Indisch 3.0 CinemAsia actie 2014: deel je film met twee vrienden

… en met onze lezers!

Wil jij graag naar het CinemAsia filmfestival en vind je het leuk om daarover te bloggen? Dan heb je geluk. Bij de CinemAsia actie van Indisch 3.0 mag jij naar CinemAsia, je mag twee vrienden meenemen én je maakt een recensie die wij gegarandeerd plaatsen. We geven in totaal 3 x 3 vrijkaarten weg. Meedoen kan tot en met woensdag 2 april.

Wat moet je doen?
1. Ga naar de programmapagina van CinemAsia en scroll naar de films over Indonesië.
2. Kies de film die jij heel graag zou willen zien met je vrienden.*
3. Vul het deelnameformulier (hieronder) in.
4. Check of je Like voor onze Facebook-pagina aan staat.
5. Open op 3 april je mailbox om te zien of jij en je bangsa naar de film van je keuze gaan!

*uit het programma over Indonesië. Wil jij naar de korte film van Amber Neefkens, Indië op een bord? Dat mag ook.

De afsluitende film van het festival: Indonesia's killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere - Step Vaessen (2013 Indonesië) Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden. 6 April - Closing starts at 19:30 Closingfilms are Indonesia's Killing Fields, Trail of Murder and 300th Thursday.
De afsluitende film van het festival: Indonesia’s killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Tip: Indonesia’s killing fields
Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden.

6 April – Closing starts at 19:30

Ja, ik wil naar de film!

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Website’ type=’url’/][contact-field label=’Wat heb jij met films uit Indonesië?’ type=’textarea’ required=’1’/][contact-field label=’Welke film zou jij met twee vrienden willen zien?’ type=’text’ required=’1’/][/contact-form]

Win jij drie kaarten voor de film van je keuze? Dan kan je je recensie, van ongeveer 500 woorden en natuurlijk een vette selfie,  tot uiterlijk maandag 7 april versturen. Als je daarvoor nog wat schrijftips wil, neem dan contact op met onze hoofdredacteur Kirsten.

CinemAsia 2014 is de zevende editie van het Aziatische filmfestival, dat van 1-6 april a.s. plaatsvindt in De Balie in Amsterdam. Kaarten bestel je online.

CinemAsia FilmLAB blog: de geboorte van een idee.

Voor Indisch 3.0 zal Amber een paar keer bloggen over haar avonturen bij FilmLAB 2014 van filmfestival CinemAsia, wat heeft geresulteerd in de korte documentaire ‘Indië op een bord’.

Mijn naam is Amber, ik ben 26 jaar, masterstudent Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en ik heb een voorliefde voor muziek en film en ik heb absoluut geen voorliefde voor het maken van keuzes (ik zit geloof ik in een quarterlife crisis).  In deze eerste blogpost geef ik je een terugblik op mijn deelname aan FilmLAB 2014.

Bloednerveus
In november 2013 verschijnt er een oproep op de facebook van CinemAsia Filmfestival: “CinemAsia FilmLab 2014 seeking applicants! Send in your idea for a short film about ‘Food in Asian communities’ and get selected for professional training in scriptwriting and filmmaking”. Wanneer ik dit lees denk ik: wat leuk! Ik roep altijd wel dat ik graag films maak en dat ik hier verschillende ideeën voor heb en stiekem heb ik ook altijd iets aan te merken op andere films. Dus dit is mijn kans om mezelf als ‘filmmaker’ waar te maken. En ondertussen word ik hier bloednerveus van.

Onweerstaanbare Indische snacks
Mijn opa en oma (en moeder en tante) komen uit Nederlands-Indië en bij het festivalthema ‘Food en Asian communities’, denk ik direct aan mijn oma en haar onweerstaanbare Indische snacks. Mijn opa en oma wonen in Rumah Kita, een verzorgingstehuis voor Indische ouderen. Oma Smith is geboren in Semarang en ze is nu 93 jaar oud. Ze zit vol verhalen en ze geeft me altijd goed advies. Denk hier bijvoorbeeld aan mijn jeugdtrauma: ik was altijd de ‘witste’ van de familie. Maar volgens oma was ik niet wit, maar lelieblank. Hierdoor voelde ik me erg speciaal.

'Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal." Foto: Amber Nefkens
‘Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal.” Foto: Amber Nefkens

 

Appelmoesrevolutie
Mijn oma en ik bellen zo’n twee keer per week en dan hebben we het over haar avonturen in Rumah Kita, bijvoorbeeld hoe ze een appelmoesrevolutie is gestart in de gezamenlijke eetruimte. Maar we praten ook over hoe het met mij gaat en ook veel over vroeger. Bovendien was haar stiekeme wens altijd om boeken te schrijven of een gedichtbundel uit te brengen. Samen hebben we de gedichtenbundel ‘Het land van toen’ in kleine oplage uitgebracht tijdens de Kerstmarkt van haar tehuis. In november heb ik  een lied gemaakt van haar gedicht ‘Arnhem-Zuid’, zodat we mee konden doen aan de ‘Ode aan Arnhem’ wedstrijd. We werden geselecteerd en het resultaat hoor je hier.

Een goed team
Aangezien oma en ik een goed team zijn, wil ik graag met haar een film maken. Vooral ook omdat het nu nog kan en ze zo mooi kan vertellen. Tegelijkertijd vraag ik me af of het juist ook niet de goden verzoeken is. Vanaf het moment dat ik besluit om mee te doen met een documentaire script waarin oma de hoofdrol zou spelen, krijg ik dromen dat ze ziek wordt. De volgende dag bel ik haar dan  meteen op en meestal antwoordt ze met: ‘Nee hoor, ik ga nog niet op mijn roze wolk zitten,’ om vervolgens in gegrinnik uit te barsten.

Hulp van een filmmaker
Mijn eerste idee is om een bord Nasi Kuning naar oma te brengen en haar daarover dingen te laten vertellen, waardoor ze ook op de verhalen over haar tijd in Nederlands-Indië zal komen. Het schrijven van een script valt me vies tegen, niet zo raar eigenlijk aangezien ik nog nooit eerder zoiets heb moeten doen. Ik schakel hulp in bij een filmmaker en een producent die ik ken via mijn studie. Uiteindelijk is het een script met verschillende verhalen. Ik kan niet kiezen. Omdat de tijd tikt, besluit ik hem maar gewoon in te dienen. Met een heel schattige foto van mijn opa en oma, om de jury te overtuigen.

Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.
Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.

Geselecteerd!
Met kerst krijg ik het verlossende woord: ik ben geselecteerd! YES! Dit betekent dat ik mee mag doen aan de scriptworkshop. Hierover meer in mijn volgende blog.

De kaartverkoop voor de vertoningen van de drie korte films is begonnen. Naast mijn film draaien er nog twee andere FilmLAB films die zeker de moeite waard zijn om te kijken: Bunda di Rumah en Last Minute Tea. Donderdag 3 april om 18.50 uur en zaterdag 5 april om 13.10 uur, allebei in de Balie, Amsterdam. Kaarten bestel je via www.cinemasia.nl

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).

3.0 aan de studie: Mel Krul

Mel Krul, een vlotte Indische 23-jarige student, zit in zijn scriptiefase van de studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam. Tijdens dit interview voor Indisch 3.0 praat Mel voor het eerst over zijn achtergrond. ‘Het is toch wel een beetje souldigging.

Lifestyle and design
Mel Krul wilde graag werken voor een modeblad . ‘Ik interesseer me heel veel voor lifestyle en design. De opleiding Fashion Design die ik volgde was ook heel leuk , maar het was best een zware studie.’ Hij zag zichzelf er niet staan, ontwerpen maken in een klein kantoortje voor een bekend modemerk. ‘Ik doe het als hobby erbij. Als mensen iets nodig hebben, van knoopjes aannaaien tot een hele jurk maken, dan doe ik dat. Ik ontwerp ook kleding, gewoon omdat ik het leuk vind,’ vertelt Mel.

Zijn huidige studie Redactie en Mediaproductie op de Hogeschool Amsterdam heeft te maken met alle aspecten van de mediawereld, van tv series- kranten tot aan tijdschriften. ‘Ik kan redacteur worden bij een tv-show, krant of website, maar ik kan ook terechtkomen als bureauredacteur bij een krant of uitgeverij. Momenteel werk ik vier dagen bij een marketingbureau en één dag in de week werk ik aan mijn scriptie.’

Fusion marketing
‘Mijn scriptie is voornamelijk gebaseerd op Fusion Marketing. Dit is het succesvol toepassen van traditionele, online en content marketingstrategieën. Een voorbeeld van een fusion marketingstrategie is Customer Media. Hoe moet je de consument bereiken met de juiste media op het juiste tijdstip op de juiste plaats. En op welke manier schrijf je een artikel dat vervolgens hoog op Google verschijnt?’ In Nederland wordt dit reeds toegepast, alleen staat het nog niet bekend als Fusion Marketing. Veel Nederlandse bedrijven doen het nog met de losse hand. ‘Het is nog heel nieuw en omdat ik veel met content bezig ben, vind ik het heel interessant om marketingstrategieën op de content toe te passen.’ Het Indisch-zijn heeft geen rol gehad op Mel’s studie- en onderzoek keuze. ‘Ik heb Indonesië niet als doel in de vraagstelling van mijn scriptie gebruikt. Simpelweg heeft  het onderwerp geen raakvlakken met Indonesië en dus geen toegevoegde waarde voor mijn scriptie.’

Foto: Mel Krul
Foto: Mel Krul

 

Niet vandaag maar morgen
Als ik hem vraag over Indische gewoontes in vergelijking met niet-Indische studenten, denkt Mel direct aan de woorden van zijn moeder. ‘Aan het begin van mijn studie heb ik met heel veel pijn en moeite ‘het uitstellen’ moeten afleren. Mijn moeder zei altijd dat ik deze gewoonte had. ‘Wat vandaag niet af is, komt morgen wel.’ Deze eigenschap heeft Mel gelukkig kunnen doorbreken.

In het wereldje waarin hij nu zit, heeft hij altijd te maken met deadlines. In de omgang met docenten en medestudenten speelt Mel’s achtergrond geen rol. ‘Ik denk dat het meer afhankelijk is van opvoeding en niet zozeer door afkomst. Alhoewel ik denk dat wij Indische mensen toch amicaler kunnen zijn. Het duurt bij ons langer om mensen te leren kennen, maar vervolgens worden we wel snel close.

‘Over het algemeen hebben Hollanders misschien toch wel een soort van wall om zich heen. Eigenlijk ben ik een verwesterde Indo, alleen het eten zit er bij mij heel erg in. Zeker wel twee keer per week komen vrienden bij mij eten.’ Mel woont met twee kamergenoten en merkt stiekem een verschilletje als het om eten gaat. ‘Ik heb altijd geleerd als je kookt en anderen zitten erbij, dan is het onbeleefd zelf te eten en anderen niks aan te bieden.’

Pedas?
Mel’s vriendenkring bestaat onder andere uit veel Indische en Indonesische vrienden, uit Zuid-Limburg tot Groningen. ‘Met mijn Indische vrienden ga ik vaak naar het Tropenmuseum. Mijn Indonesische vrienden heb ik vooral leren kennen bij het uitgaan.’ Hij zoekt ze niet persé op, maar het gaat wel soms automatisch vertelt hij.

‘Je begint toch met de vraag, waar kom je vandaan? Dan voel ik gelijk een band. Ik vind ook dat de Indischen soms wel erg pedas kunnen zijn, ze zijn scherp in wat ze zeggen. Als ze iets vinden, dan zeggen ze dat ook meteen.’ Ik reageer even verbaasd omdat er over het algemeen wordt gezegd dat Indische mensen juist bescheiden en teruggetrokken zijn.

Mel haakt hierop in. ‘Ik zie dat er een groot verschil zit tussen de mensen die in Indonesië zijn geboren en in Nederland. Indonesiërs zijn meer ingetogen en heel lief. Ik ben juist meer iemand van straight to the point.’

Indische mensen die pedas zijn, dat was een opmerking die mij aan het denken heeft gezet na dit interview. Wat vinden jullie hiervan?

Pedas?   Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html
Pedas? Bron: http://www.indonesisch-culinair.nl/ingredient/375-rawit.html

 

Proef het winnende gerecht van de SAYAH Gouden Rijstkom zelf.

Vorige week presenteerde winnende kok Tim Sprangers zijn gerecht aan de Indonesische ambassadeur. Tim won de SAYAH Gouden Rijstkom 2013 met zijn Lemper van gerookte schar op een urap van Hollandse seizoensgroenten.

Wil jij zelf zijn winnende gerecht proeven? Ga dan naar Cafe Kadijk in Amsterdam. Tim staat daar in de keuken en zal het hoogstpersoonlijk voor je bereiden. De lunch voor de ambassadeur in het kader van de Gouden Rijstkom 2013 is mogelijk gemaakt door HANOS.

 

Projectvoorstellen gevraagd!

Geef jij straks invulling aan het magazine of onze events?

Sinds dit jaar is Indisch 3.0 onderdeel van de stichting Indisch Cultuur Fonds. In het kader van professionalisering van onze werkwijze, willen wij als bestuur commissies samen gaan stellen voor onze kernactiviteiten en projecten. Op 21 februari 2014 sluit hiervoor de inzendtermijn. Heb jij hier interesse in? Meld je aan, dan sturen we je volgende week meer informatie. 

Kernactiviteiten
Onder de kernactiviteiten verstaan we in eerste instantie de crossmediale redactievoering van het online magazine Indisch3.nl en alle (sociale) mediakanalen. Hierbij hoort bijvoorbeeld de hoofdredactie, maar ook video editing en onderwerpkeuze voor het magazine.

Projecten
Indisch 3.0 organiseert ook evenementen. In het verleden hebben we bijvoorbeeld een schrijfwedstrijd, Indische bladzijde, en een kookwedstrijd georganiseerd, De Gouden Rijstkom. Tot nu toe hebben we zelf deze evenementen georganiseerd, vanaf dit jaar willen we hiervoor commissies inschakelen.

Interesse?
We hebben per project en activiteit een opdracht geformuleerd. Laat je gegevens achter in dit contactformulier, dan ontvang je de informatie over de opdracht waar je interesse in hebt. We zijn in het bijzonder geïnteresseerd in projectvoorstellen met een kostendekkende begroting die redelijk is voor een ideële instelling. In je plan zijn ook je eigen (on-) kosten opgenomen. We vragen nadrukkelijk geen vrijwilligers die voor nop werken, maar ook geen senior professionals die tonnen verwachten te verdienen.

Realisatie van je eigen plan
Met de beste voorstellen gaan wij op zoek naar financiering in en buiten ons netwerk. Krijgen we dat rond, dan mogen de winnende indieners op freelancebasis voor de stichting aan de slag met het eigen plan.

Tijdspad
Op basis van je aanmelding, maken we een inschatting voor welk project of projecten je een voorstel kan maken. Vanaf 21 januari a.s. hebben we de specificaties gereed en sturen we je die toe. We plannen nog een vragenmoment in, zodat je ons aanvullende vragen kan stellen over onze wensen en eisen. Op 21 februari a.s. sluiten we de inzendtermijn, zodat we op 1 maart 2014 een selectie hebben voor ons werkplan 2014.  Je mag je tot die tijd aanmelden voor een project, maar hoe sneller je je aanmeldt, hoe meer tijd je hebt om na te denken over je voorstel.

Ja, ik wil wel een voorstel maken voor een commissie binnen Indisch 3.0

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Je naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Telefoonnummer’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Hoeveel uur per week zou je in Indisch 3.0 willen steken?’ type=’radio’ required=’1′ options=’minder dan 8 uur,8 – 16 uur,16 – 24,24+’/][contact-field label=’Voor welk soort project wil je een voorstel maken?’ type=’radio’ required=’1′ options=’Redactievoering Indisch 3.0,Gouden Rijstkom 2014,Jaarlijks event voor Indisch 3.0,Mediawedstrijd voor studenten,Maandelijkse jongerenborrel (landelijk),Ik heb een ander idee’/][contact-field label=’Stel jezelf eens voor. Wat breng je mee om het project tot een goed einde te brengen?’ type=’textarea’ required=’1’/][contact-field label=’Ja%26#x002c; stuur mij de specificaties zodat ik een projectvoorstel kan maken.’ type=’checkbox’ required=’1’/][/contact-form]

Stichting Indisch Cultuurfonds
Stichting Indisch Cultuurfonds

Griselda Molemans en het Nationaal Archief

Welles/nietes?

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

In december 2013 hoorde ik ervan. De schrijfster en journaliste Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart, Oog van de naald) was een actie gestart om geld in te zamelen om het boek uit te geven waar zij al een tijd aan werkt: Opgevangen in andijvielucht. Aanleiding voor de inzamelingsactie was volgens Molemans dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich teruggetrokken had. De ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief, stelt de in Amerika wonende schrijfster in haar flyer

Flyer van de inzamelingsactie 'Opvangen in andijvielucht'
De flyer van de inzamelingsactie ‘Opvangen in andijvielucht’. Bron: PR 360 & More

Ik bel het Nationaal Archief voor een toelichting. ‘De samenwerking met mevrouw Molemans is inderdaad stopgezet,’ bevestigt de woordvoerder. ‘Nee, dit was niet om inhoudelijke redenen. Mevrouw Molemans dreigde de deadline van 15 oktober 2013 niet te halen, de datum waarop wij de tentoonstelling wilden openen. Dat mevrouw Molemans de researchkosten terugbetaald heeft klopt in zoverre, dat zij de fees die wij haar al betaald hadden, terugbetaald heeft.’ Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Hmm. Dit is een heel ander verhaal dan wat in het Indische wereldje circuleert.

“Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station.”

Als ik Griselda mail dat ik met dit verhaal aan de slag ga, verwijst ze me door naar haar advocaat. ‘Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station voor me. [..] Ik doe daar verder geen mededelingen meer over.’ Ik mail haar advocaat om een reactie op de verklaring van het Archief. Die is eenvoudig: ‘Over een deadline is nooit gesproken en het Nationaal Archief heeft cliënte ook nooit een deadline gesteld, noch voor 15 oktober 2013, noch anderszins.’

Is dat wat. Dit lijkt wel een ouderwets potje welles-nietes.

Ik zoek verder en vind in de Sobat (9, winter 2013) een 2,5-pagina tellend artikel van Siem Boon over de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief. Staat in dit artikel misschien iets over het werk dat Molemans heeft gedaan voor het Nationaal Archief? “In oktober werd de nieuwe publieke- en tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief geopend door Koning Willem-Alexander. De eerste tentoonstelling heet Het Geheugenpaleis – met je hoofd in de archieven: elf grote en kleine verhalen uit meer dan duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Twee van die verhalen zijn Indisch: ‘Daar was laatst een meisje loos; Vrouwen en de VOC (1602 – 1795) en Opgevangen in spruitjeslucht; Indische repatrianten in Nederlandse contractpensions (1945 – 1970)’.”

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Archiefbeeld: Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

De naam ‘Opgevangen in Spruitjeslucht’ lijkt – voorzichtig uitgedrukt – sterk op de titel van het boek van Molemans: Opgevangen in andijvielucht. Navraag leert dat het Nationaal Archief al sinds december 2010 de ‘spruitjes’-versie hanteert.

Maar goed. De samenstellers van de tentoonstelling vertellen in het Sobat-interview uitgebreid over de tentoonstelling. Zo lees ik: “Wat ons opviel is hoezeer de opvang was voorgeprogrammeerd. Het boekje Djangan Loepah, dat door maakster Cristina Garcia Martin is vertaald in een quiz, is bij uitstek een voorbeeld hiervan.”

‘Djangan Loepah, ken ik dat niet ergens van?’ hoor ik je denken. Ja, dit boekje is weer boven komen drijven door de documentaire Contractpensions van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich én is er de ondertitel van. Nu is dit boekje niet ‘van’ Hetty Naaijkens, maar uitgegeven door de overheid zelf. Maar een referentie eraan? Die was toch best op zijn plek geweest? Voor de zekerheid zoek ik op de website van de expositie. Nergens kom ik een verwijzing naar Contractpensions tegen.

Contractpensions
Poster van de documentaire Contractpensions uit 2009.

Terug naar het artikel. Er komt een andere, voor mij tamelijk persoonlijke, titel naar voren. “Het Verhalenarchief is een website van het Nationaal Archief waaraan bezoekers hun eigen verhalen kunnen toevoegen: www.hetverhalenarchief.nl. ‘Tabee Indië’, over de repatriëring, is daarvan een onderdeel.”, lees ik in hetzelfde artikel in Sobat.

Nou vind ik het initiatief  van een verhalenarchief erg goed en ben ik er zelfs blij mee, maar die naam? ‘Tabee Indië’? Die lijkt wel heel erg op de naam van nota bene mijn eigen scriptie over de repatriëring, waarmee ik zeven jaar geleden afstudeerde: Indië Tabeh. Ook hier weer was het op zijn plek geweest een bronvermelding op te geven. Of op zijn minst een ‘niet-te-verwarren-met’. Siem Boon kent mij en deze scriptie, ik heb er drie keer een lezing over gehouden op de Tong-Tong Fair. Dus hoe zit dit nou weer? Ik zie dat een van de externe onderzoekers, die ik ook ken, er zelfs naar verwijst als ‘Indië Tabee‘. Op deze manier is dit gewoon jatwerk en voer voor een latere post.

Ik lees het artikel uit. Van de circa 2000 woorden gaat geen enkele over Griselda Molemans en haar voorwerk. Zou dat een bewuste keuze zijn? Ik vraag Siem Boon ernaar. Zij licht toe, in een reactie op deze post: “Ik wist dat Griselda bezig was geweest met dit onderdeel van de expositie, dus ik informeerde ernaar tijdens het interview en bij Griselda. De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist. Griselda zei me dat ze er de voorkeur aan gaf als ik in mijn artikel geen verband legde met haar op stapel staande boek. Omdat ik geen artikel wilde schrijven over het conflict tussen Griselda en NatArch, maar over de expo, en ik maar beperkte ruimte had heb ik het verder weggelaten.”

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Archiefbeeld: Griselda Molemans tijdens IndoMania. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Duidelijk verhaal van Siem, maar voor mijn hoofdvraag moet ik doorzoeken. Ik wend me opnieuw tot het Archief. In een schriftelijke reactie krijg ik nu uitgebreidere toelichting: “Medio 2010 hebben eerste gesprekken tussen mevrouw Molemans en het Nationaal Archief (NA) plaatsgevonden. Het Nationaal Archief heeft mevrouw Molemans gevraagd onderzoek te doen en een publicatie voor te bereiden over het thema ‘contractpensions’ voor de openingstentoonstelling in de nieuwe publieksruimte van het Nationaal Archief. Ze heeft daarmee ingestemd en op 1 december 2010 is het contract daarvoor ondertekend door beide partijen.”

De woordvoerder vervolgt: “Al in deze fase hanteerden wij de titel ‘Opgevangen in spruitjeslucht’. In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd. Daarom zagen wij ons uiteindelijk genoodzaakt andere onderzoekers in te schakelen en de samenwerking met mevrouw Molemans contractueel te beëindigen.”

Het is een wonderlijke tussenstand.

Het is een wonderlijke tussenstand. Ik kan me voorstellen dat de overheid bepaalde zaken niet naar buiten wil brengen over de repatriëring, dus de verklaring van Molemans is aannemelijk en – logischerwijs – door veel andere Indische media overgenomen. Aan de andere kant: het verhaal van het Archief is niet ongeloofwaardig. Ik wacht momenteel nog op een reactie van de advocaat van Molemans. Is dit welles/nietes of is er iets anders aan de hand?

Hoe dan ook, Griselda Molemans kan door met haar boek. Al op 17 december 2013 meldt Opgevangen in andijvielucht op Facebook in dit Bericht dat er nog maar 263 funders nodig zijn. Dat is mooi. Dan kunnen we binnenkort in elk geval zelf vergelijken wat Molemans ontdekt heeft en wat het Nationaal Archief in de expositie wel en niet vertelt. Het boek komt uit in maart van dit jaar. Wordt vervolgd.

Detail: op Bol.com staat het boek als niet leverbaar, met mei 2013 als publicatiedatum. Wie er ook gelijk heeft, er is iets behoorlijk fout gegaan.

Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (dd 7-1-14, 12:00 u)
Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (KV, dd 7-1-14, 12:00 u)

 

 

 

3.0 in de media: Kaja Wolffers

‘Kaja Wolffers. Hmm. Wie is deze 3e generatie Indo ook al weer?’ ‘Is hij niet de-zoon-van Marion Bloem?’ Begint er al iets te dagen? ‘O ja, doet hij niet iets in de mediawereld?’ Kaja (40 jaar) is creative director bij NL film. In een ontspannen gesprek vertelt hij over zijn werk en zijn roots.

NL Film
Drie jaar geleden is Kaja Wolffers begonnen bij NL Film, een productiemaatschappij die films en televisieprogramma’s maakt voor vrijwel alle zenders. ‘NL Film kenmerkt zich met goed gemaakte televisieprogramma’s. Denk aan Popoz, Penoza, Spangas. In het verleden hebben we ook films gemaakt zoals Verliefd op Ibiza, Alibi etc. Momenteel draait onze film Mannenharten in de bioscoop,’ vertelt deze Indische creative director.

Creative director
‘Mijn werk bestaat eigenlijk uit een aantal werkzaamheden. De ene dag kunnen schrijvers of regisseurs langskomen met een idee. Ik bekijk of ik dat verder kan ontwikkelen en kan verkopen aan één van de zenders. Op het andere moment ga ik langs zenders. Ik neem boekjes mee en vertel enthousiast waarom een dramaserie leuk is voor RTL4 of SBS. Daarna is het eigenlijk afwachten of het idee wordt geaccepteerd, daar kan veel tijd overheen gaan. Ik word weer actief op het moment als de eerste beelden en montage worden afgeleverd. Vervolgens ontwikkelen we dit om het gewenste resultaat te krijgen.’

Kaja op de werkvloer / Foto: Wynand Chocolaad
Kaja op de werkvloer / Foto: Wynand Chocolaad

Kabels vasthouden
Vroeger stortte Kaja zich op een exact vak, namelijk scheikunde. Hij dacht dokter te willen worden. ‘Mijn ouders zijn allebei half creatief. Ik zag mij zelf niet in die wereld, daar wilde ik eigenlijk ver weg van blijven’ geeft Kaja toe. Toch stuurde deze zoon van een Hollandse vader en Indische moeder open sollicitaties  naar John de Mol en Joop van de Ende Productions. Kaja denkt terug aan het begin, hoe hij kabels mocht vasthouden tijdens opnames. Hij werd assistent-opnameleider bij Goede Tijden Slechte Tijden. Daarna werd hij opnameleider bij Goudkust, om vervolgens op de regisseursstoel terecht te komen bij o.a. Onderweg naar Morgen, Costa en nog vele andere series . ‘Ik ben trots op de plek waar ik nu sta als creative director. Ik heb vooral veel geleerd doordat ik onderaan ben begonnen, op deze manier ben ik het vak steeds beter gaan begrijpen.’

“Indisch zijn is veel meer dan de bepaling van iemands karakter.”

Indische films
Gaat Wolffers binnenkort een Indische film ontwikkelen? Kaja weet geen goede verhaallijn voor een Indische film: ‘Films moeten sterke personages hebben met een bepaalde achtergrond. Voor mij is het Indisch-zijn veel meer dan de bepaling van iemands karakter. Het is heel moeilijk om in een verhaal te vertellen wat een cultuur echt inhoudt. Je komt toch weer in een soort van cliché terecht. Gezelligheid met families en lekker eten, dat is voor mij niet de kern van een Indisch verhaal. Anders zal het weer zo’n historisch verhaal worden zoals dat een blanke een Indo komt redden.’

Kaja Wolffers. Foto: Fréderique Vlamings
Kaja Wolffers. Foto: Fréderique Vlamings

Onderscheid
‘Indische mensen zijn in mijn ogen Nederlanders die Indisch bloed hebben en die door culturele verschillen gevormd zijn. Mensen uit Nederlands-Indië probeerden altijd heel erg hun best te doen omdat ze voor hun gevoel iets te compenseren hadden. Ze wilden zich heel nadrukkelijk onderscheiden van de Indonesiër.’ Dan komt er een herkenbaar momentje voor mij, als Kaja vertelt dat hij zichzelf nog steeds betrapt op het feit dat hij nadrukkelijk het verschil tussen Indonesisch en Indisch uit wil leggen. ‘Het is eigenlijk achterlijk, een idiote tic. Ik verbeter mensen nog altijd als ik Indonesisch word genoemd. Is het omdat het wat chiquer staat om jezelf Indisch te noemen? Haha, het zit er helemaal ingeramd door mijn omaatje.’

“Ik verbeter mensen die mij ‘Indonesisch’ noemen.”

Bamboe
Indisch zijn is voor Kaja vergelijkbaar met een bamboeplant. ‘ Je moet een beetje buigbaar als bamboe zijn in je leven. Meebuigen wanneer situaties tegenzitten, maar tegelijkertijd keihard zijn. Aan de ene kant taai en ambitieus zijn en aan de andere kant geven als het nodig is. Een bamboeplant waait nooit om, maar een oude Eik van 300 jaar kan omvallen tijdens een storm die wij onlangs hadden. Dat is voor mij een beetje dat Indisch-zijn, maar het betekent voor mij ook respect hebben voor ouderen en naar elkaar luisteren voordat je wilt gaan strijden. Ik zeg niet dat ik dit zelf perfect doe, want ik heb ook Hollands bloed in mij.’ geeft Kaja toe.

Mata gelap
‘Heel veel Indo’s die ik ken en in het vak meemaak, zijn hele aardige mensen die altijd blijven teruglachen en niet zeggen wat ze dwars zit. Overal in meegaan en dan op een gegeven moment wordt het mata gelap en dan ontploft er woede. Het grappige is dat ik dit nog heel vaak herken in mijzelf maar ook in heel veel Indo’s met wie ik werk. Het is misschien bij de tweede generatie meer zichtbaar. Je gaat overal een beetje in mee en dan op een gegeven moment barst het uit. Westerlingen zeggen gelijk waar het op staat, je hebt dan gelijk je frustratie eruit.’

'Hoe heet dat Indonesisch woord?' Lattà? - Foto: Angelo Vodegel / Indisch3.0 2013
‘Hoe heet dat Indonesisch woord?’ Lattà? – Foto: Angelo Vodegel / Indisch3.0 2013

Lattà
Als ik Kaja vraag naar een typische Indisch tic, dan begint hij gelijk met zijn vingers te kraken. Maar hij denkt ook aan de woorden van zijn vader. Alleen komen we niet snel op de Indonesische term hiervoor. ‘Het is een manier om naar iemands verhaal te luisteren dat het uiteindelijk op een moeizame manier wordt verteld. Ik ben heel meegaand en beweeg dan bijna met mijn hoofd mee.’ Uiteindelijk komt het verlossende woord er lachend uit, ‘ja precies dat heet ‘Latta’.

Indonesië
‘Sinds mijn vierde jaar ga ik bijna elk jaar naar Indonesië. Het is eigenlijk een beetje een haat-liefde gevoel. Kretek vind ik heerlijk om te ruiken als ik daar aankom, dat relaxte spreekt mij ook aan. Het is een sympathiek land, maar ik schrik elke keer als er vreselijke situaties ontstaan.

Fanatieke moslims
‘Het is een unheimisch land. Heel de dag aardig tegen elkaar doen en ineens barst het los. Er rollen dan letterlijk hoofden over straat. Ik snap ook niet waarom Miss World verkiezing had moeten plaatsvinden in een islamitisch land. Het ergert mij zo als ik fanatieke Indonesische moslims ziet demonstreren, ineens komt al die woede naar boven. Uiteindelijk kunnen ze het weer voor elkaar krijgen om vrolijk glimlachend verder te gaan. Het zijn allemaal weldenkende mensen – soms lijkt het net alsof ze een uitlaatklep zoeken. Bali vind ik één van de leukere plekken.’

De film Mannenharten speelt momenteel in de bioscoop. Ik heb de film gezien. Wie van romantische verhalen houdt met een spannend ondertoontje, zal dit absoluut een aanrader vinden. Zal het de Nederlandse kerstfilm van 2013 worden?