“Your face is Indonesian, but why are you so white?!”

Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com

Ik geloof dat iedere zich van zijn achtergrond bewuste Indo de situatie wel kent waarin je schaapachtig en onbegrepen wordt aangestaard, als je in Nederland probeert uit te leggen wat ‘Indisch’ eigenlijk is. Na mijn recente vakantie in Indonesië kan ik niet anders concluderen, dan dat het daar niet veel anders is. Als Nederland en Indonesië als respectievelijk de vader en moeder van ons volk gezien kunnen worden, wordt het toch eens tijd dat zij hun Indische kind leren kennen.

Na ongeveer twintig keer in Californië geweest te zijn, ontdek ik toch steeds weer nieuwe dingen daar. Zo verliep mijn tweede vakantie in Indonesië ook. Het begon eigenlijk aan het begin van iedere taxirit, als de chauffeur vroeg waarom ik zo goed Maleis kon. Het meest acceptabele antwoord voor hen was dat mijn moeder uit Surabaya komt. Niet dat dat een directe reden is, maar het verklaarde wel op de meest begrijpbare manier mijn affiniteit met de taal.

“Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda.”

Mijn antwoorden op hun vervolgvragen waren meestal hetzelfde; “Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda. Nee, zij is niet half Nederlands, maar gemengd net als haar ouders en grootouders… Uit de Nederlandse tijd”. Ik maakte het mijzelf er niet makkelijker op want uiteindelijk begreep niemand wat ik nou exact bedoelde.

Na taxichauffeurs, volgde met vele winkelbediendes, straatverkopers, hotelmedewerkers en uitgaanspubliek hetzelfde verhaal. Zelfs mijn nieuwgevonden familie in Jakarta zag mij niet als Indisch, maar wel als hun familie. De concepten ‘Indisch’ of ‘Indo-Europees’ waren hen vreemd; ik was de vleesgeworden representatie van het Europese, blanke bloed dat hun vader, een volle neef van mijn moeder, zou bezitten. Hun mildste uitdrukking was: “Your face is Indonesian, but why are you so white?!”.

Ik was de vleesgeworden representatie van het Europese bloed.

De onwetendheid over het Indische is de dagelijkse realiteit voor een goede vriend van mij, eveneens een blanke Indo, die al jaren in Bandung woont. Maar ook mijn donkere, Indische reisgenoot kreeg – op een omgekeerde manier – dezelfde bejegening. Men zag hem weer als Indonesisch, zonder te begrijpen dat zijn beide ouders nakomelingen zijn van een eeuwenlange vermenging. Wanneer wij drieën op stap gingen, zag niemand drie mannen van dezelfde afkomst en cultuur. Zij zagen alleen maar twee bulehs en een Indonesiër.

Na mijn ervaringen kan ik alleen concluderen dat er in Indonesië net zoals in Nederland voornamelijk een dichotome interpretatie van afkomst heerst. Je bent wit of zwart. Misschien dat men ergens het idee ‘halfbloed’ half begrijpt, maar het concept ‘bloedvermenging door de eeuwen heen’ lijkt totaal vreemd. En toch dien je dat idee eerst meester te zijn, wil je begrijpen wat Indisch is.

Als volk bestaan we al eeuwenlang, maar niemand weet wie je bent.

Ergens vind ik mijn conclusie triest. Als je als volk al eeuwen bestaat, 1 miljoen of meer in aantal bent, vertegenwoordigd bent in drie werelddelen, maar bijna niemand weet wie je bent! Zijn wij uit het Nederlandse en Indonesische collectieve geheugen verdwenen of zaten wij er nooit in?

Wat zou het toch fijn zijn, als je vertelde dat je Indisch was en iedereen meteen wist wat je bedoelde. Om deze droom ooit verwezenlijkt te zien, kan ik alleen nog maar mijn hoop vestigen op dat kleine groepje aan wijsneuzen, dat al jaren de comments van fora als deze volkrabbelt met epistels en discussies over minuscule afwijkingen in interpretaties over wat Indisch is. Ik hoop dat zij zich kunnen verbroederen om vervolgens hun krachten en kennis te bundelen en het Indische woord te verspreiden. Alleen dan is er nog hoop om de wereld, voornamelijk onze Nederlandse vader en Indonesisch moeder, eens te leren wie en wat wij zijn.

Piala Eropa 2012

Edwin van der Sar over het verlies van Oranje.

De EK-beleving in Indonesië

EK finale Spanje - Italie Locatie: RRI Surabaya. Datum: 02/07/2012 Foto: Rennie Roos
EK finale Spanje – Italie Locatie: RRI Surabaya. Datum: 02/07/2012 Foto: Rennie Roos

EURO 2012 was groot in Indonesië, ook al werd alles hier pas midden in de nacht uitgezonden. TV-programma’s stonden in het teken van het EK, kranten drukten speciale EK-edities en op straat werd met gigantische bilboards reclame gemaakt voor het belangrijkste voetbaltoernooi van het jaar.

Edwin van der Sar over het verlies van Oranje.
Zelfs analist Edwin van der Sar kan op Indonesische televisie niet voorkomen dat Nederland wordt uitgeschakeld door Portugal. Locatie: Pamekasan, Madura. Datum: 18-06-2012 Foto : Rennie Roos

Jong en oud stonden bovendien achter Oranje, al vroeg ik mij zo nu en dan wel af, welk Oranje: de oudere generatie sprak vooral over Van Basten, Gullit en Rijkaard, en niet over Sneijder, Van Persie en Van der Vaart.

Om de finalewedstrijd te kijken, stapte ik vannacht rond een uur of half  uit de auto, voor het RRI-gebouw in Surabaya. Meteen zag ik veel jonge Indonesiërs, een groot scherm en daarop het nationale elftal van Spanje – een flashback naar de finale van 2010. Helaas was Oranje alweer twee weken thuis en Italië de tweede finalist. Wat bij voorhand een spannende wedstrijd had moeten worden, werd een galavoorstelling voor de Spaanse supporters: de 4-0 overwinning is nu al legendarisch.

EK finale Spanje - Italie Locatie: RRI Surabaya. Datum: 02/07/2012 Foto: Rennie Roos
EK finale Spanje – Italie Locatie: RRI Surabaya. Datum: 02/07/2012 Foto: Rennie Roos

De sfeer tijdens de wedstrijd was erg gemoedelijk en, in tegenstelling tot in 2010, vond ik het nu niet heel erg om tussen de juichende Spaanse aanhang te zitten. Tijdens de wedstrijd rookten we gezamenlijk kretek, bestelden we eten bij de Kaki Lima’s en schreeuwden we zo nu en dan BOEH!  als het beeld even uitviel. Al met al een leuke ochtend, die door de meesten niet met een biertje werd afgesloten, maar met het ochtendgebed in de moskee.

Sinds de halve finales konden inwoners van de kampungs van de wedstrijden genieten dankzij een beamer.

Het tijdsverschil zorgde er helaas voor dat we het EK hier niet optimaal konden volgen. Veel mensen sloegen de groepswedstrijden over, omdat twee uur ’s nachts simpelweg te laat is. Iedereen was wel op de hoogte van de uitslagen, en naarmate het toernooi vorderde, groeide het aantal kijkers gestaag. Sinds de halve finales konden inwoners van de kampung van de wedstrijden genieten dankzij een beamer, in ruil voor een kleine bijdrage. Midden in de nacht keken mensen de afgelopen week dus voetbal en – onder invloed van de 24-uurs openingstijden van fastfoodketens – aten ze daar Happy Meals bij.

Afgelopen week zag ik in de documentaire Oranje Ambon op Uitzending Gemist hoe Ambon oranje kleurde tijdens het WK in Zuid-Afrika. Met Giovanni van Bronckhorst als aanvoerder van Oranje leek het niet meer dan logisch dat vele Molukkers en Indonesiërs achter het Nederlands elftal stonden. Ik had inderdaad het idee dat na het vertrek van Gio, de support voor Oranje zou afnemen – maar ik had het mis. In Surabaya staan de winkels nog steeds vol met Oranje merchandise, op televisie zie je presentatoren gehuld in oranje shirts en op Bali heb ik nog nooit zoveel Nederlandse vlaggen gezien.

Oranje-recame in Surabaya. Foto: Rennie Roos
Oranje-recame in Surabaya. Foto: Rennie Roos

Gezien onze geschiedenis blijf ik dat bijzonder vinden, dat er zoveel Indonesiërs zijn die voor Oranje juichen. Wie had in de jaren vijftig gedacht dat er vandaag de dag weer vele Indonesiërs de straat op zouden gaan en met trots een roodwitblauwe vlag zouden dragen? In Oranje Ambon probeert Jim Pentury via voetbal twee bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Ik denk dat het Nederlands elftal daarin al geslaagd is, want dankzij Oranje wordt er namelijk weer “Hup Holland” geroepen in een land waar een halve eeuw geleden nog Nederlanders verjaagd werden.

The Raid in Indonesië

The Raid poster
The Raid poster
The Raid

Gewoon keiharde pencak silat

Twitchfilm noemt het:“The best action movie in decades”, The Hollywood Reporter beschrijft het als: “Action movies don’t get much more exciting or inventive” en volgens Variety is The Raid: “Spectaculair. Incredable. Exhilarating.” Wereldwijd niets anders dan lovende recensies dus, voor de keiharde Indonesische Pencak Silat film “The Raid” die binnenkort ook in de Nederlandse bioscopen zal verschijnen.

Merantau
Samen met zes vrienden ging ik, zonder enig idee te hebben waar The Raid over ging, naar de bioscoop in Surabaya. Na vijf minuten was het echter wel al vrij duidelijk wat voor film het zou worden. Terwijl de meedogenloze Tama een hamer oppakt, zie ik rechts van mij mijn vriend uit Hongarije zijn ogen bedekken en als Tama hard uithaalt hoor ik links van mij een angstkreet uit de mond van mijn vriendin komen. Het idee van de film ontstond nadat directer Gareth Evans in Indonesië een documentaire had opgenomen over de Indonesische vechtkunst Pencak Silat. Tijdens zijn bezoek aan Indonesië kwam hij in aanraking met Iko Uwais, met wie hij zes maanden later zijn eerste Pencak Silat hit “Merantau” zou maken. Na het internationale succes van deze film verschijnt deze week in Nederland zijn nieuwe film: The Raid, die op het Imagine Film Festival in Amsterdam twee maanden geleden al de Sp!ts Silver Scream Award mocht ontvangen.

Ray Sahetapy als Tama Riyadi. Bron: Sony Pictures Classic
Ray Sahetapy als Tama Riyadi. Bron: Sony Pictures Classic

Sloppenwijken
De film speelt zich af in de sloppenwijken van Jakarta. Een SWAT-team met daarin de jonge Rama (Iko Uwais) krijgt de opdracht om een appartementencomplex vol met moordenaars en gangsters te infiltreren en de meedogenloze leider Tama Riyadi (Ray Sahetapy) te arresteren. Tama, die zich op de bovenste verdieping van het complex bevindt, komt er echter al snel achter dat hij ongenodigde bezoekers heeft: de ergste nachtmerrie van Rama begint. Voor Rama is er geen weg meer terug waardoor de enige mogelijkheid nog omhoog is, via de vele moordenaars die het gebouw schuilhoudt. Op elke verdieping komt hij voor een nieuwe, nog zwaardere uitdaging te staan en als zijn munitie uiteindelijk op raakt, zit er niks anders op dan  met handen en voeten te vechten voor zijn leven.

Iko Uwais als Rama. Bron: Sony Pictures Classic
Iko Uwais als Rama. Bron: Sony Pictures Classic

Puntje van je stoel
The Raid is een film die je werkelijk versteld doet staan. Van de 101 minuten zijn er misschien 90 gevuld met actie. Telkens als je denk dat het niet heftiger kan, word je op de volgende verdieping weer verrast. Je weet ongeveer wel hoe het verhaal zal gaan verlopen, omdat het veel weg heeft van een videospelletje, maar de makers hebben de film zo gemaakt dat je elke minuut van de film op het puntje van je stoel zit door de spanning. Elke verdieping is een nieuw “level” met weer een nieuwe uitdaging voor Rama, die er alles aan doet om de meedogenloze eind baas op de bovenste verdieping te bereiken en te verslaan.

THE RAID: REDEMPTION

1 RUTHLESS CRIME LORD, 20 ELITE COPS, 30 FLOORS OF CHAOS.

Spectaculaire actie
Aan het eind van de film wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik van de film moest denken. Ik was verpletterd door de actiescènes waar maar geen eind aan leek te komen. Je hebt geen tijd om adem te halen want de vechtscènes blijven maar komen, de één nog spectaculairder dan de ander. Eén ding is zeker, de makers van The Raid hebben Pencak Silat niet alleen weer tot leven gebracht in Indonesië maar hebben het nu ook bezorgd aan de rest van de wereld. Ben je geïnteresseerd in deze gewel(da)dige actiefilm, bereid je dan voor op een avond vol keiharde Indonesische actie in de bioscopen van Pathé. Vanaf 5 juli* a.s. is de film in theaters in Nederland te zien.

@ Galaxy XXI bioscoop, Surabaya, Indonesië. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012
@ Galaxy XXI bioscoop, Surabaya, Indonesië. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012

 

*Dit is de releasedatum uit de persmap van de filmdistributeur. Op internet vinden we ook de releasedatum van 28 juni. De tijd zal het leren.

Slag in de Javazee anno 2012

Charlene Vodegel 2006
Charlene Vodegel 2006
Charlene Vodegel in Surabaya in 2006

Het is vandaag 70 jaar geleden dat de Slag in de Javazee plaatsvond. Prins Willem-Alexander en vele anderen herdenken deze slag vandaag. In de Kloosterkerk in Den Haag begint om 11:00 uur een herdenkingsdienst. Charlene Vodegel (29), kleindochter van een van de 1600 gesneuvelden, was er graag bij geweest.

De Slag in de Javazee heeft de afgelopen dagen ongekend veel aandacht gehad. Doordat Koningin Beatrix bij haar in coma verkerende zoon Friso blijft, komt “PWA”. Eerder deze maand al, richtte Diederik van Vleuten landelijk de aandacht op dit moment. Maar wat is die slag eigenlijk?

Om Nederlands-Indië te beschermen tegen Japan, heeft  Nederland, samen met Amerikanen, Britten en Australiërs, een aanval op zee geopend in de nacht van 27 op 28 februari 1942. Met dramatische afloop: van de 41 schepen schepen zijn, op vier Amerikaanse torpedobootjagers na, alle schepen ten onder gegaan. Opvarenden van onder andere de Hr. Ms.Java, Hr.Ms.Kortenaer en Hr.Ms. De Ruyter, zijn, samen met commandant Karel Doorman, gesneuveld.

Oorkonde voor grootvader Vodegel (c) Charlene Vodegel
Oorkonde voor grootvader Vodegel (c) Charlene Vodegel

De opa van Charlene Vodegel (29 jaar) uit Spijkenisse was een van deze 1000 slachtoffers. Ze vertelt: “Mijn vader heeft als vierjarige zijn vader verloren aan de Slag in de Javazee. Mijn opa was in dienst van de Koninklijke Marine als militaire matroos op het schip De Ruyter. Ter nagedachtenis heeft mijn vader een oorkonde ontvangen van de Ministerie van Marine in 1951 voordat hij repatrieerde naar Nederland. Als kleindochter ben ik mij meer gaan verdiepen in deze gebeurtenis nadat wij werden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de huldiging van de namen van de gesneuvelden. Het was een eer om daarbij aanwezig te mogen zijn. ”

In Indonesië is in 2006 het bestaande Karel Doormanmonument uitgebreid, vertelt Charlene. “Voor studie was ik toevallig in Surabaya.  De Oorlogsgravenstichting heeft een initiatief genomen na 64 jaar om het Karel Doormanmonument compleet te maken met bronzen platen met daarop de namen van alle oorlogsslachtoffers van de Slag in de Javazee.  Het ereveld in Surabaya heet Kembang Kuning.  De Slag in de Javazee wordt hier herdacht het Karel Doormanmonument, dat onthuld werd in 1954. Er vindt nooit een speciale herdenking plaats in Indonesië, alleen in 2006. Precies toen ik er was! Het kan toeval zijn of niet, maar ik stelde mezelf de vraag: ‘Waarom vond deze officiële plechtigheid pas plaats na 64 jaar op het moment dat ik in Surabaya was?’ Het voelde voor mij als een soort van bescherming, dit gevoel is lastig te verwoorden.”

Militair eerbetoon bij de onthulling van het vervolmaakte monument (c) Charlene Vodegel, 2006
Militair eerbetoon bij de onthulling van het vervolmaakte monument (c) Charlene Vodegel, 2006

Haar vader, Arthur Vodegel, is onlangs overleden. Defensie heeft Charlene en haar moeder niet uitgenodigd.  “Twee weken geleden las ik op internet dat er een herdenkingsdienst zal plaatsvinden ter ere van de 70e herdenking van de Slag in de Javazee.  Ik stond even stil bij het feit waarom wij als nabestaanden geen uitnodiging hebben ontvangen.  Om een uitnodiging te mogen ontvangen voor deze herdenking heeft voor iedereen een ander soort betekenis. Het gaat mij vooral om de geschiedenis achter deze gebeurtenis en de impact op het leven van de nabestaanden. Aangezien mijn vader op jonge leeftijd zijn vader heb moeten missen , heeft hij nooit kunnen ervaren wat een vader betekent in het leven van een kind.

Arthur Vodegel bij het monument voor de Slag in de Javazee. Surabaya, 2006 (c) Charlene Vodegel
Arthur Vodegel bij het monument voor de Slag in de Javazee. Surabaya, 2006 (c) Charlene Vodegel

Charlene heeft afgelopen vrijdag een laatste poging gewaagd om bij de herdenking bij te kunnen wonen, maar het mocht niet meer baten. “Misschien is ‘trots zijn’ om een nabestaande te zijn van de Slag in de Javazee niet het juiste woord. Maar het behoort tot de Indische geschiedenis  van mijn familie, en dat is toch iets om trots op te zijn.”

Makassar, Toraja en de Togean Islands

Amsterdam, 9 april 2008
door Ed Caffin

Ik reis graag door Indonesië. Vorig jaar ging ik samen met mijn twee oudere broers. Een deel van de reis ging door Sulawesi. Het verslag dat ik over dat stuk van de reis schreef verscheen eerder in Indonesie Magazine:

Mijn twee broers en ik maken een reis over Sulawesi, een eiland van enorme afmetingen in het midden van de Indonesische archipel. Op het grillig gevormde eiland, dat vroeger Celebes werd genoemd, wonen ongeveer net zoveel mensen als in Nederland.

Makassar

Vanaf het snikhete Surabaya nemen we het vliegtuig naar Makassar, de zuidelijke havenstad op Sulawesi, die ook wel Ujung Pandang wordt genoemd. Aan het eind van de middag komen we aan op het vliegveld, dat vrij ver van de stad ligt. Na een lome taxirit komen we pas tegen het vallen van de duisternis in het centrum van de stad aan.

We vinden een vriendelijk en vlekkeloos hotel, vlakbij het oude centrum van de stad. Makassar heeft een belangrijke en interessante geschiedenis. Vanuit hier ondernamen de Buginezen, een dapper zeevaardersvolk, eeuwenlang verre tochten door de Indonesische archipel. Later controleerde de VOC vanuit hier de belangrijke handelsroute tussen het westelijke en oostelijke gedeelte van de toenmalige kroonkolonie. Het vlakbij ons hotel gelegen Fort Rotterdam herinnert aan die tijd. Het door een lokale Sultan gebouwde fort werd halverwege de 17e eeuw door de VOC veroverd en verbouwd tot een vesting vlak aan de kust. Het is prachtig gerestaureerd en wordt dag in dag uit druk bezocht door grote groepen, veelal lokale toeristen.

Wanneer we de volgende dag naar binnen willen, houdt een groepje gillende schoolkinderen ons al bij de ingang tegen. De kinderen verzamelen zich om ons heen en willen Engels praten. Ze schieten echter meteen verlegen lachend weg wanneer ze door een van ons worden aangesproken.

Naast de groepen schoolkinderen blijkt er ook een vereniging van lokale studenten rond te lopen. Ze studeren talen en spreken elke zondag af in het fort om dan op zoek te gaan naar gesprekspartners. Als enige buitenlandse toeristen zijn we het continue aanspreekpunt. Urenlang lopen we door de verschillende toonzalen van het museum en de binnentuin, steeds vergezeld van clubjes leergierige studenten met opschrijfboekjes.

Als we eenmaal buiten zijn, rusten we uit bij Pantai Losari; langs de grote boulevard aan zee. Hier gebeurt het. Tientallen stelletjes, gezinnen en andere mensen vermaken zich met het kijken naar spelende kinderen in het water en voetballende jongens op het plein. Frisdrank- en snackverkopers wurmen zich door de groeiende menigte heen, hun koopwaar luid aanprijzend. Ondertussen observeren wij van afstand de bedrijvigheid op de boulevard, tegen de kalme achtergrond van de langzaam ondergaande zon.

Tanah Toraja

Na een aantal dagen vertrekken we met de nachtbus naar Tanah Toraja. In het donker passeren we Danau Tempe en Enrekang en rijden we in de richting van Makele. Het wordt al licht en door de beslagen ramen van de bus zijn de eerste glimpen van de schitterende Sadanvallei al te zien. We vinden een hotel aan de rand van Rantepao, de hoofdstad van Toraja. De stad blijkt redelijk ingesteld op toerisme, hoewel we nauwelijks andere reizigers zien.

Een aantal dagen rijden we op brommertjes door de vallei. In de verschillende dorpjes, zoals Londa, Kete Kesu en Lemo, zijn er talloze bezienswaardigheden. Het adembenemend mooie gebied wordt bevolkt door vriendelijke mensen, die van alles vertellen over de gebruiken en gewoontes in de Toraja-cultuur. De mensen zijn christelijk, maar de cultuur kent ook veel oude, lokale tradities. Zo wordt het religieuze leven van de Toraja’s gedomineerd door uitgebreide ceremonies bij belangrijke gebeurtenissen als huwelijk of overlijden. Bij een begrafenis worden er bij voorkeur zoveel mogelijk buffels geofferd, waarbij de hoeveelheid offers de status van de persoon binnen de gemeenschap uitdrukt. De dode wordt daarna bijgezet in een ‘familiegrot’, waarvan we er verschillende zien. Omdat deze grafceremonies erg kostbaar zijn, is hier een veelgehoorde grap dat je beter met iemand kunt trouwen die geen ouders meer heeft, waardoor je een hoop kosten worden bespaard.

Centraal Sulawesi

Hoewel we nog meer hadden willen zien van Toraja, reizen we na een kleine week alweer in noordelijke richting verder. We staan midden in de nacht op en verlaten Rantepao in het donker. De reis gaat naar Ampana, een plaatsje aan de Teluk Tomini, de grote baai tussen Centraal- en Noord-Sulawesi. In de auto kijk ik op de kaart. We moeten de Trans-Sulawesi snelweg nemen, die van het zuiden, helemaal naar het noordelijkste puntje van het eiland loopt. Via Palopo, Pendolo en Poso, waar de snelweg afbuigt naar het noorden, kunnen we langs een smalle kustweg in Ampana komen.

Tijdens het eerste deel van de reis rijden we urenlang over een smalle, kronkelende weg. In de schemering komen de beboste binnenlanden tevoorschijn, maar ik word langzaam wagenziek. We rijden maar door en ik voel me beroerd. Wat een vreselijke reis! Als de weg eindelijk beter wordt, en ik me wat beter voel, krijg ik meer oog voor de mooie natuur. Rond de middag stoppen we bij Danau Poso, een uitgestrekt meer aan de rand van het tot voor kort onrustige gebied, en eten een eenvoudige maaltijd. Het is prachtig hier en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat hier kort geleden nog zoveel problemen waren.

Tegen de avond bereiken we Ampana en vinden een hotel aan het water. We worden uitgenodigd voor het avondeten bij de familie van de eigenaar. Het plan is morgen de overtocht te maken naar de Togean Islands en we vragen advies. Hij blijkt zelf accommodatie te hebben op een van de eilanden, en biedt ons aan ons mee te nemen in zijn eigen boot. We stemmen in en spreken voor de volgende dag af.

Togean Islands

Het kleine houten bootje ligt die ochtend al klaar langs de steiger voor het hotel. Mannen laden nieuwe voorraden in, de hoteleigenaar geeft aanwijzingen vanaf het strand. Onze tassen worden snel tussen de balen rijst en dozen met andere voorraden gelegd en we springen aan boord.

Het is een ongelooflijk mooie tocht: vliegende vissen springen uit het spiegelende water rond de boot, de blauwe zee is kalm en aan de horizon komen de eilanden langzaam dichterbij. Na vijf uur komen we ten slotte aan op Pulau Kadidiri, een van de kleinste eilanden van de eilandengroep.

Rond de Togeans zijn talloze koraalriffen en is er een grote variëteit aan exotische dier- en plantensoorten. We zwemmen, duiken en snorkelen een paar dagen, eten heerlijk en genieten volop. Ons bungalowtje ligt aan het strand en vlakbij strekt een pier van zongeblakerde houten planken een meter of honderd uit in zee. We zitten bijna op de evenaar en de zon brandt fel. Ook hier zijn we de enige reizigers. Zittend op onze veranda kijk ik om me heen en besef ik me dat ik weinig méér kan wensen. Het is het absolute hoogtepunt van een geweldige reis: we zijn in een paradijs beland.

Terug?

We willen niet meer naar huis en na een dag of vijf vertrekken we met grote tegenzin. Die dag zal er vanaf een haventje op een groter eiland in de buurt een boot naar Gorontalo gaan, een provinciestad in het noorden, waarvandaan we met het vliegtuig terug naar Bali kunnen komen. Terwijl onze tassen weer in het bootje worden geladen, nemen we afscheid van de eigenaar. Totdat we in de haven aankomen, en beginnen aan de lange tocht naar huis, is het erg stil aan boord. Wat waren we graag gebleven!