Hoe het begrip genocide mijn ogen opende.

Vrijheidsstrijd was terecht, geweld bersiap moreel verwerpelijk.

En daar was het dan, afgelopen maandag. Het artikel in Trouw dat de bersiap-periode in een nieuw perspectief plaatste. Het onderzoek naar deze periode van William H. Frederick (gepubliceerd in september 2012) is voor mij een eye-opener:  ondanks dat Indonesië een moreel te verdedigen strijd voerde, is het geweld van de bersiap moreel onjuist.

Maandag verscheen in Trouw een interview (betaalde versie, 28 euro) met onderzoeker William H. Frederick, docent geschiedenis van Zuid-Oost Azië aan de Ohio University in Athens, Ohio (USA). Op basis van onderzoek dat Frederick in 2012 publiceerde in het Journal of Genocide Research, vertelt hij Trouw-redacteur en biograaf Meindert van der Kaaij dat het wonderlijk is dat Nederland nauwelijks aandacht heeft besteed aan de bersiap.

“Hij (William Frederick, KV) kent geen ander land dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten,” parafraseert Van der Kaaij in het artikel. Frederick wijt deze ontkenning vooral aan de “tendens (…) om de Indonesische revolutie als min of meer onschuldig en op wereldschaal als niet zo gewelddadig te beschouwen.” Toch vindt Frederick het terecht om te spreken van een gewelddadige revolutie: “De cijfers – genocide op minstens 20.000 mensen, een veelvoud daarvan aan moorden op Indonesiers, en een totaal dodenaantal tussen de 250.000 en 300.000 – wijzen op een andere werkelijkheid.”

Foto van de website over de documentaire Archief van tranen. http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/
“Begin van een aanval door een grote groep indonesische extremisten op een wagon Nederlandse vrouwen, kinderen en jongens op het station Tasikmalaja (West-Java) eind augustus 1945, de zgn. Bersiap-tijd. Doordat de machinist op dat moment besloot de trein te laten vertrekken, zijn de nederlanders, naar het zich liet aanzien, aan een massale afslachting ontkomen”. Door Jan Mobach. Bron: website over de documentaire Archief van tranen.

Wanneer spreek je van genocide? Ik Google er op. Dit is wat ik vind op Wikipedia.

‘een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’[1]

Frederick nuanceert het begrip genocide voor de bersiap nadrukkelijk:

“(…) the term ‘genocide’ for the killing of Dutch and Eurasians in revolutionary Indonesia may not be thought warranted from a ‘scientific’ or legal perspective, and that efforts to encompass this sort of decolonization violence with terms such as ‘subaltern genocide’ are still fraught with difficulties. Still, ‘genocide’ used in a generic, common- sense fashion draws attention to a hidden episode of horrific violence, and further study may be of use to scholars of decolonization and genocide in general, as well as Indonesia specialists and Indonesians themselves.”

Vrij vertaald: de bersiap was een periode van geweld die hoorde bij het dekolonisatieproces. De term genocide is vanuit juridisch of technisch perspectief misschien niet terecht. Je mag het begrip echter wel gebruiken om te appelleren aan de kennis die de gemiddelde burger erover heeft, om aandacht te vragen voor het vreselijke geweld dat heeft plaatsgevonden. En dat is wat het bij in elk geval gedaan heeft.

Als ik zijn stuk en interview lees, kan ik niet anders dan Frederick gelijk geven. Het is bekend dat de acties van de pemoeda’s wreed waren en erop gericht om een groep mensen behorende tot het (Indisch-) Nederlandse ras te vernietigen. Ik verbind voor nu vijf conclusies aan de één jaar oude publicatie van Frederick – die ik zonder het interview in Trouw waarschijnlijk niet had gevonden.

1. Voor het eerst realiseer ik me de omvang en ernst van het geweld dat mijn opa’s en oma’s en die van jullie allemaal hebben overleefd – of niet. Wist ik dit dan niet? Jawel. Maar ik overzag simpelweg niet dat de pemoeda’s met hun afgrijselijke, barbaarse methodes, doelbewust een volk hebben geprobeerd uit te roeien. Maar vooral overzag ik niet dat hun strijd, ondanks dat die gericht was tegen hun koloniale heerser, gepaard ging met geweld dat inging tegen alle conventies van oorlogsvoering – net zoals dat gold voor de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen.

2. De timing van Trouw van dit interview is opvallend. Het onderzoek is een jaar geleden gepubliceerd, maar de krant plaatst er pas een interview0over in de week van de handelsmissie van premier Rutte aan Indonesie. Het is achteraf bezien maar goed dat de premier deze week geen excuses heeft gemaakt aan de weduwen van de door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs.

"Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag". Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.
“Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag”. Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.

3. Vind ik dat Indonesië excuses moet maken aan Nederland hiervoor? Dat is niet de insteek geweest van Frederick’s werk. Bovendien: Nederland stond “aan de verkeerde kant van de geschiedenis,” in de – historische – woorden van Ben Bot. Nederland had zichzelf  ook behoorlijk laten gelden in de 300 koloniale overheersing van de archipel, valt in diezelfde editie van het Journal of Genocide Research te lezen. Voor je het weet kom je terecht in een juridische strijd, waarbij de ene misdaad tegen de andere afgewogen wordt en de daders van het toneel verdwenen zijn.

4. De ‘frisse blik’ van deze historicus laat maar weer eens zien hoe waardevol het is als iemand van buitenaf naar de Nederlandse samenleving en geschiedenis kijkt. Hij benoemt in het interview een paar pijnpunten die de Indische gemeenschap – noodgedwongen – heft geaccepteerd. “Het verbaast me wel dat de bersiap geen grotere rol heeft gespeeld in de media.” (…) “Het valt me op dat Nederland zo weinig kennis over of sympathie voor de slachtoffers had.” en “Waarom Timmermans zich door Indonesië iets laat zeggen over wat historici in Nederland mogen bestuderen, is me een raadsel. (…) “Het gevaar is dat Nederland voor altijd blijft zitten met een simplistisch en volkomen verkeerd beeld van de dekolonisatie.”

5. Ik blijf erbij dat het Nederlandse onderwijs hier de sleutel voor de oplossing biedt. Zorg ervoor dat elke Nederlander weet hoe Nederlanders, Indisch en totok, hebben geleden onder de Indonesische revolutie. Dat Indonesië zich niet zal kunnen vinden in die lezing van hun aandeel in de geschiedenis, neem ik voor lief. Want ik denk dat wij ook wel wat vragen kunnen stellen over hun geschiedenisboekjes.

Tip: lees ook de recente reactie van William H. Frederick op de discussie in Nederland op Indisch4ever.  En koop de editie van het Journal of Genocide van september 2012, voor meerdere artikelen over geweld in Nederlands-Indië en het gedekoloniseerde Indonesië.

Tekst bij tekening 2 jeugdherinnering Jan Mobach: "Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945" Bron
Jan Mobach: “Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945” Bron.

"Er zijn al 18 nieuwe claims ingediend."

Liesbeth Zegveld op haar kantoor in Amsterdam. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

Liesbeth Zegveld, advocate van o.a. de Weduwen van Zuid-Sulawesi en Rawagedeh: “De weduwen van Zuid-Sulawesi hebben geleerd van de weduwen van Rawagedeh.”

Vorige maand bood Nederland excuses aan voor de standrechtelijke executies van Indonesische mannen aan de weduwen van Zuid-Sulawesi. Ook introduceerde Nederland een brede schadevergoedingsregeling. Hoe heeft Liesbeth Zegveld, advocate van de in het gelijk gestelde slachtoffers, hiervoor gezorgd?


Grotere kaart weergeven

Terreur
Op Zuid-Sulawesi – toen Celebes genaamd – schoten Nederlandse militairen in 1947 Indonesische mannen zonder proces neer, op verdenking van deelname aan terreur; verzet tegen de Nederlandse aanwezigheid in de onafhankelijk verklaarde Republiek Indonesie. 66 jaar later krijgen de weduwen van deze mannen hier een schadevergoeding voor van 20.000 euro per persoon, omgerekend is dat (maar liefst) 306.530.000 rupiah.

Brede regeling voor gelijke zaken
De in Rotterdam gepromoveerde Liesbeth Zegveld klaagde de Nederlandse staat aan voor oorlogsmisdaden in Indonesië, en met succes. Voor de standrechtelijke executies van Indonesische mannen in Rawagedeh (op Java) en Zuid-Sulawesi kregen de weduwen een schadevergoeding en excuses. Uit de Zuid-Sulawesi-rechtzaak is zelfs een brede compensatieregeling voortgekomen. Momenteel staat Liesbeth nog de kinderen van de geëxecuteerden bij, een zaak die gelijktijdig met die van de weduwen begonnen is.

Foto: www.marokko.nl
De graven van de geëxecuteerde mannen op Zuid-Sulawesi. Foto: http://nieuws.marokko.nl/29119/kinderen-zuid-sulawesi-klagen-nederland-aan-voor-executeren-vaders/

Te oud
Bij de plechtigheid in Jakarta, medio september van dit jaar, waren de weduwen niet aanwezig: zij waren te oud voor de reis naar Jakarta. Een week later zou de ambassadeur ze komen opzoeken op Sulawesi. Ik vraag Liesbeth ernaar: “Nee, ik weet niet precies hoe het bezoek van de ambassadeur is geweest, ik was er niet bij.”

Jaloezie en ongenoegen
Ze vervolgt: “Ik weet dat de ambassadeur geweest is, met een medewerker. Ze hebben met de weduwen en enkele kinderen gesproken. De weduwen zijn bang voor teveel aandacht. Ze wilden niet in de spotlight komen, ze hebben gezien wat er gebeurd is met de schadevergoeding van de weduwen van Rawagedeh (het dorpshoofd heeft het geld verdeeld onder alle inwoners van Rawagedeh, KV). Om jaloezie en ongenoegen te vermijden, wilde ik de ceremonie niet in hun dorp laten houden. Ik heb gepleit voor een ceremonie op een andere plek op Sulawesi, maar het werd Jakarta. Wat ik niet begrijp, is waarom die datum gekozen is, en niet een datum tijdens de handelsmissie van de premier. Ja hoor, mijn cliënten zijn tevreden. So far so good, vinden ze.”

“Mijn cliënten zijn tevreden. So far so good, vinden ze.”

Verjaarde zaak
Eerst deed Nederland de zaak af als verjaard, inmiddels is een brede compensatieregeling opgetuigd voor vrouwen die weduwe zijn worden door standrechtelijke executies door militairen in Nederlandse dienst. Hoe is het mogelijk dat de Nederlandse staat zo van positie is veranderd, wil ik weten.

Gelijke behandeling van gelijke zaken
“Bij de eerste zaak (Rawagedeh, KV) is de Staat gaan bewegen. De Staat leek in te zien dat het een ernstige kwestie was. Al snel kwam Nederland over de brug met ontwikkelingshulp voor Rawagedeh. Anders dan bij andere dossiers, kon Nederland zijn hoofd niet van deze aanklacht afkeren. Natuurlijk wilden ze er eerst onderuit. Doordat Timmermans pleitte voor gelijke behandeling van gelijke zaken, kreeg ‘Zuid-Sulawesi’ een luisterend oor bij de rechter.”

Ambassadeur Tjeerd de Zwaan biedt excuses aan. Still ontleend aan www.geschiedenis24.nl.
Ambassadeur Tjeerd de Zwaan biedt de Nederlandse excuses aan. Still ontleend aan
www.geschiedenis24.nl.

Brede uitkomst
De in Amsterdam gevestigde mensenrechten-advocaat vertelt verder. “Na ons verzoek om excuses, vroegen ze zich af hoe vaak ze nog sorry konden zeggen. We hadden de publieke opinie mee. Daarom zijn het brede excuses geworden en een brede schadevergoeding, zodat gelijke zaken niet meer voor een rechter hoeven te komen. Dat er een algemene schadevergoedingsregeling is gekomen is wel de ultieme uitkomst van een zaak hoor, als advocaat.”

“Dat er een algemene schadevergoedingsregeling is gekomen is wel de ultieme uitkomst van een zaak hoor, als advocaat.”

Executie van de vaders

Liesbeth Zegveld. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.
“De impact van het meemaken van de executie van je vader lijkt mij nog veel ernstiger dan – hoe vreemd de vergelijking ook is – die van je echtgenoot.” Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2013.

De kinderen van de door Nederlandse soldaten geëxecuteerde Indonesiërs hebben ook een zaak aangespannen tegen de Nederlandse staat. Liesbeth Zegveld staat ze hierin bij. Hoe schat de advocate hun kansen in? “We verwachten daar begin 2014 eenuitspraak over. Kijk, de rechter wil dit juridisch niet eindeloos door laten gaan. Dat snap ik. Maar ja, de kinderen stonden erbij. De weduwen hebben gehoor gekregen bij de rechter omdat zij direct betrokken – want aanwezig – waren bij de executies. In Zuid-Sulawesi hebben de kinderen gezien hoe hun vaders werden neergeschoten. Zij waren dus, net als de weduwen, direct betrokken bij de executies. Dat geeft ze rechtsgrond. Bovendien is de groep beperkt; in Rawagedeh waren er geen kinderen bij. En mij lijkt de impact van het meemaken van de executie van je vader nog veel ernstiger dan – hoe vreemd de vergelijking ook is – die van je echtgenoot.”

Aanklacht wegens slavernij
Onlangs werd bekend dat veertien landen drie Europese landen, inclusief Nederland, aanklagen vanwege de slavernij. Is Zegeveld daar ook bij betrokken, en hoe schat ze die kansen in? “Ik heb ervan gehoord, maar ben er niet bij betrokken. Ik weet het niet. Er zijn geen individuele nabestaanden meer. Slachtoffers moeten hun stem laten horen, en van de slavernij zijn geen direct betrokkenen meer in leven. De groep slachtoffers moet sterk zijn. Wat interessant is, is wat er gebeurt als landen vanuit hun soevereine rechten een claim gaan neerleggen bij andere landen.”

18 claims
Voordat ik afsluit: hoe staat het met de algemene schadevergoedingsregeling voor weduwen van de standrechtelijke executies? “Er zijn al 18 nieuwe claims ingediend.”

Mr. Liesbeth Zegveld (Ridderkerk, 1970) studeerde Nederlands recht in Utrecht en promoveerde in 2000 cum laude. Zegveld vertegenwoordigt de laatste jaren regelmatig slachtoffers van de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië. Liesbeth werkt als mensenrechtenadvocate met Britta Böhler, bekend van onder meer de verdediging van Ayaan Hirsi Ali in de strijd om het Nederlandse paspoort van het voormalige Tweede Kamerlid van de VVD.

Kippenvel bij "Buitenkampers"

De documentaire die eindelijk gemaakt is.

Op het Nederlands Filmfestival 2013 in Utrecht ging gisteren, in een afgeladen zaal, de film Buitenkampers van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich in première. Na afloop van de vertoning kreeg de filmmaakster een staande ovatie, die ze geëmotioneerd in ontvangst nam. Deze waardering van het publiek en de ontlading van Naaijkens – Retel Helmrich zijn tekenend voor de gevoelige snaar die Buitenkampers heeft geraakt: het is de documentaire die eindelijk gemaakt is.

Onderbelichte geschiedenis
Buitenkampers is een documentaire over de periode 1942 – 1949, waarin de gemengde groep van Indo-Europeanen de Japanse bezetting (1942 – 1945) en bersiap (vrijheidsstrijd van de Indonesiërs van 1945 – 1949) moest zien te overleven. Een deel van hen werd geïnterneerd in Jappenkampen, maar een veel groter deel – 250.000 van hen, aldus de film – bleef buiten de kampen. Als je kon aantonen dat je Aziatische voorouders had, tenminste. “Het is onterecht een onderbelicht onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Deze mensen zijn met hun ervaringen echt tussen de wal en het schip terechtgekomen, eenmaal in Nederland,” aldus een Nederlandse bezoeker van de film achteraf. En dan te beseffen dat al deze mensen al 60, 70 jaar met deze trauma’s rondlopen, onbehandeld hoogstwaarschijnlijk.

De documentaire is opgedragen aan de moeders.

Als kind in de oorlog
De documentaire, opgedragen aan de moeders die de kinderen door de bezetting en bersiap heen hadden getrokken, is slim opgebouwd rondom herkenbare thema’s die veel terugkomen in verhalen over zowel de bezetting als de bersiap. Het geheel wordt verteld met aaneengeregen fragmenten uit interviews van Indo-Europese mannen en vrouwen. Nu zijn ze op middelbare leeftijd, maar toen waren ze nog kind, in leeftijd variërend van 4 tot 12 jaar. Zij vertellen over de verschrikkingen die ze overleefd hebben: moordpartijen, bombardementen, honger, verkrachting. Over hoe ze moesten buigen voor de vlag en hoe ze geschokt zagen dat de Indonesiers de Japanse bezetter steunden – in plaats van Nederland. Over broertjes die nog steeds vermist zijn. Of een buurvrouw van wie na een bezoek van de Jap “niets meer over was. Haar armen en benen lagen verspreid door het huis.”

Respect
Een van de voor mij meest aangrijpende verhalen is het verhaal van meneer Lents, die als zevenjarig jongetje gevangen genomen was door de Kempeitai – te vergelijken met de Duitse Gestapo. Stamelend zegt hij: “Ik heb het nooit verteld, wat daar gebeurd is. Het was zo vernederend. Als ik er nu nog over praat, voel ik de schaamte nog. Dat is triest. Echt triest.” Hetty Naaijkens, zelf van Indische afkomst, heeft deze man in zijn waarde gelaten en niet doorgevraagd (wat een Nederlandse filmmaker waarschijnlijk wel zou doen) en daar ben ik blij om. Het is dat respect voor de geinterviewden dat je als kijker terugziet in de eerlijkheid en openheid waarmee de ex-buitenkampers hun verhaal doen.

De verbindende verhalen
Buitenkampers is een unieke documentaire dankzij de invalshoek van kinderen die op hun oorlogservaringen terugkijken, waarbij de vijand – de Jap – hun beschermer werd en een vermeende vriend – de Indonesiër – een angstaanjagende vijand. De meeste bezoekers waren er laaiend enthousiast over. Zo ook  Yvonne Keuls: “Het knappe van Hetty is dat zij aan de hand van een verhaal van één persoon kan laten zien hoe het de hele groep vergaan is. De film is geen opsomming van verhalen, Buitenkampers laat de verbinding zien waardoor de hele groep met elkaar verbonden is. Dat is knap.”

“Hetty laat aan de hand van een verhaal van één persoon zien hoe het de groep vergaan is.” – Yvonne Keuls

Weinig inzicht in dagelijks leven
Buitenkampers is een must-see voor iedereen met een Indisch hart, jong of oud, Nederlands of Indisch.Toch hoorden we ook een paar kritiekkpunten, waarvan een zeker het delen waard is. “Kijk, ik weet niet zo veel over wat er toen gebeurd is. Mijn ouders en oma vertelden er niet over. Ik hoopte in Buitenkampers te zien hoe hun dagelijks leven onder invloed van de Jap veranderde en dat heb ik niet gekregen. Dat vind ik jammer,” vertelde een licht teleurgestelde filmganger. Ook viel mij op dat de aantallen repatrianten en emigranten beduidend hoger lager dan ik uit wetenschappelijk onderzoek heb op kunnen maken, maar dat is bijzaak.

Insiders verhaal
Wat geen bijzaak is, is de teleurstelling van de bezoeker. Die zou een waarschuwing kunnen zijn voor de ontvangst mensen met weinig kennis over deze tijd. Wij hopen, net als onder meer producent San Fu Maltha, dat Nederlanders deze film gaan zien, zodat het onvertelde verhaal verteld en verspreid wordt. Voor die groep geldt, net als voor – heel veel – Indische jongeren van de derde en vierde generatie, dat ze behoefte hebben aan een outsiders’ look om de insiders’ story te kunnen begrijpen. Die blik van buitenaf ontbreekt. Laten we hopen dat de meerderheid van de bezoekers die niet mist.

Buitenkampers is vanaf donderdag 3 oktober 2013 in 17 theaters in Nederland te zien. Verder zendt de NTR op 15 augustus 2014 de documentaire uit. Tot slot vind je op de website van Buitenkampers meer informatie over de filmvertoningen en nog meer – schrijnende – verhalen van de deelnemers aan de documentaire.

Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens - Retel Helmrich.
Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich.

‘Componeren voor Buitenkampers leverde magische momenten op.’

Xavier Boot, componist en derde generatie Indo, werkte mee aan de film Buitenkampers

Volgende week zondag gaat op het Filmfestival Buitenkampers in première, de nieuwste film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich (o.a. Contractpensions, Stand van de Sterren). Xavier Boot (Utrecht, 1989) componeerde de muziek. Ik sprak deze derde generatie Indo over zijn composities. ‘Het was een hele bijzondere ervaring om aan Buitenkampers film mee te werken.’ 


Productie trailer: Jasper Naaijkens.

Hoe loopt je Indische familielijn?
‘Mijn oma is geboren in Semarang, de moeder van mijn moeder. Ik heb er best veel over meegekregen. Met mijn opa, oma, vader, moeder en mijn zus ben ik twee keer naar Indonesie gegaan, de hele zomer, toen ik 6 was en 12 jaar. We gaan regelmatig naar Pasar Malams. We eten Indisch, mijn moeder is actief in Indische netwerken, mijn ouders hebben zelfs een Indisch koor opgericht. Ik voel me erg verbonden met Indonesie. Dat speelt zeker een rol.’

‘Ik ben als muzikant op zoek naar mijn eigen stem.’

Hoe was het om aan deze film te werken?
‘Dat was erg fijn. Ik ben op het Conservatorium geschoold als klassiek pianist. Sinds ik mijn diploma heb, wil ik niet meer volgens vaste regels spelen. Ik ben op zoek naar mijn eigen stem. Ik wil muziek maken vanuit het onderbewuste. Bij deze film kon ik mijn eigen creatieve proces ingaan. Werken vanuit momenten, zonder regels, dat kan magische momenten opleveren, juist met deze film, waarmee ik persoonlijk zo verbonden ben. Het was een hele bijzondere ervaring.’

Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.
Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.

Welk vraag had je van Hetty Naaijkens gekregen, wat was je opdracht?
‘Ik maakte muziek bij archiefbeelden. Van tevoren hadden we een beetje geoefend wat ik ging doen, maar het definitieve werk gebeurde in de studio. Hetty liet de beelden zien, ik improviseerde bij die beelden. Ik speel wat Nederlands-Indische muziek, een klassiek stuk en verder is het een vrije benadering van pianomuziek en werk ik samen met een fluittist, Roy Kuchel.’

‘Het was een hele bijzondere ervaring.’

Wat heeft de film met je gedaan?
‘Ik ben ermee bezig gegaan, met mijn Indische familiegeschiedenis. In de tijd van het maken van de film heb ik veel extra materiaal gelezen en extra veel met mijn opa en oma gesproken. De film maakte in mijn hele familie dingen los. Mijn oma heeft voor het eerst iets verteld dat zelfs mijn opa nog niet wist. Meewerken aan Buitenkamers is voor mij een periode van bewustwording geweest, van mijn eigen verleden, en de rol die dat verleden nog steeds speelt in het dagelijks leven, van mij en van andere Indische Nederlanders.’

‘Meewerken aan Buitenkamers is een tijd van bewustwording geweest.’

999199_541743942565519_1839109071_n

 

Buitenkampers gaat over de 250.000 Indische Nederlanders die de Japanse bezetting buiten de kampen moesten zien te overleven. De film is vanaf 3 oktober in bioscopen in Nederland te zien en gaat op 29 september as in premiere tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht.

Xavier Boot is een internationaal geschoolde pianist, die als klassiek pianist afstudeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Xavier studeert momenteel geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In de film heeft hij nog een cameo met zijn oma. Meer verklappen we daar niet over. Goed opletten dus.

De Rampokan-reeks van Peter van Dongen

Verwisselde identiteiten in een complexe samenleving.

Rampokan, de bundeling van Peter van Dongen’s stripverhalen Rampokan Java en Rampokan Celebes, kwam in mei van dit jaar uit. Ik was blij te horen dat deze strips samengevoegd werden. Rampokan Celebes, deel 2 van de Rampokan-reeks, had ik al eens gelezen maar, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, het verhaal was me niet echt bijgebleven. Veel intriges en complexe verhaallijnen, die ik niet kon plaatsen. Zou het anders zijn, als ik eerst het eerste deel lees?

Verwisselde identiteiten
Johan Knevel, een totok – een Hollander die in Indie geboren is, vertrekt na de eerste politionele actie vanuit Nederland naar Nederlands-Indie om “rust en orde te herstellen”, die door het “nationalistische virus dat vreedzame inlanders tot moordenaars maakte” verstoord geraakt is. Aan boord al gaat het fout. De – communistische – soldaat Verhagen valt overboord tijdens een vechtpartij met Knevel. Het is een ongeluk, maar Knevel verzwijgt het voorval. Verhagen wordt geregistreerd als deserteur, terwijl Johan Knevel zijn papieren bij zich houdt. Wat volgt, is een Kafkaiaans kat-en-muis verhaal dat alleen mogelijk is door verwisselde identiteiten. Dit is ook het hoofdthema van de Rampokan-serie; wie ben je nou echt? Liefde, geweld en macht zijn verhaallijnen die – spoiler alert! – onder invloed van deze verwisselde identiteiten allemaal slecht aflopen.

Complex verhaal, complexe samenleving
De Rampokan-reeks bestaat uit twee stripverhalen. Daardoor kan je onterecht denken dat ze geschikt zijn om op je strandbedje door te bladeren. Je kan het proberen, maar ik merkte dat ik – net als bij een literaire roman – mijn aandacht nodig had om de verschillende verhaallijnen te volgen. Van Dongen geeft je verschillende ‘cues’, zodat je de flashbacks en ‘ondertussens’ kan herkennen. Maar door het thema van verwisselde identiteiten en de vele verhaallijnen is het best een ingewikkeld geheel om te lezen. Is het daardoor niet de moeite waard? Jawel. Want deze complexiteit doet juist recht aan de aard van de indische samenleving. Die was complex, gelaagd en ingewikkeld, en draaide misschien wel om verwisselbare identiteiten. Met de complexe structuur van Rampokan steekt Peter van Dongen zijn nek uit. Wat mij betreft is dat een integere en te bewonderen keuze.

Juweeltje
Dankzij Peter van Dongen’s kwaliteit van vertellen, zoals het gebruik van de – slechts – twee kleuren en de vogel die op specifieke momenten in het verhaal komt, is de Rampokan-reeks in gebundelde vorm een juweeltje. Dat je de twee verhalen achter elkaar leest en niet, zoals ik ooit heb gedaan, het tweede deel op zichzelf, is een groot meerwaarde. De vele subthema’s in de twee delen, zoals de interraciale relaties en de koloniale spanningen tussen Nederlanders en ndonesiers, laten bovendien zien hoe goed deze Indo op de hoogte is van de Indische geschiedenis. Neem er je tijd voor en de Rampokans nemen je mee in een verdwenen wereld, die met tempo doeloe niets meer te maken heeft.

Mijn enige kritiek op Rampokan is de kleur. Ik vind twee kleuren eigenlijk een beetje saai. Waarom maar twee, uitgever?

Rampokan. Peter van Dongen. Uitgeverij Oog & Blik, 2013. 158 pagina’s, 24,95 euro.

Scene uit Rampokan.
Scene uit Rampokan (Peter van Dongen/ Uitgeverij Oog & Blik, 2013).

Politionele acties vanuit Indonesisch perspectief

Reportage van filmvertoning Hati Merdeka met nabespreking door Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

‘Het ging ze alleen maar om geld! Die politionele acties waren om de rijkdom van Nederland te beschermen. Wie denken ze wel niet dat ze zijn om aan de andere kant van de wereld dit land als hun bezit te zien?’ Zo reageerde Jeffrey Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden, vanuit het publiek na de vertoning van de film Hati Merdeka. De film werd op vrijdagavond 23 augustus vertoond in een uitverkochte Grote Zaal van de Balie in Amsterdam.

De antikoloniale opmerking van Pondaag werd niet gewaardeerd door de koloniaal gezinde Indo’s in de zaal, zij begonnen hem te onderbreken met: ‘Kan die man worden verwijderd?’, ‘Kunnen we het even over die film hebben?’ en ‘Security?!’ Dat de opmerking van Pondaag er niet mocht zijn zegt genoeg over hoe er binnen de Indische gemeenschap over de koloniale geschiedenis hoort te worden gedacht. Als mensen er van afwijken worden ze belachelijk gemaakt, onderbroken en ‘ge-silenced’. Uit de reacties van het publiek leek alsof er onder de meerderheid in zaal een weerstand heerste om het Indonesische perspectief van de filmmakers van Hati Merdeka te accepteren.

Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.
Scene uit Hati Merdeka: confrontatie KNIL soldaten met Indonesische vrijheidsstrijders in een lokale bar.

Hati Merdeka is spannende actiefilm en geeft een totaal ander perspectief op de ‘politionele acties’ dan die wij in Nederland gewend zijn. De wreedheid van het KNIL ten opzichte van onschuldige burgers komt hard je netvlies binnen. In de film wordt een groep vrijheidsstrijders gevolgd die als doel hebben de commandant van ‘Depot Special Troepen’ Raymer, losjes gebaseerd op Raymond Westerling, uit te schakelen. Onder de leden van de Indonesische guerrillastrijders zit ook Marius, een Indo. In de film komt naar voren dat Indo’s zowel aan de Nederlands kant (in het KNIL), als aan de Indonesische kant vochten. Marius kiest, ondanks protesten van zijn Indo vader, voor de Indonesische kant. Het KNIL wordt neergezet als een groepje arrogante soldaten die voor de meerderheid uit Indische en Molukse jongens bestaat.

Bad guy Raymer, zien we als een gruwelijke man, die naast dader ook als slachtoffer wordt gezien. Hij zou namelijk zelf getraumatiseerd zijn, doordat hij in een Japans interneringskamp heeft gezeten. In werkelijkheid heeft Raymond Westerling dat nooit meegemaakt, maar het is wel waar dat veel mensen in het KNIL net uit het kamp of uit dwangarbeid kwamen. Aangezien deze ervaring nog vers in het geheugen van veel KNIL soldaten zat, worden de Indonesische vrijheidsstrijders door hun leiding gewaarschuwd: ‘Sommige zijn Nederlanders en sommige zijn lokale militairen. Veel van hen hebben net als Raymer in de Japanse interneringskampen gezeten. Ze zijn loyaal aan de dood en net zo wreed als Raymer zelf.’

(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.
(vlnr) Ad van Liempt, de host van CinemAsia en Maarten Hidskes tijdens de nabespreking van Hati Merdeka.

De nabespreking van de film vindt plaats met Ad van Liempt, specialist op het gebied van de politionele acties, en Maarten Hidskes, zoon van een soldaat die onder Raymond Westerling diende in de ‘Depot Special Troepen’. De kennis die Van Liempt deelt met het publiek is heel nuttig en goed onderbouwd. Het verhaal van Hidskes was minder interessant. In de film waren net de oorlogsmisdaden getoond van Depot Speciale Troepen, maar de balans werd weer helemaal naar het Nederlandse perspectief toe getrokken door Hidskes. Herhaaldelijk haalde hij aan dat zijn vader ‘met de beste bedoelingen’ meedeed aan de strijd. Het is jammer dat er niemand was die vanuit een Indonesisch, Indisch of Moluks perspectief meedeed aan de bespreking.

Uit de film werd duidelijk dat voor iedere Indo de keuze aan welke kant je stond een persoonlijke keuze was. Wat is er nu veranderd ten opzichte van toen? De verdeeldheid in de zaal en de reacties op Pondaag laten zien dat het eigenlijk nog steeds zo is. De film Hati Merdeka zorgde voor een pedis avondje tempo doeloe in De Balie.

Win filmkaarten voor 'Hati Merdeka'

CinemAsia film en talkshow op 23 augustus a.s. in De Balie, Amsterdam

Afgelopen zaterdag vierde Indonesië haar Onafhankelijkheidsdag, 17 augustus. Veel Indonesiërs zien deze dag als een symbool voor de vrijheid die zij verkregen hebben ten koste van de Nederlandse kolonisten. Hoe leeft de herdenking voort in het collectieve geheugen van de Indonesiërs?

Op 23 augustus vertonen CinemAsia en De Balie de Indonesische box office hit Hati Merdeka (Hearts of Freedom). Deze film volgt een groepje Indonesische verzetsstrijders dat het opneemt tegen de Depot Speciale Troepen (DST) van de beruchte commandant Raymond Westerling. Indisch 3.0 mag twee plekken op de gastenlijst weggeven voor deze film.

Hoe kan je winnen?

Geef antwoord op deze vraag, vul je gegevens in en klik uiterlijk 20 augustus 2013 op ‘Verzend’. Op 21 augustus a.s. maken we de twee winnaars bekend.

De inzendingen zijn binnen, de lootjes getrokken. Het juiste antwoord was (uiteraard) Raymond Westerling. De winnaars van de twee vrijkaarten zijn Lk op de gastenlijst gewonnen. Jullie ontvangen een mail met daarin de details over de gewonnen vrijkaart. Veel plezier!

Meer over de film ‘Hati Merdeka’
De afgelopen jaren is er veel gesproken over de laatste jaren van de kolonisatie van Indonesië, 1947-1949, de eerste en tweede Politionele Acties. Politionele Acties, “Een mooi woord voor oorlog” schreef journalist en historicus Ad van Liempt. Een besef dat pas laat in Nederland ging leven. Met de bewustwording van een echte oorlog kwamen de laatste jaren ook veel geluiden over oorlogsmisdaden naar boven, zoals de kwestie Rawagede vorig jaar en onlangs nog de geheimzinnig opgedoken fotoalbum van een massagraf. Met deze screening wil CinemAsia stilstaan bij de hedendaagse herdenking in Indonesië, door Indonesiërs. De film Merah Putih III: Hati Merdeka heeft internationaal verschillende prijzen in de wacht gesleept en is op een Hollywood-achtige stijl gemaakt met een briljante cast. Alhoewel de namen enigszins gefingeerd zijn, is het duidelijk dat in deze film de Indonesische kijk op de dekolonisatie wordt gegeven.

Talkshow na de film
Na de film zal Maarten Hidskes, kleinzoon van een oud-DST-er, een pre-release presentatie van zijn boek geven waarin hij een deels bestaande briefwisseling onderhoudt met zijn opa die onder Westerling gediend heeft. Het gaat hier om nog nooit eerder gepubliceerde brieven, die een unieke toegang geven tot de beweegredenen van een oud-DST-er. Voorafgaand aan de film zal de journalist Ad van Liempt (tevens geestelijk vader van o.a. NOVA en Andere Tijden en expert op het gebied van de dekolonisatie van Indonesië) een introductie geven over de aanloop naar, uitvoering en nasleep van de Politionele Acties. Na afloop van de film kan het publiek actief deelnemen aan de talkshow met Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.