Oproep: hoe vraag je naar je familie's verleden?

Ben jij derde generatie Indo en heb je altijd al het (levens-) verhaal van je Indische opa en oma willen horen, of misschien zelfs vast willen leggen? Dan is Dewi van Beek op zoek naar jou, in deze oproep.

Sinds mijn stage bij Indisch Maandblad Moesson moest ik denken aan het frustrerende feit dat veel van de Indische familiegeschiedenis en familieverhalen verdwijnen met de 1e generatie. Ik weet dat er meer mensen zijn zoals ik die dit verhaal willen vastleggen, maar die misschien geen idee hebben waar ze moeten beginnen met het vragen naar en het vastleggen van hun Indische familiegeschiedenis.

Voor mijn afstudeeronderzoek bij Moesson onderzoek ik daarom hoe een hulpmiddel voor het vastleggen van Indische familiegeschiedenis eruit moet komen te zien. Daarom heb ik jouw hulp nodig.

Ik zoek een aantal mensen die een uurtje met mij om de tafel willen gaan zitten en hierover willen praten. Ik zorg uiteraard voor hapjes en een drankje. Als je interesse hebt, mail me dan – vrijblijvend – op hello [at] dewiaimee [.] com voor meer informatie.

Dewi van Beek (rechts, naast Rocky Tuhuteru) tijdens een paneldiscussie in 2013. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Dewi van Beek tijdens een paneldiscussie in 2013 over herdenken. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Over 'Het verhaal uit de koffer'

Film over zoektocht tante

Aanstaande zondag gaat de documentaire ‘Het verhaal uit de koffer’ in première op de Tong-Tong Fair, Den Haag. In het Bibit-theater, om 12.30 uur, kijkt het publiek eerst naar de 35 minuten durende documentaire. Daarna is maakster Dewi Staal nog aanwezig voor vragen en commentaar. Wij spraken de net afgestudeerde cultureel antropologe over haar docu.

Het huwelijk van opa en oma Staal. Foto: uit de koffer...!
Het huwelijk van opa Staal en oma Staal – Pasiak. Foto: uit de koffer…!

Afstudeerproject
‘Ik had mijn tante Marleen gevraagd om foto’s van mijn opa en oma. “Ik heb nog ergens een koffertje,” zei ze. Zo begon het,’ vertelt Dewi monter. ‘Mijn tante was al een tijdje van plan om iets te doen met die foto’s. Toen ik zag welke brieven en foto’s in die koffer zaten, wist ik waar ik mijn afstudeerproject over zou gaan doen. Het koffertje had mijn tante meegenomen na het leegruimen van het huis van mijn opa en oma. Het was de koffer waarmee mijn opa naar Indië was afgereisd, met de boot in’46, en die hij meenam toen hij voorgoed terugging naar Nederland. De sticker met zijn naam, legernummer en de naam van de boot ‘Tabinta’ zit er nog op.’

“Ik heb nog ergens een koffertje,” zei mijn tante.

Foto’s in een koffer
‘In de koffer vond mijn tante brieven en foto’s, die mijn opa had bewaard. Mijn opa was fotograaf voor het leger en ontmoette mijn oma in het ziekenhuis, waar zij als verpleegster werkte. Mijn opa was, door zijn werk, steeds onderweg. Hoewel ze gillend verliefd waren , waren ze dus telkens gescheiden van elkaar. In die periode hebben ze elkaar veel brieven gestuurd, met foto’s. Die vond mijn tante in de koffer.’

Privé
‘Ook vond zij brieven uit de Schattenberg-tijd, waar ze gewoond hebben na aankomst in Nederland. Mijn vader volgde een cursus voor luchtfotografie in zuid Nederland. Alleen in de weekenden was hij bij mijn oma. Toen hebben ze dus ook veel brieven en foto’s naar elkaar gestuurd. Mijn tante vond het in het begin best lastig, om die brieven te openen en te lezen. Het was zo privé! Daar heeft ze echt even de tijd voor genomen.’

Verhaal uit de koffer - Dewi Staal in actie
Verhaal uit de koffer – Dewi Staal in actie

Verleden en heden
‘In februari van dit jaar zijn mijn tante, mijn vader en ik naar Indonesië gegaan. We beseften allebei dat het zoveel zou toevoegen. We zijn naar Jakarta gevlogen en hebben daar, aan de hand van foto’s en brieven, het spoor van  mijn opa en oma gevolgd. We zijn bijvoorbeeld in de kerk geweest in Jakarta, waar ze getrouwd waren. De Pauluskerk stond er nog goed bij. De kraamkliniek waar mijn oma haar opleiding tot vroedvrouw had gevolgd, was een grote ruïne geworden. Er woonden nog wel oudere zuster en kinderen, tussen de glasscherven en dakpannen. Aan de hand van foto’s ging mijn tante op zoek naar ruimtes waar mijn oma geweest moest zijn. Zo konden we het verleden en het heden met elkaar verweven.’

In Jakarta hebben we het spoor van mijn opa en oma gevolgd.

Filmfestivals
‘De documentaire heb ik gemaakt als afstudeerproject, maar daarmee is het voor mij niet af. Ik ga de documentaire ondertitelen, zodat ook niet-Nederlands sprekende geïnteresseerden de film kunnen zien. Ik wil de film opsturen naar grotere filmfestivals in Nederland en Indonesië. Misschien ook wel naar de VS, voor de tweede en derde generaties daar zou de film ook interessant kunnen zijn.

Foto: Dewi Staal.
Foto: Dewi Staal.

Op zoek naar het familieverhaal
‘Ik heb de documentaire in de eerste plaats gemaakt uit interesse voor mijn eigen, Indische, familie. Dat het mijn afstudeerproject was, was een extra stok achter de deur om deze film te maken. In tweede instantie hoop ik met deze film anderen van de tweede en derde generatie Indische Nederlanders ertoe aan te sporen op zoek te gaan naar hun familieverleden.’

Dankzij deze film heb ik mijn opa en oma leren kennen.

Veel meegemaakt
‘Waarom? Ik heb er mijn opa en oma beter door leren, wat voor mij waardevol is, want ik heb ze nooit echt bewust gekend. Mijn oma was al overleden toen ik geboren werd, mijn opa stierf toen ik zeven jaar oud was. Wat hebben zij een hoop meegemaakt samen! Ze waren constant bij elkaar vandaan, terwijl ze elkaar net hadden leren kennen. Door deze film te maken, heb ik het gevoel gekregen dat ik weet wie ze waren.

Het Verhaal uit de Koffer. Documentaire door Dewi Staal.

Première 26 mei 2013, 12:30 uur- 13.30 uur

Bibit-theater/ Tong-Tong Fair, Malieveld, Den Haag.

 

Ngroblog: "Ik zal vertel Avontuur, echt gebeurd"

“Spreken is zilver, zwijgen is Indisch”

Mijn grootouders voldeden aan de uiterlijke kenmerken die we met z’n allen bestempelen als Indisch; een getinte huid, donker haar en klein van stuk.  Een zichtbaar Aziatisch uiterlijk dus.  Mijn opa had een echt Javaans uiterlijk en mijn oma had weliswaar een lichtere huid, maar in het gelaat waren duidelijk de Indische sporen zichtbaar. Net als bij mijn moeder en haar twee broers overigens. Bij mij en mijn jongere broer hield het blijkbaar op. Wij zijn weliswaar allebei niet lang uitgevallen, maar verder zijn wij twee typisch Hollandse jongens met (donker)blond haar,  licht gekleurde ogen en een blanke huid. En toch voel ik mij Indisch.  

18 was ik, toen ik mij meer ging verdiepen in het koloniale verleden en mijn Indische roots. Helaas heb ik geen vragen meer kunnen stellen aan mijn grootouders, zij waren toen al overleden. Mijn  moeder weet slechts in grote lijnen hoe het leven in Nederlands-Indië  was, omdat ze 6 jaar was toen ze naar Nederland kwam. In 2009 ben ik samen met mijn jongere broer en mijn ouders voor een maand naar Indonesië gegaan. Mijn moeder vond dat wij op zijn minst één keer gezien moesten hebben waar zij haar eerste levensjaren doorgebracht had.  Deze reis heeft op mij een behoorlijke indruk gemaakt en heeft mijn interesse voor het koloniale verleden van mijn familie nog meer aangewakkerd.

Een jaar of twee geleden kreeg ik te horen dat mijn opa zijn “memoires” opgeschreven zou hebben en dat dit in het bezit was van mijn ouders. Het zou ergens in de garage van mijn ouders liggen, tussen de dozen en foto’s van mijn (inmiddels overleden) opa en oma. Het zou dus een hele klus worden het ook daadwerkelijk te vinden. “Ach dat zijn verhaaltjes van opa, niets bijzonders” aldus mijn moeder. Zij hechtte  er blijkbaar niet al te veel waarden aan. In een tijdsbestek van ongeveer een jaar heb ik er meerdere malen om gevraagd, maar telkens kreeg ik te horen dat het nog niet boven water was. Uiteindelijk zei mijn moeder dat ze het waarschijnlijk weggegooid had.  Ik was boos. Ik was inmiddels zo nieuwsgierig geworden.

Na de reis door Indonesië, ben ik boeken over Nederlands-Indië  gaan lezen. Romans, geschiedenisboeken,  tijdschriften en websites. Maar al dat lezen gaf mij geen antwoord op de vragen die ik had over mijn familiegeschiedenis.  Waar hebben ze gewoond en gewerkt? Hoe zijn zij de bezettingstijd door de Jap doorgekomen? Hoe hebben zij de Bersiap ervaren?  Ik baalde dat de memoires van mijn opa weggegooid waren!

“Ik heb het boek van opa gevonden” zei mijn moeder.  Het was inmiddels weken geleden dat mijn moeder had medegedeeld het boek waarschijnlijk weggegooid te hebben.  Ik wilde het meteen zien.  Het was een klein wit multomapje, A5 formaat. Gevuld met  handgeschreven velletjes papier. Op een aantal pagina’s zijn foto’s geplakt. Ondanks het kleine formaat van de multomap was het een lijvig boekwerk geworden.
Op de eerste pagina staat: “Ik zal vertel avontuur,  echt gebeurd” en op de tweede pagina wordt meteen duidelijk waarom mijn opa zijn verhaal heeft opgeschreven: “ Een vriend vroeg mij: Willem waarom doe je dit? Ik zei: Omdat onze kleinkinderen niets weten van ons leven vroeger!” En dat klopt.

Momenteel ben ik bezig het verhaal te lezen en over te typen. Zodat het niet verloren zal gaan. Mijn opa heeft een prachtig handschrift maar door gebrek aan ruimte heeft hij soms zó klein geschreven dat ik mijn best moet doen om het te kunnen lezen.  Maar het is het waard!

Ook mijn moeder heeft inmiddels door dat het niet alleen maar “verhaaltjes van opa” zijn,  maar dat hij een deel van zijn stamboom heeft uitgeschreven, tot in detail beschrijft hoe zijn kinderjaren waren, wat zijn eerste baan was, waar ze gewoond hebben, en terloops schrijft hij over de oorlog.

Door zijn boek weet ik nu waar hij is geboren: De Suikerfabriek en Plantage van Krasaän. Via een  gespecialiseerde reisbureau weet ik dat deze fabriek nog steeds bestaat  en zal deze in mei van dit jaar gaan bezoeken. Hoe leuk is dat!

Ook mijn moeder blijkt meer interesse te hebben in het boek dan zij in eerste instantie liet blijken. Ik vroeg laatst aan haar waarom ze het zo laconiek had gereageerd op het feit dat opa zijn levensverhaal opgeschreven had, waarom ze dat bestempelde als “verhaaltjes” en de waarde er niet van inzag. “Omdat ik mij vroeger als kind schaamde voor mijn ouders, ze waren anders dan Hollandse mensen. Ik wilde ook Nederlander zijn, dat moest zelfs van mijn moeder, maar toch waren we niet hetzelfde. Je opa en oma hadden het zelden nog over Indië en als we dat wel deden, alleen over leuke dingen. Toen ik wat ouder was schaamde ik mij niet meer, het waren tenslotte mijn ouders ”.  Zodoende is het Indische verleden stilletjes op de achtergrond terecht gekomen.

“Spreken is zilver, zwijgen is Indisch” zou je over de 1e en 2e generatie Indo’s kunnen zeggen. Maar blijkbaar dacht mijn opa hier anders over. Ook al heeft hij zelf nooit veel gezegd toen hij nog leefde, vertellen doet ie nu wel. En verhalen zijn er om te delen. Precies de reden waarom ik blog op Indisch 3.0.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervloekte liefde

Bruiloft ouders Charlie

Kogels, liefde en wraak zijn de basisingrediënten van mijn familieverhaal. De legende gaat vijf generaties terug, naar de grootouders van mijn grootvader. De komende maanden verken ik jullie liefdesrelaties. Ik ben benieuwd wat ik daarbij aan zal treffen.

Mijn betovergrootvader wilde  met mijn betovergrootmoeder trouwen, maar kreeg hier geen toestemming voor. Het Abrahamsz-temperament van mijn betovergrootvader wakkerde aan en hij besloot op geheel eigen wijze het heft in eigen hand te nemen: gewapend en wel vertrok hij naar het thuis van mijn betovergrootmoeder.

Aldaar ging hij voor het huis liggen om duidelijk te maken hoe serieus hij was met zijn ‘verzoek’. Er gebeurde niets. Hij bleef liggen, een hele dag. Nog gebeurde er niets. Toen hij nul op rekest bleef krijgen, joeg hij een kogel door het huis om zijn wens kracht bij te zetten. Weer niets. Hij schoot nog een keer. En nog eens. Na zeker drie dozijn kogels kwam mijn betovergrootmoeder uiteindelijk in bruidskleding het huis uit. Ze trouwden, kregen vijf kinderen en: ze hielden van elkaar. Het zag ernaar uit dat mijn betovergrootvader alles had gekregen wat hij had gewenst.

Woedend om de gewapende overval waarbij haar dochter buit was gemaakt, was de schoonmoeder van mijn betovergrootmoeder vastberaden deze roof te wreken en wel op de manier die mannen in die tijd het hardst trof: de familienaam. De naam Abrahamsz zou uitsterven, luidde haar vloek.

De volgende generatie merkte er echter niets van: er kwamen zonen en kleinzonen, tot opluchting van mijn betovergrootvader, die de naam doorgaf aan mijn overgrootvader en zijn broers. Van de vijf broers kregen er drie alleen maar dochters, de eerste tekenen dat de vloek zich manifesteerde. Toch werd er opgelucht adem gehaald toen mijn overgrootvader en zijn broer zorgde voor erfgenamen: mijn grootvader en zijn neef. De twee heren waren in drie generaties als enige mannelijke erfgenamen overgebleven.

In de generatie daarna bereikte de vloek zijn hoogtepunt. De neef van mijn grootvader kreeg een dochter. Mijn grootvader kreeg drie dochters. Alle Abrahamsz-dochters bleven na huwelijk de naam van hun vaders dragen, maar konden deze niet aan hun dochters doorgeven. Hun dochters dragen vanzelfsprekend de namen van hun vaders, die ook zij op hun beurt niet zullen doorgeven aan hun dochters.

Bruiloft ouders Charlie
Mijn moeder, een van de drie dochters met de naam Abrahamsz, geeft mijn vader het ja-woord.