“Mijn moeder kookt veel beter”

Indischeten“Ik ga eigenlijk nooit uit eten in een Indisch restaurant, mijn moeder kookt veel beter.” Ik heb dat vaak genoeg gezegd, als mensen vroegen of ik ze aan goed Indisch restaurant in Den Haag kon helpen. En ook in mijn eigen Indische kennissenkring doen mensen dat vrijwel nooit. Zo kwam het dat ik onlangs via een Nederlandse collega bij een goed Indisch restaurant in Amsterdam terecht kwam, terwijl ik genoeg Indo’s in de omgeving van Amsterdam ken. Waarom kennen wij die plekken  zelf niet?

Als ik kijk naar de klassieke Indische restaurants in Den Haag, Garoeda en Poentjak, dan zie ik daar vooral Nederlanders zitten. Indo’s komen er nauwelijks. In eerste instantie dacht ik deze houding typisch was voor migranten. Gerechten zijn vaak aangepast aan de lokale smaak, waardoor kenners van de authentieke keuken liever bij ‘la mama’ gaan eten dan bij Luigi’s pizzeria. Want zeg nou zelf, hoeveel Italianen gaan er naar een gemiddeld Italiaans restaurant in Nederland? En in Bazar zie ik ook alleen maar mensen zitten die niet uit het middenoosten komen.

Totdat ik me realiseerde dat Chinezen wel degelijk en masse naar Chinese restaurants gaan. Hele families schuiven aan aan de ronde tafels met in het midden van die, tja hoe heten die dingen, draaibare plateaus waar het eten op komt te staan, zodat iedereen kan opscheppen zonder dat de schaaltjes de tafel over hoeven. Zijn Chinezen de uitzondering en eten migranten doorgaans niet in restaurants met hun eigen keuken?

Er ís wel een Italiaans restaurant in Den Haag waar Italianen komen, maar dat is behoorlijk aan de prijs. Zou dat het dan zijn, geld? Het restaurant in Amsterdam, Blauw, was wel prijzig. Wil je voor een habbekrats Indisch eten, dan kan je beter langs de toko of warung gaan. De TL-buizen sfeer moet je dan maar voor lief nemen. Hebben wij niet veel geld over voor Indisch eten, omdat we het zelf ook kunnen maken, en onze moeder nog veel beter?

Het zou ook kunnen dat je eigen eten in een restaurant eten, niet echt ‘uit eten gaan’ is. Ik herinner me dat ik lang geleden een Indisch vriendinnetje een keer voorstelde om sateh te gaan eten bij Istana in de Wagenstraat in Den Haag. Haar reactie: “Als ik uit eten ga, wil ik iets anders eten. Indisch krijg ik thuis al.”

Nou viel het me in Blauw wel op dat daar redelijk wat jongere Indo’s zaten met Nederlandse tafelgenoten. Mischien eten jongere Indo’s wel minder Indisch thuis, waardoor uit eten gaan in een Indisch restaurant voor die generatie steeds populairder wordt. En misschien zorgt de jongere generatie zo wel voor een nieuwe impuls aan Indische restaurants in Nederland.

Wat doen jullie? Gaan jullie wel uit eten in restaurants, kiezen jullie voor toko’s of toch liever de eigen keuken? En waarom dan?

De digitale rijsttafel

Amsterdam, 28 april 2009

door Ed Caffin

Als er goede vrienden komen eten doe ik graag wat beter mijn best. Ik probeer dan wel eens iets écht Indisch op tafel te zetten. Als je geen keukenprins bent is dat best een opgave, alleen een perfecte voorbereiding en hard zwoegen leveren dan het juiste resultaat op.

De voorbereiding begint al aan het eind van de ochtend, of –mijn oma zou trots zijn- de dag ervoor. Die dag struin ik dan als een padvinder, met een knapzak op mijn rug en de kookinstructies uit haar oude kookboek in mijn hand door buurtsupermarkten en toko’s op zoek naar de juiste ingrediënten.

De laatste tijd valt het me daarbij op dat het vinden van die ingrediënten een stuk moeilijker is geworden. Waardeloos is dat… Er is niets vervelender dan een Indische maaltijd bereiden terwijl je een ingrediënt mist. Zo’n ingrediënt waarvan je weet dat hij eigenlijk echt niet mag ontbreken. Zo’n dag eindigt dan ook steeds vaker met frustratie, een bezweet t-shirt en een net niet helemaal afgestreept boodschappenlijstje.

Echt goede trassi bijvoorbeeld schijnt bijvoorbeeld al maanden niet meer te krijgen in Nederland. En de échte ve-tsin, heb ik me laten vertellen, is zelfs jaren geleden al verdwenen. Dat is slecht nieuws voor liefhebbers van de (authentieke) Indische keuken, waarmee het volgens mij al langer niet zo goed gaat. Indisch eten in Amsterdam bijvoorbeeld, is eigenlijk gewoon Indonesisch eten geworden. Meer en meer echte Indische restaurants lijken te verdwijnen waardoor er straks alleen maar Indonesische restaurants zijn. Heerlijk hoor, maar door de Europese invloeden is de Indische keuken toch net iets anders.

In Indonesië hebben ze bijvoorbeeld geen pastei of typisch Indische saucijzen. Tenminste, ik heb ze daar nooit gezien. Aardappelkroketten ook niet trouwens. En een rijsttafel staat daar soms wel op het menu, maar dan vaak net iets anders, en ook net anders gespeld. Rijstafel. Subtiele verschillen ik weet het, maar toch.

dsc09260_web

Een andere zorgwekkende ontwikkeling is dat Conimex langzaam andere merken, zoals Sari Rasa en Koningsvogel, verdringt van de supermarktschappen bij mij in de buurt. Het Nederlandse Conimex gebruik je natuurlijk niet voor het bereiden van de echte Indische gerechten. Toch wel jammer. Straks moet je namelijk, als je echt Indisch wil eten, wat aardappels naast je Indonesische gerechten bestellen weetjewel, of ergens een patatje sateh halen. Misschien wat rijst bij je gehaktbal? Ik moet er niet aan denken.

Sinds kort gloort er dankzij het internet echter weer nieuwe hoop voor de liefhebber! Steeds meer (jonge) indo’s beginnen de oude recepten van hun oma’s en overgrootoma’s te digitaliseren. Op verschillende plekken op internet, zoals de Indisch eten Hyves of Roys Indo recepten-pagina kun je een fantastische collectie vinden van talloze Indische kookkunsten. Heerlijk. Daar lopen de termen Indonesisch en Indisch ook door elkaar, maar het doel heiligt de middelen.

Inmiddels ben ik ook maar begonnen met het uittikken van de heerlijke, in prachtig handschrift uitgeschreven recepten van mijn Oma. Voor de zekerheid. En natuurlijk voor het nageslacht. Ik moet alleen nog wel een oplossing vinden voor de onmisbare ingrediënten die niet meer te vinden zijn. Apenhaar bijvoorbeeld… Weet iemand waar je dat nog kunt krijgen?