En dan nu: licht, camera, actie!

De vorige keer schreef ik dat mijn script na een spannende pitch is uitgekozen om tot een korte film gemaakt te worden. Samen met coach Sandra Beerends ben ik aan de slag gegaan. We zijn gaan filmen.

Panic attack 
Meteen is het duidelijk: in korte tijd moet er heel erg veel gedaan worden (lees: PANIC ATTACK!). Allereerst moet ik het script – nog een keer! – herschrijven, nadat Sandra feedback heeft gegeven. We drinken samen koffie en praten over het script, maar ook over andere Indië gerelateerde dingen.

Sandra heeft ook een Indische achtergrond en haar moeder komt net als mijn oma uit Semarang, heel erg toevallig! Na het script een paar keer doorgenomen te hebben, komen we op het maken van pasteitjes. Ik ben meteen blij met deze keuze, omdat het iets is wat ik van oma heb geleerd, het er mooi uit ziet op beeld en we ondertussen een goed gesprek kunnen voeren zonder dat het een echt interview wordt.

Belangrijk is dat ik steeds goed de structuur in mijn hoofd houd. Naast het herschrijven van het script, ben ik ondertussen op zoek naar een kleine, maar goede crew. Tijdens de draaidagen zullen Erik (camera), Kirsten (productie) en mijn zus Jade (ook productie en tegelijkertijd geluidsvrouw) me helpen. Sanne doet art design en Ronny maakt een hele coole krontjong track in een nieuw en modern jasje.

still5
Ik ben blij met de keuze om in de film pasteitjes te maken.

Opa is watching you
En dan is het zover: de eerste draaidag. Ik ben uiteraard weer zenuwachtig en ik hoop geen tomaat te worden, want het wordt voor eeuwig vastgelegd. Ik probeer te doen alsof ik niet zenuwachtig ben, zodat oma zich zo natuurlijk mogelijk gedraagt. Samen met Jade ben ik er al ’s ochtends, omdat opa jarig is en we gaan helpen met taartjes uitdelen. Ik geloof dat oma zich drukker maakt om het uitdelen van die taartjes dan om de film zelf, dat is mooi.

Opa heeft er alleen niet zoveel zin in, hij vindt het te druk en wil zijn verjaardag liever in z’n eigen huiskamer vieren. Oh-oh denk ik, als hij het nu al te druk vindt, hoe gaat dat dan straks als we gaan filmen? Gelukkig kan hij toch genieten van de aandacht voor zijn verjaardag en gaan we daarna terug naar de kamer van opa en oma. Daar gaat opa lekker babi pangang spek eten, zijn lievelingsgerecht van de Chinees, gekregen van mijn moeder. Als hij klaar is, houdt hij ons nauwlettend in de gaten.

opakijkttoeklein
Opa houdt de boel nauwlettend in de gaten.

De set
Om 12.00 komen Erik en Kirsten aan op de set (lees: de huiskamer van opa en oma). De spullen worden, bij gebrek aan ruimte, uitgestald op het bed van opa en oma. Ondanks dat ziet het er al heel professioneel uit! Oma blijft lekker rustig in haar stoel zitten en puzzelt wat. Erik gaat in de weer met zijn camera en ondertussen kijken Jade en Kirsten hoe het geluid werkt en krijgen oma en ik een geluidszendertje.

spullenuitgestald
De spullen worden uitgestald op het bed van opa en oma.

Bombarie
En dan is het zover en gaan we echt filmen. Het gaat best wel goed, maar ik merk wel dat het in het begin een beetje stroef gaat. Het is moeilijk om een gesprek natuurlijk te laten verlopen met zoveel bombarie om je heen. Ik merk ook aan oma dat ze zich bewust is van de camera. We houden daarom een korte pauze waarin we besluiten dat we niet alles de eerste draaidag kunnen filmen, omdat dat te vermoeiend zal zijn. Door dit besluit zijn oma en ik wat meer ontspannen.

Oma en kleindochter Amber.
Het is nog best wel lastig een gesprek voeren met al die bombarie om je heen.

Zingen
De tweede draaidag gaat soepeler en de gesprekken gaan ook veel beter. Op een gegeven moment hebben we niet eens meer door dat we worden gefilmd. We zingen samen een lied dat oma heeft geschreven op de wijs van South of the Border van Gene Autry. Ik begeleid ons op mijn keytar, want keytars rulen de wereld. Ik zie nu al voor me hoe dat een leuke scene wordt in de film.
“Vanonder de tropenzon, ver over zee
zitten we hier nu, met ons wel en ons wee”

still2
Na keytarspel konden we weer lachen.

Moe, maar voldaan
We sluiten de tweede draaidag met een moe, maar voldaan gevoel af. Er ligt nog een hele klus in het verschiet: monteren. De film wordt uiteindelijk pas echt een film in de montage. Ik moet direct al het materiaal gaan bekijken en gaan bepalen wat er wel en niet in de uiteindelijke film komt. Meer hierover in mijn volgende blog!

Vandaag is de première al, ik heb hier heel erg veel zin in!! Ik zal bloggen over hoe de film is ontvangen.

Hoe maak je een filmscript?

CinmAsia FilmLAB blog: script & pitch

De vorige keer schreef ik dat mijn script was geselecteerd voor de scriptworkshop van CinemAsia’s FilmLAB. In totaal zijn er zes scripts geselecteerd, waarvan er drie daadwerkelijk gemaakt mogen worden na de workshop en een pitch die elke kandidaat moet geven. 

De plenaire workshop
De dag van de eerste bijeenkomst, de plenaire workshop: ik ben best wel zenuwachtig, maar tegelijkertijd heb ik er ook zin in! Ik ben benieuwd wat voor scripts de vijf andere kandidaten hebben. Veel te vroeg ben ik bij Binger Filminstituut, waar ik Judith Mulder en Daan Vree, producers van CinemAsia FilmLAB, ontmoet. Langzaamaan druppelen mijn mede FilmLAB-ers binnen: Alex, Asela, Jenny, Myrthe en Raoul.

Ernie Tee
Ernie Tee verzorgt de scriptworkshop. Hij is scenario-coach en script editor van onder andere de succesvolle speelfilms De Tweeling, Wilde Mossels en De Heineken Ontvoering. Daarnaast doceert Ernie Tee aan de Nederlandse Film en TV Academie en de Sint Lukas School of Arts in Brussel en ontving hij in 1992 de Pierre Bayle-prijs voor de filmkritiek. Heel erg bijzonder om met hem te mogen werken!

filmlabkandidaten
de Filmlabkandidaten, vlnr: Asela, Amber, Jenny, Alex, Myrthe, Raoul en CinemAsia’s Judith, Daan en Ernie Tee.

De essentie van een goed script

Allereerst legt Ernie uit wat de essentie is van het schrijven van een goed script.  In principe verschilt de opbouw van een non-fictie script niet heel erg van een fictie script: alle scripts moeten een goed begin, midden en einde hebben.

  1. Situatie + probleem – In het begin wordt het ‘probleem’ laten zien
  2. Acties – In het midden wordt er geprobeerd een oplossing te vinden voor het probleem
  3. Final solution/action: Aan het einde is het probleem wel of niet opgelost, met een duidelijke conclusie.

We krijgen heel erg veel informatie, ik schrijf braaf mee en probeer alles in me op te nemen. Wat me opvalt: ik ben de enige met een documentaire script en ik ben weer eens de enige lelieblanke 😉

aantekeningen

Feedback
Na een algemene uitleg, gaat Ernie in op de zes scripts. Ik vind dit heel erg leuk! Zo krijg je namelijk de plannen van de andere kandidaten te horen. We mogen feedback geven op de filmplannen en er ontstaat veel interactie. Er zijn veel verschillende ideeën: Myrthe heeft een heel leuk komedie script, terwijl Raoul het serieuzer aanpakt met een plan over de Molukse treinkaping. En dan is het zover: er mag feedback worden gegeven op mijn script.

Spontaan word ik een tomaat, dat gebeurt meestal als ik iets spannend vind. Het valt eigenlijk best mee: ik moet vooral kijken of ik zelf eten wil brengen naar oma, of dat ik het haar laat maken. Mijn eerste idee was dat oma het eten van het tehuis zou eten en dat ze dan terugdacht aan de tijd in Indië, maar dat het eten van het tehuis niet lekker is en ze het weggooit en dan lekker zelf gaat goreng.

Dit was een wat negatieve insteek, hoor ik, het is beter als ik haar direct lekker eten breng want dan is het logisch dat ze terugdenkt aan de goede ouwe tijd. Voor de volgende, individuele, bijeenkomst moeten we het script herschrijven.
Bij de tweede bijeenkomst krijg ik individuele feedback op mijn script en mag ik allerlei vragen stellen aan Ernie. Het begint al echt een film te worden!

D-Day
Vandaag is het zover: we moeten in twee minuten onze film pitchen. Aanwezig zijn de kandidaten, de CinemAsia crew en drie coaches: Rishi Chamman, Sandra Beerends en Jimmy Tai. Ik ben heel erg zenuwachtig, maar ik heb het goed geoefend. Bovendien heb ik een t-shirt laten bedrukken met de schattige foto van opa en oma, waardoor ik de pitch niet helemaal in mijn eentje hoef te doen.

Lucky t-shirt selfie
Lucky t-shirt selfie

Pitchen!
Ik sta voor de groep, mijn hart klopt… de tijd gaat in en ik praat. Ik probeer de jury te laten inzien dat het nu de tijd is om dit script daadwerkelijk te gaan maken tot een film. Het lukt binnen de tijd. De andere kandidaten geven hele goede pitches, ik heb geen idee wie er uiteindelijk gekozen zullen worden. En dan is het afwachten.

De  uitslag
Een uur later is de jury er uit. Maar eerst moeten we allemaal naar voren komen en krijgen we een bewijs van deelname. Er wordt een foto gemaakt, maar ik denk alleen maar: laat het nu weten, ik hou het niet meer! Als eerst wordt het plan van Raoul gekozen, over de Molukse treinkaping. Vervolgens wordt mijn naam genoemd! YEAAAAH! Ik ben heel blij, maar probeer niet rond te gaan stuiteren want de helft van de kandidaten valt af en dat is niet leuk. Als laatste wordt het plan van Alex uitgekozen, over Chinese theetradities.

Sandra Beerends
Mijn coach is Sandra Beerends, scripteditor en gastdocent voor NTR en individuele filmprojecten. Sandra is betrokken bij Berlinale Talents en is mentor bij de korte film Scriptstation en voor Prime4kids. Ze schreef en coproduceerde de korte film Arigato (publieksprijs Film by the Sea 2012). Tevens is zij scripteditor van Kauwboy, die werd uitgeroepen werd tot Beste Europese jeugdfilm van 2012.

AmberenSandra
Samen met Sandra ga ik bezig met de planning: binnen vijf weken moet de film al af zijn!
Hierover meer in mijn volgende blog.

 

Indisch 3.0 CinemAsia actie 2014: deel je film met twee vrienden

… en met onze lezers!

Wil jij graag naar het CinemAsia filmfestival en vind je het leuk om daarover te bloggen? Dan heb je geluk. Bij de CinemAsia actie van Indisch 3.0 mag jij naar CinemAsia, je mag twee vrienden meenemen én je maakt een recensie die wij gegarandeerd plaatsen. We geven in totaal 3 x 3 vrijkaarten weg. Meedoen kan tot en met woensdag 2 april.

Wat moet je doen?
1. Ga naar de programmapagina van CinemAsia en scroll naar de films over Indonesië.
2. Kies de film die jij heel graag zou willen zien met je vrienden.*
3. Vul het deelnameformulier (hieronder) in.
4. Check of je Like voor onze Facebook-pagina aan staat.
5. Open op 3 april je mailbox om te zien of jij en je bangsa naar de film van je keuze gaan!

*uit het programma over Indonesië. Wil jij naar de korte film van Amber Neefkens, Indië op een bord? Dat mag ook.

De afsluitende film van het festival: Indonesia's killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere - Step Vaessen (2013 Indonesië) Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden. 6 April - Closing starts at 19:30 Closingfilms are Indonesia's Killing Fields, Trail of Murder and 300th Thursday.
De afsluitende film van het festival: Indonesia’s killing fields van Step Vaessen. Dutch premiere – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Tip: Indonesia’s killing fields
Een overweldigende documentaire over de gruwelijke, bloed overgoten jaren 60 in Indonesië. De executies van vermeende communisten in Indonesië in 1965 waren een van de bloedigste slachtpartijen verborgen voor de buitenwereld. Een tot drie miljoen mensen zijn gestorven en begraven in massagraven die nooit zijn opgegraven. Nu pas laten de massamoordenaars zich uit. In de bekroonde documentaire ‘The Act of Killing’, vertellen de massamoordenaars de gruwelijke verhalen van hun ex- ecuties. Ze beschouwen zichzelf als helden omdat ‘het uit- roeien van de communisten’ het overheidsbeleid was. Step Vaessen ontdekt waarom deze mensen massamoordenaars werden.

6 April – Closing starts at 19:30

Ja, ik wil naar de film!

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Website’ type=’url’/][contact-field label=’Wat heb jij met films uit Indonesië?’ type=’textarea’ required=’1’/][contact-field label=’Welke film zou jij met twee vrienden willen zien?’ type=’text’ required=’1’/][/contact-form]

Win jij drie kaarten voor de film van je keuze? Dan kan je je recensie, van ongeveer 500 woorden en natuurlijk een vette selfie,  tot uiterlijk maandag 7 april versturen. Als je daarvoor nog wat schrijftips wil, neem dan contact op met onze hoofdredacteur Kirsten.

CinemAsia 2014 is de zevende editie van het Aziatische filmfestival, dat van 1-6 april a.s. plaatsvindt in De Balie in Amsterdam. Kaarten bestel je online.

Oproep: hoe vraag je naar je familie's verleden?

Ben jij derde generatie Indo en heb je altijd al het (levens-) verhaal van je Indische opa en oma willen horen, of misschien zelfs vast willen leggen? Dan is Dewi van Beek op zoek naar jou, in deze oproep.

Sinds mijn stage bij Indisch Maandblad Moesson moest ik denken aan het frustrerende feit dat veel van de Indische familiegeschiedenis en familieverhalen verdwijnen met de 1e generatie. Ik weet dat er meer mensen zijn zoals ik die dit verhaal willen vastleggen, maar die misschien geen idee hebben waar ze moeten beginnen met het vragen naar en het vastleggen van hun Indische familiegeschiedenis.

Voor mijn afstudeeronderzoek bij Moesson onderzoek ik daarom hoe een hulpmiddel voor het vastleggen van Indische familiegeschiedenis eruit moet komen te zien. Daarom heb ik jouw hulp nodig.

Ik zoek een aantal mensen die een uurtje met mij om de tafel willen gaan zitten en hierover willen praten. Ik zorg uiteraard voor hapjes en een drankje. Als je interesse hebt, mail me dan – vrijblijvend – op hello [at] dewiaimee [.] com voor meer informatie.

Dewi van Beek (rechts, naast Rocky Tuhuteru) tijdens een paneldiscussie in 2013. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Dewi van Beek tijdens een paneldiscussie in 2013 over herdenken. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

CinemAsia FilmLAB blog: de geboorte van een idee.

Voor Indisch 3.0 zal Amber een paar keer bloggen over haar avonturen bij FilmLAB 2014 van filmfestival CinemAsia, wat heeft geresulteerd in de korte documentaire ‘Indië op een bord’.

Mijn naam is Amber, ik ben 26 jaar, masterstudent Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en ik heb een voorliefde voor muziek en film en ik heb absoluut geen voorliefde voor het maken van keuzes (ik zit geloof ik in een quarterlife crisis).  In deze eerste blogpost geef ik je een terugblik op mijn deelname aan FilmLAB 2014.

Bloednerveus
In november 2013 verschijnt er een oproep op de facebook van CinemAsia Filmfestival: “CinemAsia FilmLab 2014 seeking applicants! Send in your idea for a short film about ‘Food in Asian communities’ and get selected for professional training in scriptwriting and filmmaking”. Wanneer ik dit lees denk ik: wat leuk! Ik roep altijd wel dat ik graag films maak en dat ik hier verschillende ideeën voor heb en stiekem heb ik ook altijd iets aan te merken op andere films. Dus dit is mijn kans om mezelf als ‘filmmaker’ waar te maken. En ondertussen word ik hier bloednerveus van.

Onweerstaanbare Indische snacks
Mijn opa en oma (en moeder en tante) komen uit Nederlands-Indië en bij het festivalthema ‘Food en Asian communities’, denk ik direct aan mijn oma en haar onweerstaanbare Indische snacks. Mijn opa en oma wonen in Rumah Kita, een verzorgingstehuis voor Indische ouderen. Oma Smith is geboren in Semarang en ze is nu 93 jaar oud. Ze zit vol verhalen en ze geeft me altijd goed advies. Denk hier bijvoorbeeld aan mijn jeugdtrauma: ik was altijd de ‘witste’ van de familie. Maar volgens oma was ik niet wit, maar lelieblank. Hierdoor voelde ik me erg speciaal.

'Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal." Foto: Amber Nefkens
‘Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal.” Foto: Amber Nefkens

 

Appelmoesrevolutie
Mijn oma en ik bellen zo’n twee keer per week en dan hebben we het over haar avonturen in Rumah Kita, bijvoorbeeld hoe ze een appelmoesrevolutie is gestart in de gezamenlijke eetruimte. Maar we praten ook over hoe het met mij gaat en ook veel over vroeger. Bovendien was haar stiekeme wens altijd om boeken te schrijven of een gedichtbundel uit te brengen. Samen hebben we de gedichtenbundel ‘Het land van toen’ in kleine oplage uitgebracht tijdens de Kerstmarkt van haar tehuis. In november heb ik  een lied gemaakt van haar gedicht ‘Arnhem-Zuid’, zodat we mee konden doen aan de ‘Ode aan Arnhem’ wedstrijd. We werden geselecteerd en het resultaat hoor je hier.

Een goed team
Aangezien oma en ik een goed team zijn, wil ik graag met haar een film maken. Vooral ook omdat het nu nog kan en ze zo mooi kan vertellen. Tegelijkertijd vraag ik me af of het juist ook niet de goden verzoeken is. Vanaf het moment dat ik besluit om mee te doen met een documentaire script waarin oma de hoofdrol zou spelen, krijg ik dromen dat ze ziek wordt. De volgende dag bel ik haar dan  meteen op en meestal antwoordt ze met: ‘Nee hoor, ik ga nog niet op mijn roze wolk zitten,’ om vervolgens in gegrinnik uit te barsten.

Hulp van een filmmaker
Mijn eerste idee is om een bord Nasi Kuning naar oma te brengen en haar daarover dingen te laten vertellen, waardoor ze ook op de verhalen over haar tijd in Nederlands-Indië zal komen. Het schrijven van een script valt me vies tegen, niet zo raar eigenlijk aangezien ik nog nooit eerder zoiets heb moeten doen. Ik schakel hulp in bij een filmmaker en een producent die ik ken via mijn studie. Uiteindelijk is het een script met verschillende verhalen. Ik kan niet kiezen. Omdat de tijd tikt, besluit ik hem maar gewoon in te dienen. Met een heel schattige foto van mijn opa en oma, om de jury te overtuigen.

Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.
Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.

Geselecteerd!
Met kerst krijg ik het verlossende woord: ik ben geselecteerd! YES! Dit betekent dat ik mee mag doen aan de scriptworkshop. Hierover meer in mijn volgende blog.

De kaartverkoop voor de vertoningen van de drie korte films is begonnen. Naast mijn film draaien er nog twee andere FilmLAB films die zeker de moeite waard zijn om te kijken: Bunda di Rumah en Last Minute Tea. Donderdag 3 april om 18.50 uur en zaterdag 5 april om 13.10 uur, allebei in de Balie, Amsterdam. Kaarten bestel je via www.cinemasia.nl

Kandidate CinemAsia FilmLAB blogt op Indisch 3.0

Amber Nefkens: het Indische verleden ontdek je in de keuken

Met haar korte film, Indië op een bord, is Amber Nefkens een van de drie gelukkige winnaars van een plek in CinemAsia FilmLAB. Vanaf deze week gaat Amber bloggen op Indisch 3.0, over haar deelname aan dit spannende traject.

Het CinemAsia FilmLAB is in volle gang. Het CinemAsia Film Festival biedt met haar FilmLAB opkomende talenten de kans om onder professionele begeleiding een korte Aziatische diaspora film te maken. Dit jaar is het thema ‘FOOD’ binnen Aziatische gemeenschappen. Naast het filmproject van Amber Nefkens, zijn die van Raoul Groothuizen en Alex Lai geselecteerd.

Amber Nefkens tijdens de Gouden Rijstkom 2013
Amber Nefkens in actie tijdens de Gouden Rijstkom wedstrijd 2013 van Indisch 3.0. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.

Amber Nefkens is masterstudente Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit van Utrecht en van Indische afkomst. Amber heeft de korte film (8’) Indië op een bord gemaakt. Een kleindochter maakt samen met haar Indische oma Indische pasteitjes. Door het maken van Indische pasteitjes en door met oma te praten, komt ze meer te weten over het land van haar herkomst – het land dat niet meer bestaat.

Nefkens krijgt begeleiding van Sandra Beerends, scripteditor en gastdocent voor NTR en individuele filmprojecten. Sandra is betrokken bij Berlinale Talents en is mentor bij de korte film Scriptstation en voor Prime4kids. Ze schreef en coproduceerde de korte film Arigato (publieksprijs Film by the Sea 2012). Tevens is zij scripteditor van Kauwboy, die werd uitgeroepen werd tot Beste Europese jeugdfilm van 2012.

De drie deelnemers (vlnr): Raoul Groothuizen, Amber Nefkens en Alex Lai. Foto: www.cinemasia.nl
De drie deelnemers (vlnr): Raoul Groothuizen, Amber Nefkens en Alex Lai. Foto: www.cinemasia.nl

In 2006 begon CinemAsia met FilmLAB om beginnende filmmakers te stimuleren hun Aziatische Diaspora verhalen te vertellen. De makers krijgen vijf weken de tijd, een mentor en 500 euro om hun film te maken. Sinds die tijd zijn er door CinemAsia 12 korte films geproduceerd die allen in première gingen tijdens het festival. Dit jaar is het productieproces voorafgegaan door een korte scenario workshop o.l.v. scriptcoach Ernie Tee.

De zevende editie van het CinemAsia Filmfestival 2014 is van 1 t/m 6 april in De Balie in Amsterdam. Op 3 april en 5 april zijn de screenings van de FilmLAB films.

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

De gecensureerde oorlog. Minutieus verslag van staatspropaganda.

Indische juweeltjes, het zijn boeken die wij extra onder de aandacht van onze bezoekers willen brengen. Met het derde boek, De gecensureerde oorlog, worden de contouren van deze Indische boekenweek selectie zichtbaar. Auteur Louis Zweers heeft hier zijn ziel en zaligheid in gelegd, en is er – terecht – op gepromoveerd. Het verhaal van De gecensureerde oorlog is een schoolvoorbeeld voor hoe je als overheid oorlogspropaganda voert. Toen, en nu.

Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl
Louis Zweers. Foto: http://www.eshcc.eur.nl

Een aankondiging van het boek luidt: “Militaire voorlichtingsdiensten hadden grote invloed op de (foto-) berichtgeving over de oorlog in Nederlands-Indië 1945-1949. Aan de hand van nog niet eerder geraadpleegd archief- en fotomateriaal en gesprekken met legervoorlichters en fotografen is de positie van deze diensten gereconstrueerd. Het resultaat laat zien dat de beïnvloeding van de berichtgeving succesvol was. De legervoorlichtingsdiensten schetsten een te rooskleurig en vertekend beeld van de werkelijkheid in de tropische archipel. Ze voerden een propagandaoorlog en waren niet op zoek naar waarheidsvinding. Ze toonden weinig respect voor de persvrijheid. (bron)”

De meeste proefschriften zijn loodzwaar. Fysiek en in overdrachtelijke zin. Met exact 400 pagina’s is Zweers’ dissertatie fysiek best omvangrijk. Het fijne van een op fotojournalistiek gerichte wetenschapper is echter dat hij juist dat laat zien: plaatjes! Daarmee kom ik meteen op het onderscheidende kenmerk van het werk van Louis Zweers: fotojournalistiek.

Als student aan de Erasmus Universiteit Rotterdam genoot ik van de lessen Fotojournalistiek die Louis Zweers gaf. Met veel oog voor detail en een onbedwingbare behoefte om achter het echte verhaal te komen, vertelde hij ons – toen – over foto’s van ‘onze jongens in Irak’ en de wijze waarop Henk Kamp in beeld kwam. Hij leerde me kijken naar het journalistieke element in foto’s. Dit is overigens meteen de reden dat ik vind dat beroepsfotografen niets te vrezen hebben van burgerjournalisten-met-smartphones: fotojournalistiek is een vak op zich. Maar dat terzijde.

http://youtu.be/u5-APHxW7-E

Door het grote aandeel foto’s – sommige van hetzelfde kaliber dat in 2012 voor veel ophef zorgde – is het meest recente boek van Louis Zweers in fysieke omvang (redelijk) zwaar, maar in overdrachtelijke zin niet. De goed onderbouwde onderschriften vertellen het verhaal van de foto’s en van de invloed van de overheidspropaganda daarop.

Kanttekening is dat De gecensureerde oorlog, in tegenstelling tot het eerder besproken boek Pendek of Vlakke meetkunde, niet geschikt is voor een groot publiek. Ik verwacht dat dit boek vooral van toegevoegde waarde is voor studenten journalistiek, professioneel fotojournalidsten en documentair journalisten. Verder zal dit boek de bijzondere interesse hebben van de studenten politicologie & bestuurskunde.

De gecensureerde oorlog  is een imposant naslagwerk, dat voor het eerst nauwgezet en gedetailleerd in kaart brengt hoe de Nederlandse staatspropaganda overuren heeft gedraaid om te verbloemen dat in de oost iets “groots” werd verricht. +1 voor Louis.

De gecensureerde oorlog  – Louis Zweers, uitgeverij Walburg Pers (2013). 400 pagina’s.

De gecensureerde oorlog - Louis Zweers (2013)
De gecensureerde oorlog – Louis Zweers (2013)

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).