Browsing articles tagged with " Indonesië"
May
21

Dream Home: over the top en .. treffend

By Kirsten Vos  //  Recensies, Speelfilms  //  1 Comment

‘Breek met tradities als ze niet meer werken’

De openingsfilm van het 4e Cinemasia Filmfestival hakte er bij mij meer in dan bij gastfotograaf Bas de Meijer. Nog nooit eerder had ik een slasher film gezien. Ondanks de bloederige taferelen, heb ik de boodschap wel dubbel en dwars gehoord: neem het lot in eigen handen en breek met tradities als dat nodig is. Voordat ik de film zag, had ik een kort interview met producent Conroy Chang. De sterke verhaallijn die naar deze boodschap opbouwt heeft me zeker geholpen door het bloed heen te kijken of, beter gezegd, ervan weg te kijken.

Fotografie: Bas de Meijer

Dream Home, die op 13 mei 2010 in premiere ging in Hong Kong, vertelt in flashbacks het verhaal van de jonge vrouw Chen Lai-sheung die twee banen heeft om rond te komen in het peperdure Hong Kong. Als kind leerde zij dat het belangrijk was om een appartement met uitzicht op zee te bezitten en begint daar al jong voor te sparen. Jaren later is ze, dankzij het – geholpen – overlijden va haar vader, in staat een koop te sluiten. Ze komt alleen een paar miljoen Hongkong dollar tekort en besluit een paar bewoners af te slachten om de vraagprijs te laten zakken.

Videoboodschap van Josie Ho

Deze ‘arthouse slashermovie’, zoals producent Conroy Chang van 852 Films hem noemt, heeft meer lagen dan een gewone horrorfilm, in opzet en uitwerking. “Women in Asia need to be empowered. With this film we wanted to show women can have courage, strength. The main character, played by my wife Josie Ho, has the power to achieve what she wants. Even though all the odds are against her”, vertelt Chang. Een extreme uitwerking van het festival thema Underdog Hero?

En ja, volledig over-the-top neemt regisseur Pang Ho-Cheung me met de film mee in de gezinswereld van een gemiddeld Hongkong gezin: twee kinderen, vader is een bouwvakker met longziektes als gevolg van twintig jaar werken, Chen is de oudste dochter – in de Aziatische wereld een groot nadeel. Zij lopen aan tegen de groei van Hong Kong: de komst van rijke projectontwikkelaars  maakt land onbetaalbaar. Met name grond waarop appartementen met een ‘ocean view’gebouwd kunnen worden.

Interview met Conroy Chang

Conroy: “The average wage of Hong Kong citizins is about 1.800 USD, but housing costs 9.000 USD per square feet. It’s impossible to own property these days , for normal people.” Voor een samenleving 50 jaar geleden nog gestoeld was op visserij, betekent dit een noodgedwongen afscheid van hun achtergrond. En dat is een tweede thema in Dream Home: breken met familietradities.

“Families used to live in boats and supported themselves by fishing. With this movie, we wanted to send the message that tradition should not be honored if it is not right for the situation.” Voor de lezers van Indisch 3.0 benadrukt de joviale producent zijn boodschap: “If you  have a dream, go for it. Create and manifest. People should be more positive. If there’s something you don’t like, change it, quit complaining. And if you don’t succeed the first time, keep on trying. You’ll change it eventually.”

Het Cinemasia Filmfestival loopt van 20 – 30 mei in het Ketelhuis in Amsterdam, en van 26 – 31 mei in o.a. Breda en Den Haag. Tip: in het kader van 65 jaar onafhankelijkheid voor Indonesië, kan je op 26 mei en 29 mei retrofilms uit en over Indonesie zien.

May
13

Toppunt polderhypocrisie: “Rawagede verjaard”

By Ed Caffin  //  Blogs, Herdenkingen, Indonesië, Politiek  //  67 Comments

Als het om het verleden gaat, blijkt eens te meer dat Nederland met twee maten meet. De landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigt in de zaak Rawagede, wijst aansprakelijkheid voor de massamoord die het Nederlandse leger in 1947 in het Indonesische dorp beging namelijk van de hand.

Wat Nederland bij monde van de landsadvocaat wel erkent is dat de executies, die tot nu toe altijd als “excessen” werden aangemerkt, oorlogsmisdrijven zijn. Maar die misdrijven zijn inmiddels, 63 jaar later, verjaard, aldus de advocaat, en dus kan de Nederlandse staat niet aansprakelijk worden gesteld. En dat is dat.

Verjaard? Hoezo verjaard? Zeggen we dat ook over misdaden gepleegd in de Tweede Wereldoorlog? En: er zijn nota bene nog enkele overlevenden en velen nabestaanden. Sommige van hen zijn misschien bejaard, maar zeker niet verjaard.

Het met droge ogen beweren dat het zonder proces executeren van honderden onschuldige mannen kan verjaren, lijkt het toppunt van polderhypocrisie. Zeker voor een land dat het moraal (om over normen en waarden maar te zwijgen) hoog in het vaandel heeft staan en thuis is voor het Internationaal Gerechtshof.

Terwijl Nederland vooraan staat wanneer het gaat om het terechtwijzen van schendingen van mensenrechten door andere landen of om het vervolgen van personen voor internationale oorlogsmisdaden, heeft het de grootste moeite dit te doen met eigen ‘misstappen’.Eens te meer blinkt Nederland uit in ‘wel het vingertje wijzen maar zelf de andere kant opkijken’. Nederland weigert (nog altijd) goed in de spiegel te kijken en boete te doen voor misdaden die zijn gepleegd in de eigen (koloniale) geschiedenis.

De wrange verklaring van de landsadvocaat dat de bejaarde nabestaanden van Rawagede in Indonesië inmiddels moet hebben bereikt luidt zo ongeveer: “Sorry hoor, het was inderdaad fout dat we honderden onschuldige mannen zonder proces hebben geëxecuteerd, maar het is nu eenmaal te lang geleden en we zijn er niet meer verantwoordelijk voor.” Voor een aantal van hen kwam zelfs dat antwoord te laat. Zij stierven in de anderhalf jaar dat het proces nu al duurt – misschien maar goed dat ze het antwoord niet hoefden te horen.

Strijdbaar en op zoek naar gerechtigheid, zet de groep overgebleven nabestaanden door. De advocaat van de nabestaanden hoopt dat de rechter voor het einde van dit jaar met een gunstige uitspraak komt. Zouden onze polderende hypocrieten dan wel in de spiegel durven kijken?

Mar
12

‘Titaantje’ op Java – opgroeien in Indonesië

Meisje op weg naar school in Kampung Naga, Java. (c) Natalie Ypma

Feb
27

Meeslepende nieuwe roman van Tash Aw: ‘Kaart van een onzichtbare wereld’

By Elsbeth Vernout  //  Boeken, Indonesië, Recensies  //  3 Comments

Het nieuwe boek van Tash Aw, de schrijver waarover ik vorige maand al schreef , is een meeslepende roman over het Indonesië van de jaren zestig. Een roerige, en ook voor Nederland relevante periode in de geschiedenis van Indonesië. Het verhaal speelt in 1964, als President Soekarno klem zit tussen het leger en de communistische partij (PKI) en er een burgeroorlog dreigt. Tegen deze chaotische achtergrond zoekt de zestienjarige Adam zijn Nederlandse adoptievader. ‘Kaart van een onzichtbare wereld’ is, zeker met de boekenweek vlak voor de deur, een echte aanrader.

De schrijver Tash Aw – opgegroeid in Maleisië maar nu al jaren inwoner van Londen – is een echte verhalenverteller. Zijn stijl doet volgens de achterflap denken aan die van de grote Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer. Tash Aw won met zijn eerste roman ‘De zijdehandelaar’ verschillende prijzen en werd genomineerd voor de Booker Prize. Tash Aw schrijft zo beeldend en rijk aan details, dat je vanaf de eerste bladzijde meeleeft met de hoofdpersonen. In een weeshuis in Indonesië worden de broertjes Johan en de jongere Adam geadopteerd door twee verschillende families. Johan vertrekt naar Maleisië en komt terecht in Kuala Lumpur, waar hij uitgroeit toe een rijkeluiszoontje dat rondrijdt in de Mercedes van zijn vader. Hij blijft vol schuldgevoel verlangen naar zijn broertje. Adam komt op zijn vijfde jaar terecht bij de Hollandse schilder Karl de Willigen, waarmee hij een rustig en eenvoudig leven leidt op het Indonesische eilandje Nusa Perdo (het Verloren Eiland).

Politieke chaos

Naast deze twee verhaallijnen volg je het verhaal van de in Nieuw-Guinea geboren Amerikaanse Margaret Bates, docente op de Universiteit van Jakarta. Door de politieke chaos ziet ze de stad en de studenten langzamerhand veranderen. De verhaallijnen komen bij elkaar als Adam op zestienjarige leeftijd op zoek gaat naar Karl, die is opgepakt door soldaten. Tussen de spullen van de schilder vindt Adam een foto en adres van Margaret, een vroegere geliefde van Karl. Hij besluit haar hulp in te roepen bij zijn zoektocht naar Karl, en vertrekt naar Jakarta.

Roerige jaren

Het verhaal kent vele lagen. Thema’s als afkomst en identiteit, de worsteling van de personages met het koloniale verleden en de recente politieke geschiedenis in Indonesië zijn op een slimme manier door het boek verweven. Als lezer maak je de veranderende sfeer in Indonesië in de roerige jaren zestig van binnenuit mee. Je loopt letterlijk mee door de hete en stoffige straten van Jakarta, waar de spanning voelbaar is. Je komt in golfplaten huisjes terecht waar activisten samenkomen en voelt de spanning als Adam bijna onder de voet wordt gelopen tijdens een demonstratie die uitloopt op een bloederige confrontatie met het leger.

Kudeta

Zijdelings kom je meer te weten over de chaotische dagen voor de Kudeta, de mislukte staatsgreep in 1965 waarbij zes generaals werden vermoord en die het einde betekende van het tijdperk Soekarno. Van deze ook voor Nederland relevante periode in de geschiedenis is maar weinig bekend. Nederlanders, zoals Karl, werden in die tijd steeds vaker weinig zachtzinnig het land uitgezet, wegens (vermeende) communistische sympathieën. Bovendien werden de dagen na de Kudeta om diezelfde reden meer dan 500.000 mensen vermoord. Nog eens een miljoen mensen werden gearresteerd. Het boek van Tash Aw stopt aan de vooravond van deze Kudeta, het meeslepende verhaal over Adam, Johan, Karl en Margaret voert de boventoon. Maar de interesse voor deze vergeten bladzijde uit de geschiedenis is gewekt.

Kaart van een onzichtbare wereld (vertaald door Ton Heuvelmans) – Uitgeverij Mouria – 22,50 (gebonden) – 416 blz.

Bestel het boek

Oct
17

De Nederlanders voorbij

By Ed Caffin  //  Exposities, Indonesië, Reportages  //  15 Comments

Foto’s: Natalie Ypma – Tekst: Ed Caffin

Vanaf deze week is er in het Centraal Museum in Utrecht een bijzondere en belangwekkende expositie te zien, genaamd Beyond the Dutch. Volgens de beschrijving biedt de tentoonstelling ‘een vernieuwend inzicht in de invloed van de Nederlandse cultuur op Indonesische beeldende kunst, en andersom’. Naast dat de tentoonstelling een overzicht geeft van ’1900′ -een tijd van Nederlands beïnvloeding- tot ‘nu’: een tijd waarin dat al lang niet meer het geval is, stelt het ook kritische vragen over de blik waarmee naar ‘kunst uit het Oosten’ wordt gekeken.

campagnebeeld Beyond the Dutch flyerIn de koloniale tijd werd de Indische of Indonesische beeldende kunst bepaald door Westerse ideeën. Treffend voorbeeld is het zelfportret van Raden Saleh. Het schilderij zou, afgezien van de onmiskenbare Indonesische trekken in het gezicht van de schilder, niet opvallen tussen Nederlandse doeken uit die tijd. Tekenaar met Indische roots Peter van Dongen nam het als uitgangspunt voor het affiche.

Terwijl in de koloniale tijd vooral een idyllisch Indië werd afgebeeld, werd tijdens de onafhankelijkheidsstrijd beeldende kunst in Indonesië gebruikt als uiting van de revolutie en het verlangen naar vrijheid en bevrijding van de Nederlanders. Schilders als Sudjojono, Agus Djaya en Affandi portretteerden bijvoorbeeld revolutionaire strijders.

P1070415Vanaf de jaren vijftig ontwikkelde zich in de jonge republiek -en dan met name op Java- langzaam maar zeker een eigen karakter in de kunst. Een ‘nationale stijl’ waar president Soekarno een enorme stimulerende rol in had ontwikkelde zich en verwierp de Nederlandse invloed.

In de daaropvolgende Soeharto-tijd was er decennia lang sprake van censuur. Een nieuwe generatie kunstenaars, waaronder Heri Dono, kon zich daar pas na de Reformasi definitief vrij van maken. De nieuw verworven vrijheid van meningsuiting stimuleerde de ontwikkeling van hedendaagse kunstenaars die zich juist op expressie van de eigen persoonlijkheid richten. In het werk staan thema’s centraal als identiteit, globalisatie, religie en moderniteit, maar ook een nieuwe benadering van het koloniale verleden.

P1070354Na het eerste Indonesische deel van vroeger naar nu, bewandelt de kijker in het tweede deel van de expositie de omgekeerde weg, dan vanuit het Nederlandse perspectief. Via door Indonesië geinspireerde werken van een aantal Nederlandse hedendaagse kunstenaars -een aantal met Indische achtergrond- gaat hij weer terug naar de Indische idylle met werken van onder andere Jan Toorop.

Naast deze dubbele historische lijn stelt de tentoonstelling, samengesteld door Meta Knol, echter ook de vraag hoe we precies kijken naar deze werken. In Nederland lijkt nog altijd weinig aandacht voor (moderne) Indonesische beeldende kunst. Er is een te beperkt kunstbegrip waarin weinig tot geen plaats is voor kunst uit niet-Westerse culturen. Wat bijvoorbeeld wel wordt getoond, en dan vooral in Volkenkundige musea, zijn etnografica.

Helaas is dus nog altijd niet afgerekend met de koloniale attitude. Ook niet als het gaat om kunst. De P1070402koloniale blik waarmee naar niet-westerse culturen wordt gekeken is nog niet verdwenen: in een kunsthistorische vorm van oriëntalisme wordt Oosterse kunst gereduceerd tot een slap aftreksel van hoe kunst eigenlijk zou moeten zijn, namelijk zoals Westerse kunst is.

Deze expositie probeert daar nadrukkelijk buiten te treden. Door te kijken naar de Indische/Indonesische kunstgeschiedenis laat het zien op welke manier er wederzijdse beinvloeding is geweest tussen kunstenaars in Nederland en Indonesië en hoe de hedendaagse kunst omgaat met het gemeenschappelijk verleden. Wat echter vooral duidelijk wordt is dat Indonesische kunstenaars “de Nederlanders voorbij” zijn. Al lang.

Beyond the Dutch, Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900 tot nu, Centraal Museum Utrecht, 16 oktober 2009 t/m 10 januari 2010.

Oct
2

“Nederlands-Indonesische film” op het Nederlands Filmfestival

By Ed Caffin  //  Documentaires, Recensies  //  2 Comments

Maan260704kleinOp het Nederlands Filmfestival in Utrecht kreeg deze week de film Stand van de Maan van de Indisch Nederlandse regisseur Leonard Retel Helmrich speciale aandacht. Voor wie hem niet gezien heeft: Stand van de Maan is een “must see” documentaire over het leven van een gezin in Indonesië. De film, in 2005 uitgekomen als opvolger van Stand van de Zon (2002), won al vele (internationale) prijzen. Jaren geleden zag ik hem al eens en ook nu maakt hij op het grote scherm weer heel veel indruk. Ook de paar honderd andere aanwezigen zijn er stil van.

Het filmfestival vroeg voor het programma “De keuze van…” dit jaar een aantal schrijvers een keuze te maken voor zijn of haar favoriete film. Willem-Jan Otten koos “zonder dat ik hoefde na te denken” voor Stand van de Maan en zocht er een zelfgeschreven gedicht bij uit.

Op het podium van zaal 2 in het Rembrandt-theater op de Oude Gracht in Utrecht worden Willem-Jan Otten, Leonard Retel Helmrich en producent en co-scenarist Hetty Naaijkens Retel-Hemrich na afloop geïnterviewd door ex-jakhals Isolde Hallenleben die, hoor ik later in de foyer, ook een Indische achtergrond heeft. Terwijl het publiek nog aan het bekomen is van het laatste shot, legt Willem-Jan Otten uit waarom hij juist deze film koos: “Het is een film die iets doet wat weinig andere documentaires doen. Je bent observator, maar ook weer niet. Net als bij een speelfilm beleef je de film vanuit het perspectief van de mensen waar je naar kijkt. Dat is geweldig als je dat als filmmaker lukt. Tijdens de film slaagt Leonard er keer en keer in”.

De single-shot cinema techniek die Retel Helmrich zelf ontwikkelde, zorgt ervoor dat de filmmaker dicht op de huid van “z’n onderwerp” kan zitten en geweldige close-ups en bewegingshots kan maken. “Ik loop eigenlijk altijd met de kleine camera in mijn hand, ze zijn daaraan gewend. Doordat ze me dichtbij hen toelaten kan ik filmisch mijn gang gaan”.

De soms spectaculaire shots laten de ingrijpende gebeurtenissen zien in het leven van de familie. Voor Willem-Jan Otten is het mooiste shot de beroemde scène op de brug, even indrukwekkend als beangstigend. Het is een metafoor voor de moeilijke beslissing die Bakti, een van de hoofdpersonen uit de film, moet nemen. Terwijl we nog eens naar het beeld kijken draagt hij zijn gedicht “Om de Brug te zien”voor:

De oudste brug
is als geëtst
zo ijl en hangt
van daar naar hier
en hangt aan niets
dan aan je angst
dat er iets hangt
en wiegt nog na
van die al ging,
en wacht je op
en hangt maar klaar,
de eerste stap
maakt hier van daar

Voor Otten heeft de film een aparte plek heeft Nederlandse filmtraditie. “De beelden, de techniek, de hele manier waarop hij het onderwerp benaderd, zijn geweldig en voor mij ongeëvenaard”. Volgens Leonard is Stand van de Maan misschien eigenlijk wel een Nederlands-Indonesische film. “Want hoewel de regie en productie Nederlands is, werk ik in Indonesië met een geheel Indonesische crew.”

Het maken van de films neemt veel tijd in beslag: aan het derde deel, Stand van de Sterren, werken Leonard en Hetty inmiddels alweer een paar jaar. Ze zijn net begonnen met de montage in Amerika, waar Leonard aan Harvard een fellowship heeft. Samen met zijn team, waaronder ook Jasper Naaijkens, de zoon van Hetty, moet hij 400 uur ruw materiaal terugbrengen naar een film van zo’n anderhalf uur. Het zal ongetwijfeld een prachtig slotstuk zijn van een bijzondere trilogie. Uiteraard wordt deze derde film ook geproduceerd door Scarabeefilms die ook de film over contractpensions uitbracht. Voor de première streven ze naar het IDFA 2010 in Amsterdam.

Ik hoop het maar. Sinds ik Leonard en de familie uit de film eind vorig jaar in Jakarta ontmoette, toen het filmen nog in volle gang was, kijk ik al uit naar dat laatste deel. Tot eind volgend jaar zal ik het moeten doen met de dvd’s , een zakje emping en mijn kleine tvtje.

Jan
26

Melati Hotel

By Ed Caffin  //  Blogs, Indonesië, Op reis  //  7 Comments

Het vijfde en laatste verhaal uit Indonesië gaat over Melati Hotel. Het hotel in Gorontalo maakte een belangrijke periode in de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië mee, en in deze stad woonden mijn overgrootouders tot aan hun dood.

Indonesië/Amsterdam, januari 2008

door Ed Caffin

Een van de oudste hotels van Gorontalo, een kleine provinciestad in het noorden van Sulawesi, is Melati Hotel. Het staat aan de rand van de alun-alun, het centrale plein, in het oude gedeelte van de stad. Het meer dan honderd jaar oude gebouw lijkt bevroren in de tijd. Op de veranda staan nog de originele meubels die oprichter Hendrik Velberg in 1900 aanschafte: houten tafels en donkerbruine rotan-stoelen. Het zijn dezelfde stoelen waarop mijn overgrootouders ooit zaten en lome tropenmiddagen doorbrachten met het drinken van zoete thee of es kelapa in de schaduw van het overhangende dak. Anno 2008 kan ik met mijn laptop op het terras internetten via een draadloze verbinding. Tijden veranderen wel degelijk.

Op de crèmekleurige houten muren zitten hagedisjes te wachten op het vallen van de avond als ik vanaf de stenen veranda van het hotel door de antieke raamluiken gluur. Het zonlicht valt naar binnen en maakt smalle strepen in de lange gang. Pak Alex, kleinzoon van Hendrik en de huidige eigenaar van het hotel, is stilletjes naast me komen staan. Als ik me naar hem toe draai en hem vraag naar de geschiedenis van het hotel, kijkt hij me onderzoekend aan door zijn bril met jaren-vijftig-montuur. Hij draagt een simpel wit hemd en een korte linnen broek. Zijn grijsblonde haar, heldere blauwe ogen en witte huid verraden zijn Europese afkomst. Het duurt even voordat hij antwoord geeft, maar tenslotte begint hij me in perfect (Indisch) Nederlands alles wat hij weet te vertellen.

img_4275_blog

Alex Velberg op de veranda voor het oude Melati Hotel

Het oorspronkelijke hotel had 10 kamers. Het hoofdgebouw, met buitentoilet, bestaat uit zeven kamers, en daarachter ligt een paviljoen met nog drie kamers. Vanaf de veranda van het hoofdgebouw gaan we de deur door en lopen we de gang in. Aan weerszijden zie ik kleine, spartaanse kamers met gietijzeren bedden waar dunne, verweerde matrassen op liggen. In elke kamer staat een eenzame stoel aan een bureau. Als we een tijdje zwijgend in de lange gang staan en ik door een kier van een oude deur een onbekende schaduw zie, begint het bijna-museum spookachtig aan te doen. Alsof hij me gerust wil stellen vertelt Alex dat in dit gedeelte tegenwoordig geen gasten meer komen, ik weet ook niet of ik hier ‘s nachts erg rustig zou slapen. Hij vertelt verder dat hij dit deel van het hotel aan het restaureren is.

Schuin achter het originele, antieke hotel ligt een grasveldje met in het midden een paar houten stoelen onder een afdak. In 1996 liet Alex langs de rand van dit veldje een nieuw gedeelte aan het hotel bouwen. Het simpele, stenen gebouw bestaat uit twee vleugels en heeft een L-vormige galerij, waar de stuk of vijftien identieke kamers op uitkomen. In alle kamers liggen dezelfde gladde, witte tegels op de vloer en staan dezelfde bedden. Hier verblijven nu alle gasten. Naast de nieuwe vleugel, in het achterste, oudere gedeelte van het complex woont Alex met zijn familie.

Vanaf de oprichting tot aan de Tweede Wereldoorlog was Melati Hotel een populaire plek voor de bewoners van Kampong Tenda, de nabijgelegen oude Indische wijk die tussen de alun-alun en de haven ligt. Net als het hotel lijkt het alsof de wijk sinds het begin van de vorige eeuw weinig veranderd is. In het midden van Kampong Tenda staat nog een oude Hollandse kerk en de meeste oude, koloniale huizen zijn na vele tropenjaren nog zo goed als compleet intact. Er wonen ook nog steeds enkele Indische families, maar de meeste huizen werden na de oorlog verkocht aan Indonesiërs en chinezen. Op een heuvel, niet ver van de kampong , is een oude Indische begraafplaats te vinden met tientallen verweerde en overwoekerde graven van vroegere bewoners.

Hotel Melati, Jalan Gajah Mada 33, Gorontalo

Hotel Melati, Jalan Gajah Mada 33, Gorontalo

Naast de Indo’s uit Kampong Tenda kwamen er veel zeelui en Hollanders in het hotel. Gorontalo was in die tijd een belangrijke havenplaats met veel handel en scheepvaart. Op zaterdagavonden werd er volgens Alex tot laat gedanst op de veranda. Ik stel het me voor: tussen de muziek van langspeelplaten uit krakende grammofoons klinkt gelach. Lange, zwierige jurken van verlegen jongedames slepen langs de witte pantalons van knappe Indische jongens. Er worden steelse blikken uitgewisseld, terwijl de ouderen bier en Bols drinken en in het zwakke petroleumlicht het geflirt van de jongelui niet opmerken.

Terwijl de becakrijders voor het hotel sigaretjes roken of opgevouwen op de passagiersbankjes middagdutjes doen, neem ik wat foto’s van Pak Alex op de veranda van het oude gedeelte van het hotel. Hij trekt een ernstig gezicht en laat zijn armen langs zijn lichaam naar beneden zakken, over de armleuningen van de antieke stoel waar hij op zit. In de zoeker van mijn camera lijkt Alex, net als het hotel, vastgevroren in de tijd.

Hoewel het hotel uiterlijk misschien onveranderd lijkt, is zijn geschiedenis en die van Gorontalo, de geschiedenis van Indonesië in een notendop. Het maakte in de afgelopen honderd jaar alle veranderingen mee: van de tempo doeloe tijd, tot de Tweede Wereldoorlog, waarin zijn kamers bewoond werden door Japanse soldaten, van de revolutietijd tot aan de bevrijding, waarna het getuige was van de uittocht van vele Indo’s uit Indonesië. Na die uittocht, Frits Velberg had het hotel inmiddels overgenomen, kwamen er lange tijd vrijwel uitsluitend Indonesische toeristen naar het hotel.

Bij de oprichting van het hotel in 1900 in Gorontalo woonden er nog honderden Indische mensen, maar toen Henrik Velberg het hotel begin jaren zestig overdeed aan zijn zoon Frits, was zo goed als de gehele Indische gemeenschap verdwenen. De familie Velberg was een van de weinigen die achterbleef. De laatste decennia ziet Alex, die het hotel na de dood van zijn vader in 1994 overnam, veel Indische Gorontalezen terugkomen naar de plek van hun jeugd. Tegenwoordig komen ook hun kinderen en kleinkinderen, vaak op zoek naar een bepaald huis in Kampong Tenda en onbekende verhalen. Vaak overnachten ze in hotel Melati. Geduldig vertelt Alex ze wat hij weet; het hotel, de kampong Tenda en Alex zitten vol verhalen.

Als de nacht valt, en Alex verdwijnt achter de toonbank van zijn winkel, blijf ik zitten op de oude veranda. Mijn sigaret licht af en toe op in het tropisch aardedonker en het wordt langzaam stil om me heen. Slechts het geluid van een tokeh klinkt zo nu en dan van ergens dichtbij. Dan, na een hele poos, sta ik op en schuif ik de oude stoel aan. Het is tijd om te gaan slapen.

Nov
23

“Indo” in Indonesië!

By Ed Caffin  //  Blogs, Indonesië, Op reis  //  21 Comments

Het tweede verhaal uit Indonesië schrijf ik in Bandung. In de tijd dat Indonesië nog Nederlands-Indië heette was dit een echte Indische stad met een grote Indische gemeenschap.

Bandung, november 2008

door Ed Caffin

Bandung, de vierde stad van Indonesië, ligt zo’n 300 kilometer ten zuidoosten van Jakarta en heeft een wat zachter klimaat. In de heuvels rond de stad is het zelfs koel ‘s nachts. De stad had ooit een grote Indische gemeenschap en nog steeds wonen hier een paar honderd Indische mensen. De meesten hebben de Nederlandse tijd meegemaakt en spreken de taal ook nog, maar zijn inmiddels zo goed als bejaard. “Indisch” sterft hier daarom langzaam maar zeker uit. Indo’s, mensen met een gemengde Westerse-Indonesische achtergrond zijn er echter genoeg. En velen van hen zijn bekend.

Begin vorige eeuw had Bandung, dat toen ook wel het ‘Parijs van Java” werd genoemd, niet alleen een grote Indische gemeenschap, maar woonden hier ook veel Indonesische intellectuelen. Bovendien ontwikkelde de latere president Soekarno mede hier zijn nationalistische denken, en richtte hij in Bandung hier in 1928 de Partai Nasional Indonesia (PNI) op, die als doel het stichten van een onafhankelijk Indonesia had.

Rijdend door de grote, drukke stad, die een vergelijking met Parijs al lang niet meer doorstaat, kijk ik wat rond op straat. Tussen de vele reclameborden langs de kant van de weg, zie ik hier en daar dingen die me doen denken aan een vervlogen Indische tijd. Er is een “Holland Bakery” -al weet ik niet of die überhaupt iets met Nederland te maken heeft- en ik zie een bord met “Haagse klappertaart” erop; een oude Indische lekkernij. Er staan ook nog veel oude Nederlandse gebouwen overeind, al is het meestal wel vergane glorie.

iklanluna4Even later zie ik een opvallend billboard. Een prachtige vrouw in een fel oranje pakje prijst een telefoonabonnement aan. De vrouw heet Luna Maya, weet ik, een van de populairste sterren in Indonesië. Volgens een lokaal blad heeft ze een relatie met een zanger uit Bandung. Bovendien las ik dat ze een Javaanse moeder en Oostenrijkse vader heeft. Die gemengde achtergrond maakt haar een “Indo”.

De term “Indo” bestaat al lang in Indonesië, maar verwijst tegenwoordig in het algemeen naar “mixjes”, zoals Luna Maya, en niet meer exclusief naar de Indo-Europeanen of Eurasians van de vroegere kolonie. Als het over een “Indo” gaat, dan wordt vooral iemand bedoeld met een Indonesische en een Westerse ouder. Hoewel er nog veel oudere Indischen in Indonesië wonen die zich “Indo” noemen, zijn hun kinderen, jonge Indonesiërs met een Indische achtergrond, net als hun leeftijdsgenoten in Nederland geïntegreerd in het nieuwe land. De meesten voelen zich vooral Indonesiër.

Met mijn Indische vader en Nederlandse moeder ga ik in Indonesië sowieso als Indo door het leven. En er zijn ook nog andere grappige namen voor “mengbloeden”, zoals blasteran, Gado-Gado en campuran, wat allemaal ongeveer mix of mengsel betekent. Voor Indo’s uit Nederland zijn er zelfs nog specifieke bijnamen, zoals “Indobel” (een samenvoeging van Indonesia en Belanda) en, mijn persoonlijke favoriet: “belanda goreng”.

Het woord “Indo” is hier inmiddels, net als in Nederland, niet meer zo beladen als het ooit was. Het sociale stigma rond mengbloeden uit de koloniale tijd lijkt -bij de jongere generatie in ieder geval- verleden tijd. Sterker nog: Indo-zijn is tegenwoordig iets om trots op te zijn. Als “Indo” in Indonesië heb je namelijk op de een of andere manier een streepje voor. Naast Luna Maya zijn nog heel veel andere Indonesische sterren Indo, zoals Cinta Laura, Rianti Catwright, Carissa Putri, Cathy Sharon, Steve Imanuel en Ari Wibowo. En er zijn (ook jaren geleden al) Indischen die het als ster hebben gemaakt in Indonesië. Kort geleden is er een Nederlandse zangeres met Indische achtergrond doorgebroken, Rebecca Reijman. Ontdekt op vakantie in Bali, hoorde ik.

Ik vraag regelmatig waarom Indo’s snel bekend worden. Ze hebben iets speciaals en zijn vaak heel knap, hoor ik vaak als verklaring. Zou dat het zijn? Het “blanke schoonheidsideaal” dat in Indonesië en veel andere landen in Azië heerst, zal er zeker wel iets mee te maken hebben; “opposites attract” of zoiets.

Nou, stiekem vind ik het toch eigenlijk wel wat. Ik bekijk me zelf eens in de spiegel: hm, zou ik kans maken bij een auditie als nieuwe Indo-ster in Indonesian Idols? Moet ik alvast het zingen oefenen tijdens het mandi-en? Maar ja, je moet natuurlijk ook wel een beetje talent hebben. Playbackend misschien?

Oct
30

Atjeh, over oorlog en tsunami

By Ed Caffin  //  Blogs, Indonesië, Politiek  //  11 Comments

Op reis door Indonesië schrijf ik verhalen op plekken die iets te maken hebben met de Nederlandse en/of Nederlands-Indische geschiedenis in Indonesië. Het eerste verhaal schrijf ik in Banda Aceh, op het Nederlandse kerkhof Peucut.

 

Banda Aceh, oktober 2008

door Ed Caffin

 

Sinds ik vier jaar geleden naar Atjeh ging voor een project van de Stichting Wederopbouw Atjeh, kom ik elk jaar voor een korte of langere periode terug. De naam Atjeh roept vooral twee associaties op: de geschiedenis van oorlog en strijd met Nederland en de tsunami van 2004. Een plek waar die twee gebeurtenissen het dichtst bij elkaar komen is het oude nederlandse kerkhof Peucut dichtbij het centrum van de hoofdstad Banda Aceh. Vlak naast dit kerkhof is vanaf 2007 een enorm, modern gebouw in aanbouw; het tsunami-museum. Hoewel ik al tijdens mijn eerste bezoek aan Atjeh, net na de tsunami, voor het eerst hoorde over het nederlandse kerkhof, ga ik er nu voor het eerst uitgebreid een kijkje nemen.

 

Als ik aankom is er niemand. Ik loop de ingangspoort met marmeren platen binnen, waarin de namen staan gegraveerd van soldaten die omkwamen tijdens de Atjeh oorlogen, gesorteerd op jaartal. Het zijn er veel. Mijn blik glijdt langs de muur. Naast Nederlandse herken ik ook veel Molukse en Javaanse achternamen. Ik weet dat het KNIL naast Hollanders en Indo’s vooral veel “inlandse” soldaten had en waarschijnlijk zijn veel van de namen afkomstig van andere eilanden in de Indonesische archipel. In totaal liggen hier meer dan tweeduizend KNIL-soldaten begraven, een derde van alle gesneuvelden in Atjeh. Naast soldaten liggen er vrouwen en kinderen begraven op Peucut, en naar het schijnt een Atjehse prins, aan wie de plek zijn naam dankt.

 

Na een poosje komt een jongeman aanlopen. Hij heet Eddie Darussalam en is 30. Al een aantal jaar werkt hij hier als bewaker. Hij heeft het er naar zijn zin. “Ik kan veel met toeristen praten en wat leren over hun land”, zegt hij. Van Nederland weet hij nog niet veel meer dan dat er veel molens zijn en het land vlak is. Hij zou het graag zelf eens zien. Over de geschiedenis van Nederland in Atjeh weet hij meer. “Daar wordt op school veel over verteld. Wat Nederland gedaan heeft hier is heel slecht. Maar het is lang geleden. Toch moeten we deze geschiedenis onthouden. Het is daarom belangrijk dat het Kerkhof in stand gehouden wordt”.

Eddie poserend bij het grafmonument van KNIL-Generaal Kohler

Eddie poserend bij het grafmonument van KNIL-Generaal Kohler

De Nederlandse geschiedenis is op vele plekken en vele manieren in Atjeh hoor- voel- en tastbaar, maar misschien toch het meest op dit oude Kerkhof. Eddie neemt me mee naar zijn favoriete grafmonument. Het is die van KNIL-Generaal Kohler, die tijdens de eerste Atjehoorlog sneuvelde bij de Grote Moskee Mesjid Raya Baitturahman, in het centrum van Banda Aceh. Ook op die plek is een stenen gedenkplaat met inscriptie. In 1978 werd Kohler herbegraven op Kerkhof Peucut. Eddie poseert bij het graf en vertelt dat de dood van Kohler een bekend verhaal is in de Atjehse overlevering en zelfs zijn sporen heeft achtergelaten in de Atjehse taal. “Koh-ulee” betekent iemand de keel afsnijden met een rencong (Atjehse dolk). In het boek van de stichting Peucut lees ik echter dat Kohler door een kogel om het leven kwam.

Het oude kerkhof, met op de achtergrond het tsunami museum in aanbouw

Het oude kerkhof, met op de achtergrond het tsunami museum in aanbouw

We lopen terug vanaf het grafmonument naar de ingang en kijken naar het tsunami-museum in aanbouw. De enorme buitenmuur doemt het tientallen meters boven de omheining van het Kerkhof uit. “Tijdens de tsunami was ik zelf in Keutapang, een paar kilometer verderop”, vertelt Eddie. “Ik voelde de aardbeving, maar dacht er niets van. Toen ik een minuut of twintig later de stad in liep kwamen schreeuwende mensen mijn kant oprennen. Ze riepen dat de zee eraan kwam. Ik geloofde het niet, maar toen ik dichter het centrum in kwam zag ik het water. Er dreven lijken, heel veel lijken. Pas een dag of twee later kon je bij het Kerkhof komen. Daar lagen ook honderden lijken, en veel van de oude graven waren enorm beschadigd”.

“We proberen de afgelopen jaren de graven te herstellen. We krijgen daarbij hulp van de Nederlandse stichting Peutjut”. De stichting doneert geld voor het herstel en behoud van het Kerkhof. Hij laat me een boek zien wat de stichting heeft laten maken. Het is een bezoekersgids waar in het Engels, Nederlands en Indonesisch de geschiedenis van het Kerkhof en de 70 jaar Nederlandse aanwezigheid in Atjeh staat beschreven. Het is er een van veel bloedvergieten. Naast de paar duizend doden aan Nederlandse kant, vielen er vele tienduizenden Atjehse doden.

 

“Ik hoop dat de Nederlandse stichting meer geld stuurt, zodat we het hier nog verder kunnen herstellen en lang mooi kunnen houden” mompelt Eddie. “Ik zal mijn kinderen later vertellen over de Nederlandse geschiedenis in Atjeh, maar ik wil het hen ook kunnen laten zien”. In het behoud van dit monument is volgens hem de lokale overheid echter niet erg geïnteresseerd. Laat staan de Indonesische overheid. Die financiert uiteraard wel de aanbouw van het tsunami-museum. Het museum zal straks het verhaal vertellen van 26 December 2004, “de dag dat de zee beefde” en Atjeh werd getroffen door de grootste ramp in de Indonesische geschiedenis. De kosten voor de aanbouw lopen in de miljoenen euro’s. En dat is niet geheel zonder controverse. Sommigen vinden dat het geld beter aan de slachtoffers had kunnen worden besteed, anderen vinden de komst van een museum te vroeg. Bovendien zijn een aantal historische gebouwen die op deze plek stonden gesloopt.

 

Net als de meeste andere mensen in Atjeh heeft Eddie veel familie en vrienden verloren door de ramp. Hij wil er niet veel over kwijt. Zijn verhaal, en van al die duizenden anderen mensen die de ramp overleefden, is moeilijk in woorden te vatten. Al kom ik hier al voor het vierde jaar, nog steeds is dat leed overal voelbaar. “De komst van buitenlandse organisaties na de tsunami heeft echter veel goeds gebracht”, zegt Eddie. Er kwam geld voor de wederopbouw, er kwamen banen, er was aandacht voor het conflict in Atjeh en de rebellen en het Indonesische leger tekenden een (voorlopig vredesakkoord). Ook werd de relatie met landen als Nederland versterkt.

 

“Maar onze dierbaren missen we nog elke dag”, besluit hij. Ik teken het gastenboek en neem afscheid. Zachtjes rij ik weg op mijn brommer, terwijl de werkzaamheden aan het museum gestaag doorgaan.

 

Geef je e-mailadres op en je ontvangt automatisch de nieuwste posts in je mailbox.

Alle posts

Find us on Facebook

UA-19034130-1