Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

Lees en win: Rivier de Brantas

Rivier de Brantas archieffoto. Bron: Tropenmuseum

[box type=”shadow”]Indisch 3.0 organiseert, in samenwerking met uitgeverij In de knipscheer, een exclusieve lezersactie: lees de voorpublicatie en win een van de drie op naam (!) gesigneerde exemplaren van Rivier de Brantas![/box]

3-3-2011, 16:00 uur, de uitslag
We hebben zojuist de prijswinnaars van Alfred Birney’s boek Rivier de Brantas op de hoogte gesteld: Nathan Kars, Luciënne Beeloo en Patrick Wouters ontvangen binnenkort een gesigneerd exemplaar. Gefeliciteerd!

Wat kan je winnen?
Een van de drie exemplaren van Rivier de Brantas, die schrijver Alfred Birney op naam van de winnaars zal signeren.

Wie kunnen meedoen?
Iedereen die Indisch3 volgt op Twitter of fan is op Facebook mag meedoen. Natuurlijk zijn leden van de redactie, de freelancers en hun familieleden van deelname uitgesloten.

Hoe doe je mee?

  1. Zorg ervoor dat je Indisch3.0 volgt op Twitter (www.twitter.com/indisch3) of Fan bent van onze Facebookpagina (Vind ik leuk/ Like ons op www.facebook.com/indisch3).
  2. Lees deze voorpublicatie (pdf): Voorpublicatie-Indisch3-rivier-de-brantas.
  3. Beantwoord de vraag zoals omschreven in de voorpublicatie.
  4. Zorg ervoor dat je antwoord voor 3 maart 15:00 uur bij ons binnen is. Je ontvangt een bevestiging van deelname.
  5. Alle deelnemers die zich hieraan houden en een goed antwoord insturen, dingen mee naar een van de drie boeken.

Wanneer zijn de winnaars bekend?
Op 3 maart 21:00 uur maken we de winnaars bekend op Twitter, Facebook en onze website. Over de uitslag kan, zoals dat overal altijd staat, ook bij ons niet worden gecorrespondeerd.

rivier de Brantas Alfred Birney 2011 Over Rivier de Brantas
Rivier de Brantas is het verhaal rond een gitarist, die bij het graf van zijn grootmoeder op Java een vloek wil bezweren die op zijn familie zou rusten. In het boek, vol tempowisselingen en vertellingen, passeert de Nederlandse koloniale geschiedenis spelenderwijs de revue. Iedereen die de reizende gitarist ontmoet lijkt van die ingrijpende geschiedenis doordrongen, in tegenstelling tot veel mensen in Nederland. Herinneringen lijken plaatsbepaald, en de gitarist, met zijn familiewortels op Java en in Nederland, moet lang met zijn vragen wachten voordat hij uiteindelijk een antwoord krijgt van toevallige passanten.

Indisch3.0 recenseerde deze novelle als eerste in Nederland. De boekpresentatie vindt plaats op 6 maart a.s. in Haarlem en jij kan erbij zijn. Lees het in Uitnodiging 6 maart Alfred Birney (pdf).

Rivier de Brantas als zuiverend slot trilogie

rivier de Brantas Alfred Birney 2011

Na de dood komt het leven

Bij het lezen van Rivier de Brantas, de nieuwste Birney, zou je bijna vergeten dat het eerste deel van deze rivierentrilogie in 2009 gezien werd als zijn ‘rentree’ in schrijversland. Na het mysterieuze Rivier de Lossie, dat zich in Schotland afspeelde, volgde het onthullende deel twee, Rivier de IJssel, waarin de ik-figuur als bij toeval tijdens een nachtelijke ontmoeting in Deventer de eerste schillen rond zijn familiegeschiedenis kon afpellen. Met Rivier de Brantas gaat Birney door alle lagen van het noodlot heen en maakt hij de cirkel rond – of, eigenlijk, voor het eerst open.

In Brantas vertrekt de gitaarspelende ik-figuur op de valreep naar Jakarta, voor een optreden tijdens een soiree van de Nederlandse ambassade. Hij besluit, omdat hij er toch is, zijn verblijf te verlengen om eindelijk bloemen te strooien over het graf van zijn grootmoeder, in de hoop de vloek op te heffen die volgens zijn agressieve vader ooit over de familie uitgesproken is. Tijdens zijn reis van west naar oost passeert de gitarist in Indonesië tastbare schimmen en hedendaagse afdrukken van het Nederlandse koloniale verleden, om tot stilstand te komen bij het vervallen graf van zijn grootmoeder (niet oma!) Sie Swan Nio.

Van de drie rivierennovelles zal Rivier de Brantas bij Indische lezers de meeste herkenning oproepen. De repatriering, rangen en standen, de Japanse bezetting, maar ook Indonesië, muziek en de voor Indo’s maar al te bekende ‘uitgebreide’ familieverbanden vormen bijna karakters in dit taboedoorbrekende verhaal. Denk bijvoorbeeld aan de kinderen die geboren waren uit Japanse vaders en lokale moeders. Daarnaast doorweeft de schrijver deze novelle met Indische thema’s die minder aan de oppervlakte liggen, maar voor het in stand houden van taboes onontbeerlijk zijn. De goede (Indische) lezer zal ook deze thema’s herkennen als net zo Indisch als de verhalen rondom contractpensions. Want wanneer zijn wij eigenlijk wel op de juiste plek aangekomen, niet als invaller of vluchteling, maar omdat wij daar horen?

De structuur en stijl van het derde deel is meanderend als een rivier. Soms vertraagt de schrijver en neemt hij de lezer mee naar mijmeringen van de ik-figuur, om, eenmaal uitgemijmerd, weer te versnellen door het verhaal te hervatten in een rijdende bus onderweg naar Yogyakarta. De vele lagen in het boek maken het een feest om te recenseren: hoe vaker je het leest, hoe meer je ziet. Het betekent wel dat sommige lezers zich een beetje verloren kunnen voelen in dit ritmische boek. Dat is het risico dat de schrijver genomen heeft.

Pas als ik de drie delen naast elkaar bekijk, valt op welk minimalistisch meesterwerk Birney met deze trilogie afgeleverd heeft. Geen letter staat te veel op papier, de drie Rivieren sluiten perfect op elkaar aan. Maar ook zie ik de kleine ‘grapjes’. Kijk maar eens naar het aantal hoofdstukken van de drie delen. En tel vervolgens die cijfers bij elkaar op. Iedereen die wel eens iets met numerologie gedaan heeft, ziet daarmee benadrukt hoe minutieus de drie novellen in elkaar gezet zijn. Hier moet wel een Plan achter zitten, een Boodschap.

Rivier de Brantas is opgedragen aan Michael, de zoon van Alfred Birney. Zou het Plan, de Boodschap, er een zijn van vader aan zoon? Zou de schrijver zijn eigen vader, zichzelf en zijn zoon zien als een trilogie? Dan zou ik me kunnen voorstellen dat die boodschap zoiets is als ‘De vloek moet stoppen, want het leven gaat door.’

[box type=”shadow”]Nieuwsgierig geworden? Check dan maandag 28 februari a.s. onze website voor een unieke voorpublicatie. Indisch 3.0 mag bovendien maar liefst drie exemplaren weggeven van Rivier de Brantas![/box]

Leestip voor tijdens (en ook buiten) de koortsige uren: de Republikein

Tijdens een vervelend griepje dat me al dagen aan huis gekluisterd houdt, grijp ik alles aan om de koortsige uren op de bank en in bed minder eentonig te maken. De Winterspelen bieden wat verlichting, maar ook herhalingen van een handjevol Neerlandse successen gaan vervelen. Ik ben niet wintersport liefhebber genoeg om me te verdiepen in de vele andere disciplines, zoals skeleton, waarin onbekende gekken met 140 kilometer -plat op hun buik en hoofd vooruit- hun leven wagen in een rodelbaan.

Dan maar het nieuws volgen rond de val van het kabinet. We blijven niet in Uruzgan en daar was een val voor nodig. Al snel zie ik door de bomen het bos niet meer en hou ik het niet langer vol. Dan toch maar de stapel tijdschriften door, er ligt meestal wel wat ongelezen tussen. Hoewel het lastig concentreren is op kleine letters met 39 graden koorts, duik ik vandaag -plat op mijn rug- een aantal uren onder de wol met de laatste editie van de Republikein die mijn buurvrouw me kwam brengen; het themanummer Indië verloren, rampspoed geboren.

Deze editie van het Tijdschrift voor de Ware Democraat besteedt ruimschoots aandacht aan de wrok, spijt en leugens bij het afscheid van Insulinde. De toon is snel gezet als hoofdredacteur Rik Smits begint met uitleggen dat Nederland zich graag als een klein landje ziet, wat “goeddeels onzin” is, want “economisch, cultureel en wetenschappelijk is Nederland eerder een reus”. “Maar kleingeestigheid ging ons ten aanzien van onze koloniën beschamend goed af”.

Ik zit inmiddels wat rechter op in bed en lees verder. Aan de hand van een interessante verzameling stukken van onder meer Gerard Aalders, Henk Schulte Nordholt en Johannes van Dam word ik meegenomen langs belangrijke momenten in de geschiedenis van Nederland en Indonesië. De artikelen maken onder meer kraakhelder hoe vreemd de oude koloniale macht Nederland omgaat met het “tropische deel” van haar geschiedenis.

Dat wist ik op zich al wel, maar ook voor mij staan er in deze editie vooral onthullende artikelen. Tussen de hoestbuien door slaak ik de meeste “oh’s” en “ah’s” bij het stuk Opium van Oranje van Ewald Vanvugt. Net als in zijn Zwartboek voor Nederland overzee: wat iedere Nederlander moet weten, vertelt hij hoe het Koningshuis vele tientallen miljoenen vergaarde via de opiumhandel in Nederlands-Indië. Zeker niet alleen voer voor republikeinen. Jammer dat, met een oplage van slechts 2.500 stuks, deze kennis bij bar weinig mensen terechtkomt.

Vanaf de op Tjalie Robinson geïnspireerde “Spaans gepeperde termen” op pagina 1, tot aan het “Postkoloniaal Naschrift” op pagina 64, waarin Alfred Birney nog maar eens de vloer aanveegt met Oeroeg en de Oeroeg-hype van eind vorig jaar, blijf ik in ieder geval geboeid. Goede journalistiek-wetenschappelijke teksten van mensen die hun weg weten met de pen vervelen niet. Zelfs niet met een virus die even hardnekkig lijkt als het gebrek aan (post-koloniale) zelfreflectie waar Nederland nog altijd in uitblinkt. Waar een groot land klein in kan zijn.

Indisch 3.0 op “(Na)smaak van Indië”

Op 14 februari zal Ed Caffin namens Indisch 3.0 een lezing geven op een Indische middag in Boekhandel van Pampus in Amsterdam. Het thema van de middag is “Nasmaak van Indië”. Aanleiding is de uitgave van de moderne vertaling van Multatuli’s Max Havelaar, in maart 2010. De eerste druk van het boek (“geen roman, het is een aanklacht!”) verscheen 150 jaar geleden.

Indisch 3.0

Onder leiding van Joyce Cordes zullen verschillende sprekers die middag ingaan op de laatste decennia Nederlandse aanwezigheid in Indië, de dekolonisatie van Indonesië, de repatriëring van honderdduizenden Indische Nederlanders, de opvang in het ‘vaderland’ en de postkoloniale ontwikkelingen in Nederland. Indisch 3.0 is gevraagd een korte bloemlezing te geven over wat de jongere generatie Indische Nederlanders bezighoudt.

Programma

15.00 u Tweegesprek Lizzy van Leeuwen en Alfred Birney Postkoloniaal Nederland, vanuit verschillende perspectieven.

16.30 u De film Contractpensions – Djangan Loepah! met een inleiding door regisseur Hetty Naaijkens-Retel Helmrich.

18.00 u Kalangkang, Sundanese muziek

18:30 u De (na)smaak van Indië, bijdrage door Ed Caffin, van weblog Indisch 3.0

19.00u Einde

Nasmaak van Indië, 14 februari 2010, 15.00 – 19.00 uur. Toegang, inclusief enkele hapjes, is € 5. Boekhandel van Pampus, KNSM Laan 303, Amsterdam. OV: vanaf Amsterdam CS bus 42 richting KNSM-eiland en stap uit op halte Azartplein (tramlijn 10 kan ook, maar niet vanaf CS).

Rivier de Lossie – Alfred Birney

alfred-birney-rivier-de-lossie1

Sinds 1 mei ligt het nieuwe werk van Alfred Birney in de boekwinkels. Negen jaar na zijn laatste boek, de roman Het verloren lied, is er nu de novelle Rivier de Lossie. Het is een mysterieus verhaal over een man, Birnie, die in een vergeten stuk Schotland op zoek gaat naar zijn Schotse wortels en daar een vrouw ontmoet. Voor Indisch 3.0 las ik het boek. Een aanrader? Ja.

Hoewel ik weinig van het eerdere werk van Alfred Birney ken, valt zijn heldere vertelstijl in vaak korte zinnen direct op. In kleine hoofdstukken ontvouwt zich langzaam maar, zeker in het begin, een wat merkwaardig verhaal over een muzikant, die in z’n eentje een aantal dagen naar Schotland vertrekt en intrekt in een hotel in het dorp. Door de hoofdstukken heen worden de strofen van een lied genaamd The Ferryman’s Daugther geweven van een artiest genaamd Donovan. Het lijkt erop dat de mysterieuze Hazel die Birnie ontmoet aan de Rivier de Lossie, en met wie hij een wandeling langs de rivier maakt, iets weg heeft van de vrouw in het lied.

Donovan – The Ferryman’s Daugther

Vanwege de zoektocht naar wortels zal het verhaal oudere en jongere Indo’s aanspreken. Is het daarmee een Indisch boek? Ja en nee. Ja, want de hoofdpersoon en de schrijver zijn Indo’s . Nee, want de thema’s zijn universeel. Net als bij de meeste boeken die door Indische schrijvers geschreven zijn doet het er niet echt toe of het boek wel of niet Indisch is, een veel belangrijke vraag is wat het de lezer nu precies wil vertellen. Juist dat laat zich moeilijk vangen; de gelaagdheid van het boek geeft de gelegenheid tot vele interpretaties. In het verhaal zijn uiteindelijk een aantal verschillende thema’s te herkennen. Soms gaat het over de liefde, dan over identiteit, herinnering of de zoektocht naar afkomst en geschiedenis van in dit geval een muzikant van Indische komaf.

Zoals Kirsten eerder schreef op deze blog kunnen die Indische wortels in verre landen liggen als Indonesië of China, maar ook in landen dichterbij; ergens in een vergeten uithoek van Europa bijvoorbeeld. Dat geldt uiteraard niet alleen voor Indische mensen, maar ook voor heel veel andere mensen met een gemengde achtergrond. Net als de hoofdpersoon vragen veel van die mensen zich nauwelijks hardop af wie ze zijn en waar ze vandaan komen. Het antwoord op die vraag bevindt zich soms een oceaan verder, of, zoals Birnie zich beseft, over een onoverbrugbare zee van tijd.

Doet het er eigenlijk echt toe om precies te weten waar je vandaan komt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat Alfred Birney met het verfijnde en gelaagde proza in deze novelle, eindelijk weer van zich heeft laten horen. Gelukkig maar.

Alfred Birney – Rivier de Lossie – Uitgeverij In de Knipscheer (2009) -104 blz.

Bestel het boek

Indomania 3: waanzinnig chaotisch huiskamergevoel

indomaniaDen Haag, 16 november 2008
door Kirsten Vos

Dit is een lange blog. U vindt hier namelijk ook de tekst die Marscha Holman en ik uitgesproken hebben op Indomania 3. Overigens – de vraag waar wij daar mee eindigden, is ook aan u gericht.

Het was er warm, in Rob Malasch’ galerie in Amsterdam, het strijdtoneel van Indomania 3 dat op 15 november plaatsvond. Het was te druk, de akoestiek was slecht, de pijpelaruimte was ontoereikend voor de opkomst, het TL-licht was ongezellig en het ‘postkoloniaal debat’ was niet te volgen. Het duurde lang voordat we konden eten omdat er nog geen bestek was. De vertoning van Hetty Naaijkens’ Contractpensions vond ik te kort. Er waren te weinig stoelen. De live-band was Nederlands. Halverwege de avond ging het personeel op pad voor extra bier. Binnen een paar uur was de rode wijn op en de fles champagne die ik zou krijgen als bedankje is uitgeschonken aan de gasten. Kortom: Indomania 3 was waanzinnig chaotisch. Maar desondanks vond ik het vooral erg gezellig.

Rond half vijf arriveerde ik bij de tot ‘eventvenue’ omgetoverde Serieuze Zaken. Een in uniform geklede heer heette me welkom. Malasch’ collectie had plaatsgemaakt voor het ‘uit de geheime voorraad van Frans Leidelmeijer’ koloniale art-deco meubilair, tekeningen van onder meer illustrator en striptekenaar Peter van Dongen en: heel veel mensen. Te koop waren t-shirts van Indomania 3, werk van Herman Keppy, van Alfred Birney en van Peter van Dongen, Indische saucijzen van Van Olphen, Indische hapjes als lemper en risolle en natuurlijk wijn, bier en fris.

Op het programma stonden een debat over de Indische producties die de afgelopen maanden uitgekomen zijn en een optreden van Marscha Holman en mijzelf. Onder leiding van Ricci Scheldwacht en Herman Keppy probeerden enkele prominenten het debat te voeren, over het boek Ons Indisch Erfgoed (Lizzy van Leeuwen) en de film Ver van familie (Marion Bloem). Door de gebrekkige akoestiek, maar ook de vorm van het debat, was dit helaas nauwelijks te volgen. Een interventie van de in het publiek aanwezige Theodor Holman kon daar weinig aan veranderen.

Na dit debat betraden Marscha Holman en ik het podium. Wij waren gevraagd ‘iets over de derde generatie’ te vertellen en dat hebben we, binnen onze mogelijkheden, gedaan. De reacties – van het publiek dat het kon horen – waren bevrijdend. Nee, we hoeven ons niet schuldig te voelen omdat we geen botol tjebok hebben, of omdat we niet op zoek zijn naar erkenning voor ‘de’ Indische zaak. We mogen gewoon ons eigen pad vinden in de Indische wereld. In de discussie daarna stelde Ricci Scheldwacht me een leuke vraag. “Je zet je niet af tegen de eerste generatie. Zet je je wel af tegen de tweede?” Op dat moment realiseerde ik me dat ik me vooral afzet tegen de Indische kruistocht voor erkenning, die absoluut niet generatiegebonden is.

Indomania 3 vond ik ongedwongen en vrij. Ja, organisatorisch was er een hoop ruimte voor verbetering. De locatie was rampzalig voor de opkomst. En wellicht ben ik dit keer niet helemaal objectief, omdat ik een rol speelde in het programma. Maar tekenend voor de sfeer vond ik de mannen en vrouwen die, Indisch en niet-Indisch,  vrolijk dansten op de muziek van de dj. En de mensen die, net als bij uitgebreide kumpulans thuis, dwars door elkaar heen tevreden zaten te eten.

‘De’ derde generatie op Indomania 3
door Marscha Holman en Kirsten Vos

De derde generatie Indische Nederlanders. Volgens het CBS bestaat die niet. In berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte voor het uitkeren van het Gebaar, hield de demografie van Indische Nederlanders op bij de tweede generatie. Marscha Holman, columniste van Moesson, en Kirsten Vos, columniste van Archipel en beheerder van de weblog Indisch 3.0, beiden leden van deze derde generatie, zijn voor de Nederlandse overheid dus gewoon Nederlanders. De laatste tijd horen deze twee “Nederlanders met Indische wortels” steeds vaker ‘De Indische cultuur sterft uit’ en ‘Echte Indo’s bestaan niet meer’. De voorwaarden voor een existentiële crisis voor onze derde generatie zijn dus overtuigend aanwezig. Vanuit de eigen groep horen ze bovendien soms dat ze niet echt Indisch zijn. Toch willen Marscha en Kirsten met hun Indische wortels meer dan nasi goreng leren maken. Daarbij  merken ze dat mensen vooral van hen willen horen dat het Indische zoals dat ooit bestond wél in hen voortleeft. Of dat is wat ze zelf met het Indische willen en kunnen, horen we nu, in een levende column. Na afloop willen ze van u weten of dit is wat u wilde horen.

MARSCHA (gericht op het publiek): Vorige week maandag hadden we alleen nog geen flauw idee wat we wilden zeggen.
[Kirsten pakt haar telefoon.]
KIRSTEN: Hi, met Kirsten, stoor ik?
MARSCHA: Nee, ja…ehh nee. Wacht, ik zet even het gas onder de hutspot laag.
KIRSTEN: Oké. Lekker hè, die aardappelen, als het zo koud is buiten. Ben je zover?
MARSCHA: Ja!
KIRSTEN: Heb je gezien dat jij samen met mij op Indomania iets gaat doen over de derde generatie? Wij vertegenwoordigen namelijk de derde generatie Indische Nederlanders. Ze willen weten waar die mee bezig is.
MARSCHA: Ja, ik zag het. Leuk, denk ik. Maar wij zijn toch geen Ambassadeurs van de derde generatie? Wij maken hutspot! We verzinnen wel iets,  als we maar niet een soort act gaan doen als de nichtjes van tante Lien, vol tempodoeloe. Nee, niet te veel tempodoeloe, we moeten wel een tegengeluid geven.
KIRSTEN: Ja, in elk geval een eigen geluid. We zijn de derde generatie dus we zullen met iets verfrissends moeten komen. Wanneer zullen we het daarover hebben?
MARSCHA: vrijdag?
[Marscha en Kirsten draaien zich naar elkaar toe, nu met hun gezichten schuin naar elkaar toe. Ze begroeten elkaar.]
MARSCHA: Kan je dat idee dat je mailde, van dat toneelstuk, nog eens uitleggen?
KIRSTEN: Nou het idee was als volgt. We noemen het ‘Marscha en Kirsten in de wondere wereld die Indisch heet’. En het wordt dan een uitermate vrije interpretatie van het wayangspel die waarschijnlijk nooit tot ons  Indisch erfgoed gaat behoren.
MARSCHA: Sorry hoor, maar wat is in vredesnaam een wayangtheater??? Ik schaam me nu al dood, deze vertegenwoordiger van de derde generatie weet niks. Ik ben geen echte indo…
KIRSTEN: Niet aanstellen, je bent Indisch, want je vader is een Indische jongen. Hij schrijft Indische boeken nota bene, dat weet iedereen.
MARSCHA: Laat het hem niet horen…. Maar goed, ik heb nog wel een oud laken op zolder liggen voor het wayangspel? Kunnen we dat ook prettig voor ons gezicht houden, ik kan namelijk totaal niet acteren.
KIRSTEN: Ik ook niet. Dat is toch wel een vereiste ja. Niets zo erg als kijken naar een toneelstuk met mensen die niet kunnen acteren. Laat dat wayang idee dan ook maar zitten.
MARSCHA: Misschien moet jij het maar alleen doen, Kirsten. Jij bent hier veel beter in. Jij kent veel meer mensen, indomensen; jij bent echt een betere Indo dan ik.
KIRSTEN: Marscha, zeur niet zo. Zo wordt het niks. Jij denkt echt dat de Indische Gemeenschap zich bij een soort club heeft aangesloten hè?
MARSCHA: Ja, de club van ‘mij is onrecht aangedaan – ik ben slachtoffer – en ik wil erkenning’…
Kirsten: O je bedoelt de club waar iedereen altijd te laat komt?
Marscha: Precies, de club waar iedereen door elkaar heen praat
Kirsten … en niemand luistert.
MARSCHA: waar iedereen een botol tjebok gebruikt
KIRSTEN: en waar alle vrouwen altijd een zakdoekje met eau de cologne bij zich hebben.
MARSCHA: Waar iedereen Brandend Zand kan meezingen
KIRSTEN: en waar niemand kritiek op elkaar mag hebben.
MARSCHA: Maar wel heeft.
KIRSTEN: De club waar iedereen alles repareert met plakband of een elastiekje. En waar iedereen alles eet met suiker of sambal.
MARSCHA: de club waar iedereen fenomenaal Indisch kan koken
KIRSTEN: EN niet te vergeten, waar iedereen geweldig gitaar kan spelen.
MARSCHA: en waar iedereen een abonnement op Moesson heeft
KIRSTEN: Op Archipel.
MARSCHA: ET cetera… Ja precies, die club bedoel ik. Enige club…
KIRSTEN: Nee, ik kan me niet voorstellen dat Indische mensen zich bij zo’n club aangesloten hebben. Ik zou dat zeker niet willen.
MARSCHA: ik al helemaal niet.
KIRSTEN: Ik vraag me überhaupt af of er ook maar één Indo is die voldoet aan al deze ‘regels’. De Indische Gemeenschap – als die al bestaat – is echt niet zo homogeen als jij denkt.
MARSCHA: Nee, ik geloof je wel; jij en ik verschillen al zo veel. Jij hebt twee Indische ouders en ik één (die dat ook maar al te graag ontkent – wat dan weer heel Indisch schijnt te zijn). Jij blogt er elke twee weken over, ik ben nog nooit in Indonesië geweest en jij, jij voelt je er thuis.
(beiden vallen stil)
KIRSTEN: Sowieso, die regels waar we het net over hadden; die slaan eigenlijk vooral op de eerste generatie.
MARSCHA: Maar, bij Indomania vinden ze dat heerlijk om weer even te horen hoor. Laten we iets met die club doen, lachen.
KIRSTEN: Ja maar hallo, wij zijn hier uitgenodigd om het over de DERDE generatie te hebben, Marscha.
MARSCHA:  O ja. Wat zijn onze eigen ‘regels’ dan? Hebben we die al?
KIRSTEN: We kunnen zeggen dat we naar Hot Indo Parties gaan.
MARSCHA: En elke dag krabbels zetten op de 38 hyves over Indo’s.
KIRSTEN: over waarom het beter is om een relatie te hebben met een Indo dan met een Nederlander.
MARSCHA: Ik heb een relatie met een Molukker.
KIRSTEN: Oh. (stilte). Die heb je hoop ik wel thuis gelaten?
MARSCHA: Euh, ja. We kunnen het ook over tattoo’s hebben
KIRSTEN: EN natuurlijk alleen maar praten met Indo’s.
MARSCHA: en dan bahasa leren en alleen maar zo nog met elkaar praten
KIRSTEN: Hmm. Het enige dat ik daarvan weet is adoe.
(korte stilte)
MARSCHA: Goed, dat schiet lekker op, volgende week willen ze al horen waar het heengaat met de Indische cultuur. En we hebben nog geen idee, we zijn net begonnen met Indisch zijn.
KIRSTEN: Wat vindt u, heeft u het geluid van ‘de’ derde generatie gehoord?