Griselda Molemans en het Nationaal Archief

Welles/nietes?

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

In december 2013 hoorde ik ervan. De schrijfster en journaliste Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart, Oog van de naald) was een actie gestart om geld in te zamelen om het boek uit te geven waar zij al een tijd aan werkt: Opgevangen in andijvielucht. Aanleiding voor de inzamelingsactie was volgens Molemans dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich teruggetrokken had. De ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief, stelt de in Amerika wonende schrijfster in haar flyer

Flyer van de inzamelingsactie 'Opvangen in andijvielucht'
De flyer van de inzamelingsactie ‘Opvangen in andijvielucht’. Bron: PR 360 & More

Ik bel het Nationaal Archief voor een toelichting. ‘De samenwerking met mevrouw Molemans is inderdaad stopgezet,’ bevestigt de woordvoerder. ‘Nee, dit was niet om inhoudelijke redenen. Mevrouw Molemans dreigde de deadline van 15 oktober 2013 niet te halen, de datum waarop wij de tentoonstelling wilden openen. Dat mevrouw Molemans de researchkosten terugbetaald heeft klopt in zoverre, dat zij de fees die wij haar al betaald hadden, terugbetaald heeft.’ Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Hmm. Dit is een heel ander verhaal dan wat in het Indische wereldje circuleert.

“Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station.”

Als ik Griselda mail dat ik met dit verhaal aan de slag ga, verwijst ze me door naar haar advocaat. ‘Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station voor me. [..] Ik doe daar verder geen mededelingen meer over.’ Ik mail haar advocaat om een reactie op de verklaring van het Archief. Die is eenvoudig: ‘Over een deadline is nooit gesproken en het Nationaal Archief heeft cliënte ook nooit een deadline gesteld, noch voor 15 oktober 2013, noch anderszins.’

Is dat wat. Dit lijkt wel een ouderwets potje welles-nietes.

Ik zoek verder en vind in de Sobat (9, winter 2013) een 2,5-pagina tellend artikel van Siem Boon over de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief. Staat in dit artikel misschien iets over het werk dat Molemans heeft gedaan voor het Nationaal Archief? “In oktober werd de nieuwe publieke- en tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief geopend door Koning Willem-Alexander. De eerste tentoonstelling heet Het Geheugenpaleis – met je hoofd in de archieven: elf grote en kleine verhalen uit meer dan duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Twee van die verhalen zijn Indisch: ‘Daar was laatst een meisje loos; Vrouwen en de VOC (1602 – 1795) en Opgevangen in spruitjeslucht; Indische repatrianten in Nederlandse contractpensions (1945 – 1970)’.”

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Archiefbeeld: Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

De naam ‘Opgevangen in Spruitjeslucht’ lijkt – voorzichtig uitgedrukt – sterk op de titel van het boek van Molemans: Opgevangen in andijvielucht. Navraag leert dat het Nationaal Archief al sinds december 2010 de ‘spruitjes’-versie hanteert.

Maar goed. De samenstellers van de tentoonstelling vertellen in het Sobat-interview uitgebreid over de tentoonstelling. Zo lees ik: “Wat ons opviel is hoezeer de opvang was voorgeprogrammeerd. Het boekje Djangan Loepah, dat door maakster Cristina Garcia Martin is vertaald in een quiz, is bij uitstek een voorbeeld hiervan.”

‘Djangan Loepah, ken ik dat niet ergens van?’ hoor ik je denken. Ja, dit boekje is weer boven komen drijven door de documentaire Contractpensions van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich én is er de ondertitel van. Nu is dit boekje niet ‘van’ Hetty Naaijkens, maar uitgegeven door de overheid zelf. Maar een referentie eraan? Die was toch best op zijn plek geweest? Voor de zekerheid zoek ik op de website van de expositie. Nergens kom ik een verwijzing naar Contractpensions tegen.

Contractpensions
Poster van de documentaire Contractpensions uit 2009.

Terug naar het artikel. Er komt een andere, voor mij tamelijk persoonlijke, titel naar voren. “Het Verhalenarchief is een website van het Nationaal Archief waaraan bezoekers hun eigen verhalen kunnen toevoegen: www.hetverhalenarchief.nl. ‘Tabee Indië’, over de repatriëring, is daarvan een onderdeel.”, lees ik in hetzelfde artikel in Sobat.

Nou vind ik het initiatief  van een verhalenarchief erg goed en ben ik er zelfs blij mee, maar die naam? ‘Tabee Indië’? Die lijkt wel heel erg op de naam van nota bene mijn eigen scriptie over de repatriëring, waarmee ik zeven jaar geleden afstudeerde: Indië Tabeh. Ook hier weer was het op zijn plek geweest een bronvermelding op te geven. Of op zijn minst een ‘niet-te-verwarren-met’. Siem Boon kent mij en deze scriptie, ik heb er drie keer een lezing over gehouden op de Tong-Tong Fair. Dus hoe zit dit nou weer? Ik zie dat een van de externe onderzoekers, die ik ook ken, er zelfs naar verwijst als ‘Indië Tabee‘. Op deze manier is dit gewoon jatwerk en voer voor een latere post.

Ik lees het artikel uit. Van de circa 2000 woorden gaat geen enkele over Griselda Molemans en haar voorwerk. Zou dat een bewuste keuze zijn? Ik vraag Siem Boon ernaar. Zij licht toe, in een reactie op deze post: “Ik wist dat Griselda bezig was geweest met dit onderdeel van de expositie, dus ik informeerde ernaar tijdens het interview en bij Griselda. De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist. Griselda zei me dat ze er de voorkeur aan gaf als ik in mijn artikel geen verband legde met haar op stapel staande boek. Omdat ik geen artikel wilde schrijven over het conflict tussen Griselda en NatArch, maar over de expo, en ik maar beperkte ruimte had heb ik het verder weggelaten.”

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Archiefbeeld: Griselda Molemans tijdens IndoMania. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Duidelijk verhaal van Siem, maar voor mijn hoofdvraag moet ik doorzoeken. Ik wend me opnieuw tot het Archief. In een schriftelijke reactie krijg ik nu uitgebreidere toelichting: “Medio 2010 hebben eerste gesprekken tussen mevrouw Molemans en het Nationaal Archief (NA) plaatsgevonden. Het Nationaal Archief heeft mevrouw Molemans gevraagd onderzoek te doen en een publicatie voor te bereiden over het thema ‘contractpensions’ voor de openingstentoonstelling in de nieuwe publieksruimte van het Nationaal Archief. Ze heeft daarmee ingestemd en op 1 december 2010 is het contract daarvoor ondertekend door beide partijen.”

De woordvoerder vervolgt: “Al in deze fase hanteerden wij de titel ‘Opgevangen in spruitjeslucht’. In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd. Daarom zagen wij ons uiteindelijk genoodzaakt andere onderzoekers in te schakelen en de samenwerking met mevrouw Molemans contractueel te beëindigen.”

Het is een wonderlijke tussenstand.

Het is een wonderlijke tussenstand. Ik kan me voorstellen dat de overheid bepaalde zaken niet naar buiten wil brengen over de repatriëring, dus de verklaring van Molemans is aannemelijk en – logischerwijs – door veel andere Indische media overgenomen. Aan de andere kant: het verhaal van het Archief is niet ongeloofwaardig. Ik wacht momenteel nog op een reactie van de advocaat van Molemans. Is dit welles/nietes of is er iets anders aan de hand?

Hoe dan ook, Griselda Molemans kan door met haar boek. Al op 17 december 2013 meldt Opgevangen in andijvielucht op Facebook in dit Bericht dat er nog maar 263 funders nodig zijn. Dat is mooi. Dan kunnen we binnenkort in elk geval zelf vergelijken wat Molemans ontdekt heeft en wat het Nationaal Archief in de expositie wel en niet vertelt. Het boek komt uit in maart van dit jaar. Wordt vervolgd.

Detail: op Bol.com staat het boek als niet leverbaar, met mei 2013 als publicatiedatum. Wie er ook gelijk heeft, er is iets behoorlijk fout gegaan.

Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (dd 7-1-14, 12:00 u)
Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (KV, dd 7-1-14, 12:00 u)

 

 

 

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek! #3

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de derde suggestie. 

Peter  van Dongen – Drie dagen in Rio.

ISBN: 978 90 549 2403 6. Aantal pagina’s: 32. Uitvoering: Gebonden. Uitgever: Oog & Blik NUR: 363. Prijs: €14,90. Op werkdagen voor 14.00 uur besteld, morgen in huis.

“De verre reis naar het onbekende – ‘de grote vaart’ – het avontuur, exotische vrouwen en goena-goena. “

Drie dagen Rio – de titel doet denken aan een succesvolle reclame van een paar jaar geleden – gaat over Lennart Björk, die als jonge jongen de boot pakt naar Zuid-Amerika . Het verhaal speelt zich, te oordelen aan de illustraties, ergens midden 20e eeuw af. De reis verloopt echter  allesbehalve gepland.

Het beeldverhaal leest als een spannend jongensboek, dat ook voor mij boeiend is. Naast prachtige tekeningen en kleuren, zijn er leuke feitjes in verwerkt over het leven aan boord van een schip.

Het thema van Drie dagen in Rio is niet Indisch, al zijn er beslist Indische thema’s in verwerkt, zoals de verre reis naar het onbekende – “de grote vaart” – het avontuur, exotische vrouwen en goena-goena.

Waarom dan toch in dit lijstje? Indo 2.0 Peter van Dongen, die zich de laatste jaren steeds meer aan het manifesteren is als illustrator van de Indische gemeenschap, heeft het verhaal bedacht en getekend.

Het boek is gemaakt in opdracht van het kledingmerk GANT, ter gelegenheid van de pensionering van hun oprichter: Lennart Björk. Wij zouden dit vooral aanraden als kado voor mannen tussen de 18 en 48 jaar, die van scheepvaart en Zuid-Amerika houden.

Een pagina uit Drie dagen in Rio.
Een pagina uit Drie dagen in Rio. Dit voorbeeld is in het Engels, maar er bestaat ook een Nederlandse editie.

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek #2

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje met zeven titels samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de tweede suggestie. 

Joke de Jonge – Een schatkist vol verhalen.

Een schatkist voor geheimen. Joke de Jonge. 61 pagina’s. Indisch Herinneringscentrum Bronbeek. 2013. Te koop voor € 3,50 + € 2,50 verzendkosten.

Als kind vond ik het fijn om een boek te lezen dat over mijn Indische achtergrond ging, omdat ik me daardoor bewust werd van een stukje van mezelf dat op school verder niet aan bod kwam. Daarom was ik superblij met Marion Bloem’s Matabia. Wie weet kan Een schatkist vol verhalen voor Indische kinderen anno 2013 dezelfde rol vervullen.

Een schatkist vol verhalen is het verhaal van Dewi en Laurens die bij hun Indische opa en oma logeren. Per ongeluk ontdekken zij een kist met allemaal geheimzinnige documenten en zelfs een brief van de koningin. Wat is het van vroeger, waar vooral opa het nooit over wil hebben? Dewi en Laurens ontdekken zo een goed bewaard geheim, zoals dat Indische families eigen is.

Het boekje is prima geschreven, vanuit het perspectief van de kinderen, afgewisseld met een  flashback van opa – al kreeg ik wel jeuk van het woord ‘meidje’. Maar zelfs met die kanttekening is het boekje erg herkenbaar, erg Indisch en ontroerend en ontwapenend tegelijk. Een schatkist vol verhalen is het tweede boekje dat Joke de Jonge schreef over de Indische geschiedenis, op verzoek van het Indisch Herinneringscentrum.

Een schatkist vol verhalen is geschikt voor kinderen in groep 6 en 7, dus vanaf een jaar of 9.

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek!

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de eerste suggestie. 

Jan Smeets – Bloemen voor Lica.

Celadon Uitgevers, Bilthoven. ISBN 978 90 8948 029 3  € 7,50.  Informatie: liesje@lakon.nl

Omdat het heerlijk avondje er weer aan zit te komen, beginnen we de week met twee boeken voor de kleintjes – de 4.0 en 5.0’s. Morgen besteden we aandacht aan Een schatkist vol geheimen (8+), vandaag staan we stil bij een prachtig mini-prentenboekje van Jan Smeets: Bloemen voor Lica.

Bloemen voor Lica voorkant

In Bloemen voor Lica slaapt Lica onder een oude kaïn met getekende dieren. Langzaam maar zeker komen de dieren tot leven. Of toch niet? Bloemen voor Lica is geschikt voor kinderen tussen de 2 en 5 jaar, schat ik in. Het is een prachtige manier om de oude batik-kunst te verweven met eigentijdse illustraties.

Voor de jongste kinderen is Bloemen voor Lica een aanwijsboekje – visjes en vogels zien er in elke cultuur hetzelfde uit – voor de kleuters is het een spannend verhaal voor het slapen gaan. Het bevat geen tekst en laat zo alle ruimte vrij voor je eigen creativiteit en die van je kind. Mijn kinderen genieten er in elk geval van – en die zijn bijna 1 en net 2.

Een fragment uit Bloemen voor Lica (2013).
Een fragment uit Bloemen voor Lica (2013).

De kaïn uit Bloemen voor Lica is in het echte leven van de betovergrootvader van Lica, die ermee naar Holland kwam in 1958. Opa Van Hoorn gebruikte deze kaïn als slaapdoek en had hem bedoeld als geschenk voor zijn oudste kleinzoon op zijn huwelijk.

Binnenwerk van Bloemen voor Lica.
Binnenwerk van Bloemen voor Lica.

Terence Schreurs als moeder Winnie in nieuwe tv-serie ‘Zusjes’

“Deze rol is een mijlpaal voor mij als actrice”

Aanstaande zondag begint bij de NTR de nieuwe televisieserie ‘Zusjes’, met Charlie Chan Dagelet als zusje Mitzi en Chloé Leenheer als Evi. De Indische zusjes gaan samen op kamers en proberen met – en zonder – elkaar vorm te geven aan hun eigen leven terwijl hun ouders de grip steeds meer lijken te verliezen. Terence Schreurs (o.a. GTST, De Punt en Ver van familie) speelt de rol van moeder Winnie. Ik spreek haar over acteren, de moederrol en de Indische lading van ‘Zusjes.’

“De regisseur belde mij en zei: ‘Terence, deze rol is voor jou en het is jouw verantwoordelijkheid wat je ervan maakt.’ Ik voelde een combinatie van gretigheid en onzekerheid. Het komt niet vaak voor dat ik een grote rol in productie heb, als een van de hoofdrolspelers. Dat doet veel met me. Want van acteren word ik meer dan gelukkig. Als team team, acteurs en crew, mag je een nieuwe wereld te creëren, waar mensen van mogen genieten. Dat is een grote verantwoordelijkheid.”

“Van acteren word ik meer dan gelukkig.”

Moederrol
“Hoe het is om voor het eerst de rol van een moeder te spelen? Het is een mijlpaal voor mij als actrice, op meerdere manieren, professioneel en emotioneel. Ik ben 37. Veel mensen om me heen hebben kinderen. Sommigen hebben zelfs meteen na de middelbare school kinderen gehad, dus zij hebben kinderen in de leeftijd van Mitzi en Evi. Om me op deze rol voor te bereiden, ben ik veel in contact geweest met ze. ‘Hoe ervaar jij vader of moeder zijn,’ vroeg ik ze. Prive kan ik de tips die ik kreeg nog wel eens gebruiken, maar voor de rol van Winnie niet.”

“De verhalen over onze Indische en Molukse families, gaven extra lading aan de scenes.”

Ogen sluiten
“Voor Winnie gaat alles om een schoon en glimmend huis. Ze sluit de ogen voor waar ze werkelijk in staat. Ze wil het leven dat ze leidt niet zien, ze leeft in een sleur maar wil de sleur niet zien. Veel tips van mijn vrienden draaiden om open en directe communicatie. Bij de Indische Winnie niet. Wat mij het meeste aansprak in deze serie was dat ik de verantwoordelijkheid kreeg voor een rol die zo ver van me af stond. En nu voel ik voor het eerst de kriebels, dat ik het fantastisch zou vinden om zelf kinderen te krijgen.”

“Dat het een overwegend Indisch-Molukse cast is, merkten we vooral in de voorbereidingen, de repetities. Dáár deelden we de verhalen. Ik beleefde de scenes wel intenser vanwege mijn eigen Moluks-Nederlandse achtergrond. Charlie is geloof ik een kwart Moluks, maar niet zo opgevoed. Zij en Chloe hebben veel gehad aan de verhalen van Anneke Grönloh (oma Toetie, KV). Ik heb bijvoorbeeld verteld over de eerste keer dat mijn moeder weer in Biak was. Zulke verhalen en meer, zoals Anneke die over de Jappenkampen vertelde, gaven extra lading aan scenes.”

“Elke emotie gaat door de maag.”

Terence Schreurs by Rayzor Sharp
Terence Schreurs by Rayzor Sharp

Stilstaan in de tijd
“Nee, mijn ouders hebben ons niet opgevoed met verhalen van vroeger. Ze wilden ons vrij van verleden op laten groeien en voorkomen dat we als kind al die woede zouden voelen, waardoor je stil kan blijven staan in de tijd. Maar natuurlijk heb je wel je eigen ervaringen, zoals de bruiloften, verjaardagen en kerkbezoeken. Die waren altijd feest. Zelfs nu, nu de eerste generatie verdwijnt en er vooral begrafenissen zijn. Elke emotie gaat door de maag. Dus er is standaard veel eten.”

Hoofdrol
“Als actrice zou ik, en het is misschien een cliché, maar dit is hoe ik het voel, graag vaker een hoofdrol willen spelen in een grote productie die het grote publiek bereikt, al weet ik dat mijn uiterlijk daar niet in meewerkt. Waarom? Nou, kijk, het gaat vaak ook om het plaatje. Voor een 18e eeuws kostuumdrama zoeken ze geen Indische hoofdrolspeelster. De plaatjes moeten passen.”

Mooie serie
“Aanstaande zondag komt de eerste aflevering van ‘Zusjes’. Wat ik tegen jullie lezers zou willen zeggen? Ik heb zelden zo’n mooie serie gelezen, van hoog niveau. Het script is van Tamara Bos, een dijk van een scriptschrijfster. Met deze serie krijgt de Nederlandse belastingbetaler waar voor zijn geld. ‘Zusjes’ zal je raken, of je het wil of niet.”

Logo Zusjes tv serie

Zusjes is vanaf zondag 27 oktober a.s. 9 weken lang te zien, op Nederland 3 om 19.00 uur. Meer weten over deze serie? Kijk op https://www.facebook.com/ZusjesNTR. Regie: Dana Nechushtan, Anna van der Heide. Scenario: Tamara Bos. Productie: BosBros en NTR. Zusjes kwam tot stand door financiële steun van het Mediafonds.

Kippenvel bij "Buitenkampers"

De documentaire die eindelijk gemaakt is.

Op het Nederlands Filmfestival 2013 in Utrecht ging gisteren, in een afgeladen zaal, de film Buitenkampers van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich in première. Na afloop van de vertoning kreeg de filmmaakster een staande ovatie, die ze geëmotioneerd in ontvangst nam. Deze waardering van het publiek en de ontlading van Naaijkens – Retel Helmrich zijn tekenend voor de gevoelige snaar die Buitenkampers heeft geraakt: het is de documentaire die eindelijk gemaakt is.

Onderbelichte geschiedenis
Buitenkampers is een documentaire over de periode 1942 – 1949, waarin de gemengde groep van Indo-Europeanen de Japanse bezetting (1942 – 1945) en bersiap (vrijheidsstrijd van de Indonesiërs van 1945 – 1949) moest zien te overleven. Een deel van hen werd geïnterneerd in Jappenkampen, maar een veel groter deel – 250.000 van hen, aldus de film – bleef buiten de kampen. Als je kon aantonen dat je Aziatische voorouders had, tenminste. “Het is onterecht een onderbelicht onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Deze mensen zijn met hun ervaringen echt tussen de wal en het schip terechtgekomen, eenmaal in Nederland,” aldus een Nederlandse bezoeker van de film achteraf. En dan te beseffen dat al deze mensen al 60, 70 jaar met deze trauma’s rondlopen, onbehandeld hoogstwaarschijnlijk.

De documentaire is opgedragen aan de moeders.

Als kind in de oorlog
De documentaire, opgedragen aan de moeders die de kinderen door de bezetting en bersiap heen hadden getrokken, is slim opgebouwd rondom herkenbare thema’s die veel terugkomen in verhalen over zowel de bezetting als de bersiap. Het geheel wordt verteld met aaneengeregen fragmenten uit interviews van Indo-Europese mannen en vrouwen. Nu zijn ze op middelbare leeftijd, maar toen waren ze nog kind, in leeftijd variërend van 4 tot 12 jaar. Zij vertellen over de verschrikkingen die ze overleefd hebben: moordpartijen, bombardementen, honger, verkrachting. Over hoe ze moesten buigen voor de vlag en hoe ze geschokt zagen dat de Indonesiers de Japanse bezetter steunden – in plaats van Nederland. Over broertjes die nog steeds vermist zijn. Of een buurvrouw van wie na een bezoek van de Jap “niets meer over was. Haar armen en benen lagen verspreid door het huis.”

Respect
Een van de voor mij meest aangrijpende verhalen is het verhaal van meneer Lents, die als zevenjarig jongetje gevangen genomen was door de Kempeitai – te vergelijken met de Duitse Gestapo. Stamelend zegt hij: “Ik heb het nooit verteld, wat daar gebeurd is. Het was zo vernederend. Als ik er nu nog over praat, voel ik de schaamte nog. Dat is triest. Echt triest.” Hetty Naaijkens, zelf van Indische afkomst, heeft deze man in zijn waarde gelaten en niet doorgevraagd (wat een Nederlandse filmmaker waarschijnlijk wel zou doen) en daar ben ik blij om. Het is dat respect voor de geinterviewden dat je als kijker terugziet in de eerlijkheid en openheid waarmee de ex-buitenkampers hun verhaal doen.

De verbindende verhalen
Buitenkampers is een unieke documentaire dankzij de invalshoek van kinderen die op hun oorlogservaringen terugkijken, waarbij de vijand – de Jap – hun beschermer werd en een vermeende vriend – de Indonesiër – een angstaanjagende vijand. De meeste bezoekers waren er laaiend enthousiast over. Zo ook  Yvonne Keuls: “Het knappe van Hetty is dat zij aan de hand van een verhaal van één persoon kan laten zien hoe het de hele groep vergaan is. De film is geen opsomming van verhalen, Buitenkampers laat de verbinding zien waardoor de hele groep met elkaar verbonden is. Dat is knap.”

“Hetty laat aan de hand van een verhaal van één persoon zien hoe het de groep vergaan is.” – Yvonne Keuls

Weinig inzicht in dagelijks leven
Buitenkampers is een must-see voor iedereen met een Indisch hart, jong of oud, Nederlands of Indisch.Toch hoorden we ook een paar kritiekkpunten, waarvan een zeker het delen waard is. “Kijk, ik weet niet zo veel over wat er toen gebeurd is. Mijn ouders en oma vertelden er niet over. Ik hoopte in Buitenkampers te zien hoe hun dagelijks leven onder invloed van de Jap veranderde en dat heb ik niet gekregen. Dat vind ik jammer,” vertelde een licht teleurgestelde filmganger. Ook viel mij op dat de aantallen repatrianten en emigranten beduidend hoger lager dan ik uit wetenschappelijk onderzoek heb op kunnen maken, maar dat is bijzaak.

Insiders verhaal
Wat geen bijzaak is, is de teleurstelling van de bezoeker. Die zou een waarschuwing kunnen zijn voor de ontvangst mensen met weinig kennis over deze tijd. Wij hopen, net als onder meer producent San Fu Maltha, dat Nederlanders deze film gaan zien, zodat het onvertelde verhaal verteld en verspreid wordt. Voor die groep geldt, net als voor – heel veel – Indische jongeren van de derde en vierde generatie, dat ze behoefte hebben aan een outsiders’ look om de insiders’ story te kunnen begrijpen. Die blik van buitenaf ontbreekt. Laten we hopen dat de meerderheid van de bezoekers die niet mist.

Buitenkampers is vanaf donderdag 3 oktober 2013 in 17 theaters in Nederland te zien. Verder zendt de NTR op 15 augustus 2014 de documentaire uit. Tot slot vind je op de website van Buitenkampers meer informatie over de filmvertoningen en nog meer – schrijnende – verhalen van de deelnemers aan de documentaire.

Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens - Retel Helmrich.
Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich.

‘Componeren voor Buitenkampers leverde magische momenten op.’

Xavier Boot, componist en derde generatie Indo, werkte mee aan de film Buitenkampers

Volgende week zondag gaat op het Filmfestival Buitenkampers in première, de nieuwste film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich (o.a. Contractpensions, Stand van de Sterren). Xavier Boot (Utrecht, 1989) componeerde de muziek. Ik sprak deze derde generatie Indo over zijn composities. ‘Het was een hele bijzondere ervaring om aan Buitenkampers film mee te werken.’ 


Productie trailer: Jasper Naaijkens.

Hoe loopt je Indische familielijn?
‘Mijn oma is geboren in Semarang, de moeder van mijn moeder. Ik heb er best veel over meegekregen. Met mijn opa, oma, vader, moeder en mijn zus ben ik twee keer naar Indonesie gegaan, de hele zomer, toen ik 6 was en 12 jaar. We gaan regelmatig naar Pasar Malams. We eten Indisch, mijn moeder is actief in Indische netwerken, mijn ouders hebben zelfs een Indisch koor opgericht. Ik voel me erg verbonden met Indonesie. Dat speelt zeker een rol.’

‘Ik ben als muzikant op zoek naar mijn eigen stem.’

Hoe was het om aan deze film te werken?
‘Dat was erg fijn. Ik ben op het Conservatorium geschoold als klassiek pianist. Sinds ik mijn diploma heb, wil ik niet meer volgens vaste regels spelen. Ik ben op zoek naar mijn eigen stem. Ik wil muziek maken vanuit het onderbewuste. Bij deze film kon ik mijn eigen creatieve proces ingaan. Werken vanuit momenten, zonder regels, dat kan magische momenten opleveren, juist met deze film, waarmee ik persoonlijk zo verbonden ben. Het was een hele bijzondere ervaring.’

Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.
Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.

Welk vraag had je van Hetty Naaijkens gekregen, wat was je opdracht?
‘Ik maakte muziek bij archiefbeelden. Van tevoren hadden we een beetje geoefend wat ik ging doen, maar het definitieve werk gebeurde in de studio. Hetty liet de beelden zien, ik improviseerde bij die beelden. Ik speel wat Nederlands-Indische muziek, een klassiek stuk en verder is het een vrije benadering van pianomuziek en werk ik samen met een fluittist, Roy Kuchel.’

‘Het was een hele bijzondere ervaring.’

Wat heeft de film met je gedaan?
‘Ik ben ermee bezig gegaan, met mijn Indische familiegeschiedenis. In de tijd van het maken van de film heb ik veel extra materiaal gelezen en extra veel met mijn opa en oma gesproken. De film maakte in mijn hele familie dingen los. Mijn oma heeft voor het eerst iets verteld dat zelfs mijn opa nog niet wist. Meewerken aan Buitenkamers is voor mij een periode van bewustwording geweest, van mijn eigen verleden, en de rol die dat verleden nog steeds speelt in het dagelijks leven, van mij en van andere Indische Nederlanders.’

‘Meewerken aan Buitenkamers is een tijd van bewustwording geweest.’

999199_541743942565519_1839109071_n

 

Buitenkampers gaat over de 250.000 Indische Nederlanders die de Japanse bezetting buiten de kampen moesten zien te overleven. De film is vanaf 3 oktober in bioscopen in Nederland te zien en gaat op 29 september as in premiere tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht.

Xavier Boot is een internationaal geschoolde pianist, die als klassiek pianist afstudeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Xavier studeert momenteel geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In de film heeft hij nog een cameo met zijn oma. Meer verklappen we daar niet over. Goed opletten dus.

De Rampokan-reeks van Peter van Dongen

Verwisselde identiteiten in een complexe samenleving.

Rampokan, de bundeling van Peter van Dongen’s stripverhalen Rampokan Java en Rampokan Celebes, kwam in mei van dit jaar uit. Ik was blij te horen dat deze strips samengevoegd werden. Rampokan Celebes, deel 2 van de Rampokan-reeks, had ik al eens gelezen maar, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, het verhaal was me niet echt bijgebleven. Veel intriges en complexe verhaallijnen, die ik niet kon plaatsen. Zou het anders zijn, als ik eerst het eerste deel lees?

Verwisselde identiteiten
Johan Knevel, een totok – een Hollander die in Indie geboren is, vertrekt na de eerste politionele actie vanuit Nederland naar Nederlands-Indie om “rust en orde te herstellen”, die door het “nationalistische virus dat vreedzame inlanders tot moordenaars maakte” verstoord geraakt is. Aan boord al gaat het fout. De – communistische – soldaat Verhagen valt overboord tijdens een vechtpartij met Knevel. Het is een ongeluk, maar Knevel verzwijgt het voorval. Verhagen wordt geregistreerd als deserteur, terwijl Johan Knevel zijn papieren bij zich houdt. Wat volgt, is een Kafkaiaans kat-en-muis verhaal dat alleen mogelijk is door verwisselde identiteiten. Dit is ook het hoofdthema van de Rampokan-serie; wie ben je nou echt? Liefde, geweld en macht zijn verhaallijnen die – spoiler alert! – onder invloed van deze verwisselde identiteiten allemaal slecht aflopen.

Complex verhaal, complexe samenleving
De Rampokan-reeks bestaat uit twee stripverhalen. Daardoor kan je onterecht denken dat ze geschikt zijn om op je strandbedje door te bladeren. Je kan het proberen, maar ik merkte dat ik – net als bij een literaire roman – mijn aandacht nodig had om de verschillende verhaallijnen te volgen. Van Dongen geeft je verschillende ‘cues’, zodat je de flashbacks en ‘ondertussens’ kan herkennen. Maar door het thema van verwisselde identiteiten en de vele verhaallijnen is het best een ingewikkeld geheel om te lezen. Is het daardoor niet de moeite waard? Jawel. Want deze complexiteit doet juist recht aan de aard van de indische samenleving. Die was complex, gelaagd en ingewikkeld, en draaide misschien wel om verwisselbare identiteiten. Met de complexe structuur van Rampokan steekt Peter van Dongen zijn nek uit. Wat mij betreft is dat een integere en te bewonderen keuze.

Juweeltje
Dankzij Peter van Dongen’s kwaliteit van vertellen, zoals het gebruik van de – slechts – twee kleuren en de vogel die op specifieke momenten in het verhaal komt, is de Rampokan-reeks in gebundelde vorm een juweeltje. Dat je de twee verhalen achter elkaar leest en niet, zoals ik ooit heb gedaan, het tweede deel op zichzelf, is een groot meerwaarde. De vele subthema’s in de twee delen, zoals de interraciale relaties en de koloniale spanningen tussen Nederlanders en ndonesiers, laten bovendien zien hoe goed deze Indo op de hoogte is van de Indische geschiedenis. Neem er je tijd voor en de Rampokans nemen je mee in een verdwenen wereld, die met tempo doeloe niets meer te maken heeft.

Mijn enige kritiek op Rampokan is de kleur. Ik vind twee kleuren eigenlijk een beetje saai. Waarom maar twee, uitgever?

Rampokan. Peter van Dongen. Uitgeverij Oog & Blik, 2013. 158 pagina’s, 24,95 euro.

Scene uit Rampokan.
Scene uit Rampokan (Peter van Dongen/ Uitgeverij Oog & Blik, 2013).

Win filmkaarten voor 'Hati Merdeka'

CinemAsia film en talkshow op 23 augustus a.s. in De Balie, Amsterdam

Afgelopen zaterdag vierde Indonesië haar Onafhankelijkheidsdag, 17 augustus. Veel Indonesiërs zien deze dag als een symbool voor de vrijheid die zij verkregen hebben ten koste van de Nederlandse kolonisten. Hoe leeft de herdenking voort in het collectieve geheugen van de Indonesiërs?

Op 23 augustus vertonen CinemAsia en De Balie de Indonesische box office hit Hati Merdeka (Hearts of Freedom). Deze film volgt een groepje Indonesische verzetsstrijders dat het opneemt tegen de Depot Speciale Troepen (DST) van de beruchte commandant Raymond Westerling. Indisch 3.0 mag twee plekken op de gastenlijst weggeven voor deze film.

Hoe kan je winnen?

Geef antwoord op deze vraag, vul je gegevens in en klik uiterlijk 20 augustus 2013 op ‘Verzend’. Op 21 augustus a.s. maken we de twee winnaars bekend.

De inzendingen zijn binnen, de lootjes getrokken. Het juiste antwoord was (uiteraard) Raymond Westerling. De winnaars van de twee vrijkaarten zijn Lk op de gastenlijst gewonnen. Jullie ontvangen een mail met daarin de details over de gewonnen vrijkaart. Veel plezier!

Meer over de film ‘Hati Merdeka’
De afgelopen jaren is er veel gesproken over de laatste jaren van de kolonisatie van Indonesië, 1947-1949, de eerste en tweede Politionele Acties. Politionele Acties, “Een mooi woord voor oorlog” schreef journalist en historicus Ad van Liempt. Een besef dat pas laat in Nederland ging leven. Met de bewustwording van een echte oorlog kwamen de laatste jaren ook veel geluiden over oorlogsmisdaden naar boven, zoals de kwestie Rawagede vorig jaar en onlangs nog de geheimzinnig opgedoken fotoalbum van een massagraf. Met deze screening wil CinemAsia stilstaan bij de hedendaagse herdenking in Indonesië, door Indonesiërs. De film Merah Putih III: Hati Merdeka heeft internationaal verschillende prijzen in de wacht gesleept en is op een Hollywood-achtige stijl gemaakt met een briljante cast. Alhoewel de namen enigszins gefingeerd zijn, is het duidelijk dat in deze film de Indonesische kijk op de dekolonisatie wordt gegeven.

Talkshow na de film
Na de film zal Maarten Hidskes, kleinzoon van een oud-DST-er, een pre-release presentatie van zijn boek geven waarin hij een deels bestaande briefwisseling onderhoudt met zijn opa die onder Westerling gediend heeft. Het gaat hier om nog nooit eerder gepubliceerde brieven, die een unieke toegang geven tot de beweegredenen van een oud-DST-er. Voorafgaand aan de film zal de journalist Ad van Liempt (tevens geestelijk vader van o.a. NOVA en Andere Tijden en expert op het gebied van de dekolonisatie van Indonesië) een introductie geven over de aanloop naar, uitvoering en nasleep van de Politionele Acties. Na afloop van de film kan het publiek actief deelnemen aan de talkshow met Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

Recensie: Wachten op geluk, een filosofie van verlangen

‘Verlangen is een drijfveer’

In Wachten op geluk uit 2012 zet publicist en filosoof Coen Simon (1972, Indisch via beide ouders) essayistisch uiteen hoe hij verlangen ervaart. Dat we een jaar later pas aandacht aan dit boek besteden (jam karèt!), doet niets af aan het leesplezier. Wachten op geluk is een helder boek voor mensen die meer willen weten over het menselijk verlangen zonder dat ze zware, academische werken moeten doorspitten.

Coen Simon zoomt in op theorieën over verlangen van grote filosofen als Schopenhauer, Kant en Steiner, en gebruikt daarvoor zijn eigen herinneringen. In het eerste hoofdstuk begint hij met zo’n herinnering: eentje over het wachten op de geboorte van zijn dochter en het daarbij horende verlangen. Met die persoonlijke insteek maakt hij zijn boek voor een breed lezerspubliek toegankelijk én aantrekkelijk.

Zijn persoonlijke insteek maakt zijn boek aantrekkelijk.

Wachten op geluk Coen Simon
Wachten op geluk – Coen Simon. Ambo/ Anthos 2012.

Over de vrije wil
Simon weerlegt de theorie van Victor Lamme, hoogleraar neurowetenschappen, die stelt dat de mens geen vrije wil heeft. Volgens Lamme wordt alles bepaald in het brein en bedenken wij achteraf een reden bij een beslissing. Zo zegt hij: ‘De hersenwetenschap probeert juist te laten zien dat lichaam en geest verschillende manifestaties zijn van hetzelfde ding.

Simon daarentegen, vraagt zich af wie die beslissing maakt en wie verzint er een reden bij? En wat is dat ding waar lichaam en geest manifestatie van zijn? Volgens hem wil Lamme “illusies” als kwade demonen de wereld uitjagen, maar lukt het hem niet dat “ding” weg te toveren.

Verlangen is niet alleen een emotie van weemoed, maar is ook datgene dat het leven zin geeft.

Verlangen
De schrijver en filosoof beschrijft Schopenhauers visie op verlangen, bevestiging en nieuw verlangen. Die lijkt overeen te komen met Simons conclusie dat verlangen zin geeft aan het leven.
Simon stelt in zijn boek dat het uitblijven van bevrediging lijden betekent, het uitblijven van een nieuwe wens uit zich in een ijdel verlangen, verveling. Ergens is zijn bevinding niet vernieuwend, omdat we diep van binnen weten dat verlangen een drijfveer is. Door het lezen van het boek word je je daar wat meer bewust van. Verlangen is niet alleen een emotie van weemoed, maar is ook datgene dat het leven zin geeft.

De moderne mens
Simon wijst de lezer erop dat de moderne mens helemaal niet zo zelfbewust is als hij denkt. We raadplegen voor allerlei beslissingen anderen, zoals een coach, een trainer of een wetenschapper. Op sociale netwerken laten we vaak ook niet onze ware ik zien. Voor schaamte lijkt er helemaal geen plek te zijn en dat is zonde, want: ‘Schaamte loodst je doorgaans door de hachelijkste situatie heen, aangezien schaamtevol gedrag vrijwel onmiddellijk medelijden en compassie wekt. Maar als schaamte niet langer gewaardeerd wordt, dan missen we in de openbare ruimte ineens een belangrijk communicatief instrument, en treden we soms liever helemaal niet voor het voetlicht.’

Pienter boesoek: gewiekst zonder gemeen te zijn.

Pienter boesoek
Zoals eerder gezegd, duikt Simon in zijn eigen herinneringen en geeft daarmee een extra dimensie aan de thema’s die hij de revue laat passeren. In het hoofdstuk 9 belicht hij zijn Indisch-zijn in een leuke anekdote die verwijst naar de vraag: ‘Is een beetje kwaad misschien ergens goed voor?’ In de anekdote vertelt hij hoe hij als kind zijn moeder ‘misleidt’ door te vragen om een beetje van haar T, een chocoladeletter, wat zij opvat als ‘thee’. Het mag.

Vervolgens tovert hij de letter tevoorschijn en begint ervan te smikkelen. Wanneer zijn moeder doorheeft dat het een kwestie van misinterpretatie is, wordt zijn ‘durak’-daad gewaardeerd en mag hij de letter opeten. ‘Pienter boesoek’ noemt zijn vader het met trots. Wat dit betekent legt Simon als volgt uit: ‘Letterlijk betekent het bedorven slimheid, maar voor een indo is het een compliment: het is gewiekst zonder gemeen te zijn’.
Coen Simon portret
Kan een ‘leek’ dit boek ook lezen?
Dat was een vraag die ik mijzelf stelde toen ik het boek in handen kreeg – aangezien ik weinig filosofische kennis bezit. Gelukkig, het antwoord luidt: ja. Want naast de persoonlijke insteek, beheerst Coen Simon een schrijfstijl die lekker en duidelijk wegleest. Wél is het van belang met volledige aandacht te lezen. Niet omdat je het anders niet begrijpt, maar juist omdat het boek aanzet tot nadenken.