3.0 op de werkvloer: Gilbert Pothoff

Op 15 augustus 2013 jl. was Gilbert Pothoff (37 jaar, rechts op de foto) als militair van het Korps Nationale Reserve aanwezig tijdens de Indië-herdenking in Den Haag. In het dagelijks leven richt deze 3.0-er zich als risk analist op de energiemarkt. Op de werkvloer is deze jongen met Indisch uiterlijk nooit echt aangesproken op zijn Indische wortels. Gilbert ziet Indisch-zijn als: ‘Je soms anders voelen in gedraging, cultuur of karakter. Bij mij komt dit waarschijnlijk voort uit mijn opvoeding door twee Indische ouders.’

Zoveel mogelijk begrijpen
Zeven jaar geleden is Gilbert gestart bij energiebedrijf Eneco Energie. Deze nauwkeurige 3.0-er begon als pricing analist bij de afdeling Risk Management. Na een paar jaar wilde hij zijn kennis gaan verbreden. ‘Mijn doel, ook los van werk, is om zoveel mogelijk te begrijpen. In mijn huidige functie als senior risk analist bij Commodity Risk Management kom ik in aanraking met allerlei facetten van de energiewereld in plaats van alleen de verkoopzijde. Ik richt me op het managen van prijs- en volume risico’s binnen het energiebedrijf, voornamelijk voor de verkoopkanalen. Zijn ambitie is niet om per sé manager te worden, maar een team van professionals zou hij op termijn  willen coachen.

Gilbert Pothoff op de werkvloer - Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013
Gilbert Pothoff op de werkvloer – Foto: Charlene Vodegel / Indisch3.0 2013

Amerikaans schouderklopje
‘Mijn grootste succes tot nu toe kan ik niet specifiek noemen. Ik  vind het leuk als ik invloed heb gehad op het proces en resultaat. Als mensen mijn ideeën waarderen, gebruiken en het daadwerkelijk tot een goed resultaat leidt, haal ik daar voldoening uit.’ Ik vroeg me af hoe Gilbert dit ervaart. ‘Er wordt weleens gezegd dat successen gevierd moeten worden, maar dat doe ik niet zo. Ik hoef geen externe waardering te krijgen door mijzelf te profileren, dat vind ik zo Amerikaans. Jezelf een schouderklopje geven, daar ben ik niet van,’ geeft Gilbert toe. ‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’ Hier komt misschien zijn Indische bescheidenheid naar voren, die hij bewust of onbewust van zijn ouders heeft overgenomen. Bescheidenheid herkent Gilbert enigszins bij zichzelf.

‘Ik ben meer iemand die op de achtergrond de zaken goed wil regelen.’

Rieten schilderijen
Gilbert kan op zijn werkplek geen Indische voorwerpen neerzetten, omdat Eneco gebruik maakt van flexplekken. Maar wie bij Gilbert thuiskomt, zal waarschijnlijk direct opmerken dat hier iemand woont met een Indische achtergrond. ‘Ik heb thuis een schilderij hangen van een typische berg met sawa’s en op een kast staan Ramayana-poppen.’ Zelfs in de slaapkamer is er iets te vinden uit Indonesië. Namelijk een batikdoek op het hoofdbord van zijn bed en twee rieten Indische schilderijen. Ik vraag hem of hij dat expres zo heeft ingericht. ‘Ja, omdat ik weet dat het Indisch is. Het is een stukje herkenning uit het verleden. Het doet me denken aan het huis van mijn Indische grootouders.’ Het lijkt of er herinneringen naar boven komen bij Gilbert. ‘Mijn opa en oma hadden echt een Indisch huis. Er stonden rotan meubels en er was altijd een enorm blik vol met kroepoek.’ Mijn opa draaide vaak krontjong muziek en ook nu draait Gilbert weleens een krontjongplaat thuis. ‘Dat roept een vertrouwd sfeertje op.’

Rieten schilderijen bij Gilbert thuis - Foto: Gilbert Pothoff
Rieten schilderijen bij Gilbert thuis – Foto: Gilbert Pothoff

Jappenkamp
Tijdens een werkborrel is er een emotioneel raakvlak ontstaan met een collega. ‘Op een zeker moment kwam het gesprek op het onderwerp Jappenkamp. Ik kwam erachter dat de moeder van mijn collega net als mijn ouders in het kamp hebben gezeten. Toen bleek ook dat die collega Indisch is, terwijl ik dat nooit gedacht had. Een bijzonder moment!’ In de vriendenkring van Gilbert zitten wel een aantal Indische jongens. ‘Dit is puur toeval! Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden. Wij delen als vrienden bepaalde gemeenschappelijke interesses zoals sport of waarden, zoals openheid in zowel communicatie als onze blik op de wereld. Daarnaast hebben wij toevallig deels een gemeenschappelijk verleden door een of meerdere Indische ouders.’

‘Ik zal niet persé op zoek gaan naar Indische vrienden.’

Kembang Kuning
Een paar jaar geleden heeft Gilbert een reis gemaakt met zijn ouders en zusje naar Indonesië. ‘Ik vond het heel bijzonder om de geboorteplaats Surabaya van mijn ouders te bezoeken en ook het graf van mijn overgrootvader op de oorlogsbegraafplaats Kembang Kuning.’Wat Gilbert jammer vond van het huidige Indonesië, is de zichtbare ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’ Veel mannen op straat, terwijl de vrouwen achterin het huis met een hoofddoekje om het huishouden aan het doen zijn, wellicht speelt het geloof hierin een rol.’

Flexwerken bij Eneco - Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Flexwerken bij Eneco – Foto: Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Bahasa Indonesia

Net als bij vele Indische families in die tijd moest er Nederlands worden gesproken, daardoor werd de Bahasa Indonesia ook niet gesproken in huize Pothoff. ‘Tijdens onze reis ontdekte ik dat mijn vader zich wel verstaanbaar kon maken. Het grappige was dat hij toch een beetje Indonesisch kon praten met de lokale bevolking. Maar het Nederlands-Indië zoals ik het ken van de verhalen, foto’s en documentaires, is toch heel anders vergeleken met het huidige Indonesië. Als vakantiebestemming heb ik meer met Latijns Amerika.’

Roots
Tot slot vertelt Gilbert mij over zijn Indisch-gevoel. ‘Sommige jonge Indo’s hebben een drang om op zoek te gaan naar hun ‘roots’, maar ik ben niet echt actief op zoek naar mijn Indisch-zijn. En trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

‘Trots zijn op iets waar je niets aan kunt doen, zoals bijvoorbeeld je afkomst laat ik graag aan anderen over.’

Film Soegija boeit

Aankondiging Soegija

Indonesische herinneringen aan de dekolonisatie

Op het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) draaide dit jaar een film die ik moest zien: Soegija van regisseur Garin Nugroho, over het leven in Indonesië tussen 1940 en 1949. Uniek is dat we kunnen zien hoe deze periode vanuit Indonesisch perspectief wordt verteld. En waar ik in het bijzonder in geïnteresseerd ben: hoe zouden wij Indo’s in Soegija naar voren komen?

Soegija gaat over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië tussen 1940 en 1949. Deze verhalen komen uit de memoires van de eerste Indonesische bisschop: Albertus Soegijapranata.

Oorlog
De film start in het nog koloniale Nederlands-Indië van 1940 en eindigt in 1949, waarin Nederland Indonesië als onafhankelijke republiek erkent. De Indonesische verpleegster Maryam wordt gekweld door het verlies van haar broer, de oorlog en de irritante versierpogingen van de Hollandse Hendrik. Een – Nederlands sprekende – Chinese familie valt uit elkaar doordat Japanners de mooie moeder meenemen naar het kamp.

De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.
De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.

Geflipt
De menselijke kant van de keiharde Japanse officier Nobuzuki komt naar voren door zijn verlangen naar huis. En dan heb je de Nederlanders. Hendrik is een vrij naïeve fotograaf die de oorlog vastlegt en moeite heeft met het onrecht om hem heen. Robert is een megalomane, geflipte militair die af en toe zomaar Indonesiërs afranselt of neerschiet. Door de verhalen heen, luisteren we naar de overpeinzingen van de bisschop Soegijapranata, die zich als een ware leider opoffert voor zijn volk.

Indo’s
Maar waar zijn de Indo’s? Misschien was het te ingewikkeld om dat Indische perspectief er bij te halen. Misschien heeft die bisschop helemaal nooit over Indo’s in zijn memoires gesproken. Of misschien zijn ze ons gewoon vergeten. Hoe dan ook: in Soegija zijn er geen Indo’s.

De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.
De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.

Campur
Toen ik de assistent regisseur na afloop uitlegde dat wij de derde generatie Indo’s zijn en of het klopt dat ik geen Indo’s heb gezien, begreep hij in eerste instantie mijn vraag niet. Toen iemand ‘Indo campur!’ riep, begreep hij mijn vraag beter, en legde hij uit dat de film maar een korte periode bestrijkt, dus dat ze niet alle perspectieven konden laten zien.

Medeplichtig
We zijn gewoon een onhandig displaced volkje. En tja wat denken we eigenlijk? Dat Indonesiërs nog weten wie wij zijn? Ik voel dat ik het ergens wel graag zou willen. Maar ik voel me er ook ongemakkelijk bij. Want hoe je het ook wendt of keert, Indo’s hebben het koloniale systeem in Nederlands-Indië mede mogelijk gemaakt. We waren handlangers van de belanda’s. En waren wij niet reuze blij met onze Europese status? Wij zijn medeplichtig geweest.

Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR (foto: Angelo Vodegel 2013)
Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR
(foto: Angelo Vodegel 2013)

Indonesisch perspectief
Dus ja, kasian voor ons, deze film gaat niet specifiek over onze struggle. Maar, als je de kans hebt moet je deze film wel gaan zien. Ten eerste is het werkelijk een verademing om een keer vanuit Indonesische perspectief een film over het koloniale verleden te zien. Ten tweede is dit de eerste film over Nederlands-Indië, die voor mijn gevoel een realistisch beeld gaf van het straatbeeld, de kleding en de verhoudingen Europeaan – Indonesiër in deze periode.

Aarde der mensen
De geruchten gaan dat in de nabije toekomst het boek Bumi Manusia (Aarde der mensen) van Pramoedya Ananta Toer verfilmd gaat worden. In dat boek wordt de Indo veelvuldig beschreven, dus dan kunnen we onze lol op. Tot die tijd hoop ik dat Soegija in de Nederlandse bioscopen komt, want ik wil ‘m nog een keer zien.

Indisch 3.0 Schrijfwedstrijd 'Indische Bladzijde'

Voortbordurend op het thema van de Boekenweek 2013

Het thema van de Boekenweek 2013 draait om de zon- en schaduwzijde van het verleden van Nederland, om de nuances en de dilemma’s. Nederlands-Indië speelt zondermeer een grote rol in dit roemrijke verleden van gouden tijden en zwarte bladzijden. Natuurlijk zijn er prachtige romans te vinden waarin het verleden van Nederlands-Indië een belangrijke hoofdrol speelt. Maar waar zijn al die kleine en persoonlijke gouden verhalen, inclusief en exclusief een zwart randje?

Indisch 3.0 heeft de zoektocht geopend naar deze verhalen.

Bladzijdes om de Indische hoofdstukken van de Nederlandse geschiedenis mee op te vullen en te doen herleven.

Verhalen om bruggen te slaan tussen generaties, Indisch en Hollands, jong en oud.

Neem een duik in het verleden, stel vragen, laat je verbeelding de vrije loop en schrijf een bladzijde vol!

.

.

Voor wie?

  • Iedereen!

Voorwaarden?

  • Maximaal 1500 woorden
  • Lettertype: Arial
  • Lettergrootte: 12
  • Regelafstand: 1.5

Opnemen onderaan het verhaal

  • Voor- en achternaam
  • Geboortedatum
  • Adresgegevens
  • E-mailadres en telefoonnummer

Stuur je verhaal via e-mail in vóór 25 februari 2013 00.01 uur naar redactie@indisch3.nl o.v.v.: Schrijfwedstrijd Indische Bladzijde

Inspiratie nodig?
Denk aan Indische familieverhalen, verhalen over tempo doeloe, over Nederlandse soldaten en mariniers die uitgezonden werden naar Nederlands-Indië ten tijde van de politionele acties, verhalen van Indische buren, vrienden, kennissen en collega’s enz. enz.

De prijzen?
1x Juryprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van bestsellerauteur, tevens juryvoorzitter, Eveline Stoel (Asta’s ogen, Boekoe Bangsa) en prijswinnende auteur Gustaaf Peek (Armin, Dover, Ik was Amerika).
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd Indisch boekenpakket bestaande uit boeken van diverse auteurs, o.a.: Eveline Stoel, Adriaan van Dis en Alfred Birney.

1x Publieksprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van Eveline Stoel en Gustaaf Peek.
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een schrijverspakket, aangeboden door WritersPlaza.

Extra prijs

  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een proefabonnement (van 2 nummers) op Schrijven Magazine, aangeboden door Schrijven Online.

De winnaars worden bekend gemaakt op 15 maart 2013, aan de vooravond van de Boekenweek 2013.

Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012

Aankondiging Indische Bladzijde in PDF

PhotoFriday #4 [slot]: Cap van Balgooy over de Jacht

Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil.

Voor deze laatste aflevering van PhotoFriday steken we digitaal de Atlantische Oceaan over. Vanuit de Verenigde Staten bespreekt Cap van Balgooy, in het kader van het project Foto zoekt Familie, een foto over de Jacht in Nederlands-Indië. Vanaf zijn zesde jaar ging Cap al op jacht en op zijn tiende schoot hij zijn eerste zwijn. Cap jaagde voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. 

Midden Java
Cap van Balgooy: ‘Het zwart-wit van de foto doet mij denken aan een moderne methode van ontwikkelen, maar de foto is menigmaal afgedrukt wat het beeld onduidelijk maakt. Het lijkt mij dat de foto in de dertiger jaren is gemaakt in Midden Java gezien de klederdracht van de man helemaal links op de foto. Hij draagt een traditionele hoofddoek en bril, en zal een mandoer of desahoofd zijn. De derde en vierde man van links zijn beslist Indische Nederlanders. De andere drie zijn Indonesiërs, waarschijnlijk Javanen.’

PhotoFriday De Jacht (c) Tropenmuseum 2012

Target of opportunity
‘Deze foto is uitzonderlijk te noemen omdat men in die tijd nagenoeg niet op panters jaagde. Panters waren, zoals men dit hier in de U.S. uitdrukt, voornamelijk een target of opportunity. Dat wil zeggen: geschoten tijdens een jacht die gemunt was op ander wild. De panter lijkt mij een jong of onvolwassen dier dat waarschijnlijk verdwaald is geraakt en/of een tam dier zoals een hond of geit had gedood. Men posteert dan bij de overblijfselen van het gedode dier om diens belager neer te schieten.’

Panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn.

Panthera pardus melas
De panter op de foto is een Javaanse panter, Panthera pardus melas, een unieke soort die alleen op Java voorkomt. De prooi van een panter bestaat uit zowel wilde als tamme dieren. Zolang zij huisdieren met rust lieten negeerde men hen. Maar panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn. Op deze wijze is mijn vader minstens vier honden kwijtgeraakt.’

Mehlbaum
‘Het aantal panters welke zich in een bepaalde streek ophouden werd ons duidelijk nadat eentje mijn vaders favoriete hond had opgepeuzeld. Mijn vader beloofde Mehlbaum, een bekende broodjager*, vijf gulden voor elke panter die hij in de buurt neerschoot. Als bewijs moest hij diens staart tonen. Mehlbaum verscheen elke week met één of twee staarten. Toen hij met nummer dertig kwam maakte mijn vader daar een eind aan: “Het is niet mijn bedoeling dat je de boel uitroeit.”’

Tempo doeloe
‘Nu wat algemeen commentaar op de jacht in Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In tempo doeloe speelde deze een vrij grote rol voor mensen die buiten de grote steden woonden. Het waren voornamelijk Europeanen die jaagden. Dit had te maken met de wapenwetten die stelden dat alleen ingezetenen met een Europese naam een vuurwapen mochten bezitten. Chinezen en andere Vreemde Oosterlingen mochten vuurwapens bezitten na een onderzoek van gouvernementswezen.’

Één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden.

Een jonge Cap van Balgooy bij de Ciater-pas nabij Lembang (West Java) Foto: Cap van Balgooy

Jachtaktes
‘In de loop der tijd verschenen meer jachtreglementen. Ook moest je in het bezit zijn van jachtaktes. Een paar voorbeelden: één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden. Waar het doorsnee salaris van de gemiddelde geschoolde werker tussen de vijfendertig en vijfenveertig gulden per maand lag, is het duidelijk dat de jacht niet binnen het bereik van iedereen lag.’

Resident van Banyoema
‘Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil. De Administrateur, de lokale arts, de Resident, en broodjagers gingen vaak samen op jacht. Onder de ongeveer acht jachtkornuiten van mijn vader bevonden zich drie Indo’s, waaronder de Resident van Banyoema. Niemand stoorde zich aan jagers of jagen, ofschoon vele nieuwkomers, totoks uit Europa, jagen beschouwden als iets voor wilde mensen die niets beters te doen hadden.’

*broodjager: persoon die leeft van de jacht

Met het project Foto zoekt Familie wil het Tropenmuseum fotoalbums, die na de Tweede Wereldoorlog zijn gevonden, herenigen met hun rechtmatige eigenaren of nazaten.

Reportage I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden)

Een zoektocht naar de ziel van de Indo

Een groep Indische en Nederlandse mensen wacht vol spanning in de theaterzaal van de Rotterdamse Schouwburg tot de voorstelling I.N.D.O. (In Nederland Door Omstandigheden) begint. Ik kijk om me heen en behoor tot één van de jongsten, de eerste en tweede generatie is duidelijk in de meerderheid, maar toch kijkt iedereen elkaar aan met een blik van herkenning. De voorstelling van ongeveer 75 minuten neemt het publiek mee in een zoektocht naar de ziel van ‘de Indo’. HoofdrolspelerJef Hofmeister wisselt hierin continu van rol. Van bejaarde man tot ‘hot-Eddy’, tot de zoon van meneer Eddy zonder naam, maar omschreven als  ‘die waardeloze vent’. 

Tempo doeloe
Het verhaal begint daar waar meneer Eddy zijn laatste levensjaren slijt; de Willem Nijholt-vleugel in het Anneke Grönloh-huis. Meneer Eddy denkt met weemoed terug aan tempo doeloe en voelt zich niet begrepen door een Nederlandse zuster. ‘Jullie begrijpen toch niet die tijd van toen, en waarom wij naar Nederland moesten vertrekken, door omstandigheden weet je wel. Daarom, ik seg maar neks.’  Meneer Eddy is in gedachten verzonken en denkt terug aan de tijd dat hij aankwam in Nederland en zijn hart verloor aan een blonde dame.

Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Hot-Eddy en zijn blonde schoonheid
De blonde dame gaat op onderzoek uit naar ‘de Indo’. Tijdens deze zoektocht komt zij terecht in de Indonesische jungle en ook in een grote pan soto. Ze wordt als ‘lekker’ gezien. Een dubbelzinnige manier om te laten zien hoe de Indo in vroegere tijden over blondines dacht. Maar geen nood, hot-Eddy weet de blonde schoonheid te redden uit de pan soto. Het stel laat het publiek vervolgens meegenieten met geïmproviseerde liedjes, op herkenbare Indorock klanken, waarin typisch Indische gebruiken naar voren komen.

Selamat Jalan
Drama speelt zich af aan het einde van het stuk wanneer meneer Eddy zijn laatste adem uitblaast en het publiek getuige is van de crematieplechtigheid. De zoon, die waardeloze vent, geeft een toespraak over hoe hij zijn vader heeft gekend en dat de omschrijving I.N.D.O. nooit met veelwoorden is uitgelegd door zijn vader. Het waren altijd de onzichtbare verhalen waar niet over gesproken hoefde te worden. Tijdens het opruimen van zijn vaders huis ontdekt hij weer wat Indisch is, zoals het bewaren van de meest onzinnige dingen als plastic bakjes. De plechtigheid eindigt met de woorden Selamat Jalan (goede reis) en ‘al klaar’. Tja, zo kan de geschiedenis van de Indo ook omschreven worden, wat geweest is, is geweest, niet nodig om erover te praten.

De uitdrukking tempo doelde hoor ik veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling.

I.N.D.O. (c) Jochem Jurgens 2012

Staande ovatie
Komedie en drama wisselen elkaar mooi af tijdens de voorstelling. Er wordt meegelachen en enthousiast, doch bedeesd, gereageerd bij herkenbare stukken. Na afloop ontvangen de acteurs, naar mijn mening, terecht een staande ovatie. De uitdrukking tempo doelde hoor ik ook veelvuldig vallen onder de bezoekers na de voorstelling. De voorstelling brengt duidelijk oude herinneringen uit Nederlands-Indië met zich mee naar boven, en de derde generatie onder het publiek zal door de familieverhalen van thuis ongetwijfeld ook vele herkenbare scènes opgepikt hebben.

Kippenvel
De muzikale voorstelling vormde enerzijds een soort spiegel voor de Indo, Indische mensen konden zichzelf herkennen in de verbeelde Indische situaties.  Anderzijds vormde de voorstelling voor het Nederlandse publiek een uiteenzetting van wat er onder ‘Indisch’ wordt verstaan, en wat Indische mensen toendertijd mee hebben gemaakt na hun aankomst in Nederland. Mede door de Indische achtergrond van sommige auteurs kwam het acteren op  mij heel natuurlijk over. Ik kijk terug op een korte maar krachtige voorstelling. Momenten die voorbij kwamen bezorgden mij kippenvel en deden mij denken aan situaties die ik zelf heb ervaren, en aan de verhalen waarmee ik ben opgegroeid in mijn familie. Een aanrader!

Eerder deze maand won Marcha van Zee al kaartjes voor de muzikale voorstelling I.N.D.O.. Maar wil jij de voorstelling ook nog zien, wees er dan snel bij. I.N.D.O.  is nog te zien in de Schouwburg van Arnhem op 17 november en tijdens de periode van 20 november t/m 1 december (m.u.v. zondag en maandag) in Theater Bellevue in Amsterdam.

Rixt Leddy, Jef Hofmeister en Charlene Vodegel (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012