3.0 in de Media: Priscilla Obermeier

‘Ik zie het ontwerpproces als storytelling.’

De in Jakarta geboren Priscilla Obermeier (33) is, toen zij zes weken oud was, geadopteerd door een Nederlandse vader en een Indische moeder. Ze groeide op met zowel Indische als Nederlandse gebruiken, naar eigen zeggen: ‘een beetje zuurkool met sambal’. Sinds vorig jaar woont Priscilla in Berlijn en houdt zij, naast haar eigen blog By Priscilla Obermeier, een fashionblog bij voor ELLE Nederland: Een koffer in Berlijn. Ook is Priscilla druk bezig met de ontwikkeling van haar eigen modelabel. Ik ben nieuwsgierig naar deze veelzijdige dame in één van mijn meest favoriete steden.

‘Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’
Foto © Priscilla Obermeier

Priscilla, hoe was het als geadopteerd Indonesisch meisje in een Indische familie?
Priscilla: ‘Mijn adoptie is altijd een open boek geweest. Ik was vier toen mijn ouders mij vertelden dat ik uit de buik van een andere mevrouw kwam. Ik vond dat prima, maar de vraag wie mijn biologische ouders waren is blijven hangen. Het Indische in mijn jeugd, het eten, de Wayang Kulit, de Kris, Maleise woordjes, geloven in geesten en alternatieve geneeswijzen strookte niet altijd met de Nederlandse nuchterheid, de gehaktbal met aardappels en andijvie, en zonder afspraak geen eten. Bij ons thuis was er altijd plek voor iemand aan de eettafel. Eten was gezelligheid, een gebaar dat je om iemand gaf. Ik kan me nog goed herinneren dat ik onze familie in Amerika bezocht en mijn moeder zes potten sambal in mijn beautycase stopte: ‘Zo. Dat is voor je tante.’ Daar stond ik dan bij de Amerikaanse customs met een ‘nee, ik heb niets aan te geven’ gezicht. Dat was mijn moeder. Aduh, niet zeuren, doen.’

Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw.

Hoe ben je in de fashionwereld van Berlijn terecht gekomen?
‘Al sinds ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in kleding en accessoires. Expressie via creativiteit was ook aan de orde van de dag binnen ons gezin. Toen ik op de middelbare school zat begon ik met het ontwerpen van mijn eigen kleding en wist ik dat ik ‘iets met mode’ wilde. Aan de andere kant was ik ook erg geïnteresseerd in schrijven, geschiedenis, talen, de maatschappij en de zakelijke kant van de wereld om me heen. Ik koos uiteindelijk, ook vanuit een stukje onzekerheid, Rechten. De studie heb ik nooit afgemaakt. Wel kwam ik aan de zakelijke kant van de modewereld terecht, en rolde van daaruit in de modejournalistiek. Het avontuur riep en vlak na de geboorte van ons zoontje Indy, verhuisden we naar Los Angeles. Hier dook ik in de wereld van branded entertainment, het integreren van een merk in de verhaallijn van een televisieserie of film. Maar in Los Angeles mistten mijn man, Markus en ik een echt stadsleven. Na bijna twee jaar reisden we terug naar Europa en bleven hangen in Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’

‘De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders.’  
Foto © Priscilla Obermeier

Waar haal je je inspiratie voor je blogs en ontwerpen vandaan?
‘Los Angeles en Berlijn hebben me een reeks praktijklessen in het leven gegeven. Mijn eigen Eat, Pray, Love. Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw. Mijn blog By Priscilla Obermeier riep ik in het leven als een mogelijkheid om mijn belevenissen, kijk op de internationale modewereld en het leven in de stad te documenteren. Eenmaal in Berlijn benaderde ik ELLE Nederland om voor hen te schrijven. Dit bleek een match. Elke week schrijf ik voor mijn eigen blog op ELLE.nl over de Berlijnse modewereld. Mijn inspiratie voor een blog begint vaak met een gedachte over iets wat ik tegenkom op straat, in een boekenwinkel, op de catwalk, of in mijn eigen kast. Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot van Indonesië naar Nederland in de jaren vijftig. De ketting en haar geschiedenis blijven inspireren. Hetzelfde geldt voor mijn modelabel. Ik wil dat mijn kleding mensen doet omdraaien, niet zozeer om de kleding, maar om de vrouw in die kleding. Ik zie het ontwerpproces als storytelling, een verhaal waarin oude tradities samengaan met commercie. Die interesse in oude tradities, kunstgeschiedenis en mijn storytelling-skills komen mogelijk voort uit mijn Indische achtergrond. Verhalen maken deel uit van de Indische cultuur en zijn verworden tot tradities die je terug kunt vinden in dans, theater, poppenspel en motieven in batik.’

Ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet.

Speelt het Indische ook een rol binnen je eigen gezin?
‘Binnen mijn eigen gezin komt de Indische achtergrond het meest naar voren in de keuken, we houden alle drie van Indisch eten! Voor mijn moeder waren geesten en alternatieve geneeswijzen doodnormaal, voor mij ook. Ik sta open voor nieuwe ideeën en invloeden, voor bovennatuurlijk, voor vreemd, maar ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet. Dat is wat ik Indy ook wil meegeven. De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders. Hij heeft enkele fysieke kenmerken en karaktertrekken die niet in zijn ouders, of Markus’ familie terug te vinden zijn. Ik kan niet anders dan me afvragen of hij iets weg heeft van mijn Indonesische ouders. Ik hoop ooit meer over hen te weten te komen en over hun motivatie achter de adoptie. Het is nu alsof je een boek leest waar de ‘er was eens…’ ontbreekt.’

‘Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot naar Nederland.’
Foto © Priscilla Obermeier

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Media die graag mee zou willen werken aan een interview voor Indisch 3.0? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

"Gemengdheid verwerk ik in mijn werk" – Hadassah Emmerich

Hadassah Emmerich -"Highlights", 2008, gemengde techniek op papier, 137 x 190cm (foto Peter Rosemann)

Onzichtbare verbindingen

[box type=”shadow”]“Ben je bijzonder als je uit meerdere culturen komt?” Indische kunstenares Hadassah Emmerich (Heerlen, 1974) is voor mij de eerste hedendaagse artieste die het thema ‘exotisch zijn’ kritisch, respectvol en eigentijds benadert. Ik kan me nog de eerste keer herinneren dat ik werk van haar zag. Eindelijk was er kunst die direct dat in beeld bracht waar ik mee rondliep: wat is Indisch, wat is Indisch aan mij, en wie bepaalt dat: ik, of degene die mij meemaakt?”[/box]

Hadassah en Ileana
Hadassah en dochter Ileana

Inmiddels weet ik dat deze derde generatie Indo ook in haar eigen leven in en met meerdere culturen leeft. In een sneeuwwit Berlijn ontmoet ik namelijk niet alleen Hadassah (Indische vader, Duitse moeder), maar ook haar Roemeense partner Catalin en Ileana, hun – in Duitsland geboren – dochter. Vader en dochter gaan buiten een frisse neus halen, terwijl ik Hadassah interview in Galerie Invaliden 1, gelegen op de grens van de voormalig oost-Berlijnse wijken Mitte en Prenzlauerberg.

“Na de scheiding van mijn ouders vertrok mijn vader. Ik was toen zes jaar. Daarmee vertrok ook het Indische uit mijn leven, het Indische werd mysterieus. Mijn moeder spoorde me aan er wel wat mee te doen. Ze nam me mee naar pasar malams, waar ik een hawaiian dans groep zag. Ik werd lid en danste er tien jaar in. Ik ben toen in een rol gegaan en dat was erg leuk: via een rol maakte ik contact met ‘het Indische’. Ja, ik heb nog contact met mijn vader. Voor hem leken Indië en Indonesië een afgesloten hoofdstuk te zijn. In 2006 ging ik voor de tweede keer naar Indonesië. Ik belde mijn vader regelmatig en vertelde hem over mijn avonturen daar. Ik weet niet wat het bij hem van binnen deed, dat ik daar was. Zelf wil hij niet meer. Indonesië heeft vreemde vormen aangenomen in zijn hoofd, hij fantaseert erover, het land is een oord van projectie geworden.”

“Mijn eerste keer in Indonesië was anders. Toen was ik 20 jaar. Ik ging erheen met veel vragen. Wat had ik nog met dat land, was wat ik voelde sentiment, verheerlijking, of had ik er zelf nog wat mee? Ik leefde bij een gastgezin.Ik voelde me lid van de familie, ik had hun nichtje kunnen zijn. Ik hoorde erbij. Tien jaar later was ik 30 jaar en een toerist, een buitenstaander. Ik kon het maar moeilijk accepteren dat ik voor Indonesiërs gewoon een Nederlander was. ‘Zien jullie dan niet dat ik hier ook hoor?’ Maar ja, je moet natuurlijk niet denken dat het op je voorhoofd geschreven staat. Of dat je iemand anders nodig hebt om te voelen dat een land bij je hoort. En: was ik dan bijzonderder omdat je uit twee culturen komt, rijker, heb je meer substantie? Ik realiseerde me dat ik wilde dat die vragen ingevuld werden, terwijl de antwoorden mijn eigen projecties waren.”

Hadassah Emmerich -"Glow", 2007, gemengde techniek op papier, 130 x 110cm (foto Peter Rosemann) Hadassah Emmerich -"Abdul Aziz (painter of the Mona Lisa of Bali)", 2007, gemengde techniek op papier, 110 x 112 cm (foto archief galerie SchauOrt, Christiane Büntgen) Hadassah Emmerich - Tentoonstellingsaanzicht van de expositie "Be(com)ing Dutch" in het Van Abbemuseum, Eindhoven, installatie met muurschildering en werken op papier, 2008 (foto Peter Cox)

“Mijn werk als kunstenares begon heel intuïtief. Ik werkte puur vanuit mijn gevoel, ik wilde mijn eigen onopgeloste thema’s benoemen. En ik kwam ook wel bij vragen aan, maar ik wilde meer, ik wilde op zoek naar de diepere betekenis. Inmiddels gaat mijn werk niet meer over mij, maar over universele thema’s; identiteit, exotisme, verheerlijking, het sentiment en het spannende. De verandering kwam na mijn masteropleiding Fine Arts in Londen. Daar leerde ik  conceptueel te denken over mijn werk. Eerst nadenken over mijn onderwerp, daarna pas beginnen, zodat ik wel bij die diepere betekenis kon komen. Door te leren praten over mijn werk, naar kunst van anderen te kijken en bewust te benoemen wat je ziet, is het me gelukt een bepaalde intensiteit te creëren. Door afstand te creëren tot mijn eigen thematiek, kon ik gaan benoemen.”

“Gemengdheid verwerk ik nu in en met mijn werk. In een werk, want het object laat de gemengdheid zien. Met mijn werk, want ik maak nooit alleen maar één plaatje voor aan de muur. Ik exposeer niet één doek of object, maar meerdere tegelijk. Die zijn als het ware met onzichtbare lijnen met elkaar verbonden. Ik zie mezelf steeds meer als bruggenbouwer tussen werelden, en mijn werk maakt die werelden voelbaar.”

Hadassah leeft sinds 2006 in Berlijn. Een deel van haar werk komt weer naar Nederland: het is vanaf 10 februari a.s. in RAiR, Rotterdam te zien. En misschien is de kunstenares er zelf ook bij.

Het erfrecht van schuld

Wanneer mag je soeda zeggen?

[box type=”shadow”]Mijn vriend M. en ik hebben erg on-Indisch gedrag vertoond: we zijn de familiedrukte rond de feestdagen ontvlucht door 10 dagen Berlijn te boeken.  Ja, stiekem heb ik de chaos en stress van het Kerstdiner met de familie gemist. Daar staat tegenover dat de vragen die Berlijn bij me oproept, dat gemis meer dan waard zijn geweest.[/box]

Berlijn, oudjaarsavond 2010

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestierde Hitler vanuit zijn in Berlijn gevestigde Reichskanselarei zijn oorlog. De man uit Beieren, die zo’n 10 jaar voor zijn verkiezing tot Reichskanselier gevangen had gezeten voor een poging tot staatsgreep, wilde van Berlijn Germania maken: hoofdstad van het grote Germaanse rijk. Tegenwoordig is het een stad die bulkt van de vragen.

Na toeristische trekpleisters te hebben bezocht, Weihnachtsmarkten te hebben afgestruind en door kleine buurtjes te zijn geslenterd, zou het vreemd zijn om te zeggen dat ik wél de antwoorden heb, waar de Berlijners zelf al decennia over twisten: hoe is het mogelijk geweest dat Hitler aan de macht gekomen is, hoe gaan we om met de tastbare overblijfselen in onze stad uit zowel de nazitijd als de Koude Oorlog, en hoe bouwen we aan een gemeenschappelijke toekomst, terwijl we als stad met een schuld van 80 miljard failliet zijn?

Wat ik wel door heb van de Berlijners? Ze stéllen die vragen, publiekelijk en zorgvuldig, ook als ze pijnlijk zijn. Misschien omdat ze er niet onderuit kunnen, maar ze doen het wel.Een voorbeeld: in het Duits Historisch Museum (Zeughaus) is een tentoonstelling ingericht over hoe het mogelijk is geweest dat Hitler steun had van zowel Duitsers. Hoewel voor mij die vraag vrij logisch is, is het hier onderwerp geweest van een flink publiek debat. Hoewel ik de expositie in Wannsee meer antwoorden vond geven dan de expositie in het Zeughaus, laat de discussie over de tentoonstelling zien dat, ten eerste Hitler en de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelig onderwerp zijn, en ten tweede dat de Duitsers, ondanks die pijnlijkheid, de vraag willen beantwoorden.

Misschien denk jij nu ‘Ja, het toch logisch dat ze dat doen? Dat is de enige manier om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.’ Ik zou dat ook zeggen. Maar als ik zie hoe Nederland omgaat met haar eigen verleden, moet ik constateren dat óf Nederland niet logisch nadenkt, óf pijnlijke vragen over het eigen verleden liever verbergt. Want we weten allemaal dat het koloniale verleden van Nederland, de gruwelijk effectieve Jodenvervolging in ons land tijdens de WOII en de late afschaffing van de slavernij – of onze bijdrage aan de ontwikkeling daarvan – niet meer dan voetnoten zijn in de vaderlandse geschiedenis.

Hoe komt het dat een land als Engeland wel met haar voormalige kolonien in een Commonwealth  zit en goede banden onderhoudt met zowel India als Canada? Vergelijk de relatie van Engeland maar eens met het uitgestelde staatsbezoek van Indonesië, de ophef over Desi Bouterse’s verkiezing tot nieuwe president van Suriname, of de anti-Nederlandse houding op de (voormalige) Antillen? Net als Duitsland, heeft ook Engeland haar fouten uit het verleden benoemd en aangepakt. Op die manier kan het signalen herkennen die duiden op mogelijke herhaling, maar vooral meer toekomstmogelijkheden in de internationale relaties ontwikkelen.

Zou het voor Nederland dan te moeilijk zijn om vragen te stellen over het eigen verleden? Want ik ben geneigd te concluderen dat, als een land zijn verleden onder de loep neemt, het lef nodig heeft om pijnlijke vragen te stellen. Lef, en misschien ook wel een oprecht eergevoel. Of zou er een andere reden zijn voor het Nederlandse gebrek aan durf om pijnlijke vragen en antwoorden uitgebreid in de geschiedenisboekjes op te nemen?

Herdenkingsmonument door heel Berlijn (c) Kirsten Vos Indisch 3.0 2010Maar goed. Dit gaat verder. Een jonge Duitser krijgt, als hij een gesprek is met iemand uit een ander land, gemiddeld binnen half uur een vraag over de oorlog, hoorde ik iemand vertellen. Hoort dit? Of moeten we als buitenland op een gegeven moment ophouden met de vinger wijzen? Wat doe je als nakomelingen van degenen die ‘schuldeiser’ zijn? Blijf je het recht houden op verwijt? En, als de beschuldigde de schuld niet erkent, blijf je dan ook de recht en de plicht hebben die schuld te innen? Hebben wij als nakomelingen van de eerste generatie Indische Nederlanders, die schuldeisers zijn van Nederland als ex-koloniale mogendheid, nog het recht om de nakomelingen van de voormalige koloniale heerser ter verantwoording te roepen? Hebben wij het recht om die schuld te laten gaan? En verzaken wij dan als nakomelingen, of kiezen wij simpelweg voor onze toekomst? Mijn vraag is dus: wat is hierin het erfrecht van schuld? En: wanneer houdt het op?

Aan de vooravond van 2011 zijn dit een paar van die vragen die het verblijf in Berlijn bij me losmaakt. Wie weet vind ik in het komende jaar antwoorden.  Jullie, onze lezers, wens ik namens de hele redactie een prachtig nieuw jaar toe, vol met inspirerende antwoorden en prikkelende vragen.