepleegd in de eigen (koloniale) geschiedenis.

De wrange verklaring van de landsadvocaat dat de bejaarde nabestaanden van Rawagede in Indonesië inmiddels moet hebben bereikt luidt zo ongeveer: “Sorry hoor, het was inderdaad fout dat we honderden onschuldige mannen zonder proces hebben geëxecuteerd, maar het is nu eenmaal te lang geleden en we zijn er niet meer verantwoordelijk voor.” Voor een aantal van hen kwam zelfs dat antwoord te laat. Zij stierven in de anderhalf jaar dat het proces nu al duurt – misschien maar goed dat ze het antwoord niet hoefden te horen.

Strijdbaar en op zoek naar gerechtigheid, zet de groep overgebleven nabestaanden door. De advocaat van de nabestaanden hoopt dat de rechter voor het einde van dit jaar met een gunstige uitspraak komt. Zouden onze polderende hypocrieten dan wel in de spiegel durven kijken?

De lach van Sa’ih

Het derde verhaal uit Indonesië gaat over de behoefte aan erkenning, excuses en compensatie van tien Indonesiërs, en in het bijzonder Pak (vader/meneer) Sa’ih, die de Nederlandse staat aanklaagden voor de moord op hun dierbaren en andere bewoners van het toenmalige Rawagede door het Nederlandse leger op 9 december 1947.

Ter verantwoording: Het verhaal als geheel is gebaseerd op verschillende aangehaalde artikelen, gesprekken met betrokkenen (waaronder Pak Sa’ih) en mijn ervaringen in het dorp, dat ik in oktober bezocht.

Indonesië, december 2008

door Ed Caffin

Vandaag wordt in Balongsari, West-Java, de massamoord herdacht die het Nederlandse leger hier precies 61 jaar geleden beging. Als het goed is, is de Nederlandse ambassadeur in Indonesië aanwezig bij die herdenking. Misschien staan ze wel naast elkaar; ambassadeur Nikolaos van Dam en Pak Sa’ih Bin Sakam, de enige overlevende van de slachting, beiden stilzwijgend kijkend naar het grote, sobere monument. Erachter, net zichtbaar vanaf de weg, liggen de graven van de honderden onschuldige mannen die werden doodgeschoten.

Op 9 december 1947 was het leger op zoek naar een Indonesische vrijheidsstrijder die zich de dag ervoor nog schuilhield in het dorp, dat toen Rawagede heette, en toen ze hem niet konden vinden executeerden zij vervolgens meedogenloos de meeste mannen en jongens uit het dorp, in totaal meer dan 400. Velen van hen waren jong, zoals Sa’ih, tieners en twintigers nog. Hij, nu 87 jaar, overleefde het bloedbad door puur geluk: de kogels misten zijn vitale organen en terwijl hij zich stilhield tussen de lijken, verdwenen de soldaten langzaam uit het dorp.

Sa’ih zit elke dag op een stenen bankje voor het monument, zijn ogen glinsterend vanonder zijn zwarte, vilten hoed. Een glimlach siert zijn oude gezicht. Vandaag is hij vast en zeker prominent aanwezig bij de herdenking rond het monument. Ik vraag me af of hij weet heeft van het politieke gesteggel in Nederland met als uitkomst dat dit jaar de ambassadeur bij de herdenking aanwezig is. Zelf had hij het liefst gezien dat de soldaten van toen waren terugkomen om samen te herdenken. Verlangend naar verzoening had hij dat, samen met de andere nabestaanden, gevraagd. De Nederlanders zijn namelijk meer dan welkom hier.

Ik vraag me ook af of hij weet dat de “kwestie Rawagede” in Nederland jarenlang werd verzwegen, ontkend en gebagatelliseerd, totdat in augustus van dit jaar een groep nabestaanden, waaronder hijzelf, de Nederlandse staat aanklaagden. Zou hij weten dat een aantal politici vindt dat Nederland geen excuses moet maken omdat het immers “al zo lang geleden is”? En zou hij het veelgebruikte argument begrijpen dat als hiervoor excuses worden aangeboden “er dan wel meer gebeurtenissen zijn waar excuses voor kunnen worden gemaakt?”

Pak Sa'ih te midden van kinderen in het dorp
Pak Sa'ih te midden van kinderen in het dorp

In het dorp is de Nederlandse discussie in elk geval geen issue. Er zijn hier, zoals eerder al helder verwoord in een recent artikel van NRC-correspondent Elske Schouten over de kwestie Rawagede, genoeg andere zorgen. Er is niet veel perspectief; de meeste mensen leven eenvoudig en hebben weinig geld. Veel jongeren uit het dorp maken lange dagen in een nabij gelegen fabriek of zijn jaren van huis om in het Midden-Oosten te werken. Van het daar verdiende geld wordt hier een huis gebouwd en gezorgd voor de ouderen.

Toch kwam voor de groep nabestaanden, die allen hoogbejaard zijn, deze zomer het moment dat zij een zaak wilden maken, daarbij aangemoedigd door de stichting Rawagede, die zich onder leiding van voorzitter Sukarman inzet voor het behoud van de herinnering aan de tragedie. Geholpen door het Comité Nederlandse Ereschulden, en juridische kennis uit Nederland stellen ze in de aanklacht de Nederlandse staat aansprakelijk voor de moorden en eisen zij excuses, erkenning en een schadevegoeding.

Het is voor het eerst dat Nederland aansprakelijk wordt gesteld voor misdaden gepleegd tijdens de jaren van strijd tot aan de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Ook de Republiek Indonesië heeft de Nederland staat namelijk nooit aangeklaagd: ook hier zijn de gebeurtenissen uit die tijd lang verzwegen of ontkend.

Onder meer het NRC publiceerde sinds augustus verschillende artikelen over de kwestie, zoals dat van Elske Schouten. In een column gaat haar collega Frank Vermeulen in op de uitlatingen van VVD-er van Baalen, aanvoerder van het “geen excuses want te lang geleden – kamp”. Het artikel gaat verder in op de (op dat moment nog aanstaande) Nederlandse parlementaire delegatie die in oktober in Indonesië was, het dorp te bezoeken. Vermeulen vraagt zich af of Nederland uiteindelijk toch het goede zou doen, namelijk praten met de nabestaanden en excuses maken?

Het loopt anders. De delegatie besluit niet af te reizen naar het dorp. Uiteindelijk spreken drie parlementariërs alsnog met een aantal nabestaanden, waaronder Sa’ih, in een hotel in Jakarta. Een van de drie, Harry van Bommel, krijgt van van hen het verzoek om Nederlandse militairen naar de eerstvolgende herdenking te sturen zodat zij hen, 61 jaar na dato, vergeving kunnen schenken. Resultaat: op 18 november stemt de kamer in met het voorstel van van Bommel om de ambassadeur te sturen. Van Bommel roept veteranen op om zelf naar de herdenking te gaan.

De stichting Rawagede verwacht vandaag echter geen veteranen, en dus zullen Sa’ih en de anderen vandaag, ondanks hun wens, genoegen moeten nemen met de aanwezigheid van de Nederlandse ambassadeur. Erkenning en excuses komen er voorlopig ook niet, en bovendien verklaarde de landsadvocaat van Nederlandse staat, op 24 november jongstleden, de financiële claim verjaard. Eens te meer blijkt er een te grote afstand tussen wens en realiteit.

Morgen, dan zit Sa’ih gewoon weer op zijn bank en lacht hij van onder zijn zwarte, vilten hoed. De herinnering aan de tragedie heeft van hem geen bittere oude man gemaakt. Aan het einde van zijn leven verlangt hij, zo stel ik me voor, alleen nog naar verzoening. Want, daar ben ik van overtuigd; Sa’ih hoeft niet meer te leren vergeven. Zijn lach verklapt dat er geen wrok heerst in zijn hart. Hij vraagt slechts om excuses, om ze te kunnen accepteren.

Op de website van het Comité Nederlandse Ereschulden (voorzitter Batara Huta Galung), die streeft naar verzoening tussen Nederland en Indonesië, zijn artikelen verzameld over de kwestie: http://indonesiadutch.blogspot.com